Logo dsCH 

Zeven manden vol

Preek gehouden op zondag 30 juli 2017 in de Grote of Mariakerk n.a.v Markus 8: 1-9

Zeven manden vol

Ik wil vanmorgen samen met u proberen te ontdekken wat er nou overblijft van zo’n verhaal. Een verhaal, dat in een paar zinnen verteld is, dat iedereen, die het evangelie een beetje kent, wel kan dromen en dat door de ene rationalist met een korrel zout wordt genomen en door de andere rationalist als een ‘echt gebeurd verhaal’ wordt aangemerkt.
Laten wij onze rol als toeschouwer laten varen en weest deelnemer. Zie jezelf als één van die vierduizend en wees met mij verrast over wat er (van) overblijft. Ik doe dat aan de hand van die zeven manden, die naderhand vol brokstukken zijn opgehaald. Ieder had daar wat hij of zij overhad gedeponeerd en zo staan daar uiteindelijk zeven manden. Ik wil me bij iedere mand afvragen: wat bleef er over? Zit er wat in, in deze mand? Er is bij wijze van spreken voor iedere dag een mand vol, restanten om wat mee te doen. Ik hoop, dat u even met mij wilt meekijken en meetellen. Dat is geen grote opgave, lijkt mij, want u hoeft niet eens tot tien te tellen…
De manden en de inhoud ervan hebben soms wat vreemde namen, maar die kunt u gerust weer vergeten: het gaat om de inhoud.
De 1e mand is de historische of de temporele mand. Ik wil precies weten, wat waar en wanneer gebeurd is. Daar worden wel een paar aanwijzingen gegeven, bijv. dat het in de woestijn is en dat ze al drie dagen met Jezus op pad zijn en dat de mensen honger hebben en dat er niets te eten is. Dat zijn een paar feitelijke gegevens, maar tegelijkertijd zijn het ook typeringen, die verder reiken dan toen en daar. De woestijn is immers het beeld van onze levensweg en levensreis: een weg vol gevaren, met ups en downs, met aanvechtingen en tekorten. Het is ons leven, zoals het er aan toe is, onze strijd om het bestaan, ons gevecht met de elementen, ons zoeken naar zin en verzadiging. En we vinden het niet, ja we zoeken het overal, maar wij vinden niets, wat ons vervult en verzadigt.
Dan wordt zo maar tussendoor een hint gegeven, die uitzicht biedt en dat is die aanduiding ‘na drie dagen’: dat is een keerpunt van dood naar leven, van duisternis naar licht, van gemis naar vervulling. Het is Pasen! In de woestijn van het leven wordt van tijd tot tijd Pasen gevierd, tussen herinnering en verwachting.
De 2e mand noem ik de ‘thaumaturgische’ mand, een mand vol wonderen en magie. Dat is wanneer we ons heil zoeken bij het buitengewone, het bovennatuurlijke, het ongewone, het ongerijmde, het fantastische en alleen op die manier iets van God in ons leven kunnen waarnemen. Jezus was bovenal een Wonderman, een thaumaturg, zoals er in die tijd meer rondliepen. Wonderen moeten altijd iets bewijzen en wonderen moeten ook altijd bewezen worden, maar kort door de bocht gezegd: een wonder bewijst niets en een wonder dat bewezen is is geen wonder meer. Kortom, ik vind die 2e mand een mand vol vraagtekens.
In de 3e mand ligt de vraag verborgen: ‘Wat heb je eigenlijk zelf allemaal in huis?’ Het is de verandering van blikrichting: van ‘we hebben hier in de woestijn niks te eten’ naar ‘hoeveel broden heb je zelf?’ Als zich een probleem voordoet is onze eerste reactie vaak: wat kan ik er aan doen? Ik kan er niks aan doen. Het is mijn probleem niet en er is ook niets aan te doen. Niemand kan er wat aan doen! Dat is vaak kortzichtig en het onderstreept ons gevoel van machteloosheid zo sterk, dat we tot dadenloosheid geraken. Daarom is het zo mooi, dat Jezus ons bepaalt bij wat we wèl hebben en wèl kunnen! Jullie hebben toch wel broden en hoeveel wel niet? ‘Zeven’, zeiden ze. Ze konden wel tellen, maar ze wisten niet wat zij er mee konden. Zij hadden eigenlijk meer dan zij nodig hadden: zij hadden voor alle dagen brood en had Jezus hun niet geleerd genoegen te nemen met het dagelijks brood: iedere dag genoeg?
En zo komen wij als vanzelf bij de 4e mand: de diaconale mand. Dat is de mand van het delen en vermenigvuldigen. Kijk eens wat je allemaal hebt en hoeveel de wereld daarmee geholpen kan worden. Ja, je moet het wel willen delen. Als je het voor jezelf houdt, als je het gaat oppotten en als appeltje voor de dorst angstvallig gaat bewaren dan dient het eigenlijk nergens toe, dan heeft niemand er iets aan. Die 4e mand moet je helemaal omkiepen en uitdelen, wereldwijd met brede gebaren. Komt en eet, wie geen geld heeft, koopt brood en word verzadigd en de prijs is gratis! Economen en rekenmeesters vinden dit natuurlijk de dwaasheid ten top, maar zo zijn de manieren van het Koninkrijk Gods en zalig zijn zij, die nu al daaruit leven: gul en vrijgevig!
De 5e mand noem ik de pastorale mand (heeft in de verte misschien enige verwantschap met de muzikale fruitmand). In deze mand zit een goed gesprek, een opbeurend woord, een zegenend gebaar, een helpende hand, een luisterend oor. Ik merk onderweg, dat mensen het verrijkend vinden als zij hun verhaal kwijt kunnen, hun levensverhaal opnieuw kunnen vertellen en kunnen wegen wat waardevol was en wat minder geslaagd was. En als het Woord in het verhaal ter sprake komt als het Levende Brood, waarvan wij leven en waar wij op teren dan ervaren wij dat als een Godsgeschenk. Nee, dat kun je niet als hapklare brokken uit je binnenzak tevoorschijn halen, maar als een vonk of als een glinstering kan dat Woord soms zomaar oplichten en alles in een ander licht plaatsen.
Het 6e mandje is inderdaad een klein schaaltje: ik noem het het liturgische, eucharistische mandje. Dat is aan de orde, wanneer wij zondag aan zondag met elkaar de verhalen opnieuw beleven door ze a.h.w. na te spelen en na te denken. Vooral als we ook brood en wijn laten rondgaan en met elkaar delen dan vieren wij de aanwezigheid van de opgestane Heer en is Hij in ons midden, zoals Hij ook in ons midden is als Hij tot en met ons spreekt, telkens ook wanneer wij in ons oor horen: neemt en eet, dit is mijn lichaam gebroken voor u. Hij deelt zijn presentie wereldwijd en overal waar het brood wordt gedeeld krijgt zijn Lichaam gestalte en komt iets van vrede en gerechtigheid in zicht. Ja, ja, dat blijven wij doen, totdat Hij komt!
Dat is meteen ook de laatste mand, die daar staat als de bazuinen klinken uit de hoogte links en rechts. De laatste, de zevende mand, de eschatologische mand, de mand waarin alles a.h.w. samenkomt en tot zijn eindbestemming komt. Deze mand zit vol hoop en verwachting. Juist wanneer alles hopeloos en verloren is kruipt de hoop uit deze mand omhoog en verheft haar hart naar boven en gaat op de uitkijk staan. De eeuwen door klinkt vanuit de gemeente en vanuit iedere diepte de roep: tot hoelang, o Heer? Wanneer zal het zijn, dat U alles in allen zult zijn en de tranen van de ogen zullen worden gewist?
Dat waren ze, alle zeven! Misschien bent u inmiddels de inhoud van de verschillende manden alweer vergeten. Dat is niet zo erg. Misschien neemt u een paar kruimels mee naar huis en hebt u daar genoeg aan voor vandaag en morgen. Misschien heb ik u aangespoord om zelf nog eens zorgvuldig na te gaan, wat er nu eigenlijk in zit in dit evangelieverhaal en ontdekt u brokstukken in de manden, die ik niet genoemd of gezien heb. Des te beter, denk ik dan, want de Bijbelverhalen zijn inderdaad onuitputtelijk!

J

K

L

M