Logo dsCH 

Lucas 1 (23-25)

PREEK GEHOUDEN OP DE EERSTE ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD (26 FEBRUARI 2012) IN DE OUDE KERK TE MEPPEL N.A.V. LUKAS 1: 23-­25 (TEVENS VIERING MAALTIJD VAN DE HEER)

    
Als we vandaag en de komende weken stil staan bij Maria, dan doen we dat met het oog op haar zoon Jezus, met het oog op zijn woorden, zijn werk, zijn weg. De gemeente komt in Zijn Naam samen en belijdt Hem - vandaag en telkens weer - als de Christus, als de gekruisigde en opgestane Heer. Maar in deze weken proberen wij hem te volgen door de ogen van zijn moeder Maria. In sommige kerken - zo vinden wij - gaat de aandacht soms wat te eenzijdig en overdreven uit naar de moeder Maria, maar dat wil niet zeggen, dat wij haar niet mogen waarderen en hoogachten. "Mij zullen gelukkig prijzen alle geslachten van de aarde" zo heeft hij gezongen en dat willen ook wij volop laten gelden. Maar aandacht en waardering voor haar is een afgeleide aandacht en waardering. In de apostolische geloofsbelijdenis wordt Maria met ere genoemd, maar niet in die zin, dat wij in haar geloven of haar als godin vereren - nee, zij wordt genoemd in het artikel over haar Zoon. Het begint met het geloof in God, de Vader enz. en dan "en in Jezus Christus, zijn eniggeboren Zoon, onze Heer... en dan komt het: "ontvangen van de Heilige Geest, geboren uit de maagd Maria." Maria maakt deel uit van de belijdenis van Jezus als de Zoon van God, zij heeft daar haar plaats in gekregen. Kort gezegd: de Zoon is niet bijzonder, omdat de moeder bijzonder is, maar de moeder is bijzonder, omdat de Zoon bijzonder is. "O, dus u bent de vader van?...," hoor ik wel eens..., zoals men aan Maria zou kunnen vragen: "hoe is het om een veelbelovende, spraakmakende zoon te hebben?" "Het gaat niet om mij", zal zij dan zeggen"...het is mij gegeven, het, of liever Hij is mij in de schoot geworpen... het moederschap is geen prestatie. Ik ben alleen maar ontvanger geworden. Ik kon niet veel meer uitbrengen en stamelen dan: mij geschiede naar uw woord! Laat het maar gebeuren, laat hij maar geboren worden.
De buren, de vriendinnen en de mensen op de markt spraken al gauw over een "ongelukje" Maar Maria kan dat niet horen. Zij kon uiteindelijk haar geluk niet op en alle generaties zullen haar gelukkig prijzen. Maria, eervol moeder Gods genoemd. Is dat niet wonderlijk? Lukas doet zijn uiterste best om het geheim van de komst van Jezus naar onze wereld in tact te laten: het geheim van zijn conceptie wordt begeleid door woorden als overschaduwen en ontvangen, kracht Gods en het heilige, dat uit u geboren zal worden. Wie dat wil gaan ontrafelen komt dicht in de buurt van heiligschennis. Wij kunnen niet verder komen dan Maria zelf, die verwonderd uitroept: Hoe zal dat zijn? en dan moet en zal zij zeggen: Mij geschiede naar uw  Woord! Eigenlijk is de gemeente van Christus in dezelfde positie als Maria: we hebben het woord van God ontvangen - het is ook ons in de schoot geworpen - en zal het vrucht dragen? Zijn we er door in verwachting geraakt en zien wij uit naar de geboorte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde? Nee, niet uit de wil van een man, niet op basis van kennis en kunde, maar uit de wil en de kracht van God, zo is een ieder die gelooft, zo is een ieder die uit God geboren is, en  zo zijn wij allen kinderen van God. Waarom en waardoor wij geloven blijft uiteindelijk een geheimenis  - zoals de conceptie en geboorte van dit Kind bij deze moeder. Wij zien het, maar doorgronden het niet. Wij zullen het Koninkrijk van God alleen maar kunnen ontvangen als een kind. Zoals een kind ontvankelijk is. Maar ook: zoals een kind ontvangen wordt. Zoals Maria haar kind ontving: conceptus de Spiritu Sancto, zegt de geloofsbelijdenis - ontvangen door de Heilige Geest. In dit licht bezien begin ik de weerzin tegen anti-­‐conceptie in de rooms-­katholieke kerk te begrijpen. Want dat staat haaks op de bereidheid van Maria, voorbeeldvrouwe voor alle moeders, om haar Kind te ontvangen. Het gaat natuurlijk te ver om daar een algemene regel van te maken en een voor iedereen geldende gedragscode te willen opleggen, maar al met al wijst het bericht van Lukas ons meer in de richting van behoedzaamheid en eerbied dan in de richting van voorbehoedzaamheid en in-­de-­hand-­hebben. Maar dit even terzijde. Het geheim van de conceptie van Jezus en het gedragen-­zijn door zijn moeder Maria is en blijft een geloofsgeheimenis en ik zou het liever een "Woordwekelijkheid" dan een "historische of biologische werkelijkheid" noemen. Het is niet te filmen, zeggen we dan wel eens - niet omdat het niet mag, privacy zou schenden e.d., maar omdat het niet kan. Er een schilderij van maken is al een waagstuk, maar in een bepaald opzicht kan dat ook wel verhelderen, als we tenminste ervan uitgaan, dat het geen weergave van een moment wil zijn, maar eerder een vertolking van een geheim. In dit schilderij van de Antwerpse schilder Jan de Beer uit ca. 1520 bijv. kun je elementen aanwijzen, die tot een beter verstaan kunnen leiden van wat Lukas heeft beschreven in zijn evangelie. Allereerst valt op, dat de ruimte waarin de beide figuren, Maria rechts en Gabriel links, neergezet zijn eigenlijk een soort kerkruimte is. Wat hier verhaald wordt hoort niet op de straat thuis, ook niet in het laboratorium, dit is iets wat binnen de muren van de kerk gehoord en beleden wordt. Dat kun je ook zien aan wat Maria aan het doen is: ze zit te lezen, te lezen in de H. Schrift. Van daaruit wordt helder wat er aan de hand is. Het kan eigenlijk niet anders dan dat ze zit te lezen in de woorden van Jesaja, over dat jonge meisje dat zwanger werd en een bijzonder kind baarde: Immanuel geheten, God met ons! Ook het poesje en het breiwerkje hebben betekenis: het is om het plotselinge en ongedachte aan te geven...de poes is weggevlucht van het spelen met het breiwerkje en wacht tot de indringer verdwenen is. En let ook op de ogen van beide figuren: die zijn niet te zien, neergeslagen. Er is sprake van behoedzame toenadering, eerbied voor elkaars integriteit, zoals ook het woord - overschaduwen - wil aangeven. Ze naderen elkaar niet frontaal, maar zijdelings. Hij met een zegenend gebaar, zij ontvangend! En de bedstee op de achtergrond,...leeg... want die heeft er niets meer te maken. Die hele áchtergrond is trouwens te zien als buitenkant, de buitenwereld, waar het uiteindelijke heil wel voor bestemd is, is er wel, maar het gaat nu om de vóórgrond, die pure binnenkant is, daar staat het Woordgebeuren centraal. En in het midden staat a.h.w. het kruis al opgericht, want de pilaren en bogen van de kerk zijn hier neergezet als gestileerde kruisen. Het zijn maar een paar vingerwijzingen of eye-openers die ik aanreik bij dit bijzondere werkstuk, maar zo heb ik er naar gekeken en zo heb ik Lukas gelezen en hopelijk ook verstaan. Het is tenslotte opvallend, dat "Geboren uit de maagd Maria" in de belijdenis meteen gevolgd wordt door "die geleden heeft onder Pontius Pilatus..." Zoals ook dat oude kinderkerstliedje zo aandoenlijk zingt: Er is een kindeke geboren op aard'...'t Kwam op de aarde voor ons allemaal. 't Kwam op de aarde en het had er geen huis...'t Kwam op de aarde en het droeg al zijn kruis.

J

K

L

M