Logo dsCH 

Marcus 12: 28-34

PREEK GEHOUDEN OVER LEVITICUS 9: 1-2,9-18 EN MARCUS 12: 28-34 OP ZONDAG 11 NOVEMBER 2012 IN DE GROTE – OF MARIAKERK TE MEPPEL

Over het gebod van de liefde: 1 + 1 = 1

Als aan u gevraagd zou worden: Hé, u bent protestants, hè?! Kunt u mij in een paar zinnen vertellen, wat dat inhoudt? Als het mij aanspreekt word ik het misschien ook wel. En wat moet ik daar dan voor doen? Moet ik dan eerst de Bijbel een keer helemaal doorlezen? Moet ik elke zondag een kerkdienst bezoeken? Moet ik dan de uitspraken van de synode onderschrijven? Moet ik de belijdenissen allemaal kennen en geloven? Moet ik dan op het CDA stemmen of mag een andere partij ook? Moet ik dan bidden voor het eten of is dat niet per se verplicht? Moet ik me dan ook aan bepaalde eet- en drinkregels houden of hoeft dat juist helemaal niet bij jullie?
Het is nog niet zo gemakkelijk om al deze en andere vragen te beantwoorden en je kunt er zeker van zijn, dat er geen twee protestanten zijn die die vragen gelijk zullen beantwoorden. Dat is de zwakte en ook de kracht van het protestantisme. Het protestantisme is een kritische beweging, die zichzelf en gegroeide godsdienstige overtuigingen en handelingen steeds onder kritiek stelt. Het protestantisme is een hervormingsbeweging en wil dat voort-durend zijn. Daarom kun je het protestantse geloof nooit in een hokje stoppen: vrijheid en beweging horen principieel bij het protestantisme. Dat maakt het spannend, boeiend en aantrekkelijk om protestants te zijn, maar soms ook moeilijk, lastig en weerbarstig. Voor sommige mensen wordt het dan het vaag en te vrijblijvend en als dat het geval is, dan moet er weer iemand een vraag stellen, bijv. Hé, u bent protestants, hè? Kunt u mij in een paar zinnen vertellen, wat dat inhoudt?
Als je diezelfde vraag aan een moslim, een Jood, een mormoon, een boeddhist stelt zijn de antwoorden vaak overzichtelijker. Kijk, hier heb ik het op een briefje: de vijf zuilen van de Islam, en hier alle geboden van de Thora, op den duur wel  613. Zo heeft iedere godsdienst haar eigen verzameling van opvattingen en gedragsregels.
Nu komt Jezus vanochtend langs en hij is op weg naar Jeruzalem. En dat is niet zomaar een detail, maar dat is, denk ik, een beslissend moment: hij is uiteraard allereerst een Joodse man, een rabbijn die alles afweet van de Joodse religie, maar de manier waarop hij daarin denkt en optreedt is zo, dat hij erboven uitstijgt – hij probeert de Jood los te maken van zijn regels, de moslim los te maken van zijn regels, de christen los te maken van zijn regels. Hoe doet hij dat? Wel, door één regel naar voren te brengen en dat is eigenlijk geen regel.
Heer, we zien door de bomen het bos niet meer! – ik heb net een stukje in Leviticus gelezen en toen ik me als jongen van 13 had voorgenomen om de bijbel eens helemaal te gaan lezen van voor naar achteren, toen strandde ik al in Leviticus. De regels werden mij te machtig en het werd ondoenlijk en ongrijpbaar, onwerkelijk en onwerkbaar. Kortom, ‘too much’. Zo vraagt ook de Schriftgeleerde van vanmorgen om een handvat, een principe. Kun je het vele terugbrengen tot het ene, iets handzaams en werkbaars?
Dat is eigenlijk best een goeie vraag: Heer, wat is het grootste gebod temidden van die vele, die ik ken en waar we uitvoerige discussies over hebben. Maar misschien zullen wij die vraag nog nèt iets anders stellen, bijv. “waar gaat het nu eigenlijk in wezen om bij al ons doen en laten, bij het vervullen van godsdienstige plichten en het navolgen van regels?”  Wat is de drijvende kracht achter wat je doet? Waarom ga je naar de kerk? Waarom breng je een bezoekje bij iemand? Waarom zing je in de Cantorij? Waarom word je ouderling? Waarom bid je voor het slapen gaan? Waarom ben je lid van een kerk? Misschien zegt u: nou, daar heb ik eigenlijk nog nooit zo bij stilgestaan; ik doe dat gewoon vanuit mezelf. Dan denk ik dat Jezus tegen u zou zeggen: u hebt prima geantwoord. U bent niet ver van het Koninkrijk Gods.
Als iemand zegt: ik doe al die dingen, omdat het moet, omdat het voorgeschreven wordt, dat is een plicht van mijn godsdienst en daar zal ik ook voor beloond worden. De mensen zullen mij een toffe peer vinden en God uiteindelijk ook en hij zal mij een mooi plaatsje in de hemel geven. En daar doe ik het stiekem ook eigenlijk voor. Voor wat hoort wat, zo is dan de gedachte. Ik was eens bij iemand op bezoek, die heel veel kerkewerk, zoals dat dan heet, had gedaan en nu zat ze eenzaam in haar kamertje wat te kniezen, want er kwam bijna nooit iemand. En ze zei: ik heb me jarenlang uigesloofd voor de kerk en mensen bezocht, stipt en trouw, precies op tijd en met een bloemetje erbij, maar nu krijg ik stank voor dank: er komt nooit iemand bij mij. Toen zei ik: als u dat van tevoren had geweten, had u het dan niet gedaan? Was u dan niet bij die zieke langs gegaan, had u dan niet die beker water aangereikt, had u dan geen bloemetje gebracht? Als u geweten had, dat het niets had opgeleverd, had u het dan niet gedaan? Als u geweten had, dat u toch wel in de hemel was gekomen, als u niet naar de kerk was gegaan, had u dan nooit de kerkdienst bezocht en nooit een lied gezongen? Het gaat niet aan te weten, wat zij antwoordde, want diezelfde vraag ligt levensgroot op uw eigen bord!
Ik heb het woord nog niet gebruikt en dat komt omdat het zo bezwadderd en verpluist is, te roze, te zoet en te licht, maar ik noem nu dan toch dat zwaar beladen woord: de liefde!
Jezus brengt alle geboden samen in dat ene gebod van de liefde, dat geen gebod is. En Hij heft daarmee het wettische jodendom op, het wettische christendom en de wettische Islam evenzeer: Hij heft al die godsdiensten op en eigenlijk alle, want Hij verheft ze alle tot het eigenlijke. Hij heft ze op tot een hoger niveau, dat van de liefde.
De liefde is alles en dat is geen gebod, maar een geschenk. Waarom is de liefde tot God het eerste? Omdat Hij de Eerste is, die ons liefheeft. Daar begint alles mee, als we hier van een begin kunnen spreken. En van daaruit ontspruit de liefde tot de naaste. Dat is het weede gebod, daaraan gelijk. Het is natuurlijk een enorme blunder om dat te vertalen met “het op één na grootste gebod”, want dan breng je een rangorde aan, die er juist niet is. Die twee geboden kun je niet van elkaar losmaken: je kunt niet God liefhebben en je broeder haten, zoals Johannes het kernachtig samenvat.
Ik ga vandaag geen lange preek houden over de liefde, want liefde is geen spreek-woord, maar een werk-woord. Liefde moet je doen. Of nog liever: het gaat erom, dat we vanuit de liefde handelen en wandelen. Maar nooit als een Wet, want dan wordt het weer een “moetje” en dat is in verband met de liefde ook weer iets wat er niet bij past. Nee, we staan juist in de vrijheid van de kinderen Gods, geleid door de Geest. Uiteindelijk kunnen we dan met Augustinus wel zeggen: “Heb lief en doe wat je wilt!” Of breng in praktijk wat je hart je ingeeft te doen, zoals Sint Maarten, wiens naamdag wij vandaag gedenken, deed, toen hij een arme drommel tegenkwam: hij sneed zijn soldatenmantel in tweeën en gaf de helft aan die arme stakker. “Alleen wie slaaf is van de liefde is waarlijk vrij!”
Als de liefde het stuur van je handelen is kom je nooit verkeerd uit. Je kunt een regel overtreden, maar tegelijkertijd het gebod vervullen! Want de regels en het gebod zijn er voor het leven. Wij zijn er niet voor de regels. Liefde tot God, liefde tot de naaste…ingewikkeld allemaal misschien en hoe moet dat nou? Wel, je hoeft het niet allemaal te kunnen uitleggen, als je er maar uit leeft. En als je het niet kunt zeggen,- geen probleem -  zing het dan maar en dat is vaak nog veel beter ook: “het is mijn lust en mijn leven de Heer te bezingen!” Zo is dat! Amen!!

J

K

L

M