Logo dsCH 

Liefde 'moet' je doen (1 Joh. 3)

Preek gehouden op de 4e zondag van Pasen in de Oude Kerk – diaconale zondag – n.a.v. (Hooglied 2: 8-17 en) 1 Johannes 3: 14-24, uitgesproken door mijzelf en een diaken (Nico Middelkoop)

Liefde ‘moet’ je doen

Het begon vanmorgen met een liefdes-duet. Voorgedragen door Nico en Nelleke. Het gaat over twee jonge mensen, die verliefd zijn op elkaar en bij elkaar willen zijn. Het is een hunkeren en smachten naar elkaar van jewelste – en dat komt pas tot rust als men in elkaars armen ligt.
Het gebeurt allemaal in de lente-tuin, warin wij met onze nieuwtestamentische oren een verwijzing in horen naar de graftuin, waar Jezus, de Opgestane, en Maria elkaar ontmoeten. Waar hetzelfde verlangen en dezelfde liefde voor elkaar doorklinkt.
En zo zijn beide plaatjes, de ene uit het Hooglied en de andere uit het Evangelie, plaatjes van Gods liefde voor ons geworden. Maar ook herkennen wij onszelf er in als mensen, die aangespoord worden om lief te hebben, want alleen zo beantwoorden wij aan onze bestemming en weerspiegelen wij God in ons leven.
Als er iemand goed over nagedacht heeft wat geloven in Jezus de Christus betekent dan is het Johannes wel. Johannes, de apostel, de briefschrijver, de man, die het altijd over de liefde heeft en over de waarheid. Leven is in zijn ogen liefhebben, haten is de dood, de dood in de pot. En als hij over de waarheid spreekt dan bedoelt hij niet een of ander leersysteem of een overzicht van feiten, die je moet weten, maar dan heeft hij het over het doen van de waarheid en dat is het doen van de liefde. Daartegenover staat de leugen en dat is niet zozeer onwaarheid spreken, maar de leugen verwoest het leven van de ander. De leugen is de dood in de pot!
Liefde is allereerst een geschenk, zoals ons leven een geschenk is. Liefde is een wenzenskenmerk van de mens – een mens is pas voluit mens, als hij liefheeft. Zo zijn wij geschapen en bedoeld door God. In de praktijk van alledag komt er niet zoveel van terecht, zult u misschien zeggen. Dat klopt. De mens loopt voortdurend weg van zijn roeping en doet zo zichzelf geweld aan. Daarom blijven wij het haten, moorden, de onverschilligheid, de afkeer van anderen – dat en nog veel meer negatiefs - dat blijven wij on-menselijk noemen. Mensen – en wijzelf incluis – doen wel zo, maar het hoort niet bij hen; het ontsiert hen, want de liefde is hun wezen!
Het hele verhaal van Jezus de Christus, dat ons verteld wordt in het Nieuwe Testament, is bedoeld om ons dat te binnen te brengen: dat God ons liefheeft en dat wij bestemd zijn om lief te hebben. Zoals die twee tortelduifjes naar elkaar verlangen, zo verlangt mijn ziel naar U, o God.
Johannes zegt: wij zijn overgegaan van de dood naar het leven; van de duisternis naar het licht; van de Wet naar het Evangelie. Het is een ommekeer, die in de komst van Jezus de Christus werkelijkheid is geworden, maar die ook in ons eigen leven heeft plaatsgevonden, bij de Doop als markeringspunt van die overgang. We moeten daarbij niet zozeer denken aan de kinderdoop en onze dooppraktijk, maar eerder aan die vroege tijd van het eerste christendom, wanneer mensen echt een overstap maken van hun oude, vertrouwde godsdienst en leefgewoonten naar dat nieuwe bestaan, dat met en in Christus begonnen was.
En zodra die overgang heeft plaatsgevonden is het gebod van de liefde geen gebod meer, maar een ‘willen en niet anders kunnen’ – het is Evangelie geworden.
En al lijkt wat ik nu in navolging van Johannes zeg allemaal wat theoretisch en theologisch, uiteindelijk gaat het heel praktisch toe in die brieven van Johannes. Ik zal er even één zinnetje uitlichten en dan horen wij dit: “Hoe kan Gods liefde in iemand blijven, die meer dan genoeg heeft om van te bestaan, maar zijn hart sluit voor een broeder of zuster, die hij gebrek ziet lijden?” Dat is toch Godsonmogelijk?!
Hoe kun je mensen op de Middellandse Zee zien verdrinken of zien ploeteren om een beter bestaan te bereiken en dan zeggen: ga maar terug en zoek het zelf lekker uit?!
Hoe kun je mensen, die op straat zwerven en nergens heen kunnen, laten creperen en zeggen: zoek het lekker zelf uit...wat heb ik met jou te maken?
Hoe kun je iemand, die minder dan het bestaansminimum heeft, hooghartig voorbijlopen en denken: ‘wat een loser’, terwijl je het zelf zo goed hebt en niet weet waar je al je spullen moet laten?
Liefhebben is niet zozeer iets van de mond – de mond vol over liefde hebben – maar het is iets van de daad. Praktisch en daadwerkelijk, als je actief en betrokken bezig bent om anderen terzijde te staan. De diakenen gaan ons daarin voor, niet in plaats van ons, maar namens ons en wij samen met hen!
Zo probeert de diaconie iets zichtbaar te maken van wat het Evangelie bedoelt en wat m.n. Johannes in zijn brief aankaart.
Nu wil ik nog even opmerken, dat we moeten waken voor twee dingen. Het eerste is, dat we het teveel gaan opvatten als een ‘plicht’ en als ‘moeten’, want dan hebben we het Evangelie weer veranderd in een Wet. Nee, als we de ander in nood zien, dan staan we hem terzijde, omdat we dat willen en omdat we eigenlijk niet anders kunnen.
Ten tweede moeten we oppassen voor het aanbrengen van  een tweedeling: er is een groep zielige mensen en daar zijn wij, de welvarenden, die zich over hen heen buigen. En daarbij denken en ervan uitgaan, dat de ander moet worden zoals ik ben. Maar bedenk dan even dit, dat die ander, die minder heeft dan ik,  ook mij een spiegel voorhoudt en die vraagt aan mij: waarom heb jij zoveel en wat doe je er eigenlijk mee en hoe kom je er aan? En moet dat altijd zo blijven en is jouw orde de enige orde en zie je niet, dat ik slachtoffer ben geworden van jouw orde en jouw systeem, die jij zo vanzelfsprekend vindt? Kan het ook allemaal anders en moet het vooral ook niet anders? Zo bevraagt de ander mij in zijn anders-zijn en ik begin mijzelf anders te zien. En dat is altijd weer een goed begin!
Nu zal diaken Nico mijn preek afronden door een voorbeeld van diaconale praxis te geven en te laten horen hoe de diaconie mensen met te grote schulden terzijde kan staan:

N.N. zit zwaar in de financiële problemen.
Oorzaken:
Gescheiden en zit in een vechtscheiding. Ex woont niet meer in Meppel. Heeft 1 dochter die hij niet meer ziet. Heeft daarvoor schulden bij een advocaat.
Heeft teveel zorgtoeslag gehad en teveel kinderopvang.
Moet dit terug betalen aan de belasting. Heeft schulden bij een internetverkoopbedrijf en betaalt  daarvoor hoge rentes.
Kan niet goed met geld omgaan en koopt dingen die niet direct noodzakelijk zijn, b.v. dure kerstboom.
Woont in een te groot/duur huis voor hem alleen maar wil niet kleiner wonen.
Koopt wel een staatslot en denkt dat hij een keer geluk heeft.
Heeft schulden bij zijn buurman.
Heeft wel werk en heeft daarom geen recht op toeslagen. De schulden zijn zo hoog dat er weinig tot niets overblijft voor de dagelijkse boodschappen.
Hij heeft nu een schuldhulpmaatje maar kan slecht luisteren.
Oorzaken over het algemeen zijn:
Scheidingen; teveel aan toeslagen ontvangen en moeten dat met boete terug betalen aan de belasting. De belasting legt dan beslag op het inkomen.
Komen door de schulden psychisch in de problemen en belanden in de ziektewet en of bijstand.
Krijgen te maken met huurachterstand en dreigen uit huis gezet te worden.
Verder zijn er zeer verschillende oorzaken. B.v.
-Vluchtelingen, hebben direct geen uitkering maar moeten eerst door de molen.
-Gaan onder bewindvoering(GKB) en hebben tijdelijk geen geld. Deze krijgen vaak een gift om de eerste weken de dagelijkse boodschappen te doen.
-Daklozen, moeten eerst een vaste woonplaats hebben voordat ze in aanmerking komen voor een uitkering.
Hoe gaat het dan van de diaconie verder? Er gaan twee van de diaconie naar deze mensen toe: zij gaan bij hen kijken en met hen praten. Aan de hand van dit gesprek beoordelen zij hoe en wat de diaconie voor deze mensen kan betekenen. Er wordt dus niet zomaar klakkeloos geld weggegeven: de situatie wordt door de diaconie zo goed mogelijk beoordeeld en dan kan daadwerkelijke ondersteuning volgen.

J

K

L

M