Logo dsCH 

Mattheus 2

PREEK GEHOUDEN OP ZONDAG EPIFANIE 8 JANUARI 2012 N.A.V. MATTH. 2: 1-11, TEVENS VIERING VAN DE MAALTIJD VAN DE HEER. THEMA: WAARHEEN?

Zoals eigenlijk altijd moeten we ook vandaag proberen het bijbelverhaal in verband te brengen met ons eigen leven, met onze eigen tijd. Dat is ook de belangrijkste reden, waarom Ds. Oussoren zijn vertaling in de tegenwoordige tijd stelt. “Er komen in Jeruzalem uit het oosten magiers aan”.
De magiers, de astrologen zijn a.h.w. proto-gelovigen, zij gaan de weg van het geloof en wijzen ons de weg van het geloof. En zo zijn zij onze tijd- en reisgenoten, ja wij zijn het zelf!
Als wij het zelf niet zijn, dan blijft het een vaag en een ver verhaal, hooguit interessant, maar het zal ons niet raken en al zeker niet op weg helpen.
Waar ik mezelf en mijn tijdgenoten in herken, dat is de behoefte aan weten, de nieuwsgierigheid, het zoeken naar het bijzondere. Er moet iets zijn. Er is meer tussen hemel en aarde. Ja, ik ben niet zo’n kerkganger, maar er is wel Iets, er moet wel iets zijn! Dat hoor ik vaak. Mensen raken verwonderd over wat er in hun leven gebeurt en schampen langs het geheim van hun leven, als zij geraakt worden door een mooi muziekstuk, een wandeling langs het strand maken, een kind in de armen sluiten, een mooie vrouw zien, de sterrenhemel afturen…maakt eigenlijk niet uit wat en waardoor: de vraag komt op: wat betekent dit? Wat zegt het mij en op het puntje van de tong begint zich het woord God te vormen.
Dat is iets van een begin, bij ieder mens anders en velen beseffen niet dat er ooit een begin geweest is. Maar ieder van ons, wij zijn allemaal ooit voor het eerst in aanraking gekomen met die bijzondere momenten en ja, vaak lagen de antwoorden al klaar voordat de vragen gesteld werden…maar op een gegeven moment (ja, gegeven!) breekt het licht door, zoals een ster in de nacht, en zien we helder voor ogen: er is Iets, er moet Iets zijn, noem het God en hij laat me niet koud…hij laat me niet onverschillig en pas in de ontmoeting met Hem zal mijn leven tot zijn doel en bestemming komen.
En zo wordt ons leven een tocht, een zoektocht, een pelgrimage, een queeste, een reis met een bestemming.
Vader Abraham is voorop gegaan. Hij is er mee begonnen en hij is eigenlijk de eerste prototype van een gelovige: de vader van alle gelovigen en de magiers uit Mattheus 2 gaan eigenlijk in zijn voetspoor…en wij ook.
De zoektocht moet wel ergens uitkomen. Je moet op een gegeven moment kunnen zeggen: Ah, hier is het! Ik heb het gevonden.
Er zijn veel mensen, die vinden het zoeken op zich al een avontuur. Ze steken overal hun licht op en laten zich overal heensturen. De religieuze en spirituele markt staat stampvol met kraampjes en het is er altijd druk. En dwars door alles heen schalt het oude liedje van Mieke: waarheen leidt de weg…waarheen? Ja, da’s een goeie vraag, maar een zweem van antwoord heb ik in dat liedje nooit vernomen.
De magiers lopen ook tegen die vraag aan: waarheen leidt de weg? En hoe vinden ze die…wel, zij komen op het spoor van de ster van Bethlehem dankzij de Schrift. Ja, dat aloude, verfomfaaide boek met sterke verhalen en profetische vergezichten, dat verguisde en oubollige boek…ja, die oude woorden gaan nu een cruciale rol spelen in de zoektocht. De Schriftgeleerden, de mannen en vrouwen, die weten wat er staat en ook verstaan wat er geschreven is, vanuit de letter naar de zin en zo een richting wijzend…kijk, daar heb je wat aan!,.. die geven een richtingaanwijzing!
We mogen wel van geluk spreken, dat er nog plekken in ons land en in ons leven zijn, waar de Schriften gelezen, gehoord en uitgelegd worden. Die wijzen ons de weg. Immers, dankzij deze aanwijzing komen zij terecht bij het Kind van Bethlehem.
Veel mensen zeggen vaak: ik geloof wel, maar de kerk heb ik niet nodig. Of de Bijbel is mij te ingewikkeld, ik lees wel een dagboekje. Of: de kerkdienst is mij te vroeg of te saai of te belabberd. Ik geef toe: de kerk in den lande maakt een wat fletse indruk en erg spannend en grensverleggend is het ook allemaal niet zo. Maar toch denk ik dan vaak: het is in ieder geval nog een plaats waar de Schriften opengaan, waar onze zoektocht naar zin en samenhang wat meer diepgang en richting krijgt en waar we – als het goed is – iets van vreugde beleven!
Dat vind ik wel een sleutelwoord in dit gedeelte, als we te horen krijgen: als zij de ster zien verheugen zij zich met zeer grote vreugde! En zo komen zij terecht, terecht in het huis van de Heer, in het huis van het jongetje en zijn moeder. Ik zie het helemaal voor me…precies zoals ik het voor me zie, op dit moment, hier en nu!
Vreugde gaat veel dieper dan lol en plezier, heeft meer om het lijf dan vrolijkheid en uit je dak gaan. Je verheugen is een soort niet-te filmen-binnenpret en vreugde ligt als een diamant te fonkelen op de bodem van je hart. Je verheugen heeft ook te maken met je ‘heugen’…het heeft iets van herinnering in zich, je opnieuw te binnen brengen.  Geloof is ook iets wat je je telkens te binnen moet brengen – of laten brengen: door hier te komen bijv., door samen te zingen en samen te horen, door samen de Maaltijd van de Heer te vieren: tot zijn gedachtenis. Dat geeft vreugde in het hart, diepe vreugde.
En je dan niet laten afleiden…er was eens een man en hij speelde een mooie, maar ook wat moeilijke fuga van Bach, gewoon op zijn oude piano thuis. Hij speelde het niet foutloos, en op het concertpodium zou het misplaatst geweest zijn, maar in de stilte van zijn kamer hoorde hij duidelijk en wonderschoon wat Bach bedoeld had, opgeschreven had – en al was zijn vertolking onvolmaakt, hij wist zeker dat hij recht deed aan de muziek, hij wist hoe het klonk en klinken moest. En voor hem was dat genoeg, meer dan genoeg, het gaf hem voldoening, ja diepe vreugde. Laten we ook zo het Avondmaal vieren, op onze manier, met de mogelijkheid dat er wel eens iets mis of anders kan gaan…maar dat is allemaal bijzaak, als we de vreugde maar in ons hart hebben en houden, vanwege zoveel goddelijk geduld en omzien naar ons.
Nee, we vieren de Maaltijd niet, omdat we het allemaal zo zeker weten en zo diep gelovig zijn, niet omdat het moet of hoort, maar omdat ik vandaag een glimp van de ster heb opgevangen en omdat ik het kind, het jongetje heb horen kraaien in de wieg en omdat ik hoorde fluisteren in mijn oor: zo is God! Diepe en stille vreugde in mijn hart!
“Langs een andere weg gaan ze terug”. “Via een andere route” heeft de NBV..hmmm, klinkt mij te veel Tom-Tom-achtig, hoewel dat “via” natuurlijk wel aardig  gevonden is, maar ‘route’ vind ik jammerlijk.
Langs een andere weg…laat ik het zo zeggen: we gaan anders terug dan we gekomen zijn. Zullen we het daar op houden?
Ja, zo’n kerkdienst, zo’n viering, hoe gewoon en vertrouwd ook…het doet je toch altijd wat…het doet ons goed…Heer, het is goed hier te zijn, Beth-lechem, huis van het Brood, Beth-El, huis Gods…ik wist het eigenlijk wel, stotterde Jacob daar, en toch ook weer niet…we waren hier om het jongetje van Bethlehem te ontmoeten en dat Hij ook de gastheer is…ja, dat verwondert ons, als het goed is en het doet ons goed en het, of liever Hij brengt me tot mezelf: Heer, ik ben eigenlijk niet waardig dat ik onder uw dak inkom en U bij mij, maar toch…ik waag het er op, want Gij zegt: neemt en eet, neemt d.i. neemt aan, ontvangt daar in uw lege, holle hand deze gave. Ja, neemt en drinkt, anders zou de weg voor u te zwaar en te lang zijn!

J

K

L

M