Logo dsCH 

Jona 4

Preek gehouden op de startzondag 14 september 2014 in de Grote- of Mariakerk n.a.v. Matth. 20: 1-16 en Jona 3(slot) en 4.

VIEREN EN VERBINDEN

De evangelielezing staat in het teken van de vraag die de leerlingen in hoofdstuk 19 aan Jezus stellen:

‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’

Zijn antwoord op die vraag is de gelijkenis van de werkers in de wijngaard.

tweede lezing Matteüs 20: 1-16

De gelijkenis van de werkers in de wijngaard heeft een hele geschiedenis doorlopen. Als je de literatuur erop naslaat, dan komen er steeds weer vragen naar voren over loon naar werken tegenover de genade van God die grenzeloos is.

Wat levert het me op om Jezus te volgen, is de vraag die Petrus stelt in Mat. 19: 27. Jezus beantwoordt die vraag met de gelijkenis van de werkers in de wijngaard. Zij worden ingehuurd op verschillende momenten van de dag en ontvangen aan het einde van de dag hun loon. Iedere werker

ontvangt hetzelfde loon. Opvallend is dat de laatsten voorop gaan. De eersten zien dus wat de werkers van het laatste uur ontvangen. De landheer kiest er bewust voor om het zo te doen. Het telt niet wanneer je gekomen bent, alleen dát je gekomen bent.

Matteüs heeft zijn hoorders willen meegeven dat er geen onderscheid is tussen de mensen die Jezus

nog persoonlijk hebben meegemaakt en de mensen van later. Ieder mens mag delen in Gods genade,

zijn goedheid, zijn liefde voor mensen. Voor wie dat niet mee kan of wil maken is er de

terechtwijzing.

Jezus zoekt verbinding tussen de mensen van het eerste uur en de mensen van het laatste uur. Hij zoekt verbinding tussen de mensen die ‘s morgens al in alle vroegte op de markt staan om hun arbeidskracht te verhuren en de mensen die aan het einde van de dag denken dat hun kansen voorbij

zijn. Je kunt je afvragen waarom ze niet eerder ingehuurd zijn door de landheer die wel vier keer op de markt was om werkers te ronselen. De les die Jezus zijn leerlingen, zijn hoorders wil meegeven is dat in het koninkrijk van God anders gekeken wordt naar mensen en hun participatie aan het dagelijks leven dan het ‘voor wat hoort wat’. Hier geldt: last but not least: hoewel laat, niet minder belangrijk.

Het blijkt lastig het denken van het Koninkrijk van God te laten gebeuren.

Iedereen mag delen in Gods genade. Wie zich daar niet over verheugen kan, krijgt dat meteen ook

terug. Dat geldt voor de arbeiders in deze gelijkenis, dat geldt voor de bruiloftsgast die zonder

feestkleed op het feest verschijnt, en het geldt voor Judas die Jezus verraadt. Zoals het ook geldt voor

de broer van de verloren zoon die zich niet kan verheugen over de terugkeer van zijn broer. In het Koninkrijk van de hemel is geen onderscheid tussen eersten en laatsten, tussen hogen en

lagen, armen en rijken. Deze tegenstelling wordt door Jezus in heel zijn handelen, zijn optreden, in zijn benadering van mensen weerlegd. Hij verbindt mensen met elkaar, hij brengt ze samen, is de

verbindende factor.

In de gemeente van Jezus Christus vieren we dat mensen elkaar ontmoeten in hun menszijn. Daar mogen de verschillen wegvallen tussen jong en oud, arm en rijk, ziek en gezond, laag en hoog,gekleurd en blank, behoudend en vooruitstrevend.

In de gemeente van Jezus Christus kunnen we ons verbinden aan elkaar door de ander te zien en te

respecteren in zijn/haar menszijn. Als dat gebeurt is het echt FEEST!

(Overgenomen van de liturgie- en preekschets op de website van de PKN voor zondag 21 september)

Het boekje Jona houdt ons een spiegel voor. Zo aan het begin van het seizoen is dat wel goed, denk ik. Het is een beetje een lachspiegel, bedoeld om onszelf eens op een andere manier te zien. Niet te zwaarwichtig, met een beetje zelfspot. Dus een beetje ontspannen, graag…want Jona is een boek vol gein en ironie.

Daarom heb ik er voor gekozen om mijn preek te laten bestaan uit 8 cartoons, 8 tekeningen die ik u in volgorde laat zien. Schetsjes uit de losse pols…open uw oor en verruim uw blik en uw geest!

Op de 1e tekening zie ik een strand, een ruwe zee en in de verte nog net een hoge zwarte rug, waaruit aan de voorzijde een fonteintje spuit. En op het strand staat een eenzame figuur, doorwaternat, in een gestreepte zwembroek en verder niks om het lijf. Kortom, een wat meelijwekkend figuur, een drenkeling, die zich afvraagt waar hij nu toch verzeild is.

Op de 2e tekening zie ik diezelfde figuur kordaat stappen, een boek onder z’n arm en strak in het pak. Dat heeft hij zeker onderweg ergens op de kop getikt. Het is niet meteen duidelijk wat hij gaat doen of waar hij naar toe gaat, maar het boek onder zijn arm doet denken aan een vertegenwoordiger met een catalogus of een evangelist met een Bijbel of een diplomaat met een koffertje (eigenlijk kun je niet zo goed zien wat hij onder z’n arm draagt, vandaar deze meervoudige interpretatie).

Op de 3e tekening naderen we een kruispunt en er staat een verkeersbord. Verschillende plaatsen met afstand in km’s staan er op: Jeruzalem 60 km., Londen 3050 km, Nineve 613 km. Je kunt zien, dat de man in het pak aarzelt. Zal hij richting Jeruzalem gaan of Nineve? Het wordt Nineve, zo blijkt uit het volgende plaatje.

Plaatje 4 probeert in het hoofd van de profeet te kijken. Je ziet hem a.h.w. denken en overleggen bij zichzelf: ik ga naar Nineve, maar wat ga ik daar precies doen? Het is een nogal ruige stad, de mensen nemen het niet zo nauw met de moraal – ze bedriegen en bedreigen elkaar, ze stelen en moorden alsof het niks is, ze liegen en vernielen, plassen door de brievenbus en trekken zich van niemand iets aan, van God los, zeg maar.

Maar, hoe ga ik daar mijn boodschap vertellen en welke boodschap precies? Kijk, dat is een lastige vraag.

Laten we meekijken in het hoofd van Jona en proberen met hem in gesprek te gaan over deze kwestie.

We zouden kunnen opperen: he, Jona, nu komt het wel aan op communicatievaardigheden. Misschien moet je eerst nog even een opfriscursus retorica volgen en enig missionair elan mag ook niet ontbreken, natuurlijk.

Of we zeggen tegen hem: laten we meteen tot de kern van het hele evangelie doordringen en zeggen: God is liefde! Punt uit… En liefde is… Nou, daar kunnen we dan ook wel een paar dingen over zeggen. Liefde is vergeving en opnieuw beginnen. Liefde is jezelf inzetten voor de ander. Liefde is het hart van alles, als je de liefde mist dan is je prediking ook een klinkende snerp en een holle trom… All you need is love…that’s it, Jona!

Even tussen door...ik sprak pas een collega van een ander kerkgenootschap hier in Meppel en het ging over op bezoek gaan bij mensen enzo...en of je dat zo maar ongevraagd kan doen en wat kom je dan eigenlijk doen. Ga je de problemen van de mensen oplossen, ga je ze adviezen geven e.d. Nee, zei hij, als ik in zo’n probleemgezin kom, dan ga ik eigenlijk eerst zeggen: ik kom van jullie houden. Daar hebben we toen natuurlijk verder over doorgepraat, wat dat dan precies inhoudt en hoe je dat laat merken enz., maar de kern van de zaak is treffend samengevat: pastoraat is een vorm van liefhebben. Want je kunt alles nog zo goed geregeld hebben en ijverig alles doen, maar als de liefde ontbreekt is het inderdaad een ijdel gebeuren, leeg.

Ik kom van jullie houden. Toen ik een paar jaar geleden voor mijn vakantie nog bij een paar mensen langs ging zei een van hen: zo, nu kunt u mij ook van uw lijstje schrappen. Ik schrok daar wel van en het deed me beseffen: Pastoraat is inderdaad iets anders dan lijstjes afwerken: het is eerder er belangeloos zijn voor de ander, je aanwezigheid een afstraling van God laten zijn: Ik ben bij je, ik heb tijd voor je, alle tijd. Ik kom van je houden!

Is dat ook niet iets voor Nineve, Jona? Maar in het hoofd van Jona is het nog een grote warboel en ik zie er veel bliksems, sterretjes en doodskoppen. Hij heeft een heel ander plan in gedachten.

En dat zien we dan op het volgende 5e plaatje: We zien een stad met de contouren van een metropool: wolkenkrabbers en brede straten, veel mensen op de been en temidden daarvan een profetische stip: Jona op een zeepkist. Wat valt er te zeggen in die omgeving, waar mensen druk in de weer zijn met hun werk, geld en gezin?

Te spreken over de liefde van God, dat lijkt Jona parels voor de zwijnen gooien. Veel te soft ook. Daar breng je mensen niet mee tot bezinning. Nee, het moet een beetje harder en directer en al denkend komt hij op de volzin, die uit zijn

mond rolt, telkens weer als een mantra: Nog 40 dagen en Nineve zal worden omgekeerd! Het is Armageddon-tijd. De wereld loopt ten einde!

Op het volgende 6e plaatje zien we alle mensen in zak en as, helemaal verbouwereerd en ontzet. De donderpreek had effect gehad, boven alle verwachting. De mensen waren tot inkeer gekomen, hadden zich bekeerd en zo was Ninive inderdaad omgekeerd: de stad stond op z’n kop en alles werd anders, nieuw: God in de hemel verheugde zich over deze ommekeer, zoals iedere engel zich verheugt over de ommekeer van één enkele zondaar!

Alleen Jona is niet blij. En dat zien we op het volgende, 7e plaatje. Hij gaat buiten de stad zitten wachten op een aardbeving of een meteoorinslag: het zou hun verdiende loon zijn en de bevestiging van zijn donderpreek. Maar er gebeurt niets…nou ja, het eigenlijke was al gebeurd, natuurlijk, maar daar had Jona geen oog voor.

Het laatste 8e plaatje is een beetje opengehouden. Dat moet nog wat verder ingevuld worden, door onszelf. We zien wel Jona tegen een boom zitten – of, ben ik het, Heer? - en hij/ik zit te lezen in een boek en als je goed kijkt zie je de titel staan: Woorden van Geloof, hoop en liefde. En hij leest op blz. 21: Je kunt geven zonder lief te hebben, maar je kunt niet liefhebben zonder te geven. En hij ziet als in een soort droom een glas limonade voor zich staan, met twee rietjes er in en hij wil ze allebei naar zijn mond brengen…maar dan hoort hij een stem en die zegt: Nee, dit is de beker van de liefde van God. Die is niet voor jou alleen, maar deze liefde werkt alleen als je haar deelt. En toen zag hij, als in een visioen, dat de inwoners van Nineve en hijzelf uit dezelfde beker dronken en dat zij allen leefden van de liefde van God. Liefde is samen delen…samen geschreven staan in zijn handpalm, samen geborgen in zijn liefde, samen geroepen Hem te dienen, samen te leven voor zijn aangezicht, samen te werken in zijn wijngaard, samen

het loon ontvangen: niemand meer, niemand minder…en daar blij mee zijn. Mokken hoort niet thuis in de kerk, maar blij zijn. Laat zo alles met liefde en met blijdschap gedaan worden het komend seizoen. Dat wensen we elkaar toe!

J

K

L

M