Logo dsCH 

Jona 1

PREEK GEHOUDEN DOOR DS. CEES HUISMAN IN DE OUDE KERK OP ZONDAG 18 SEPTEMBER 2011 N.A.V. JONA 1, TEVENS AFSCHEID EN BEVESTIGING VAN AMBTSDRAGERS


Boven mijn preek van vanmorgen heb ik gezet: “In de dansing Chocola”. Is dat soms de naam van het schip, waarop Jona wegvluchtte, richting Westen om uiteindelijk geheel buiten westen te raken? Nee, niet dat ik weet tenminste, maar “De dansing Chocola” is de naam van een gezellig eetcafé aan de Kloosterstraat in Antwerpen. Het is net om de hoek van iemand die daar woont en die wij heel goed kennen. En gisteren waren wij daar en ik moest mijn preek nog maken. Het was een beetje een drukke week geweest met veel vergaderingen en zo – en de dames hadden heel andere dingen te doen – dus ik denk: weet je wat: ik neem mijn laptop mee en ik ga mijn preek maken in de Dansing Chocola. Een cappuccino erbij – iets anders kan altijd later nog – en ik zoek een rustig hoekje op en probeer mijn gedachten over Jona 1 te ordenen.

Eerst is het er vrij rustig, maar gaandeweg wordt het steeds drukker en omdat ik een tafeltje voor mij alleen heb vraagt iemand of hij bij mij mag aanschuiven. Geen probleem, zeg ik. De sfeer is ontspannen en vriendschappelijk en de jongeman aan mijn tafeltje vraagt wat ik aan het doen ben. En soort onbedwingbare nieuwsgierigheid, die ook ook zelf heb wanneer ik in de trein iemand een boek zie lezen. Dan wil ik altijd weten wat voor soort boek dat is, maar ik durf het bijna nooit te vragen, dus wacht ik op het moment dat de lezer of lezeres het boek wat omhoog houdt of even naar toilet moet.
Ik zeg tegen de jongeman, dat ik een preek aan het schrijven ben. Hij kijkt me een beetje verdwaasd aan: een preek? Wat is dat dan? „Gaat gij hier een preek afsteken?‟ Nee, nee, zeg ik, dat is niet de bedoeling, wees niet ongerust...het is voor morgen bedoeld. Ik kom uit Meppel, ben daar predikant van de protestantse gemeente en iedere zondagmorgen komen de mensen bijeen om een gedeelte uit de Bijbel te lezen en ik ga daar dan een paar dingen over zeggen. Dat het oude verhaal wat dichterbij komt. Ik ga het niet actueel maken, maar probeer te laten zien, dat het actueel is! Aha, zei hij, zoiets als mijnheer pastoor hier ook doet, ja...en waar gaat het dan over?
Ik zeg: nou, het gaat over een vreemde apostel, een ongeluksprofeet: Jona...heb je wel eens van hem gehoord? Ja, dat had hij wel en hij kende ook het woord Jonassen...als kind vond hij dat altijd een leuk spelletje, waar hij kriebels van in zijn buik kreeg. Maar hoe het verhaal precies ging, dat wist hij eigenlijk niet.
Ik vertelde hem dat Jona de opdracht van God kreeg om naar Nineve te gaan, een grote vijandige stad en dat hij hen een woord of het woord van God moest brengen. O, een soort missionaris dus eigenlijk...ja, inderdaad. Jona als iemand met een missie, maar hij had er geen zin in.
Ja, dat snap ik best, zei de jongeman, terwijl hij een flinke slok bier nam, hij zou daar meteen worden ingerekend als een infiltrant of iemand die staatsgevaarlijk was: spionnen en onheilsprofeten moet je altijd voorzichtig mee zijn. Die verdwijnen gemakkelijk achter de tralies, dus daar had hij geen trek in, natuurlijk.
Om hem een beetje uit de tent te lokken zei ik: heb je dat dan ook wel eens, dat je wegloopt voor wat je denkt, dat je eigenlijk zou moeten doen? Ja, o zo vaak, zei hij, telkens wanneer je zegt: ik zou eigenlijk dit of dat moeten doen. Ik zou eigenlijk die man moeten helpen of die vrouw moeten bezoeken. Ik zou eigenlijk mijn vriendin wat meer moeten waarderen, ik zou eigenlijk .. maar dan komt het er niet van. Je loopt eigenlijk weg, net als Jona.
“Mij niet gezien”, zegt Jona en zo handelt hij ook. Ja, precies, wegduiken, als het spannend wordt of persoonlijk. Je niet laten zien, weglopen van je verantwoordelijkheden, dat is precies wat Jona doet. En ik vertelde hem dat God het er niet bij liet zitten. Dat hij Jona achterop kwam met een storm op zee en dat de boot waar Jona in zat bijna begon te zinken. En dat toen iedereen tot zijn god begon te roepen, alleen Jona niet, want die lag onderin het schip te pitten. Er kwam ondertussen nog iemand bij zitten en die hoorde waar wij het over hadden en zij zei: die verhalen uit de Bijbel vind ik wel mooi, maar ik kan niet geloven, dat ze echt gebeurd zijn. Geloof jij dat Jona in een vis kan gezeten hebben? Geloof jij dat nou echt? Kan nooit, onmogelijk!
De jongeman zei: nee, dat geloof ik ook niet, maar daar gaat het volgens mij ook niet om. Het is meer een vertelling, een symbolisch verhaal, een verhaal met een les of lering. Ik voelde wel aan, dat ik ook stelling moest nemen en ik gaf als mijn mening, dat het inderdaad niet ging om historische gebeurtenissen, maar dat het een verhaal over een profeet was. Dat er een spiegel werd voorgehouden...wordt voorgehouden. Niet “er was eens een zekere Jona” ...maar “ik ben Jona; Jona, dat ben ik!”
Loop ik weg voor mijn roeping, mijn verantwoordelijkheid, probeer ik weg te duiken, als mij iets gevraagd wordt...en hoe kom ik er achter, dat het een doodlopende weg is, die ik ingeslagen ben? Zijn er omstandigheden, die mij tot bezinning roepen, bijv. een stormachtige periode in je leven, of als je geweten gaat spreken, of als je geen houvast meer hebt. Als je ziet, dat alles wat je gedaan en bedacht hebt, uiteindelijk in het water valt. Zó, in de lijn wilde ik denken...
We namen er nog eentje. En ik vertelde nog even, dat we morgen ook nieuwe ambtsdragers kregen in de kerk: ouderlingen en diakenen en ik vertelde kort wat die deden in de kerkgemeenschap en dat dat eigenlijk ook een soort roeping was. En dat ze er niet voor wegliepen, ook al zagen ze er misschien tegen op of voelden zij zich onmachtig en onbekwaam. Met Gods hulp zouden ze het aandurven en kunnen.
Ja, dat vonden ze mooi...zo kan de kerk toch nog iets betekenen in de wereld, bij alle kritiek die je er op kunt hebben.
Ik zeg: misschien heeft de kerk wel betekenis, zijns of haars ondanks. Zoals je ook bij Jona ziet: hij is eigenlijk een minkukel en een mislukte profeet, een wegloper en een schertsfiguur, maar toch brengt hij meer teweeg dan hij zelf vermoedt. De mensen op het schip komen tot inkeer en uiteindelijk ook de mensen in Nineve. En dat allemaal door zijn miezerige en zelfs chagrijnige optreden. Missionair à la Jona!
Ja, daar hadden ze nooit zo aan gedacht en ik probeerde het ook nog in verband te brengen met Jezus, wiens leven en werk ook stukliep op Golgotha, maar dat dat zo‟n geweldige wereldomspannende impact had. Het begon al wat later te worden en het werd tijd voor iets sterkers. Mijn tafelgenoten moesten er echter vandoor en ik dacht: dat is maar goed ook, want anders komt er in het geheel geen preek op papier.
Ze stapten op en wensten mij succes met het maken van mijn preek. Bedankt, zei ik, komt wel goed. Amen.

J

K

L

M