Logo dsCH 

Veel ‘heil en zegen’

Preek gehouden op zondag Epifanie 3 januaro 2016 in de Oude Kerk n.a.v. Numeri 6: 22-27 en Lucas 2: 25-34a

 

Veel ‘heil en zegen’

 

Aan het begin van dit nieuwe jaar wens ook ik u allen een voorspoedig, gezond, tof en Top2016 toe!
Je kunt elkaar ook veel geluk toewensen. Dan zie je het jaar voor je als een soort ganzenbord: met een beetje geluk kom je er hopelijk zonder kleurscheuren doorheen. Dan zie je jezelf en de ander misschien teveel als een pion, die heen en weer geschoven kan worden zonder dat je er zelf enige invloed op hebt.
Vroeger hoorde je de mensen elkaar nog wel eens veel ‘heil en zegen’ toewensen. Dat vind ik ‘bijbelser’ dan ‘veel geluk’, hoewel in ‘heil en zegen’ alle geluk van de wereld besloten ligt. Alleen is het wel zo, dat het woord ‘heil’ door het misbruik ervan in de geschiedenis nogal besmet is geraakt, zeker sinds het met gestrekte arm gezegd werd – maar ‘van huis uit’ is het een prachtig woord, dat heelheid en heilzaamheid wil uitdrukken. Dat je leven gaaf en af mag zijn: ge-heel en al vol en voltooid. En het tweede deel van die wens – heil en zegen – wel, de zegen brengt je te binnen, dat je afhankelijk bent van de Allerhoogste. Dat je het niet in eigen hand hebt, dat je de heelheid van je leven niet helemaal zelf kunt bewerken, maar dat je aangewezen bent op de zegen van Hem, die jou in het leven geroepen heeft.
Veel heil en zegen wens ik u allen toe. En over die zegen zou ik aan de hand van de gelezen Schriftgedeelten nog een paar dingen willen zeggen.
Allereerst hoorden wij die aloude tekst uit het vierde boek van Mozes ‘Numeri’. De priesterlijke zegen, zoals Aäron en zijn zonen die zullen uitspreken over het volk van Israël. Mozes krijgt het van de HERE God te horen en hij geeft het door aan Aäron en deze weer aan zijn zonen en zo komt het op de hoofden en in de harten van het volk. De HERE God heeft zijn zegen via Mozes gedelegeerd aan de priesters. Zij zijn in het bijzonder belast met die opdracht.
Hoe vaak en wanneer en hoe precies, dat is allemaal niet opgetekend. In de loop van de geschiedenis heeft zich dat vanzelf ontwikkeld en in de joodse bronnen vinden we dan wel wat aanwijzingen. Bij het uitspreken dient de priester zijn armen te verhogen en zijn vingers te spreiden. Hij moet op een verhoging gaan staan en met het gezicht naar het volk gewend en hij moet de woorden precies zo uitspreken, zoals zij staan opgetekend. Eigenlijk precies zoals het ook in onze kerkdiensten gebeurt.
D.m.v. van de zegen laat de HERE God weten, dat Hij zijn volk zal zegenen en bewaren, dat Hij zijn licht en zijn genade over hen zal laten schijnen, ja zij zullen eens in het volle licht van zijn aangezicht zich mogen verheugen en vrede ervaren.
Terwijl de priester de woorden uitspreekt legt de HERE God zijn Naam op het volk. De priester is de middelaar, be-middelaar: hij legt niet zelf de zegen en de Naam op het volk. Dat is werk van Godzelf! De priester beschikt niet over de zegen, maar hij bemiddelt die. Er is (dus) geen sprake van magie of hocus pocus – er is niets te zien, er is geen sprake van een bovennatuurlijke energie o.i.d. – nee, het uitspreken van de zegen en het aanhoren van de woorden en het zien van de gebaren brengen ons te binnen: de HEER wil ons bewaren, Hij is het die ons zegent. Wij leven onder zijn hoede, wat er ook gebeurt en uiteindelijk zal vrede ons ten deel vallen: sjaloom, d.i. heelheid, wanneer conflicten en spanningen opgeheven zijn. Maar zelfs al gaan die in de wereld om ons heen door, in je hart kan de vrede beginnen te heersen en kun je te-vreden zijn met wie je bent, wat je doet en ondervindt. En zo kun je God de eer geven en be-amen wat Hij je toezegt!
Vooral bij drempelsituaties zijn wij ons bewust van de betekenis van de zegen van God, dat die ons draagt en begeleidt. Jonge of oudere mensen, die gaan trouwen vragen om een zegen. Kinderen, die de kindernevendienst verlaten en naar het vervolgonderwijs gaan krijgen een zegen mee. Iemand die op sterven ligt krijgt een zegen. Toen ik dat een keer voorstelde aan iemand, die wat was weggegroeid van de kerk, zei hij: “Echt, ik ook?” Nooit eerder kwam het genadekarakter van de zegen meer tot zijn recht dan toen. De zegen is niet iets waar je recht op hebt, maar het is een gave, een gift ons toegedacht door de Allerhoogste, die ons van belang vindt, waardevol en ons alle goeds gunt!
Aan het einde van een kerkdienst mag ik de zegen over u uitspreken en zegenen wij ook elkaar: wij wensen elkaar het beste toe. We denken en spreken wèl over de ander: we spreken geen kwaad over de ander en wensen hem ook niets kwaads toe, maar we spreken goed over hem of haar en wensen hem alle goeds toe. Dat is ook zegenen!
Jaren geleden besprak ik met een familie de uitvaartplechtigheid van een oude moeder, die bij de kerk hoorde, maar de rest van de familie was onkerkelijk geworden. Ik vroeg of zij een reguliere kerkdienst – met alles er op er aan – zagen zitten of toch liever iets afgeslankters hadden. En ik noemde een paar essentiële onderdelen van een dienst, o.a. ook de afsluiting met de zegen. “Ja, ook de zegen”, zei één van hen toen en hij had tranen in zijn ogen... Hoe indrukwekkend kan de zegen zijn...of is het een moment om alvast je jas dicht te knopen?
Laten we gezegend en zegenend het jaar ingaan. Zoals ook de oude Simeon niet anders doet dan zegenen: Hij zegent alles en iedereen: God en het kindje Jezus en Jozef en Maria. Hij weet van geen ophouden, want zo vol is hij van de goedheid van God. Dat gaf hem zoveel vrede in zijn hart, dat hij wel kon sterven.
Als je dat kunt dan is je leven voltooid en heb je alles gezien en gekregen wat je hart begeert. Op enig moment kan dat ook voor ons aan de orde zijn, maar niet nu, natuurlijk. Dat brengt mij even op dat gesprek van die rabbijn met een baldadige leerling, die geen zin had in leren en serieuze dingen. “Wanneer moet ik mij bekeren, mijnheer rabbijn, zodat ik toch in vrede kan sterven?” “Nou”, zei de rabbijn tegen de jongen, “een dag voor je dood is prima”. De jongen was helemaal opgelucht...totdat hij er iets dieper op doordacht. En rende terug naar de rabbijn, “maar wanneer is dat dan?” “Ja, dat weet niemand”, zei de rabbijn, “daarom zegt de psalmdichter: Heden! Zo je Zijn stem hoort, verhard je hart niet!”
Wij hebben nog een heel jaar, een heel leven voor ons. Of zit het toch eigenlijk anders? Was het niet Kierkegaard, die zei dat leven net zoiets is als roeien? Je roeit met je rug naar je bestemming en wat je afgelegd hebt zie je wijds voor je.
Laten we zo vol vertrouwen en als gezegende mensen het nieuwe jaar ingaan en elkaar tot zegen zijn!

J

K

L

M