Logo dsCH 

Kerstmorgen

Twee meditaties gehouden in de Grote of Mariakerk op de Eerste Kerstdag, zondag 25 december 2016, n.a.v. de proloog van het Johannesevangelie en de boodschap van de engel in Lukas 2, uitlopend op een toelichting bij twee liturgische bloemstukken.

 

Johannes 1 (proloog) in eigen samenvatting:


Als je bij het begin wil beginnen kom je niet om het woord ‘God’ heen.
Het denken en spreken daarover brengt je als vanzelf bij God, want Hij is het begin van al wat is. Alles is door Hem ontstaan, ja zonder Hem zou er niets zijn.
Alle leven komt bij Hem vandaan en het leven dat Hij geeft is als het licht voor de mensen. Zo is Hij ook zelf het licht, dat in het duister straalt en zo heeft het licht het duister overwonnen.

Vandaag blijf ik een beetje dicht bij de stal. En al zong een oude piëtistische dichter en voor-voorganger uit de 17e eeuw “Hier beneden is het niet”, ik krijg vandaag te horen, dat het hier beneden juist wèl is. Dat Godzelf bij ons is gekomen, naar deze wereld, waarop wij wonen, strijden en lijden...hier in ons midden is Hij gekomen, in dit stervend bestaan. En de stal is daar het symbool van, de kribbe als vindplaats van God.
Wij zoeken God vaak in de hoogte of in de verte, maar het Kerstfeest wil ons vertellen, dat God bij ons is komen wonen. Dat Hij ons zo nabij is gekomen, dat wij hem bijna over het hoofd zien.
We roepen maar al te vaak: waar is God? En we zien niet, dat Hij ons rakelings nabij is in een kind, dat huilt en lacht, in een moeder, die werkt en liefheeft, in een oude man, die geniet van een kopje koffie en rustig wacht tot het later wordt. Dat God zich sterk maakt door de zwakke roep van een zwerver of de aanzwellende schreeuw van een vluchteling. Dat God zich verschuilt in een jongetje...hij kan Tijn heten of ook een andere naam hebben...die zichzelf wegcijfert en zichzelf vergeet en in zijn argeloosheid meer dan twe miljoen euro inzamelt ter bestrijding van ziekten. Waar is God? Midden onder u staat Hij, die gij niet kent...ja, toch wel, want ik weet van zijn Naam, van zijn geboren worden in de nacht, in de verborgenheid en de verlatenheid van alles en iedereen. Dat is het verhaal van de evangelisten en als zij het niet verteld hadden en als de kerk het niet bewaard en doorverteld had en vertolkt had, telkens weer, dan hadden we het niet geweten, dan hadden wij geen hoop gehad, geen geloof en geen moed voor de wereld.
Maar het licht is verschenen in onze duisternis en als een nieuwe dag breekt het zich baan door de tijden heen...vaak weersproken, vaak weerstaan, vaak overweldigd en ten onder gehouden, maar de duisternis zal niet in staat zijn om het licht te doven. Eenmaal verschenen, eenmaal opgegaan zal het nooit meer ten onder gaan en uiteindelijk zal het de hele wereld en mensheid verlichten.
“Geloof begint bij jou” zo hoor ik soms wel eens als reclameboodschap op de radio in mijn verwarde oor klinken. Als ik de evangelisten goed begrepen heb is het eerder zo, dat “geloof bij God” begint, bij Hem vandaan komt. Hij is naar ons toegekomen en Hij heeft ons verrast met de geboorte van dit Kind. Dat moet ons echt aangezegd worden, verkondigd door een hemelse boodschapper. En of je dat verhaal van die engelen nu allemaal letterlijk opvat of niet, dat is niet de kwestie. Waar het om gaat is, dat ons op die manier verteld wordt, dat het van buiten tot ons komt en dat het ons raakt en dat het ons niet meer loslaat.
Daarom wil ik dicht bij de stal vertoeven, want dat is het beeld van mijn leven, in zijn ups en downs, in zijn rijkdom en misère, in zijn slagen en falen – en als ik dan naar binnen kijk dan zie ik het Kindje Jezus, ingewikkeld in doeken – als een mummie ligt Hij daar – God met ons, op dood en op leven!
Hij is onze hoop, ons leven!
Daarheen verwijst ook het eerste liturgische bloemstuk, waarover Gerda Otter nog iets zal vertellen.

Het Kerstfeest, het Christusfeest – ja, zo blijven wij het hardnekkig noemen, hier in de kerk en we laten de benamingen winterfeest en eindejaarsfeest aan anderen over – Kerstfeest, Christusfeest is het feest van het Licht. Natuurlijk spreekt ons dat juist in deze periode van het jaar aan, als de dagen donker en koud zijn, de avonden en nachten lang en grauw – en de kerk van vroeger heeft er goed aan gedaan om het Kerstfeest juist in die tijd van het jaar te gaan vieren. Maar men was er zich toen niet van bewust, dat bij onze tegenvoeters op het andere halfrond de situatie precies andersom is. Daar is het volop licht en schijnt de zon eindeloos lang de dag door. Maar ook dan kun je het Kerstfeest vieren, want  de zon is hoe dan ook het beeld van Gods vriendelijk aangezicht en van zijn mee-levende warmte.
Licht is aantrekkelijk en werkt aanstekelijk. Je hoort mensen vaak klagen, dat het zo donker in de wereld is. Dat de mensen zo langs elkaar heen leven, zo egoïstisch zijn en elkaar altijd maar kleineren en schofferen. Dat is duisternis, die in ieder mens omhoog kan komen, maar die kan alleen maar verdreven en overwonnen worden door het licht. Door zelf ook een licht te zijn, door het licht van Christus door jezelf te laten heenschijnen. Wanneer we iets van mededogen en warmte uitstralen, wanneer we ons inzetten voor de ander, al is het met nog zo’n klein of eenvoudig gebaar, dan kunnen we al een wereld van verschil maken.
Dat is niet het verhaal van onszelf opwerken tot wereldverbeteraars, maar dit is het verhaal van Christus, die onder ons gekomen is om ons te verlichten, ons wijs te maken, ja wijzer en dapperder, geduldiger en behoedzamer, optimistischer en vrolijker, die ons leert om te vergeven en te bidden voor hen, die ons kwaad doen of willen doen. Zo te leven is geen opgave, maar een geschenk, een geschenk uit de hemel, zoals Christus zelf ons als een geschenk uit de hemel in de schoot is geworpen.
Zo schijnt het licht in de duisternis en de duisternis bood tegenstand, ja nog steeds, maar het licht zal overwinnen, vast en zeker, zo geloven wij!

Nu volgt een toelichting op het tweede bloemstuk.

J

K

L

M