Logo dsCH 

De kracht van Zijn opstanding (Filipp. 3: 7-11)

Preek gehouden op de eerste Zondag van Pasen (5 april 2015) in de Grote of Mariakerk n.a.v. Filippenzen 3: 7-11.

De kracht van zijn opstanding

Pasen, het feest dat met grote vreugde en innerlijke vrede gevierd wordt, is ook een feest, dat met schuchterheid en scepsis, met vragen en twijfels omgeven wordt. Die mensen zitten hier – maar ook buiten de kerk: mensen, die aan het joggen zijn of net aan het genieten zijn van hun paasontbijt – of mensen, die vandaag moeten werken, mensen, die naar een festival zijn gegaan of gewoon een boek hebben gepakt of een film zitten te bekijken – mensen, die in de verte wel iets van Pasen weten en misschien door The Passion of door de MattäusPassion het verhaal van het lijden en sterven van Jezus horen, er misschien door geraakt worden of het ook naast zich neerleggen. Zo zijn er hier en buiten mensen, die proberen er zich een voorstelling van te maken, van dat hele verhaal van Pasen, maar die afhaken, zodra de opstanding ter sprake komt. Dat kan natuurlijk niet. Dat is gekkenwerk.
En soms ontstaat er dan een gesprek of een discussie over de opstanding van Jezus en sommigen houden er angstvallig aan vast, dat hij echt lichamelijk uit zijn graf is gewandeld en het wordt met verhalen uit de evangeliën gestaafd, maar toch...het gesprek loopt toch ook weer vast, want ook daar in die verhalen gebeuren dingen die te vreemd zijn voor een fysieke lichamelijkheid van de Opgestane. En zo loopt zo’n gesprek soms uit op een discussie, die verzandt en uiteindelijk doodloopt. En dat nog wel over Pasen...
Misschien is er een man, die ons verder helpen kan. Ja, ik denk het wel en zijn naam is Paulus. U kent hem misschien wel, hij staat een beetje bekend als een driftkikker, helemaal bezeten van Christus – “niet meer ik, maar Christus leeft in mij”, zegt hij ergens – waar wij als middle-class-christenen maar middelmatig en wat bleekjes bij afsteken. In zijn brief, waaruit wij vanmorgen een fragmentje voorlazen, probeert hij het geheim van Pasen te vatten.
Paulus haalt resoluut een streep door die discussie, waar ik het net over had. U weet wel, dat gekissebis over de vraag hoe was dat nou en hoe kan dat nou enz? En of het nou lichamelijk, fysiek en materieel was en zo... daar wil ik het helemaal niet over hebben, zegt Paulus, maar “ik wil Hem, de Opgestane, leren kennen en de kracht van zijn opstanding”.
Dat had Paulus zelf ervaren...hij had Jezus nooit in levenden lijve ontmoet – net zomin als wij -  maar als de Opgestane was hij aan hem verschenen en het veranderde zijn leven radicaal! Dat was de kracht, de doorwerking, de power, de dynamiek, de impact van Zijn opstanding!
Geloven in de kracht van zijn opstanding betekent, dat alles anders wordt. Je gaat anders naar jezelf kijken, anders naar de ander, anders naar je godsdienst, anders naar je gewoonten, anders naar wat je belangrijk vindt. Paulus geeft er ook een opsomming van in deze brief en uiteindelijk komt hij dan tot de slotsom, dat zijn hele vorige manier van denken, oordelen en leven voor hem wel naar de vuilnisbelt kan – alles waar hij voorheen in opging en heilig voor hem was is hem nu ‘bullshit’  geworden. Ook zijn godsdienst en manier van geloven, zijn netjes in de pas lopen, zijn zich houden aan de voorschriften, zijn vroomheid, zijn naar-de-kerk-gaan en zijn ‘bij God op schoot’- zitten...het is er allemaal aangegaan!
Er kwam iets nieuws, iets anders voor in de plaats: Christus en de kracht van zijn opstanding!
Het verhaal van de gekruisigde, gestorven en opgestane Heer is voor Paulus niet een ver-weg verhaal, ook niet een puur historische feitelijkheid, die je al of niet kunt beamen, maar het is een levensverhaal geworden van en voor hemzelf. Het is een verhaal geworden, waar je aan deelneemt en waarvan je de kracht en zeggingskracht ervaart in je eigen leven.
Weet u wat Paulus hiermee wil zeggen en hoe ik het geheim van Pasen zou willen omschrijven? Wel, er begint een liefde te groeien voor het leven en een intense haat tegen de dood. Dat ontstaat in ons en dat is de kracht van Zijn opstanding!
We gaan het leven omhelzen in al zijn facetten, in zijn grandeur, maar ook in zijn misère, het leven zoals het geleefd wordt, gestreden vaak, maar vanaf nu wordt het niet afgeschreven, maar aanvaard en bejubeld. In ons doodgepreekte of doofgebeukte oor horen wij de stem van de Opgestane, die zegt: “Ik leef en jij zult leven!” En we horen onze naam, zoals Maria in de tuin en de kindertjes vanmorgen bij hun Doop.
Er ontstaan momenten, waarop wij een echt gesprek hebben met onze buurman, onze angsten onder ogen durven zien, er ontstaan ogenblikken, waarop wij echt Ja zeggen tegen het leven en lachen en vrolijk zijn, want het leven is goed! Pasen! Niets en niemand kan ons meer scheiden van de liefde van Christus, ja zo leer ik de kracht van zijn opstanding kennen, ook in mijn eigen vaak verfomfaaide en neergebogen leven. Als we zo gaan leven, als we zo gaan denken en handelen, dan is ons Ja tegen het leven een Ja tegen Christus en leven wij uit de kracht van zijn opstanding en worden wij tegelijkertijd opstandig tegen alles wat daarmee in strijd is.
Nee, we kunnen de kracht van zijn opstanding niet scheiden van het gelijkvormig zijn aan Zijn lijden en dood. Want daar heeft Paulus het ook over en dat lijkt een beetje een domper op de feestvreugde, maar dat is het toch niet. Want het is zo levens-echt en werkelijk. Je kunt niet zeggen, dat de kracht van de opstanding alles gladstrijkt en alle pijn en gemis doet verdwijnen. Nee, zeker niet, maar het zijn twee kanten van dezelfde zaak. Het is kruis en munt, zou je kunnen zeggen. Of nog anders: het is één en hetzelfde, hoewel je het niet gelijktijdig kunt zien en beleven.
Ik zal dat tenslotte met een kleine ervaring proberen te verhelderen. Als ik bij mijn voor-, vorige tandarts met open mond achterover lag en ik keek met opengesperde ogen naar boven, wachtend op de dingen die komen zouden, dan zag ik boven mijn hoofd een prent van een oud besje, met een veel te grote kromme neus met een dikke pukkel er op. Ik deed dan gauw mijn ogen dicht, ook al omdat de boor begon te draaien. En dan, even later, sloeg ik mijn ogen weer op – en wat ik zag was verbazingwekkend: een lieftallig meisje, met een kek hoedje op en een fraai puntneusje. Hoe kan dat?, dacht ik. Heeft de altijd goedlachse tandartsassistente, - ja, en in haar ogen was het altijd lente! - , de prent soms verwisseld? Nee, dat was niet het geval...want het was nog steeds dezelfde afbeelding, maar mijn focus was de ene keer anders dan de andere keer en daarom zag ik de ene keer iets lelijks en de andere keer iets moois. Maar het was en bleef steeds de ene en dezelfde tekening.
Zo zal en wil ik Hem leren kennen en de kracht van zijn opstandig en dat betekent ook: gelijkvormig worden aan zijn lijden en dood – want zó en alleen zó leer ik begrijpen wat Pasen is...of liever: Pasen is geen feest om te begrijpen, maar om te leven! Uit te leven!

A

B

C

D

E

G

H

I

J

K

L

M