Logo dsCH 

Johannes 9

Preek gehouden op de 4e zondag van de Veertigdagentijd (Zondag Laetare=Verheugt u!) 30 maart 2014 in de Oude Kerk n.a.v. Johannes 9 (enigszins verkort)
Helderder-ziende geworden?

1 In het voorbijgaan zag Jezus iemand die al vanaf zijn geboorte blind was. 2 Zijn leerlingen vroegen: ‘Rabbi, hoe komt het dat hij blind was toen hij geboren werd? Heeft hij zelf gezondigd of zijn ouders?’ 3 ‘Hij niet en zijn ouders ook niet,’ was het antwoord van Jezus, ‘maar Gods werk moet door hem zichtbaar worden. 4 Zolang het dag is, moeten we het werk doen van hem die mij gezonden heeft
6 Na deze woorden spuwde hij op de grond. Met het speeksel maakte hij wat modder, hij streek die op de ogen van de blinde 7 en zei tegen hem: ‘Ga naar het badhuis van Siloam en was u daar.’ (Siloam is in onze taal ‘gezondene’.) De man ging weg, waste zich, en toen hij terugkwam kon hij zien.
8 Zijn buren en de mensen die hem kenden als bedelaar zeiden: ‘Is dat niet de man die altijd zat te bedelen?’ 9 De een zei: ‘Ja, die is het,’ en de ander: ‘Nee, maar hij lijkt er wel op.’ De man zelf zei: ‘Ik ben het echt.’ 10 Toen vroegen ze: ‘Hoe zijn je ogen opengegaan?’ 11 Hij zei: ‘Iemand die Jezus heet, maakte wat modder, streek die op mijn ogen en zei: “Ga naar Siloam om u te wassen.” Ik ging erheen, en toen ik me gewassen had kon ik zien.’ 12 Ze vroegen: ‘Waar is die man?’ ‘Dat weet ik niet,’ zei hij.
13 Toen namen ze de man die blind geweest was mee naar de farizeeën. 15 Ook de farizeeën vroegen hoe het kwam dat hij kon zien. En weer vertelde hij: ‘Hij heeft wat modder op mijn ogen gedaan, ik heb me gewassen en nu kan ik zien.’ 17 Daarop vroegen ze aan de blinde: ‘Wat denk jij van die man? Het zijn immers jouw ogen die hij genezen heeft.’ ‘Hij is een profeet,’ was zijn antwoord.
18 Maar de Joden wilden niet geloven dat hij blind geweest was en nu kon zien. Ze riepen zijn ouders 19 en vroegen hun: ‘Is dat uw zoon die blind geboren zou zijn? Hoe kan hij dan nu zien?’ 20 ‘Dit is onze zoon,’ zeiden zijn ouders, ‘en hij is blind geboren, dat weten we zeker. 21 Maar hoe hij nu kan zien, dat weten we niet, en wie zijn ogen geopend heeft, weten we ook niet. Vraag het hem zelf maar. Hij is oud genoeg om voor zichzelf te spreken.’
24 Toen riepen ze de man die blind geweest was weer bij zich. ‘Geef Gód de eer,’ zeiden ze, ‘die man is een zondaar, dat weten we toch.’ 25 ‘Of hij een zondaar is weet ik niet,’ zei hij, ‘maar één ding weet ik wel: ik was blind en nu kan ik zien.’ 26 Ze drongen aan: ‘Wat heeft hij met je gedaan? Hoe heeft hij je ogen geopend?’ 27 ‘Dat heb ik u toch al verteld,’ zei hij, ‘maar u luistert niet! Wat wilt u nog meer horen? Wilt u soms leerling van hem worden?’ 28 Nu vielen ze tegen hem uit: ‘Je bent zelf een leerling van hem! Wij zijn leerlingen van Mozes. 30 De man antwoordde: ‘Wat vreemd dat u niet begrijpt waar hij vandaan komt, terwijl hij mijn ogen geopend heeft. 31 We weten dat God niet naar zondaars luistert, maar wel naar iemand die vroom is en zijn wil doet. 33 Als die man niet van God kwam, zou hij dit toch niet hebben kunnen doen?’ Toen joegen  ze hem weg.
35 Jezus hoorde dat en zocht hem op. Hij vroeg: ‘Gelooft u in de Mensenzoon?’ 36 ‘Als ik wist wie het was, heer, zou ik in hem geloven,’ zei hij. 37 ‘U kijkt naar hem en u spreekt met hem,’ zei Jezus. 38 Toen zei de man: ‘Ik geloof, Heer,’ en hij boog zich voor Jezus neer.

Vanmorgen valt mijn preek in twee delen uiteen. Daartussen hebben we even een korte orgel- en adempauze. In Deel I wil ik samen met u even stilstaan bij de bijzondere manier van denken en vertellen van de evangelist Johannes. De betekenis van wat hij vertelt komt pas goed uit de verf, als we oog en oor hebben voor zijn manier van vertellen, als we letten op bijzondere kenmerken, als we letten op de vraag, voor wie hij in eerste instantie schreef e.d. Ik bedoel dat niet als wetenswaardigheidjes, - het gaat niet om de vermeerdering van nutteloze kennis – nee, ik ben ervan overtuigd, dat pas op die manier de boodschap, die Johannes wil vertolken, uit de verf komt – of om meer in zijn stijl te spreken: aan het licht komt!
Hiermee verzet ik mij tegen een manier van omgang met de Schrift, die alles op één hoop gooit en waarin eigenlijk alles dezelfde kleur heeft. Als we in de Heilige Schrift vier evangeliën aantreffen, dan is dat niet 4x hetzelfde, maar 4x hetzelfde anders. Het zijn ook geen biografiën van Jezus, geen journalistieke verslagen over zijn wederwaardigheden, waar je wel even een film over kan maken – nee, zijn leven is niet te filmen!  – Hoewel de eerste drie evangeliën veel gemeenschappelijks hebben en ook goed met elkaar vergeleken kunnen worden - je ziet dan, dat de ene de andere soms aanvult of corrigeert – maar Johannes is en blijft een verhaal apart. Iedere evangelist vertelt zijn eigen verhaal  - op zijn eigen wijze – maar Johannes doet het wel heel ‘eigenwijs’, uniek en onnavolgbaar. Al lijkt hij eenvoudig te volgen en al lijkt hij in Jip en Janneketaal het geheim van de Messias te onthullen, hij is en blijft vaak ondoorgrondelijk, diep en mystiek.
We moeten er dus mee ophouden de evangelieverhalen door elkaar te husselen, er een mix van te maken van  stichtelijke bestanddelen, die een soort gehaktschotel oplevert, waar kraak noch smaak aan zit. Johannes is een uit-stekend, een er-boven-uit-stekend schrijver en theoloog, iemand die wat later zijn evangelie schrijft dan de anderen en die gebruik maakt van hun werk, maar die ook alles opnieuw overdenkt en in een ander licht zet. En die ook heel eigen verhalen en inzichten aanbrengt: alleen Johannes vertelt over de bruiloft in Kana, alleen Johannes vertelt de opwekking van Lazarus, alleen Johannes vertelt het verhaal van de blindgeboren man, waarover het vanmorgen gaat. Johannes voegt dingen toe en hij laat dingen weg. Op een heel eigenzinnige manier maakt hij zijn eigen compositie en dat alles met maar één doel voor ogen: zo helder mogelijk aan het licht te brengen wie deze Jezus nu eigenlijk is.
Ik wil zijn evangelie vanmorgen even vergelijken met dit schilderij van Rubens, ‘de onbekende vrouw’ (wordt via de beamer vertoond). Op het eerste gezicht is er niks bijzonders met dit schilderij aan de hand: gewoon, een mooie vrouw, mooie ogen, mooie hoed, knap geschilderd! – en o ja, ook wel een wat opvallend laag décolleté en een wat onduidelijke achtergrond. Maar dit schilderij, dat in het Boymans van Beuningen te zien is, heeft wel een geschiedenis. Daar stond van de week een interessant artikel over in Trouw. Dankzij de röntgenfoto-techniek kun je namelijk ontdekken, dat het schilderij er eerst anders uitgezien heeft. Er zat eerst een andere hoed op haar hoofd, er was eerst ook een blousje geschilderd en de rand van de japon zat ook hoger, zodat er van een diep décolleté geen sprake was (althans niet zichtbaar) – en nog veel meer eigenaardigheden. Waarom laat ik dit nu zien en waarom vertel ik dit? Wel, om u te laten zien, dat zoals dit schilderij meerdere ‘lagen’ heeft, die je moet ontdekken en ‘zien’, dat dat ook zo geldt voor de lezing van het Johannes-evangelie. Daar zitten meerdere lagen in, waarnaar je op zoek moet gaan – en als je goed kijkt, zie je telkens nieuwe dingen en roep je verwonderd uit: Ah, zo had ik het nog niet gezien. Of: nu zie ik het! En hiermee zijn we precies terechtgekomen midden in het verhaal over de blindgeborene.
Orgelspel over Gezang 487: De Heer heeft mij gezien etc.

Er is iemand, die blind geboren is – en in het voorbijgaan ziet Jezus hem. Wie is dat, die blinde man? Hoe is zijn naam? Johannes noemt geen naam om iedereen de gelegenheid te geven zijn of haar eigen naam te noemen. We kunnen hem ook “Elckerlijck”, “Alleman” of “Uenik” noemen – het gaat erom, dat we vanmorgen niet iets te horen krijgen over één of andere blindgeborene, die toevallig toen door Jezus gezien werd – nee, het gaat over u en mij. Als je niet zelf de blindgeborene bent of wordt heeft het lezen en horen van dit verhaal geen enkele zin. Je kunt zeggen: ik geloof, dat Jezus ooit een blindgeborene het gezicht heeft gegeven, dan is dat het voor waar houden van een feit uit een vèr verleden. Maar dat heeft nog weinig of niets met het geloof te maken, dat Johannes bij ons wil wekken, namelijk dat Hij ook mij van blind ziende heeft gemaakt.
Maar u zegt misschien: ik ben helemaal niet blind geboren? Ik heb heel m’n leven aardig goed kunnen zien, alleen nu ik wat ouder word, moet ik de krant wat verder van me afhouden en ik heb nu sinds kort ook een leesbril enzo, maar ‘blindgeboren’, nee dat ben ik niet. Ik zie alles heel scherp.
Ja, maar Johannes zal zeggen: nu vat u alles veel te letterlijk op. “Zien” is een veel diepzinniger woord dan “kijken”. Als Johannes het heeft over ‘blindgeboren’ dan geeft hij daarmee een typering van onze existentie, van hoe wij er aan toe zijn in deze wereld. Vanaf onze genesis zijn wij blind, d.w.z. wij zien niet waar het op aankomt in ons leven, wat werkelijk belangrijk is en diepte en zin geeft aan ons bestaan. De vraag is of we dat door hebben of niet. Meestal niet, denk ik. We hebben helemaal niet in de gaten, dat we blind zijn en dat we ‘ins Blaue hinein’ leven. Misschien stoten we ons hoofd wel eens tegen een muur, die we dan een blinde muur noemen, maar zolang alles op rolletjes verloopt, is er geen vuiltje aan de lucht.
Totdat ‘Jezus, voorbijgaande, ons ziet’. Dat wordt een beslissende ommekeer. En hiermee wordt niet bedoeld, dat ik ineens zelf tot inkeer kom, of ineens zelf ga nadenken over de dingen des levens, of dat ik ineens mij bewust word van mijn blindheid – het kunnen ontwikkelingen in ons leven zijn, die als een vraag kunnen gaan klinken, dat wel – maar waar Johannes alle nadruk op wil leggen is dit, dat niet wijzelf van onze blindheid af willen, maar dat Jezus dat wil. En Hij neemt het initiatief daartoe. Hij ziet ons, ja de Heer heeft ons gezien...en onverwacht zijn wij opnieuw geboren en getogen!
Dat zien van Jezus is de grond van onze genezing, van onze heling, van ons weer mens worden, van ons beginnen te zien. Omdat Hij mij gezien heeft ben ik een nieuw mens geworden. We kunnen dat heel persoonlijk en bijna egoïstisch gaan opvatten, maar ik zou deze eerste zin zo breed mogelijk willen interpreteren: Jezus heeft de wereld gezien – alzo lief heeft God de wereld gehad , zoals Johannes in zijn 3e hoofdstuk schrijft – d.w.z. in het midden van de tijd is Hij bij ons langsgekomen en heeft de wereld en de mensheid weggehaald uit haar verblinding, heeft haar ziende gemaakt.
Je zou kunnen zeggen: dat is een heel proces en de vertelling van Johannes 9 is daar a.h.w. een weerslag van. Het is een proces, waarin de dingen steeds helderder en duidelijker worden, maar het is ook een proces, waarbij de nieuwe mens steeds meer een uitzondering en een buitenstaander wordt. Het is een proces, waarbij de ogen a.h.w. steeds wijder opengaan en het steeds helderder wordt, aan Wie we dit nieuwe bestaan te danken hebben. Het is een proces, dat de weg naar achteren afsluit en een proces, dat begint met een nieuw begin: in en vanuit het water!
De weg naar achteren of de weg terug wordt door Jezus op een radicale manier geblokkeerd. Vragen naar: hoe is het nu zo gekomen, waarom zijn we er zo aan toe, zoals wij eraan toe zijn, wat is er misgegaan in de schepping of de evolutie?: het zijn allemaal vragen, die Jezus niet wil beantwoorden. De schuldvraag is niet terzake, want dan maak je er een voldongen feit van. Maar Jezus is gekomen om te veranderen. Hij ziet en baant een weg vooruit en daar gaat het om.
En dan komen speeksel en aarde aan de orde en het badwater van Siloam. Het is een en al verwijzing naar de schepping van de mens: de nieuwe mens! En als het water in beeld komt – Siloam geheten, d.i. gezondene – dan weet ieder christen, dat hier de klok van de Doop geluid wordt. In of met water gedoopt als markering van een nieuw begin, maar hier vooral gedoopt in Hem, Jezus Messias, want Hij zelf is immers de Gezondene! Zoals Hij spreekt over de ranken en de wijnstok: “Ik in u en u in Mij”, onlosmakelijk en onverbreekbaar verbonden, zo geldt dat ook voor dit doopwater.
Een nieuwe mens geworden. Ja, daar zinspeelt Johannes ook op, als hij uitvoerig uitwijdt over de herkenning van de blindgeborene. Is hij het echt? Of lijkt hij er op of is het iemand anders? En de man zelf zegt heel kort door de bocht, maar terzake: “Ik ben”. In de Nieuwe Bijbelvertaling zegt hij: “Ik ben het echt”.” Ik ben” is preciezer en diepzinniger, want daarin zit zelfs een verwijzing naar de Naam van God (Ik ben, die Ik ben). Er was zojuist immers sprake van verbondenheid, een mystieke eenheid, die tot stand komt door het zien van Jezus (d.w.z. het door Hem gezien worden) en het ondergaan in het badwater van Siloam. Ben je dezelfde? Ja, hoor, ik ben het echt! Nee, ik ben niet dezelfde: “Ik ben”...ik ben een ander mens geworden. Ik ben nu, wie ik eigenlijk moet zijn! Daarom kan ik volmondig zeggen:” Ik ben” ...en niet, omdat “ik denk”, zoals Descartes later zou zeggen: “Ik denk en daarom ben ik”, maar “ik ben”, omdat Hij mij gezien heeft en altijd ziet en op het oog heeft. En nu zie ik dat en dat maakt mijn leven nieuw en daarom ben ik blij! Vroeger zag ik niks, nu zie ik. Vroeger dwaalde ik maar wat rond, maar nu weet ik de weg. Vroeger leefde ik voor het vaderland weg, nu naar het Vaderland toe. Vroeger leefde ik voor en in de oude wereld en was ik ook zelf oud, maar nu leef ik voor de nieuwe wereld en ben ik zelf jong en nieuw! Vroeger kende ik die vreemde Man niet, maar nu leer ik hem steeds meer en beter kennen. Ja, ook dat proces van steeds beter leren kennen werkt Johannes heel uitvoerig en fijnzinnig uit: eerst zegt ‘de zie-ner’: ik weet niet wie Hij is; dan zegt hij, dat Hij wel een profeet moet zijn; dan dat Hij het is, die hem ziende heeft gemaakt, dan dat Hij wel van God moet komen en dan staat hij oog in oog met Hem en zegt: “Ik geloof, Heer” en boog zich voor Hem.
Het lijkt nu wel alsof die tegenstelling van ‘vroeger blind’ en ‘Nu ziende’ een geleidelijke overgang betreft en dat jijzelf en anderen dat ook ervaren en zelfs kunnen aantonen. Ik denk, dat er eigenlijk van voortgang of vooruitgang geen sprake is: we moeten dat oude en dat nieuwe eigenlijk meer opvatten als kenmerken van ons bestaan, die beide geldig zijn en wel tegelijkertijd. Of het ene/eerste heeft betrekking op onze existentie en het andere op onze essentie of  het is zoals Maarten Luther het samenvatte: wij zijn “zondaar èn gerechtvaardigd” en dat allebei gelijktijdig en allebei voor de volle 100%.  
Oef, te ingewikkeld misschien? Wel, dan zeg ik het maar eens zo:  je bent  in het dagelijks leven een ongelofelijke etterbak, maar – en dat is even ongelofelijk – in wezen ben je een goed mens...”we zijn nog niet, wie wij zijn!”
Vanmorgen hebben wij gehoord en gezien, dat wij van blindgeborenen helder-zienden zijn geworden, dankzij Hem, die ons gezien heeft en ons altijd op het oog heeft. Ja, Hij die ons de ogen geopend heeft was het en is het, Die met ons sprak en spreekt!

J

K

L

M