Logo dsCH 

Be-waardevol (Gen. 6-9)

Preek gehouden (voor de volwassenen in de kerk – de kinderen van het “Stadskwartier” gingen tijdens de preek een verwerking maken) op zondag 25 januari 2015 in de Grote- of Mariakerk tijdens de gezinsdienst (Kerk & School) n.a.v. Genesis 6-9 en 1 Petrus 3: 18-22

Be-waardevol

Het verhaal van de zondvloed spreekt tot de verbeelding van iedereen. Iedereen probeert zich voor te stellen, hoe dat geweest moet zijn. En als kind word je daar al bij geholpen – ik wel, tenminste – door de plaatjes in de kinderbijbel. Ik zie het nog voor me, de grillige rotspartijen, waaraan mensen zich vastklampen, terwijl het water maar blijft stijgen en er geen redden meer aan is. Er werd nog weinig rekening gehouden met de tere kinderziel, toen...
Maar wacht even, nu worden we getrakteerd op films over het verhaal van Noach, doorgaans van Amerikaanse origine en dan weet je het meestal ook wel. Daar is iedere vorm van subtiliteit en nuance ver te zoeken en het gaat van ‘dik hout zaagt men planken’ en daar maakt men dan de ark van. Mensen hebben blijkbaar behoefte aan spektakel, waarin overigens het bijbelverhaal zelf wordt verhaspeld en door elkaar gehusseld, dat je als bijbelkenner je afvraagt: hé, zo staat het er toch helemaal niet...? of: waar halen ze dat nou weer vandaan? Maar dergelijke vragen verstommen in het massale tumult en rumoer, want uiteindelijk moet er maar één belletje gaan rinkelen en dat is die van de kassa.
Een andere poging om het ons zo levensecht mogelijk voor te stellen is om de ark levensgroot na te bouwen en die vol te stoppen met opgezette dieren enzo.  Een paar jaar geleden heeft die boot ook Meppel aangedaan en langs meerdere plaatsen in Nederland is deze namaak-ark gevaren: entertainment en evangelisatie inéén. Voor veel mensen blijkbaar een aantrekkelijke combinatie, maar ik ben altijd bang, dat beide wat onder de maat blijven.
Dit alles kunnen we rekenen tot de zogenaamde realistische voorstellingen: zo zal het echt gegaan zijn: mensen hangen aan rotskliffen, zoals in mijn kinderbijbel, de golven schuimen hoog op en reusachtige wezens bevolken de aarde, zoals in de film ‘Noah’ – ik moet eerlijkheidshalve toegeven, dat ik mijn oordeel geef op basis van recensies, die ik gelezen heb – en dan tenslotte de ark nagebouwd, waarin je zelf kunt rondstappen en kijken hoe groot en bijzonder alles wel was. En dat de Bijbel dus echt waar is, kijk zelf maar!
Maar er is ook een andere voorstelling mogelijk en die graaft iets dieper en kijkt iets verder. Dat is aan de orde, wanneer we het verhaal van de zondvloed als een metafoor zien van iedere vorm van kwaad en onheil, die de wereld kan overspoelen. Om nog even in de filmwereld te blijven, dan zit ik te denken aan de film “An Inconvenient Truth” van Al Gore, die niet over het verhaal van de zondvloed gaat, maar anderzijds toch ook wèl over de zondvloed gaat. Want in deze film uit 2006 wordt getoond, waar de huidige klimaat- en omgevingsveranderingen toe zullen leiden: de zeespiegel zal stijgen en de wereld zal te maken krijgen met voedseltekorten, overstromingen, allemaal catastrofes, die ons te wachten staan t.g.v. de klimaatveranderingen, die we grotendeels zelf veroorzaakt hebben. De zondvloed doemt hier op als een mogelijk spookbeeld en zo’n film wil ons wakker schudden en ons oproepen tot een verantwoord beheer van de aarde, de goede schepping. “Na ons de zondvloed” zou de meest domme en onverantwoorde houding zijn, die men kan aannemen na zo’n verhaal.
Maar het verhaal van de zondvloed duikt ook telkens weer op, wanneer op kleinere schaal landen of grote gebieden te maken krijgen met kolkende overstromingen, zoals in 2004 een zeebeving in de Indische Oceaan een tsunami teweeg bracht, een vloedgolf die met 900 km per uur alles wat zij tegenkwam overweldigde en wegvaagde: 230.000 mensen kwamen om.
Op veel kleinere schaal, maar voor de betrokkenen net zo erg en ingrijpend, vond in 1953 in Zeeland de watersnoodramp plaats: de beelden daarvan, alle nog in zwart-wit, laten een spookbeeld zien van landschappen en dorpen en ontredderde mensen. In die dagen zal nogal eens verwezen zijn naar het verhaal van de zondvloed en sommige predikers schrokken er niet voor terug om hetzelfde verband aan te brengen als in het verhaal van Noach, dat God zag, dat de boosheid van de mensen was toegenomen en dat Hij daarom de wereld wel wil schoonspoelen en het kwaad wegvagen.
En zo komen we nog een verdieping verder, waar de zondvloed een beeld kan gaan worden voor alles wat bedreigend, overweldigend en vernietigend is. Telkens weer doen die situaties zich voor in de geschiedenis van de mensheid. Dan moeten we even het beeld van het water loslaten en we komen in een sfeer, waarbij alles wat kwaad is en de mensheid bedreigt gezien kan worden als een zondvloed nl. iets wat de mensen overweldigt en waartegen geen verweer is. Ik denk bijv. aan de Zwarte Dood in de middeleeuwen, de Spaanse griep vlak na de Eerste Wereldoorlog, waaraan miljoenen mensen stierven. Maar evengoed kan gedacht worden aan oorlogen en terrorisme, die mensen angst en onzekerheid inboezemen en we zeggen tegen elkaar: in welke maalstroom zijn we terecht gekomen en waar is een uitweg? Het leven op kleinere schaal kan ook zo overweldigend zwaar worden, dat men zich meegesleurd voelt op de golfslag van toeval en tegenslag. Zoals de dichter van Psalm 42 zich gevoeld moet hebben, toen hij uitriep: al uw golven en uw baren spoelen over mij heen en waar vind ik rust en veiligheid?
En zo wordt in het geloofsleven van Israël herhaaldelijk verwezen naar de zondvloed als het beeld van de toorn van God, d.w.z. dat God zich bij wijze van spreken opwindt over het wangedrag van de mensen, hun eigenzinnigheid en botte omgang met elkaar, hun godvergetenheid en dwaasheid, hun ijdelheid en eigendunk – en dat Hij zijn eigen volkje wegstuurt in ballingschap, ver van huis en haard, in een wereld van vreemdheid en afgoderij. Ja, daar begon het verhaal van de zondvloed opnieuw te leven en herkende men zichzelf zowel in het aspect van de verlorenheid als in dat van het behoud. Want waren zij het zelf niet, die nu verzwolgen werden door de golven van vervreemding en bestond het gevaar niet dat zij meegezogen werden  door de aantrekkingskracht van het heidendom en dat zij zouden ophouden te bestaan? Maar tegelijkertijd moesten zij er aan denken, dat zij door God bewaard zouden worden temidden van alles wat hun overkwam: zij zouden hun identiteit blijven behouden, zij zouden zich blijven houden aan de voorschriften van God, zij zouden een minderheid zijn, zeker, maar over de golven van de tijd en door de vloedgolven van de vervolgingen heen zouden zij bewaard worden en koers zetten in de richting van een nieuwe toekomst.
Het is m.n. de 2e Jesaja, die in die periode van ballingschap het verhaal van de zondvloed opnieuw in herinnering brengt en opnieuw actualiseert. Ik wil het 1e deel van mijn preek hiermee afronden:
“Ik verborg mijn aangezicht voor jullie, zegt de Eeuwige, maar Ik zal mij opnieuw over jullie ontfermen. Dit is voor mij als bij de vloed van Noach, zoals ik heb gezworen dat het water van Noach nooit meer de aarde zal overspoelen, zo zweer ik dat mijn toorn jou niet meer treft en dat ik je nooit meer zal bedreigen. Ja, al zouden de bergen wijken en de heuvels wankelen, mijn liefde zal nooit meer van jou wijken en mijn vredesverbond is onwankelbaar – zegt de HEER, die zich over jou ontfermt” (Jes. 54).

Muzikaal intermezzo op het orgel

Deel 2

Pas stond er een interview in Trouw met verschillende beginnende predikanten en één van hen had tijdens de studie opgestoken, dat er wel 1600 zondvloedverhalen bestaan, maar dat er natuurlijk maar één de echte en ware was en die was in de Bijbel terechtgekomen. Toen hoorde ik een klein krakje in mijn klomp, want dat is wel een erg naïeve voorstelling van zaken. Volgens mij gaat het er om, dat we in de Bijbel te maken hebben met een eigen en heel bijzondere interpretatie van dat gebeuren of van die mythe. En de hoofdlijn is dan, dat de vloed een reiniging van de aarde of liever een wegvagen van het kwaad is. Het oude heeft geen toekomst meer; God had zelfs spijt dat hij de schepping in het leven had geroepen en zo wilde Hij eens schoon schip maken. En in een boot komt dan de nieuwe mensheid aan de oever van een nieuwe toekomst terecht. We geloven het bijbelse zondvloedverhaal niet omdat er (in de Bijbel) een accurater verslag van dat gebeuren wordt gegeven, dat de historische feiten beter gedocumenteerd zijn enzo – nee, het gaat om het profetische getuigenis ervan of erdoorheen: de oude wereld gaat voorbij en de nieuwe is in aantocht! En dat is wat wij zullen horen en willen geloven! En daarom is Petrus, zoals we in de brieflezing gehoord hebben, ook helemaal niet geïnteresseerd in de vraag of alle dieren wel in de ark pasten en waar de ark nou precies landde en dat het zo belangrijk is om daar een expeditie naar toe te sturen om zo aan te tonen, dat de Bijbel echt gelijk heeft enzo...nee, daar schrijft Petrus niets over: hij maakt een vreugdesprong naar de Doop en hij zegt: zo is het nu ook met de Doop: de oude mens gaat kopje onder en de nieuwe staat op – het doopvont als een miniatuur zondvloed, maar ook meteen de meest eigenlijke en echte (zondvloed), want daar gaat het telkens weer om, dat we beseffen, dat we van het oude leven zijn overgegaan naar het nieuwe. Ook al trekt het oude ons nog vaak aan of trekt het aan ons als verleiding of als gewoonte – we hebben de blik voortaan anders gericht: naar voren, naar boven, toekomstgericht, want in principe zijn we aan een nieuw leven begonnen.
O ja, dat is ook vaak nog een vraag: en al die mensen dan, die toen leefden- ja, al die mensen, die vóór Christus leefden, vallen die nu letterlijk allemaal buiten de boot? Die vraag komt ook wel eens op ons af, dat mensen zeggen: hoeveel mensen hebben nooit het evangelie gehoord, nu niet en alle eeuwen door niet...zullen die mensen verloren zijn, zoals de mensen van de zondvloed?
En dan trekt Petrus zijn meest universele en kosmische registers open en verkondigt, dat de Opgestane zichzelf vertoond heeft aan de geesten in de gevangenis, d.w.z. aan alle doden van de vorige generaties en van voor de vloed  en zij worden bevrijd van hun onwetendheid, van hun gebonden-zijn aan de dood en het kwaad en Jezus zegt: Sta op uit de doden en de Christus zal over u lichten...kom met Mij mee, achter Mij aan en dans met Mij naar het licht en zij kwamen en komen achter Hem aan, ja als een Magneet trok Hij hen aan en met zich mee en zo dansen zij in het licht van Gods vriendelijk aangezicht. Zó waardevol zijn wij allen in Gods oog en worden en zijn wij allen wèl bewaard!

J

K

L

M