Logo dsCH 

Marcus 1: 14-20

PREEK GEHOUDEN OP DE 2E ZONDAG NA EPIFANIE, 22 JANUARI 2012, IN DE ROOMS-KATHOLIEKE KERK I.V.M. DE WEEK VAN OECUMENE N.A.V. MARCUS 1: 14-20.

THEMA: GEROEPEN!

We proberen het ons allemaal voor te stellen. En zo moeilijk is dat niet…je hoeft er niet erg veel fantasie voor te hebben. Hoe Jezus langs het water liep en Petrus en Andreas riep. Je ziet het zo voor je. Jezus kuierend langs het strand of lopend langs de kade. En even verder op zie je een bootje met twee vissers er in. Net hun netten uitgeworpen en ze hopen op een goede vangst. En dan kijken ze op, een beetje verstoord, want ze horen een roep. Hun namen worden geroepen en iemand zegt: Kom hierheen, achter Mij aan…jullie zullen vissers van mensen worden.
En dan doen ze wat die vreemde stem zegt. Zonder aarzelen. Spontaan en geheel vrijwillig.
Of zouden ze toch hun bedenkingen gehad hebben? Zouden ze geaarzeld hebben en tegen elkaar gezegd hebben: wat zullen onze vrouwen ervan vinden? Die verklaren ons vast voor gek. Is het niet onverantwoordelijk wat we doen? We hebben toch de zorg voor ons gezin. Dat gaat toch voor alles?!
En wie is dat eigenlijk, die ons daar staat te roepen. Hij heeft het over het koninkrijk der hemelen, maar is dat niet wat vaag? Die man ziet er wel aardig uit, maar om nu alles op te geven, dat is misschien toch wel wat teveel gevraagd?!
En dit bootje en de netten? Wat doen we daar mee? Zullen we dat toevertrouwen aan iemand, die er op toeziet dat het niet gestolen wordt of vernield? Als het toch niks wordt met die man langs de oever kunnen we altijd nog weer terugkeren naar ons oude beroep. Je moet immers nooit je schepen verbranden, nietwaar?
En vissers van mensen worden…wat bedoelt die man daar mee? Hebben we daar ook een vangnet voor nodig? En welke mensen moeten we gaan vangen en hoe gaat dat in zijn werk? En zullen de mensen zich wel laten vangen? En, als ze gevangen zijn, wat dan?
Natuurlijk stelden ze zich deze en nog vele andere vragen…maar zij wachtten de antwoorden niet af. Het was niet zo, dat ze eerst op alle vragen een antwoord wilden hebben, voordat zij gehoor gaven aan deze stem. Nee, ze gingen ervan uit, dat hun vragen gaandeweg beantwoord zouden worden of misschien wel helemaal overbodig zouden blijken te zijn.
Niemand gaat geloven, omdat hij eerst al zijn vragen beantwoord ziet. Sommige mensen zeggen wel eens: ja, ik zou best willen geloven, maar ik heb nog zoveel vragen. Die moeten eerst beantwoord worden en dan ga ik geloven.
Dat geloof ik niet. Zo werkt het niet. Geloven is een soort sprong in het duister…of liever: in het licht. Uit het duister het licht in…zoals de vissen uit de duisternis van de diepe zee aan het licht komen en beginnen te glimmen en te schitteren. Zoals bij de Doop…je gaat onder en je komt boven. Je laat het oude achter en het nieuwe begint. Alles wordt anders, alles wordt nieuw!
Zo kom je als mens te voorschijn, wanneer je die dwingende en overtuigende stem hoort in je dode oor, een stem die je tot leven wekt en zegt: Volg Mij! De vragen die je had verdwijnen als sneeuw voor de zon, zodra je je gewonnen geeft aan die stem, de stille stem in het hart.
Ik wil maar zeggen: je komt niet tot geloof op grond van redeneringen en overwegingen. Je komt tot geloof en tot navolging, omdat je de stem verstaat, als onontwijkbaar voor jou, en omdat je gehoor geeft aan de roep, de oproep, de roepstem: Volg Mij!
Dat is een heel radicale beslissing, waar we voor terugschrikken. En toch,  tegenspartelen helpt niet…want het is met dat vissen van mensen als met het helpen bij een geboorte. Het is een overgang van water naar lucht. Als je in de moederschoot zit denk je: hier wil ik nooit weg. Ik zit hier lekker warm en veilig…als een vis in het water.
Maar als het uur daar is en geboren worden onvermijdelijk dan is er geen weg terug en moet de moederschoot verlaten worden. En daar lig je dan als een vis op het droge: in een nieuwe wereld, waar je begint te ademen, voor het eerst. Hulpeloos nog en teer…maar helemaal mens! Zo kom je tot je bestemming, geroepen tot leven!
Ja, daar kun je het wel een beetje mee vergelijken. Zodra je die roep hoort: volg mij, is het als een nieuwe geboorte. Dan word je pas mens. Kom je tot jezelf en vind je je bestemming en een nieuwe gemeenschap. Je wordt wel weggeroepen uit oude verbanden, maar je krijgt er nieuwe voor terug.
En toch blijven we bang en aarzelend. We proberen de boot een beetje af te houden. Durven het niet goed aan. Ja, wel een beetje geloven natuurlijk en zo nu en dan eens aandacht voor God en zo, maar niet te nadrukkelijk, niet zo radicaal aub. Of we zeggen: ik heb die stem nooit zo echt gehoord. Ik geloof eigenlijk niet dat Jezus mij geroepen heeft. Ja, anderen wel, maar mij niet, geloof ik. Je kunt wel zingen dat hij onder miljoenen ook mij op het oog heeft, maar dat is dan toch weer net iemand anders. Of je zingt: Hij komt misschien vandaag voorbij, en roept ook ons, roept u en mij…en dat je dan zegt: ja misschien…zie je wel…je weet het nooit zeker. Misschien wel, misschien niet…en dan wordt het al gauw: dus niet.
En zo blijven we vissen of ons voorbereiden op het vissen; we laten de netten neer of we zitten er wat aan te repareren; we blijven bij ons oude wereldje van ‘zo hoort het’ en ‘zo moet het’…ik heb mijn beroep en mijn dingen zus en zo en we hebben bewondering en respect voor mensen die radicaal tot geloof zijn gekomen en we vinden het prachtig als zo iemand op tv geïnterviewd wordt.
En zo blijven we vissers, wij leven om te overleven, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat zwoegen en zweten. Maar de man aan de oever roept ons toe: is dat leven?
Wil je echt leven, kom dan achter Mij aan. Ik zal je laten zien wat leven is. En de eerste stap is gehoor geven aan mijn roep! En de tweede stap, aan de eerste gelijk is deze: alles loslaten! Alles waar je aan vastzit, alles wat jouw leven bepaalt, al je denkbeelden over jezelf en de ander, al je ideeën over God en de wereld; ja, ook je geloof of wat daar voor doorgaat, al je braafheid en welwillendheid, dat alles en nog veel meer hoort bij de oude wereld, je oude leven. Gooi het allemaal maar overboord en laat het los. Ja, ook je boot…de basis van je bestaan in deze wereld…laat maar varen…
En de derde stap is Jezus volgen, zijn weg meelopen, achter Hem aan. Van Hem leren zachtmoedigheid en geduld, van Hem leren mededogen en liefde, van Hem leren opoffering en zelfovergave; van Hem leren verontwaardigde woede jegens onrecht en geweld; van Hem leren eerbied voor God, die je Vader en vriend is; van Hem leren dat je uniek bent in Gods ogen en bestemd voor het Koninkrijk der hemelen.
Wie zegt: zo volg ik hem al jaren. U vertelt mij eigenlijk geen nieuws, tegen hem of haar wil ik dan nog dit nieuwe zeggen: ga terug naar AF en begin nog eens opnieuw, want Jezus roept geen rechtvaardigen en volleerden achter zich aan, maar leerlingen en kinderen (kinderen in het geloof).
En wie zegt: ach, hoorde ik maar eens de stem van Jezus in mijn oor en in mijn hart, tegen hem of haar zou ik willen zeggen: Heden, zo gij zijn stem hoort, verhard uw hart niet maar laat u leiden. Want als u die stem nu niet hoort, waarom zou u hem morgen wel horen? Of zit er iets in uw oor soms? Een prop of een vinger?…kijk eens of die van uzelf is!
Als iemand zegt: ach, volgde ik Jezus maar beter na; was ik maar meer gericht op zijn aanwijzingen en bleef ik maar meer bij hem in de buurt. Tegen haar of hem wil ik zeggen: u bent niet ver van het Koninkrijk Gods verwijderd. Sta op, de meester roept u!
En tegen ons allen zeg ik: Hoor aandachtig wat de Geest tot de gemeente zegt en zalig zijn zij die deze woorden horen en doen en ze bewaren in hun hart en leven.

J

K

L

M