Logo dsCH 

Romeinen 6

PREEK GEHOUDEN OP ZONDAG 14 AUGUSTUS 2011 IN DE GROTE- OF MARIAKERK (TEVENS DOOP- EN BELIJDENISVIERING) N.A.V. ROMEINEN 6: 1-14

Als ouders de wens en het verlangen uitspreken om hun kindje te laten dopen is er, wat mij betreft, altijd eerst een blijde en positieve reactie. Mooi, dat jullie dat willen en zullen we samen eens bespreken, hoe waardevol en bijzonder het is wat jullie verlangen en ontvangen in de Doop.
En dan volgt een doopgesprek en daarin komt de doop zelf ter sprake en de doopvragen en de orde van de dienst. En het kindje dat gedoopt zal worden zit er soms bij op schoot bij vader of moeder, maar is nog te klein om er iets van te begrijpen. Maar dat hoeft ook niet, ja misschien is het zelfs wel beter, dat hij of zij er niets van begrijpt, want zo wordt des te meer duidelijk, dat de Doop een initiatief van God is. Hij komt op dit kind toe met zijn heilzaam woord en zonder voorwaarden vooraf zegt Hij: Jij bent mijn kind!
De doopouders wordt ook altijd gevraagd, waarom zij zo graag hun kindje willen laten dopen en welke betekenis zij aan de doop toekennen en welke consequenties ermee verbonden zijn. En dan komen antwoorden als: wij zien ons kind als een geschenk van God en door het te dopen brengen wij onze dank daarvoor tot uitdrukking. Of: op die manier verbinden we ons kind met de gemeente, dan hoort zij er ook bij. Ouders willen hun kind inbrengen in de grote traditie van de kerk en de doop is daarbij een initiatie-rite.
Het zijn mooie en waardevolle invalshoeken, maar vanmorgen wil ik er aan de hand van Paulus nog één aan toevoegen. Je hebt al een reden en je krijgt er één bij  Paulus komt met een visie op de doop, die op het eerste gezicht en gehoor nogal ondoorzichtig en tegendraads is, maar als we zijn gedachtegang proberen te volgen, zullen we moeten erkennen, dat ons hier een schat aan inzicht wordt aangereikt.
Ik geef toe, op het eerste gehoor is het niet een tekstgedeelte dat meteen warme gevoelens oproept. Ik kan me nog heel goed herinneren, dat ik een keer op een doopgesprek een verwijzing maakte naar Romeinen 6 (of dat gedeelte ook even heb voorgelezen), dat ik toen zag, dat de moeder was gaan huilen. En ze werd ook een beetje boos op mij. Dit is toch geen geschikt stuk om te lezen tijdens de doop van haar kind, vond zij. Veel te zwaar en te diep (trouwens het woord “diep” heeft ook met „doop‟ te maken!) en zo somber over dood, begraven en zonde en zo...nee, kies maar iets anders uit. Er zijn vast wel vrolijkere stukken in de Bijbel te vinden.
Ik probeerde Paulus nog wat te verdedigen, maar er was al te veel misverstaan om het nog goed te krijgen. Zelfs toen ik nog even in herinnering riep, dat tijdens de doop van prinses Juliana in 1909 de predikant verwees naar Romeinen 6 en in zijn preek meldde hij dat de gemeente er getuige van was, dat de prinses vandaag begraven werd. Ja, toen waren de mensen ook wat verbouwereerd en sommigen vonden het misschien ongepast, maar een juiste uitleg maakt natuurlijk veel goed...zo probeerde ik die moeder te winnen voor Paulus, maar het mocht allemaal niet baten.
Toch, zo wil ik blijven volhouden, toch is Romeinen 6 een prachtig gedeelte, dat juist op een doopzondag heel veelzeggend is. Het is waar: er wordt veel gesproken over zonde en dood en dat strijkt ons tegen de haren. En ook het woord „begraven‟ in samenhang met de doop, lijkt ons niet zo geschikt. Toch zag ik pas in de krant nog een tamelijk vrolijke en opgewekte foto van iemand die gedoopt werd in de oude Haagse bioscoop Capitool, in een daar aangebracht bassin met daarachter een beschilderd doek van een beekje, zodat het een ruimtelijke indruk gaf, een buitengebeuren. Want, zo is de gedachte, de doop vindt plaats, gewoon in een rivier, ergens onder de open hemel, zoals ook Jezus in de Jordaan gedoopt werd, ... en, ook hier, een verwijzing naar Romeinen 6. Want de voorganger van deze gemeente zei er bij: ik trek altijd een zwart pak aan, als ik ga dopen, want eigenlijk ben ik dan een soort begrafenisondernemer. In de doop wordt de oude mens begraven en de nieuwe staat op. En dat wordt zichtbaar gemaakt in de doop, door onderdompeling dan natuurlijk, - en de voorganger stond ook in zijn zwarte pak tot zijn middel in het water – ik vond het een prachtige illustratie bij wat Paulus bedoelt in Romeinen 6. Maar ook met een kanttekening erbij, maar die komt straks.
Wij lopen misschien wel aan tegen de zware begrippen zonde en dood en begraven – en we zeggen bij onszelf: ach, die kleine lieve kindertjes, die hebben daar toch niets mee; die weten niet eens wat kwaad of zonde is – dus dat past toch eigenlijk niet. Misschien moet ik daar eerst op zeggen, dat Paulus het ook niet in de eerste plaats over kleine kinderen heeft, maar over volwassen mensen, die een beslissing hebben genomen, die willen breken met hun oude leven en voortaan in navolging van Christus willen leven. De doop markeert die ommekeer! Deze mensen wisten heel goed, dat hun oude leven onder het voorteken van de zonde en de dood stond en zij zien uit naar een nieuw leven. Heel concreet en heel reëel. Maar toch wil de gemeente van Christus ook volhouden, dat dit evengoed voor de kinderen geldt. Niet alleen wijzelf, maar ook onze kinderen zijn in principe gevangen in dat net van zonde en dood. Natuurlijk zijn onze kleine kindertjes lief en schattig en doen ze geen vlieg kwaad, maar zij delen wel in alle opzichten in de begrenzingen en beperkingen van het menselijk bestaan. Noem het „human nature‟ of „la condition humaine‟ – en Paulus vat die menselijke conditie, waarin iedereen deelt samen met de woorden: zonde en dood. Het is een kwalificatie van het menselijk bestaan, waar we onder lijden, waar we niet aan ontkomen, dat ons bepaalt, waar we met de beste bedoelingen niet van af komen. Ieder mens, klein of groot, deelt daar in! Dat is op zich een treurig verhaal en een treurige toestand. Maar Paulus is dan ook nog niet klaar met zijn verhaal. Hij gaat in hoofdlijnen uit de doeken doen, dat Jezus Christus gekomen is om die hele menselijke misère en schuld, lot en daad, op zich te nemen en weg te dragen. Zie, het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegdraagt! Hij is er onder doorgegaan en Hij heeft het op zich genomen: hij heeft de gevangenis gevangen genomen en de dood ontmaskerd en begraven, ja de dood gedood! Alle negativiteit is met Hem gestorven. Ook die van mij, die van ons allemaal. We waren er niet bij...en we kunnen er ook niet bij. Het wordt ons als een voldongen heilsfeit aangereikt, geloof het of niet, het is zo! Wat daar gebeurde, in het leven en sterven van Jezus, dat heeft deze alomvattende impact, zelfs zo, dat we kunnen zeggen: dat wij met Hem gekruisigd zijn, met Hem gestorven zijn, met Hem begraven zijn. Het leven en sterven van die Ene is het leven en sterven van allen.
Maar dat is nog niet alles, want dan...als klap op de vuurpijl komt nu de grootste onthulling: wij zijn ook met Hem opgestaan!! Wij zijn mensen van Pasen! Ik was er niet bij, ik kan er niet bij, maar wij weten, zegt Paulus, dat het zo is! We kregen toen een nieuwe identiteit! Leef er uit...!! Wees blij dat zonde, dood en begraven worden achter ons liggen en dat leven, opstanding en toekomst voortaan ons leven zullen uitmaken en bepalen. Dus, zo‟n somber stuk heeft Paulus helemaal niet geschreven: het is één en al bruisend en nieuw leven!!
Nu zijn dit allemaal grote woorden, natuurlijk, en we hebben zo onze vragen en bedenkingen: hoe kan dat nou? En hoe weet ik dat dat waar is? En geldt dat ook voor mij en hoe merk ik dat dan? En die opstanding, wat moet ik daar mee? Dat is mij te vaag en te onwerkelijk.
En de wereld draait nog net zoals vroeger...niks veranderd en het kwaad in en buiten mij tiert nog welig. Waar heb je het over, Paulus, dat we dood zijn voor de zonde en dat de dood geen macht meer over ons heeft?! En dan zeg ik: goeie vragen en scherp opgemerkt, maar wacht niet met leven uit het geloof totdat al je vragen beantwoord zijn. Laten we liever naar drie dingen kijken, die ons de weg wijzen en verder helpen.
Dat is allereerst straks naar de Doop: dat is een verbeelding van die nieuwe werkelijkheid. De doop symboliseert het sterven met Christus en het met Hem opstaan, tot een nieuw leven. Zo maakt God dat vage en vreemde ook tastbaar en zichtbaar voor ons! 2e: let u op mijn witte ambtsgewaad...en op de doopjurkjes van de kinderen – allemaal wit -, inderdaad omdat er een verwijzing naar het geheim en het licht van Pasen in zit. Daarom sta ik bij de doopvont niet als een begrafenisondernemer in een zwart pak de doop te bedienen, maar als mens van Pasen. De dopelingen worden uit het water van de dood opgehaald - als een visser van mensen sleep ik ze het droge op. Kom hier staan, aan de grote oever van het land aan de overzij! De Jordaan door, vanuit de woestijn het land van belofte in. Wandel in het licht, vanuit het licht en het licht tegemoet!
3e: We worden opgeroepen om uit deze heilsgeheimen te leven. Je niet steeds afvragen of het wel waar is – je niets steeds afvragen of het ook wel voor jou geldt – maar met Paulus instemmen en zeggen: wij weten, dat ons oude bestaan met Hem gekruisigd is, dus mag de zonde niet langer over ons heersen. Natuurlijk kunnen we nog zondigen en afdwalen, maar Paulus wil ons een nieuwe oriëntatie, een nieuw uitgangspunt geven. Niet meer in de vergeefsheid en de lamlendigheid, in de onmacht en het tekort, maar juist vanuit het nieuwe begin, dat we nog maar nauwelijks bij onszelf zien misschien, maar dat ons toch steeds aanspoort om te leven als mensen, die vernieuwd zijn.
Kortom, Paulus spoort ons aan te worden wie wij zijn: kinderen van God. Laat ik het nog preciezer zeggen: we zullen praktisch worden wie we in wezen zijn! Of nog iets anders: laten we werkelijk worden wie we wezenlijk zijn! Mensen, die een doodhekel hebben aan de zonde en het liefst leven naar God toe!

J

K

L

M