Logo dsCH 

Mattheüs 25: 1-13

Preek gehouden op zondag 9 november 2014 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Mattheüs 25: 1-13. In deze dienst werd de cantate “Wachet auf, ruft uns die Stimme” (BWV 140) van J.S. Bach uitgevoerd na de overdenking

Vijf wijsheden op een tegeltje

Iemand vertrouwde mij eens toe, dat hij de gelijkenis van Jezus over de vijf dwaze en de vijf wijze meisjes maar een kinderachtig en irritant verhaaltje vond. Deze behoorde volgens hem echt niet tot de tien beste van Jezus. Hij had wel sterkere verhalen van Hem gehoord.

Toen heb ik, meen ik, gezegd, dat een verhaal van Jezus pas betekenis krijgt als je jezelf erin tegenkomt. Zolang je het verhaal beschouwt als een verhaaltje, een al of niet literair kuntswerkje, blijft het op afstand en beoordeel je het als een buitenstaander. Maar Jezus vertelt ons verhalen om onszelf erin tegen te komen. De tijdgenoten van Bach hadden dat haarfijn begrepen. Zo gaat het in de cantate n.a.v. deze gelijkenis steeds over onszelf: ik ben het, die de Bruidegom verwacht, ik ben het zelf, die naar zijn komst verlangt en uiteindelijk zal ik met Hem aanzitten aan het eeuwige vreugdemaal.

Het is naar onze smaak – althans naar de mijne - allemaal wat erg piëtistisch en met een overdosis aan Hooglied-mystiek overgoten misschien, maar wat m.i. blijvend is, dat is de nadruk op de persoonlijke participatie.

Om die ook voor onszelf op te roepen, probeer ik uit het verhaal 5 wijsheden te destilleren. Misschien kan ik ze wel in samenvatting telkens op een tegeltje kwijt, zodat we uiteindelijk 5 tegeltjeswijsheden hebben. Voor wie zijn ze bedoeld? En wat doe je ermee? Dat is wellicht de uiteindelijke vraag.

1. Allereerst wordt er gesproken over de nadering van de bruidegom. En de meisjes, zowel de dwaze als de wijze, gaan hem tegemoet. Dat zegt iets

over de beleving van de tijd. De tijd loopt uit op de ontmoeting met de Bruidegom. Daar kun je nog een hele tijd over filosoferen en mediteren, maar ik vat het zo samen en zet het op het tegeltje: De tijd vliegt daarheen (of: naar Hem toe).

2. Om de tijd door te komen heeft iedereen olie nodig. Dat is een soort basisbehoefte. In je leven moet je bagage bij je hebben om op te teren. Die krijg je mee door je opvoeding, maar ook door je eigen ontwikkeling. Je laat je inspireren door mensen, die de weg wijzen. Je hebt een boek, een lied, een spreuk, een persoon of een stroming, waaraan je je leven oriënteert. Olie heb je nodig, anders droog je uit en heb je geen licht in je leven. Op het 2e tegeltje komt te staan: Wees wijs, niet oliedom!

3. Er komen in ieders leven momenten voor, waarop je wegsuft en indut. Dat geldt voor wijzen en dwazen. Men laat zich gemakkelijk in slaap wiegen door het gedoe van alledag, door de besognes en zorgen, door je kwalen en huwelijksproblemen, door je gezwoeg en gezweet, door de verleidingen en de verstrooiingen. Je wordt er moe van en uitgeput. Niemand ontkomt daaraan. Hem, die wij tegemoet gaan, is ver weg. Ik formuleer een tegelwijsheid: Slaap gerust, maar laat je hart waken!

4. Als de bruidegom eraan komt ontstaat er ineens verwarring en onrust. De stoet valt uiteen: er zijn er mét olie en er zijn er zónder olie. Er wordt geprobeerd tot een eerlijke verdeling te komen, maar het lukt niet. Er wordt gezocht naar een oplossing, maar als ze die eindelijk gevonden hebben, zijn ze te laat. Niemand kan voor een ander instaan. Je kunt niet zeggen: geef mij wat van jouw goede werken, geef mij wat van jouw geloof, geef mij wat van jouw geestdrift, geef mij wat van jouw verlangen. Ieder leeft zijn eigen leven en moet zijn of haar eigen leven

verantwoorden. Kijken of ik het op een tegeltje krijg: Wees jezelf en leef op je eigen innerlijke kracht.

5. Te middernacht klinkt de roep, dat de bruidegom eraan komt. Nee, Hij is er nog niet, maar er wordt gezegd, dat Hij eraan komt. Er klinkt een stem, die zegt, dat men wakker moet worden. Wakker om te kunnen zien, hoe de situatie is, om te kunnen vast stellen, hoe vèr we zijn, of hoe vèr heen. Van tijd tot tijd klinken er zulke stemmen, die mensen doen opschrikken: o ja, als we zo doorgaan, dan gaat het milieu naar de haaien. Of als we niet luisteren naar die stem, die van ons geweten of die tot ons komt vanuit het Evangelie, dan...

Dat zijn wake-up calls, die van alle mogelijke kanten kunnen opklinken. En ik schrijf op mijn vijfde en laatste tegeltje met mooie sierletters: “Wachet auf, ruft uns die Stimme!”

J

K

L

M