Logo dsCH 

Jezelf (en God) tegenkomen...?

Preek gehouden op zondag 9 oktober 2016 in de Oude Kerk te Meppel n.a.v. Genesis 32 (slot)

 

Jezelf (en God) tegenkomen...?

 

Als we Jacob een beetje proberen te volgen dan moet u niet vreemd opkijken, dat u ook uzelf tegenkomt. In Meppel hangen momenteel posters in de stad – misschien hebt u ze wel gezien – van het Apostolisch Genootschap (en sinds ik de oprichting van het Platform van kerken in Meppel dit genootschap wat beter heb leren kennen, moet ik zeggen: alle waardering voor de wijze, waarop zij zich presenteren en communiceren – maar dit even terzijde): dus in Meppel hangen momenteel posters waarop bijv. staat: Ben je blij als je jezelf ziet? Het is een uitnodiging om kritisch naar jezelf te kijken, om te ontdekken wie je bent en wat je echt wil en wie heb je nodig om te worden wie je wilt zijn enz. Zelf-bewust-zijn gaat het over. Het is eigenlijk een soort cursus ‘hoe word ik meer mezelf’ of ‘hoe word ik meer wie ik ben’. Het is zo’n traject, waarbij je uit je comfort-zone moet zien te stappen en misschien ineens onverwachte aspecten van jezelf leert kennen. Daar kun je vrolijk van worden, maar misschien ook wel van schrikken.
Jacob kwam ook zichzelf tegen. Niet tijdens een cursus ‘zelf bewust zijn’, maar tijdens een oversteek, ‘in de overgang’ zou ik bijna willen zeggen. Het is een soort keerpunt in zijn leven, een onverwacht bezinningsmoment. Hij heeft eigenlijk alles wat zijn hartje begeert, hij is ‘in good shape’, een fijn gezin, een luxe tent en sterke woestijn-hummer, meerdere zelfs. Maar hij zit toch niet lekker in z’n vel. Hij heeft alles, maar is toch niet gelukkig. En juist nu hij naar huis terugkeert, nu het land van belofte nabij is, herinnert hij zich, hoe het allemaal begonnen was en hij is bang zijn broer onder ogen te komen. Hij was hem toen een stap voor geweest en hij had de zegen van zijn vader gekregen in plaats van zijn oudere broer. Door een slimmigheidje had hij zijn vader om de tuin geleid en hij had gezegd: ‘ik ben Ezau...’  ”Ja, ja, de handen zijn Ezau’s handen, maar de stem is Jacob’s stem” had vader nog gemompeld. ‘Nee, ik ben het echt, vader, ik ben Ezau, geef mij nu maar snel de zegen. Dan komt alles goed’.
En rijk gezegend komt Jacob nu terug: hij heeft alles, maar in zijn hart en geheugen woelt nog het bedrog. Jacob ziet die poster van het AG hangen: Als je jezelf ziet, Jacob, ben je dan blij? Nee, helemaal niet blij...eerder beschaamd, vol van spijt en wroeging en ook bang, bang voor de toekomst, bang voor God?!
Als hij de Jabbok oversteekt komt hij zichzelf tegen. ‘Jabbok’ lees ik allereerst als een verbastering van ‘Jacob’...hij is het niet zelf, het is zijn spiegelbeeld, zijn alter ego, zijn betere ik....zijn geweten, dat hem aanspreekt op zijn verleden en zijn beslissingen.
En dat wordt een heel gevecht. En hoe zal dat aflopen en hoe kom je eruit? Als een ander mens, een beter mens misschien?
We kennen natuurlijk allemaal onze gevechten, onze worstelingen. Met gebeurtenissen en lotgevallen, die op onze weg komen en die als een blokkade ons de weg versperren. We hadden net alles op orde, we wisten precies hoe het leven verder zou verlopen, maar dan gebeurt er ineens iets ergs of iets rottigs. Een ziekte steekt onverwachts de kop op, iemand van je dierbaren ontvalt je, er gebeurt een ongeluk of je relatie staat op springen. Allemaal tegenvallers, problemen, hindernissen, die de voortgang van je leven lijken te blokkeren. Of is dat toch gezichtsbedrog...kan zo’n gevecht ook nog iets opleveren?
Als we nog even naar Jacob kijken dan zien we, dat hij er sterker uitkwam dan dat hij erin ging. Jacob heeft zijn uiterste best gedaan om er doorheen te komen. Hij liet zich niet kisten. Hij weet niet met wie hij aan het vechten is – is het zijn ego, is het zijn verleden, is het de bierkaai, is het God – ‘just name it’, maar hoe dan ook: hij staat zijn mannetje. Niet opgeven! Verzet bieden!
Misschien is dat wel even een leermomentje voor onszelf. Ik denk, dat wij ons vaak snel neerleggen bij de feiten. En we gaan er ook gauw bij liggen als het moeilijk wordt. Soms wordt dat ook wel een gelovige houding genoemd, maar geloven is toch iets anders dan afwachten en berusten. Geloven is ‘strijden’. Strijden met God, vechten om zijn zegen...
Maar, ik geef meteen toe, het gevecht is niet gemakkelijk. De tegenstand en de tegenstander lijken sterker en overmachtig. En jouw kracht is zwak en je bent uitgeput. Hoe zou ik kunnen overwinnen?
Sommigen denken: ik ga er met een boog omheen. Ik vermijd het gevecht. ‘God bestaat niet’, er is niks aan de hand, het is maar inbeelding en psychische verwarring waar je mee opgezadeld wordt. Weg ermee! Maar ik vraag me af of dat wel blijvend lukt. Voor een tijdje wel misschien, als er geen vuiltje aan de lucht is dan kun je een heel eind weg flierefluiten, maar als ook schaduwen zich gaan vertonen op je levensweg, ik weet niet of je dan wegkomt met dit soort rationele redeneringen. Vroeg of laat komt de vraag op je af: wie ben je? Wat is je naam? En dan volstaat het niet om je paspoort voor de dag te halen...
‘Jacob’! klinkt het met een beverige piepstem. Ja, het hoge woord moet er toch een keer uit...je echte naam verraadt wie je bent, ah, dat mannetje dat haantje de voorste wilde zijn, die voordringer, die de zegen wou wegkapen, zo heet je, zo ben je!
Maar vanaf nu niet meer...dat verleden en die naam zullen niet meer bepalend voor jou en je toekomst zijn. Je zult voortaan ‘Israël’ heten, ‘strijder Gods’: je hebt geworsteld met God en je hebt overwonnen. Goed gedaan! Zo ontvangt Jacob de zegen, opnieuw...of nu pas echt goed. Een zegen, die hem verandert, een ander mens maakt. Opnieuw geboren!
Het woord en begrip ‘zegen’ is een beetje versleten en onbegrijpelijk geworden voor ons, denk ik. Toen ik daar van de week over nadacht dacht ik: het betekent eigenlijk ‘wèl spreken over iemand’ en iemand het goede toewensen en over hem uitspreken. Toen schoot mij te binnen: misschien is het wel net zoiets als ‘liken’ op Facebook. Daar zitten mensen ook soms op te wachten, dat anderen hun foto of berichtje ‘liken’, leuk vinden, goed vinden, hun duimpje voor opsteken.
Zo ‘liket’ God Jacob – goed gedaan, Jacob, het gevecht met Mij aangaan geeft je een nieuwe naam, een nieuwe toekomst.
Jacob is er een beetje van in de war geraakt en weet niet goed wat hij moet zeggen of denken. ‘Hoe is uw naam, mijnheer?’, zo vraagt hij en het antwoord is: “Waarom vraag je naar mijn naam?” En hij kreeg de zegen van “Waarom vraag je naar Mijn Naam?”
Ja, wij willen alles graag benoemen en een duidelijke naam of etiket geven. Dan heb je er zicht op en kun je er mee uit de voeten. Maar het mysterie, dat wij ‘God’ noemen laat zich niet vangen in onze begrippen en gedachten. “Ik heb God gezien” riep Jacob geestdriftig uit, - en later vertelde hij dat graag aan mensen, die hij tegenkwam, maar zeiden steevast “Geloof je het zelf?”, waarop Jacob antwoordde: “Ik geloof het wel...” - maar Wie hij gezien had was verdwenen en het enige dat hij overhield was een herinnering en voortaan liep hij een beetje mank. Hij was er toch niet zonder kleerscheuren uitgekomen...zo’n worsteling met God doet wel wat met je. Blijvend letsel aan de heup...
Zoals we nu ook vaak mensen tegenkomen – of we zijn het zelf – dat we zeggen: hij of zij heeft wel veel meegemaakt. Zij heeft de littekens van het leven zichtbaar bij zich. Het is je niet in de koude kleren gaan zitten...alles wat op je weg kwam.
Maar uiteindelijk kwam je er toch sterker uit. God liet je niet los en jij liet God niet los – je kunt niet zonder Hem en Hij niet zonder jou en zijn zegen baant de weg vooruit. Kijk, de zon komt op. Ik heb een nieuwe dag gekregen...het licht van Pasen overschijnt mijn geknakte bestaan en ondanks alles ben ik alleen maar blij! Het gevecht is een omhelzing gebleken!

J

K

L

M