Logo dsCH 

Profaan en sacraal tegelijkertijd

Preek gehouden op Kana-zondag (17 januari 2016) in de Gereformeerde Kerk te Zuidwolde (Dr.)

 

Profaan en sacraal tegelijkertijd

 

“Wij willen bruiloftsgasten zijn, in Kana in Galilea”. Zo’n liedtekst maakt ons meteen deelgenoot van het gebeuren. Of is het misschien toch beter om te spreken van ‘het verhaal’.
Als we het Evangeliegedeelte, dat Johannes ons vertelt, teveel zouden lezen als een verslag van een historische gebeurtenis dan doen wij de evangelist hoogstwaarschijnlijk tekort. Johannes moet bij het opstellen van zijn evangelie gedacht hebben: de feiten over Jezus, over wat Hij zei en wat Hij deed en hoe het met Hem afgelopen is, dat is wel algemeen bekend inmiddels. Daarvoor verwijs ik naar Markus en Lukas en Mattheus – hoewel ook hun verhaal niet zuiver historische stuff is, maar toch wel meer historisch ingevuld dan wat ik nu ga vertellen, zo moet Johannes gedacht hebben. Ik ga niet zozeer vertellen wat er gebeurd is, maar ik ga uit de doeken proberen te doen wat de betekenis was en is van de ‘figuur’ Jezus van Nazareth, die de Christus genoemd wordt.
En hij gaat dat doen aan de hand van ‘wonderverhalen’, die hij ‘tekenen’ noemt.
Dit lijkt misschien een overbodige en nutteloze inleiding, maar toch is dat maar schijn. Want als we de vertelling van Johannes over de bruiloft te Kana gaan opvatten als een op historische feiten gebaseerd relaas dan maken wij van Jezus een soort tovenaar. Dan is hij iemand, die dingen kan veranderen en laten verdwijnen en weer tevoorschijn roepen, zoals een konijn uit een hoge hoed. Wie water in wijn kan veranderen lijkt een goochelaar of een chemicus en oogst verbazing en bewondering. Hoe is het mogelijk?!
Maar zoiets wil Johannes niet vertellen. Hij probeert aan de hand van een verhaal of een legende duidelijk te maken wie Jezus was en is. Welke betekenis Hij heeft voor ons. Het is geen bericht, dat in de krant zou moeten staan, maar het is een verhaal, dat vanuit het Paasgeheimenis wordt verteld en waaruit de gemeente van Christus leeft. Die aanwijzing vinden we meteen al in het eerste vers, als er gezegd wordt, dat er ‘op de derde dag’ een bruiloft is. Dat is niet zomaar een tijdsaanduiding, maar hier wordt ondubbelzinnig verwezen naar Pasen: het gaat om een nieuwe werkelijkheid. Niet dat die nieuwe werkelijkheid alom zichtbaar en merkbaar is, want het gaat hier om ‘het begin van zijn tekenen’, maar wie zich laat meetrekken in deze bruiloftstoet en deelneemt aan dit feest, die zal ook in zijn of haar eigen leven gaan merken, dat water in wijn kan veranderen.
Die nieuwe werkelijkheid wordt vaak maar incidenteel en monndjesmaat zichtbaar in ons leven, maar soms kan die zomaar ineens oplichten. Dat je vrolijk wordt van wat je hebt: je denkt soms, dat je leven op een dood spoor staat, dat alles voorbij is; dat de vreugde geweken is, omdat je oud wordt of ziek. Je denkt soms: wat is er eigenlijk nog over: vroeger was het allemaal beter en leuker. Toen smaakte het leven goed en was alles koek en ei. Maar nu stagneert het leven; het is geen feest meer.
Maar dan kan toch onverwacht het wonder gebeuren, dat water verandert in wijn. Ik denk trouwens, dat Johannes hier ook een hint geeft in de richting van de bevrijding uit de egyptische slavernij, die ingezet werd met de verandering van water in bloed. Het begin van de tekenen van God, die zijn volk gaat bevrijden!
Is hier ook niet zoiets aan de orde?
Misschien is het goed om nu even te kijken naar waar dat water vandaan komt. Dat water staat daar in zes stenen vaten, die bedoeld zijn voor de reiniging. Het is ritueel water, bedoeld voor de eredienst, voor de omgang van mensen met God. Het is door God gegeven water om de omgang met Hem mogelijk te maken. Wij kunnen God niet ontmoeten, tenzij wij ons reinigen en zo de afstand verkleinen. ‘Heilig’ water om dichterbij God te komen. Sacraal water.
Jezus gaat juist dat water gebruiken om het feest weer op gang te brengen. Is dat geen blasfemie, is dat niet godslasterlijk, wanneer je iets wat voor de godsdienst bedoeld is gaat gebruiken voor het gewone leven? Wis je dan het onderscheid niet weg tussen profaan en sacraal, tussen heilig en gewoon, alledaags?
Hoewel wij niet zo sterk meer denken in het onderscheid tussen de sferen van heilig en profaan, toch merken we daar soms iets van, als bijv. het brood dat over is gebleven van de Avondmaalsviering afdekken met een wit kleed of er moeite mee hebben om het restant te voeren aan de vogeltjes. Of een Bijbel, die je uitgelezen hebt en helemaal versleten is: gooi je die in de kliko?  Mijn vader had er moeite mee om dat te doen...
Maar nu herinner ik u even aan de eerste lezing uit 1 Samuel: daar hoorden wij vertellen, dat David de toonbroden uit de tabernakel krijgt van de priester om aan zijn manschappen te geven, die enorm uitgehongerd zijn. Heilig brood wordt uitgedeeld aan soldaten.
Jezus doet eigenlijk hetzelfde: wat bedoeld is voor het godsdienstige ritueel gaat hij gebruiken om de feestvreugde in het gewone leven weer op gang te krijgen. En daarmee verdwijnt eigenlijk het onderscheid tussen sacraal en profaan, tussen het heilige en het gewone of alledaagse. Jezus onderstreept hiermee het grote gewicht van het gewone en alledaagse, van het feest en de vreugde om de wijn en om alle goede dingen, die wij van God ontvingen. Wat is dan het nut of de zin van het gewijde en het sacrale? Nou, ik denk: precies om dát aan het licht te brengen. Het sacrale heeft geen doel in zichzelf – als mensen alleen maar met het heilige bezigzijn en het gewone leven vergeten, dan missen zij het punt, waar het om draait. Want het bijzondere is bedoeld om het gewone aan het licht te brengen. Het water uit de reinigingsvaten is bedoeld om de grandeur en de sprankeling van het gewone leven naar voren te halen. De eredienst is bedoeld om het gewone leven weer in zijn glans te herstellen. Geloof in God is niet bedoeld om een ander leven te krijgen, maar om dit leven anders te zien en te beleven. En zo kan iedere maaltijd, omgekeerd, een maaltijd van de Heer worden en iedere wandeling een stille omgang met God en iedere ontmoeting met een medemens een afglans van een ontmoeting met God, zoals Jacob ervoer toen hij zijn broeder Ezau omhelsde. Kortom, het profane en alledaagse krijgt een extra dimensie en wordt beleefd als iets heiligs en bijzonders en dat is mogelijk dankzij de afgeschermde ruimte van het heilige en het bijzondere van het sacrale.
Zo komt het verhaal van de bruiloft te Kana wat dichterbij, naar ik hoop en kunnen wij ons gewone leven opnieuw gaan beleven als een feest, als iets bijzonders. Er zijn m.i. twee in het oog lopende momenten, wanneer dat zou kunnen plaatsvinden. Allereerst wanneer het besef gevoeld wordt, dat het feest is gaan stagneren, wanneer er een soort dieptepunt of ‘ground zero’ beleefd wordt. Juist dan kan het licht van Pasen over ons leven gaan schijnen en ontdekken we: wie zijn leven verliest heeft het gevonden en de doodgelopen weg blijkt een weg ten leven te zijn.
Ten tweede wil ik ook even wijzen op de zinsnede, die moeder Maria in de mond wordt gelegd, wanneer zij zegt: Doe alles wat Hij u zegt! Dat moeten wij voor onszelf dan veel breder opvatten en horen als een aansporing om acht te slaan op zijn aanwijzingen en voorschriften, bijv. zoals die neergelegd zijn in de Bergrede of in de samenvatting van de Thora: de liefde tot God en de naaste.
In de weg van de navolging beginnen de tekenen van het nieuwe leven zich voor te doen, vaak en vooral op een paradoxale wijze, op een manier, die eerder doet denken aan teloorgang en stagnatie dan aan voortgang en succes, maar waaruit op den duur de nieuwe werkelijkheid zich kan ontvouwen. En om dit alles op te merken hebben wij nieuwe ogen nodig, die zien dat water wijn geworden is en een nieuwe smaak, waardoor wij proeven, dat water wijn geworden is. En wij zien de fonkeling in het glas en de twinkeling in de ogen van de ander, met wie wij leven en die de Heer op ons pad brengt en samen verheugen wij ons en zeggen: dit is veel beter dan wij dachten en mooier dan eerst. En al was de weg erheen soms zwaar en leek die onbegaanbaar, uiteindelijk is de afloop en de bestemming beter dan het begin!

J

K

L

M