Logo dsCH 

Kerstnacht, het mysterie van kerst

Meditatie voor in de Kerstnacht, 24 december 2013, in de Grote- of Mariakerk te Meppel n.a.v. Lucas 2

Vooraf gaat het Psalmengebed van de Kerstnacht: Psalm 2

1 Waartoe leidt het woeden van de volken,
het rumoer van de naties? Nou, dat leidt nergens toe!
2 De koningen van de aarde komen in verzet,
de wereldmachten spannen samen
tegen de HEER en zijn gezalfde:
3 ‘Wij moeten hun juk afwerpen,
ons van hun boeien bevrijden.’  roepen ze.
4 Maar Die in de hemel troont lacht erom, haha!
Ja, de Heer spot met hen.
5 Dan kan Hij zich niet langer bedwingen ,
En wat Hij nu gaat zeggen, doet hen versteld staan:
6 ‘Ikzelf heb mijn koning gezalfd,
op de Sion, mijn heilige berg.’ , zegt Hij.
7 Ja, luister goed, dit is wat de HEER als zijn besluit bekendmaakt.  
‘Jij bent mijn zoon’, zegt Hij
‘Heden heb Ik je verwekt.
8 Vraag maar gerust aan mij
en ik geef je de volken in bezit,
de einden der aarde in eigendom’.
12 Welnu, jullie rumoerige volken en niets en niemand ontziende machthebbers – wordt wijs en tel je knopen: Bewijs nou maar eer aan die zoon – en nu hij daar in de wieg ligt, kun je hem met een gerust hart een kusje geven,
Gelukkig is een ieder, wie onderdak bij hem vindt, al is het in een stal.

HET MYSTERIE VAN KERST

In de Kerstnacht lopen de gespannen verwachtingen altijd hoog op. Dat is heel begrijpelijk, want Maria zal vannacht haar Kind ter wereld brengen. Ze weet al, dat het een jongetje is en dat hij Jezus zal genoemd gaan worden.
Maar wie dat nieuwe kind precies is, dat is eigenlijk nog een geheim. Als een kindje net geboren is wordt vaak al meteen gekeken naar verwantschap, naar gelijkenis met vader, moeder, opa of oma. “Ja, kijk maar, precies zo’n neusje en let eens op dat kuiltje in haar kin...heeft oma ook”. Maar als Jezus geboren wordt staat iedereen vreemd en verwonderd te kijken. Hij lijkt niet op Maria en hij lijkt niet op Jozef. Hij lijkt op niemand – of is het beter om te zeggen, dat hij op iedereen lijkt? Een vreemd mysterie!
Als de herders van de velden zich over het kindje buigen staan ook zij  oog in oog met dat geheimzinnige kind. Wie kan ophelderen wie hij is? En op Wie hij lijkt?
Dan vertelt één van de herders, dat zij tijdens het de wacht houden, waren opgeschrikt door een wit licht. Of ze het nu gedroomd hadden of echt gezien hadden wisten ze eigenlijk niet precies – en, trouwens, wat maakt dat eigenlijk uit, zeiden ze er nog heel  gevat en terecht bij – dat witte licht had hen zo overrompeld, dat ze helemaal van de kaart waren, maar toen ze weer bij zinnen waren, wisten ze allemaal te vertellen, dat er iets bijzonders aan de hand was. Een Kind ons geboren in de stad van David, die heil en zegen zal brengen voor alle mensen en vrede op aarde!
Ja, zoiets was het wel en nu ze hier bij dit kindje staan, zijn ze van mening, dat het om dit Kind ging. Dit is het Kind van hun dromen, dit is het kind, dat een nieuwe wereld zal scheppen, dit is het Kind, dat de tijd in tweeën zal splijten, dit is het Kind, dat gekend en miskend zal worden, maar dat zelf alle mensen zal blijven beminnen, ja, dit is zeker het Kind, dat zo trouw zondaars mint -  en Hij zal ze blijven koesteren, al kostte het hem uiteindelijk zijn leven.
En terwijl ze bij dit wonderlijke Kind staan – ja, het is mysterieus en toch ook heel gewoon – beginnen die stoere herders zo maar een liedje te zingen, spontaan welt het in hen op: “Midden in de winternacht, ging de hemel open!” En: “Komt, verwondert u hier mensen” en “Stille nacht”. Ze kenden ze allemaal...en nog veel meer en andere.
Dan begint één van de herders ineens een woord uit de Bijbel te citeren en hij zegt: ik heb ergens een woord gelezen, dat hier nu vanavond wel erg van toepassing is.  Luister, ik heb het hier in een oude vertaling bij me en het klinkt zo: “Dit mysterie, of dit geheimenis is groot, namelijk God geopenbaard in het vlees”. De herder trok er een serieus gezicht bij en hij vond het – eerlijk gezegd - wel een wat vreemde en voor misverstanden vatbare tekst, maar hij dacht dat hij de clou ervan wel doorhad. Volgens hem betekende het zoiets als, dat Jezus een soort uitbeelding of uitdrukking van God was en is. Dit kind is God in menselijke gedaante. God komt naar ons toe in dit Kind. Wil je weten wie God is, kijk dan naar dit Kind. Zoiets moest het wel betekenen, dacht de herder. En toen hij daar nog wat langer over nadacht begon het hem te duizelen en in een bui van opperste vervoering vatte hij dat oude woord plotseling zo samen en hij zei het tegen ieder die het horen wilde zo: “Dit mysterie is groot en niet te bevatten: God is manifest geworden in onze existentie”.  Toen was het even stil in de stal en Maria zei zachtjes: “Ik wist niet dat herders zo hoog konden draven...”
En iedereen was ook helemaal verbouwereerd over wat er over dit kind werd verteld en om de spanning wat te breken zei Maria ineens tegen de herders: “willen jullie misschien met hem op de foto?” De herder, die zijn tijd ver vooruit was, zei: “Nee, lieve Maria, dat is een beetje ouderwets. Blijf maar rustig zitten waar je zit...Kijk, ik doe het zelf wel: ik maak een selfie van Hem en van mijzelf,... da’s pas cool!” En zo gezegd, zo gedaan.
Thuisgekomen ging hij de foto nog eens goed bekijken. Op wie lijkt dat kind toch? Jozef had steeds wel veelbetekenend geroepen: “sprekend zijn vader”, maar de herder wist het zo net niet. Als hij goed keek vond hij, dat het kind eigenlijk ook wel iets weg had van hemzelf. En toen die andere herders ook  hun selfies  lieten zien vonden ze allemaal – stuk voor stuk - dat hij op een ieder van hen leek. Dat was wel heel mysterieus...
Pas veel later begonnen ze iets van dit vreemde mysterie te begrijpen. Want in werkelijkheid was het eigenlijk zo, dat zij zelf – zonder het te weten - steeds meer op dat wonderlijke kind waren gaan lijken. Door van hem te houden, door hem na te volgen, door te doen, wat hij deed en gedaan had, begonnen ze steeds meer op hem te lijken. En hoe minder ze aan zichzelf dachten – zeg maar, hoe minder ‘selfish’ ze waren - en hoe meer ze aan de ander(en) dachten, des te meer gingen ze op Hem lijken.
Wonderlijk, niet? Ja, dat is nu het mysterie van Kerst...een groot geheimenis, ja een Magnum Mysterium!
Nu klinkt “O Magnum Mysterium” van Morten Lauridsen.

J

K

L

M