Logo dsCH 

Mattheus 11

PREEK N.A.V. MATTHEUS 11: TOT RUST KOMEN!

Als je over de snelweg naar je vakantiebestemming raast dan zijn er gelukkig onderweg van die Raststätte of Aires, waar je even de benen kunt strekken en op adem kunt komen. Een pauze heet dat! Langs de snelweg moet je daar wel heen, op andere plaatsen mag je niet stoppen. Je moet door. Ons leven heeft soms ook wel iets van een snelweg. Het gaat allemaal zo snel en je leven raast aan je voorbij. Onderweg kom je genoeg bordjes tegen, waarop staat: hier moet je even uitblazen. Neem eens een breezer of laat je onder nemen nemen door een goeroe...maar meestal is daar geen tijd voor. We moeten verder. Voor velen is de zondagochtend nog wel zo‟n pauze-moment: even op adem komen in de kerk, een lied zingen, een gebed uitspreken, een goed woord horen. En juist vandaag, wanneer de vakantietijd aanbreekt, klinkt dan dat woord van Jezus in ons vermoeide oor: Kom naar Mij, als je moe bent of onder lasten gebukt gaat, als je zwaar tilt aan het leven of uitgeteld bent en uitgerangeerd...dan zal ik jullie rust geven, een adempauze. Dit woord van Jezus is een bekend en bemind woord in de kerk, toch roept dit woord ook vragen op en irritatie zelfs. Mensen zeggen: “ik heb helemaal geen rust nodig, ik zoek eerder afleiding en vertier”. Kom mij niet lastig vallen met rust, dat is iets voor bejaarden en tobbers; ik sta midden in het leven en ik vind rust een overbodig artikel. Dat kan. Ik zou kunnen zeggen: u hebt nu misschien geen behoefte aan rust, maar u hebt het wel nodig. Misschien moet u uw eigen leven en uw eigen verlangens nog eens kritisch doorlichten en dan ontdek je misschien dat je rust echt wel nodig hebt. Ik weet niet of dat veel zou uithalen. Misschien is de tijd nog niet rijp...je moet Jezus en zijn woorden nooit opdringen aan mensen. Het is eerder een uitnodiging...Hij roept: hierheen! Je ziet mensen omkijken en bij zichzelf denken: mij niet gezien...of: ik wil daar helemaal niet heen. Ik ga mijn eigen weg...ik wil spanning en avontuur, die roep van Jezus komt later wel. Misschien staan we nu meteen oog in oog met een levensgroot misverstand, als het gaat om de rust, die Jezus aanbiedt en uitstraalt. Veel mensen denken, dat dat het einde van hun vitale leven betekent. Zij associëren rust met grafzerken en doodse stilte. Dat er dan niets spannends meer kan gebeuren; dat alles tot stilstand is gekomen. Een soort dood spoor. Eindeloze verveling. Als wij, als mensen die zeggen rust gevonden te hebben bij Jezus, met elkaar die indruk wekken dan zijn we slechte leerlingen van Jezus.
De rust, die Jezus op het oog heeft is geen doodsaaie rust en verveling, maar bewogen, beweeglijke rust en een geconcentreerde houding vol gespannen activiteit. Zoals ik las van een nieuwe evangelische beweging in Amerika, die zich New Monasticism noemt, nieuw kloosterleven, waar jongelui zich vrijwillig en met grote toewijding inzetten voor de medemens in de suburbs van de grote steden. Zij zetten zich in voor armen en behoeftigen en zo probeert men de navolging van Christus echt in de praktijk te brengen. Een beweging waarbij rust en activiteit samengaan. Rust niet als ingedommelde zelfgenoegzaamheid, maar als vertrekbasis voor betrokken activiteit. De rust is meer bedoeld als grondhouding, niet als eindresultaat of doel. De innerlijke rust maakt je vrij van zorgen en bereid tot betrokkenheid. Rust staat dan ook eerder tegenover angst en bezorgdheid. Wij maken ons druk om van alles en nog wat en dat jaagt ons op en maakt ons onvrij en gestressd. Maar als Jezus zegt: Laat dat nu eens allemaal los en kom tot jezelf en kom tot Mij en ervaar de rust van het aanvaard-zijn. Dan krijgt je leven een nieuwe spankracht en kun je meer aan en kun je meer doen dan je denkt. Het is net als met boogschieten: de rust zit „m in de gespannen pees, die vanuit die gespannen stilte en rust een enorme kracht en vaart kan teweeg brengen.
Want, kijk, als de rust wordt beschouwd als een soort eindpunt, een nastrevenswaardig doel, dan verandert de christelijke gemeente in een station voor luie levers. Dan wordt het op den duur alleen maar uitzakken en inzakken. En dan krijg je ook de min of meer terechte kritiek te horen: O, jullie hebben het maar makkelijk! Je gaat even naar de kerk, je laat je zonden van de laatste week of weken afwassen en klaar is kees. Je kunt weer overgaan tot de orde van de dag. Makkelijk geloof is dat. God is een vergevende God, Jezus een verzoenende kracht – pardonner c‟est son metier, zei Voltaire al spottend over God. Zo komen mensen wel erg gemakkelijk en op een koopje tot rust.
Maar zo heeft Jezus dat nooit bedoeld, lijkt mij. Het is goed om in de kerk tot rust te komen en je zorgen en mislukkingen van je te kunnen afwerpen, maar als dat leidt tot gemakzucht en doe-loosheid (ja met 1 l) dan hebben we toch het springende punt gemist. Het gaat er namelijk om om vanuit die rust het juk van Jezus op je te nemen en in vrijheid te dragen. Het tot rust komen is tegelijkertijd een leerproces; het maakt deel uit van het discipelschap van Jezus...en leert van Mij, zegt hij, dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart. Een juk wordt of werd gebruikt om twee emmertjes water te halen en te dragen. Om in evenwicht te blijven en de last te verdelen over de beide schouders. Iets wat getild moet worden ga je eigenlijk dragen. Het is een geweldig hulpmiddel om iets zwaars lichter te maken. Veel mensen kennen het woord „juk‟ niet meer...jeuk wel, maar juk niet... Maar vanuit de joodse traditie wordt het juk altijd genoemd in verband met de Thora, de woorden van God om die te doen. En dan gaat het om een vrijwillige onderwerping, een vrijwillige bereidheid om de geboden en inzettingen van God te doen – in vrijheid en met vrolijkheid. Zo roept Jezus ook ons op om in vrijheid en met opgeheven hoofd zijn juk op ons te nemen. Wij kijken nog eens even hoe Hij daar staat en roept: Hierheen! En we zien hem gaan in zijn afgang en vernedering, maar tegelijkertijd blijft hij zachtmoedig en nederig van hart.
Een voor mij onbegaanbare weg...ik durf niet, ik kan het niet. Ik wil het ook niet. Hierheen, blijft de stem zeggen...vanuit de innerlijke rust, die Ik zal geven kun je het aan. En...het is mijn juk. Ik draag het eigenlijk...kom er maar onder en je zult wel merken: het valt mee. Het is te doen. Ik leg geen ondraagbare lasten op en mijn juk is licht, ja, echt licht.
Toch wordt er wat afgezucht in de christenheid: het is allemaal zo zwaar, gewichtig en moeilijk. Strenge blikken en norse tronies bepalen voor een deel het gezicht van de kerk. Dat klopt niet...dan leef je niet vanuit de vrijheid en de rust, maar vanuit de angst en de strengheid. Nee, leer van mij, dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart. Zonder al te veel opsmuk en praatjes gewoon je weg gaan en je taak doen. Niet hoog van de toren blazen of opgeblazen anderen aftroeven met wat je beleefd hebt of gedaan hebt. Ik aarzel, elke dag weer. Wanneer zal ik echt gaan dragen? Ik wil wel gedragen worden, maar zelf dragen...of gaat dat samen op? Is het eigenlijk één gebeuren?? Zou best eens kunnen. Ik denk dat ik het het beste begrijp als ik een kind ben. De wijzen en verstandigen blijft het verborgen. Die zien het niet...die redeneren te veel en hebben er geen oog voor. Vragen vooraf vooral: maar hoe zit het dan met dit of met dat? Kan toch niet? Klopt toch niet? Voor de wijzen en verstandigen blijft het verborgen...zo werkt dat. Een soort eigen schuld dikke bult verhaal eigenlijk... Maar aan kinderen wordt het onthuld. Dat is de blik, dat is de houding, waardoor het zichtbaar wordt. Wie onbevangen en argeloos kijkt en luistert, wie zonder reserves en verwachtingsvol ingaat op de woorden van Jezus en ze doet, ontdekt het geheim en de reikwijdte ervan. Jezus brengt rust in mijn hart, maar onrust in mijn bloed. Vanuit een zeker weten, dat zijn weg de waarheid en het leven is, kunnen we uitgerust en toegerust de wereld in, ons werk doen, onze gezinnen leiden, vakantie vieren, naar school gaan, winkelen en feest vieren – maar ook gedreven door onrust en zorg ons inzetten voor wie achterop geraakt zijn, ziek zijn, zich verloren voelen, geen toekomst zien, het leven niet meer aankunnen. Misschien kunnen wij voor hen een rustpunt zijn, een schouder om even uit te rusten en de strijd en de tijd weer aan te kunnen.
Die pauze die Jezus aanbeveelt en ook zelf geeft lijkt eigenlijk wel op zondagsrust. De rust van de eerste dag. Niet de rust die op je werken volgt, maar die aan je werken voorafgaat. Dat is een rust, die doorwerkt in al ons doen en laten, maar vooral in ons doen.

J

K

L

M