Logo dsCH 

Onnavolgbare navolging

Preek(je) gehouden op de 12 zondag van de zomer 4 september 2016 in de dienst van Schrift en Tafel in de Grote of Mariakerk n.a.v. Lukas 14 (slot)

 

Onnavolgbare navolging

 

Als je aan iets nieuws begint is het wel handig om er eerst goed over na te denken. Zou ik het kunnen? Welke inspanningen worden van mij verwacht? Zou ik het kunnen volhouden?
Maar in hoeverre kun je dat allemaal overzien en inschatten? Is het niet veel beter om er maar gewoon ‘voor te gaan’?
Toen ik predikant wilde worden en daarbij een sterke ‘drive’ voelde en mij veel inspanningen getroostte om daartoe te geraken kwam ik iemand tegen, die tegen mij zei: “Laat mij de breedte van je rug en schouders eens opmeten, want als je dominee wordt moet je wel een behoorlijk brede rug hebben”. Nou, een brede rug had ik helemaal niet – zeker 20 centimer smaller dan nu – maar glad was hij wel, althans dat dacht ik.
Vanmorgen gaat het in het Evangelie ook over ‘ergens op voorbereid zijn’, ergens goed over nadenken, voordat je eraan begint.
Jezus ziet een heleboel mensen achter zich aansjokken en Hij vraagt zich af, of ze wel in de gaten hebben, wat ze doen. Hij denkt waarschijnlijk, dat de meesten geen idee hebben, wat zij kunnen verwachten. Die zien een menigte lopen en zij sluiten zich gewoon aan. Anderen verwachten spectaculaire veranderingen: nu wordt alles anders! Weer anderen hopen op erebaantjes in het nieuwe koninkrijk.
Maar Jezus weet, dat het anders zal zijn. Hem navolgen is iets heel anders dan voor een dubbeltje op de eerste rij zitten. Het is kiezen voor het onmogelijke!
Het is een onbegaanbare weg gaan, het is je leven verliezen om het te behouden. Het gaat hier over het bewandelen van een weg, die smal en ongewoon is. Geen brede, gebaande weg, maar een moeilijke weg, waar je nog nooit op geweest bent, waar iedere stap nieuw is en waarvan je de afloop niet kunt zien. Een risicovolle weg, waar moed voor nodig is om die te gaan.
Jezus zegt: denk er eens rustig over na: wil je dat wel?
Alles loslaten, je vader en moeder, broers en zussen, je vrouw en kinderen, je leven, alles wat je bezit. Het is precies het avontuur aangaan, dat ook Abraham aanging, toen hij wegtrok uit Oer – weg van zijn familie, weg van zijn oude geloof, weg van zijn bekende verwachtingen. Hij begon helemaal opnieuw, als een nieuw geboren mens gaat hij voortaan leven, met een onzekere toekomst, maar met een vast vertrouwen. Abraham geeft zijn verleden op en op een bepaald moment ook zijn toekomst, als hij staat op de berg Moria en zijn enige zoon moet opofferen. Het komt op ons over als een wreed spel, waar blind vertrouwen wordt gevraagd, maar vanmorgen roep ik dat even in herinnering om te laten zien, dat de navolging van Christus een soortgelijke radicaliteit vereist: het is loskomen van je verleden; niet jouw verleden, je afkomst, je familie, je clan, je kerk, je buurt, je nationaliteit, je werk bepaalt wie jij bent, maar de roep van Christus: volg Mij! Door daaraan gehoor te geven raak je meer en meer los van je verleden en is ook de toekomst een open, onbekend veld en zo kom je los van jezelf om steeds meer te worden wie je bent.
De navolging van Christus maakt jou tot een enkeling, die niets meer heeft en niets meer is dan één-zijn met Christus, op leven en dood. Paulus schrijft ergens, “niet meer ik, maar de Christus leeft in mij”.
Zo leefde Hij ook zelf, waar of niet? En we weten allemaal de afloop...Hij eindigde in Godverlatenheid aan een kruis en moederziel alleen gaf Hij de geest. Zo stierf Hij. Zo kwam zijn leven terecht, zo vond Hij het leven. Zo gaf Hij zijn leven.
Laten we eerlijk zijn: zijn manier van leven is onnavolgbaar. Al onze oprechte en goedbedoelde pogingen om Hem na te volgen is een navolgen op grote afstand en als het moeilijk wordt vluchten we zelfs weg.
Laten we eerlijk zijn en onszelf niet overschatten.
En toch...en toch nemen wij deel aan zijn leven en sterven, aan zijn dood en opstanding. Want Hij deelde zijn leven met ons en Hij deelt zijn leven met ons. Hij schenkt ons zijn leven, in onze lege hand en in onze lege mond, in ons lege hoofd en ons lege hart, wanneer Hij op ons toekomt met brood en met wijn: dit is mijn lichaam, verbroken voor u. En dit, deze wijn is mijn levenssap: in deze beker fonkelt mijn liefde voor jullie. Drinkt allen daaruit en leeft!

J

K

L

M