Logo dsCH 

PREEK GEHOUDEN DOOR DS. CEES HUISMAN IN DE GROTE- OF MARIAKERK OP ZONDAG INVOCABIT (1E ZONDAG VAN DE 40-DAGENTIJD) 13 MAART 2011, WAARIN DE MAALTIJD VAN DE HEER IS GEVIERD, N.A.V. 1 KONINGEN 19 (ELIA BIJ DE HOREB) EN MATTH. 4: 1- 11 (JEZUS IN DE WOESTIJN).

Elia dacht, dat hij het zo mooi voor mekaar had: hij had toch maar ondubbelzinnig aangetoond, dat de God van Israël de enige en de echte God was. Dat die Baäl een flutgod was, die niets voorstelde en ook niks kon uitrichten. Als het er op aankwam had je daar gewoon niks aan. Die liet je mooi in de kou staan. Ja, dat had Elia toch maar mooi aangetoond, ja bewezen, proefondervindelijk zelfs en zijn Godsbewijs stond als een huis. U weet wel, daar op de Karmel was het gebeurd...en toen het bewijs geleverd was brak meteen het geweld los en begon het bloed te vloeien. Allemaal in de naam van de ene en ware God. Maar daarna zit Elia er helemaal doorheen. Hij ziet het helemaal niet meer zitten. Uitgeput, angstig en hopeloos zit hij in de leegte, in de woestijn: Neem mijn leven maar, Heer, laat het maar ophouden! Voorzichtig en met ingehouden adem zou ik willen zeggen: dat komt er nou van, als je God naar je hand wilt zetten en wilt gebruiken om je eigen politieke en religieuze programma wilt uitvoeren. Als je God naar je hand wilt zetten en in je hand wilt houden, dan tast je uiteindelijk in leegte en gemis. Als je God in het spektakel wilt betrekken en demonstratief wilt aantonen, dan onttrekt Hij zich aan ons en roept in ons dode oor: Zo ben Ik niet! U zult misschien zeggen: ja, maar natuurlijk gaan wij zo niet met God en Zijn Naam om. Wij houden ons verre van bewijsvoeringen en demonstraties. Maar is dat wel zo? Toch, ook wij zijn heel gauw geneigd om Gods aanwezigheid aan te wijzen in het buitengewone en spectaculaire. Of wanneer mensen in grote groepen bijeenkomen in religieuze plechtigheden, dan wordt dat ook al gauw aangevoerd als een bewijs van Gods aanwezigheid. Zie je wel, God is er nog! In Gouda wordt op het marktplein op Witte Donderdag het lijdensevangelie grootscheeps uitgebeeld en onderbroken door populaire popsongs en uitgezonden via TV. The Passion heet dat. Alle organisaties van belang doen er aan mee: de rkk, de pkn, de eo, het nbg en men roept enthousiast rond: we willen missionair bezig zijn! Dit is weer zo’n prachtige kans om te laten zien wat we als kerk in huis hebben. Maar, zo denk ik dan, maken we zo van het Evangelie geen entertainment en van het lijden van Christus een happening? Elia dacht, dat hij het zo mooi voor mekaar had, toen hij had aangetoond... Maar nu wil de enige en echte, ware en ultieme God, de gans Andere, de Verborgene, die Aanwezig is nog even iets duidelijk maken, als het even mag... En de donder begon door de wolken te rollen en de bliksems doorkliefden de hemel en de aarde trilde en de zeebodem wankelde en de stormen en cyclonen raasden door de lucht en cederbomen knakten als luciferhoutjes...maar Elia werd verteld: en de Heer was daar niet in te herkennen. Het was allemaal wel overweldigend en indrukwekkend, maar Elia vond God er niet in terug.
Pas toen het stil werd om hem heen - en ook in hemzelf alle stemmen tot zwijgen kwamen en toen hij zijn missionaire elan uit zijn systeem had verwijderd en toen hij met argwaan begon terug te blikken op zijn demonstratie op de Karmel en toen hij begon te beseffen, dat hij Gods aanwezigheid alleen maar in de weg had gestaan en toen hij begon in te zien, dat God geheel anders was dan hij ooit gedacht had en toen hij bemerkte dat al zijn beelden van God niets anders waren dan afgodsbeelden en toen hij dat als in een oogwenk doorzag, toen verstopte hij zich in zijn mantel en verborg zich voor de Eeuwige en Enige, die zich op dat gegeven moment present stelde in het suizen van een zachte stilte.
Niet als een storm, niet als een vloed komen de woorden van God, weet u het nog, dat prachtige lied dat we zojuist hebben gezongen.
En: de stilte zingt U toe, o God en Here! Ja, de stilte kan veelzeggend en veelbelovend zijn. Elia kwam er achter, in de stilte na de storm. En dat was niet alleen maar aangenaam en behagelijk, het betekende voor hem ook een nieuwe oriëntatie, een nieuwe taak, een nieuwe opdracht. Elia gaat vol nieuwe moed aan iets nieuws beginnen. De stilte kan ook stom zijn, nietszeggend, bedreigend, duivels zelfs. Daar wist Jezus van, toen hij de woestijn werd ingeleid. Het verhaal is enerzijds heel gecompliceerd en dubbelzinnig, maar daar wil ik het vanmorgen niet over hebben. Niet over de vraag of de duivel wel bestaat en hoe hij er dan uitziet enzo...de duvel en z’n ouwe moer hebben we immers allang weggezet in het kabinet van religieuze rariteiten en die gekke bokkenpoten liggen ergens op zolder weg te rotten, dus daar kijken we niet meer naar om. Weg ermee! En als er nog eens onverhoeds een hoorntje boven de dekens uitsteekt draaien we ons nog eens lekker om...welterusten! Dus daar maken ze ons niet meer bang mee...maar wat we niet moeten vergeten is die duivelse dubbelzinnigheid in ons bestaan en die vermaledijde keuzemogelijkheden die ons worden voorgespiegeld. Kort gezegd: het geding om onze standvastigheid, de vraag naar onze bewuste en ultieme keuze. Waar ga je voor? Voor God en zijn Woord of voor de weg van de minste weerstand en de druk op de knop en alles is weer koek en ei. Voor dat soort dilemma’s kwam Jezus te staan, ja, daar in de woestijn, maar feitelijk gedurende zijn hele leven. De doop had hem tot een kwetsbaar en aangevochten mens gemaakt, want hij stond daar als nieuwe mens in de oude wereld. En dat geldt ook voor onszelf. Hoe zullen we dat volhouden en waarmaken? Het lied dat wij straks zingen zegt: Jezus, die het ons heeft voorgedaan. De kommer en de pijn, de verlatenheid en de wildernis heeft hij verdragen. En dat is indrukwekkend en fantastisch. Petje af! En de duivel heeft het nakijken... En wijzelf dan? Wij staan nog wat onwennig aan de oever van ons doopwater, kleumend van de kou en onzeker over hoe het verder moet. Maar Hij zegt: Kom, hier is mijn hand, kom maar achter Mij aan. Druk mijn voetstappen en volg Mij. Je hoeft het niet precies hetzelfde te doen en jouw leven verloopt anders dan het mijne, maar de grondstructuur is hetzelfde: houd je vast aan de woorden van God en laat je niet beduvelen. Trap niet in zijn “tricks en trucs” en ga niet bungiejumpen aan het koord van je geloof, maar ga steady en vastberaden de weg die Ik heb voorgedaan en uiteindelijk ook voor je gedaan heb. Het is de weg van de liefde, de weg van de zelfovergave, de weg van het ontvangen: sta op en eet, want de weg zou anders voor jou te zwaar zijn. Zo zijn wij mens op aarde en leven wij ten diepste van genade, wat zo prachtig zichtbaar en tastbaar wordt in de gaven van brood en wijn. Een mens te zijn op aarde is... (Gez. 172).
Sta op en eet!

J

K

L

M