Logo dsCH 

Kikker en de vreemdeling

Lieve beste kinderen,
Vandaag ga ik jullie het verhaal van kikker en de vreemdeling vertellen. Jullie kennen het verhaal al wel, denk ik, maar de grote mensen in de kerk nog niet. Ik vertel het daarom wel een beetje anders. Ik volg het verhaal op de voet en jullie krijgen ook een paar plaatjes uit het verhaal te zien. Tien plaatjes, dan is het net een stripverhaal. Soms zeg ik er dingen bij, die uit een ander boek komen. Dat is het oude, dikke boek, dat Bijbel heet. Daar staan ook sterke en spannende verhalen in, maar vandaag doe ik net of ‘Kikker en de vreemdeling’ ook in de Bijbel staat.
Dat lijkt misschien een beetje raar, maar dat is eigenlijk helemaal niet raar. Luister maar….en ik zal het zo proberen te vertellen, dat de grote mensen het ook begrijpen.
    •    Kijk, daar zitten ze allemaal bij elkaar aan de tafel. Gezellig. Iedereen vertelt zijn eigen verhaal. Ze luisteren naar elkaar en iedereen is vriendje van elkaar. Fijn is dat…maar is er ook ruimte voor iemand anders…of voor iemand die anders is? Hmm…ik ben benieuwd.
    •    Daar komt onverwachts iemand anders aan, een ander iemand, een vreemde snuiter. Ja, hij heeft een beetje een vreemde snuit, het lijkt wel een rat of zo. Wat komt hij bij ons doen? (3) Varkentje wordt een beetje ongerust…als dat maar goed gaat… Wij houden helemaal niet van vreemde pottenkijkers. Hebben jullie hem al gezien? Ik wel…het is echt een rare snuiter, hoor! Hij komt hier niet vandaan. Hij is anders dan wij.
Er zijn mensen, die bang zijn en met een boog om die rare snuiter heenlopen… Dat komen we in dat dikke boek ook steeds tegen. Als God een bode stuurt, iemand die mensen op andere gedachten wil brengen, of iemand die een goed verhaal heeft, maar het wordt niet begrepen…dan ontwijken ze zo iemand. Of soms draaien ze hun hoofd om voor zo iemand of ze beginnen te schelden of hem uit te jouwen. Dat gebeurde eigenlijk ook met Jezus, die in Gods Naam naar de mensen toegekomen is. De mensen vonden en vinden Hem maar vreemd, niet van deze wereld, zeiden ze …en eigenlijk hadden ze wel een beetje gelijk. Maar sommigen zagen wel iets in hem, die vonden die vreemdeling eigenlijk best interessant…(4) zoals kikker, bijv. Die wilde er wel meer van weten: he, vertel eens, waar kom je vandaan en wat kom je doen?
(5) Samen gaan ze op een bankje zitten. En zo raken ze een beetje aan elkaar gewend. Die vreemde snuiter is eigenlijk helemaal niet zo vreemd. Hij is ook best aardig, als je hem beter leert kennen.  Daar moet je dan wel voor openstaan, natuurlijk. Niet hard weglopen, zoals varkentje en eendje doen. Nee, neem nou kikker…die is gegrepen door het anders-zijn van vreemdeling en hij stelt zich open voor het andere, het vreemde, het hogere.
(6) Ze zijn zomaar niet uitgepraat. Telkens weer gaan ze op het bankje zitten en praten ze met elkaar. En ze gaan steeds meer van elkaar houden en ze leren elkaar steeds beter kennen. En ook met de anderen praat kikker over hem, als ze bij elkaar op visite gaan (7) Echt, hij is echt een toffe peer, die vreemde snuiter. Hij wil ons helemaal geen kwaad doen. Hij is juist goed, ja echt waar!
(8) En ja, als varkentje dan een keer zo dom geweest is om het gas aan te laten staan onder zijn pannetje erwtensoep, vliegt ineens zijn huis in brand. O jongens, wat nu? Dan is gelukkig die vreemde snuiter ook in de buurt en hij helpt mee met het blussen van de brand. Ja, hij biedt zelfs aan, om het huis van varkentje weer op te bouwen. (9) Kijk, maar, hij klimt het dak op en timmert weer een stevig huis in elkaar. Dank je wel, vreemde  snuiter…zonder jou waren we echt nergens! Jij bent echt de bovenste beste – blijf maar altijd bij ons…dan zou de wereld er veel beter uit zien.
Nee, nee, dat kan niet, hoor, zegt de vreemdeling…ik ga er weer vandoor (10). Ik ben overal en nergens thuis. Maar echt, ik kom terug. Nee, ik zeg niet wanneer en hoe…maar onverwachts kan ik weer voor jullie neus staan. En dan moet je weer niet zo bang doen en voor mij weglopen en lelijke dingen over mij zeggen… Nee, natuurlijk niet, roepen ze allemaal in koor. We weten wie je bent en we herkennen jou meteen, als we een vreemde zien of iemand die anders is dan wijzelf, een zieke of iemand die hulp nodig heeft. Ja, dat zou mooi zijn, zegt de vreemde snuiter nog…want het is inderdaad zo, dat als je dat doet voor je medemensen, die eigenlijk allemaal je broeders en zusters zijn, dan doe je dat ook aan mij.
Zo is hij weggegaan…en toch is hij ook altijd bij ons. Want eigenlijk…ja, moet je even kijken en meelezen…eigenlijk ging het niet over kikker en de vreemdeling, maar over ‘ikke’ en de vreemdeling. Zie je dat staan? Het lijkt misschien of de kikker wat bibberend staat te praten of niet weet hoe je een woord moet splitsen…nee, het gaat erom, dat ik expres “ikke” eruit laat springen. “Ikke” springt uit de kikker: ik ben het die de vreemdeling ontmoet, ik ben het zelf, die antwoord moet geven op de vraag: wie zeggen de mensen, dat Hij is?…en jij, wie zeg jij dat ik, de vreemdeling, ben? En hier in de kerk gaan we telkens met de vreemdeling op het bankje zitten en praten we honderduit, want op den duur weten wij, vermoeden wij wie Hij is: de redder van de wereld, die ons telkens uit de brand helpt. Op hem stellen wij ons vertrouwen, totdat Hij terugkomt!

J

K

L

M