Logo dsCH 

Handelingen 17: 18-34

PREEK GEHOUDEN OP ZONDAG 5 AUGUSTUS 2012 IN DE GROTE- OF MARIAKERK N.A.V. HANDELINGEN 17: 18-34.

De tweede missionaire ronde:
Evangelieverkondiging als een heidens karwei

Een paar weken geleden stonden we stil bij de eerste missionaire ronde. U weet misschien nog wel dat daar heel wat haken en ogen aan zaten. Jezus stuurt zijn leerlingen op pad en wijdt hen tot apostelen. Maar dat is nog maar een beginnetje. Het blijft allemaal binnen de grenzen van het jodendom en wat hun twee aan twee door het land trekken heeft opgeleverd, dat weet eigenlijk niemand. Maar zodra het Pinksteren geweest is komt er meer schot in de ‘evangelische beweging’ – laat ik het gemakshalve even zo noemen – en worden ook de grenzen opgezocht en zelfs overschreden. En de man die daar echt werk van gaat maken is de apostel Paulus. Joods opgevoed en opgeleid, maar tevens Romeins staatsburger, komt hij op een goede dag tot inkeer, valt van zijn paard en ontdekt dat hij zo blind is als een mol, altijd al geweest eigenlijk, en dat hem nu een licht was opgegaan: de opgestane Heer was hem verschenen en voortaan zal hij zijn verhaal als boodschap van redding aan de wereld doorgeven. Eerst aan zijn volksgenoten, voorzover zij daar oren naar hadden, dan aan de volken, die net zo goed mochten delen in het heil dat in Christus verschenen was. Ik zou die activiteiten van Paulus, die doorgaans bekend staan als de zendingsreizen, in het verlengde van mijn vorige preek willen noemen: de 2e missionaire ronde.
En omdat wij als kerkgemeenschap daar ook midden in zitten is het misschien mogelijk iets op te steken van Paulus: wat doet hij precies, wat zegt hij, hoe pakt hij het aan of hoe pakt hij het uit, dat cadeau van Godswege – of hoe verpakt hij het? Kortom, waar moeten we op letten, als we in gesprek gaan met mensen, die het verhaal van Jezus de Levende nog niet kennen. Of niet meer kennen, zoals in onze tijd vaak aan de orde is of niet meer willen kennen.
Laten we eens met Paulus meelopen. Ja, zet je maar schrap: stevige stappers aan, een waterdicht windjack aan en een stormhoed op, want Paulus is een waaghals, die storm en ontij trotsteert en ‘varen, varen, over de baren’ niet uit de weg gaat. Vandaag zijn we geland in Athene. Een beroemde stad, toen en nog steeds, veel mensen, prachtige gebouwen en tempels: je kijkt je ogen uit!
Eerst brengt hij een bezoek aan de synagoge: praat met de Joden daar en met degenen, die waren overgegaan tot het joodse geloof. Maar ook waagt Paulus zich op de markt: hij gaat het gesprek aan met de mensen, die daar voortdurend aan het discussieren zijn over allerlei filosofische en religieuze onderwerpen. En Paulus mengt zich in dat debat. Hij wil weten waar de mensen mee bezig zijn, waar ze over praten, wat hun overtuiging is, waar ze voor leven en wat hen inspireert. Eerst goed luisteren dus en de goede vragen stellen! En natuurlijk stellen ze ook vragen aan Paulus: hoe leef jij dan? Wat brengt jou geluk en hoe kijk jij aan tegen de dood? Om maar een paar dingen te noemen. En Paulus zal daarop geantwoord hebben vanuit zijn geloof in Christus, de Opgestane…en dat kwam hun vreemd over. Dat was een onbekend verhaal voor hen, misschien wel interessant, maar vooralsnog niet iets om opgewonden van te raken. Sommigen vonden Paulus maar een kletsmeier, een woordzaaier, zoals er letterlijk staat, anderen wilden er wel eens meer van weten. Kom eens een keer op ons dispuut, zeiden ze; we hebben een plaats hier voor het publieke debat. De Areopagus, daar kan iedereen je zien en horen. Het is zoiets als nu de televisie: schuif eens aan bij Zomergasten of bij  De wereld draait door. Daar kun je je verhaal kwijt en kunnen we je kritisch bevragen. Zoiets.
En Paulus grijpt deze uitnodiging met beide handen aan. Maar al voelt Paulus zich zeer vereerd en staat hij te popelen om zijn verhaal te doen – nou ja, niet zijn verhaal, dat van Jezus van Nazareth, met wie het eigenlijk allemaal begonnen was – ondertussen gaat hij ook nadenken over de vraag: hoe zal ik het hen vertellen? Ik zou Paulus in dit verband de eerste communicatiedeskundige willen noemen: hoe verpak ik mijn verhaal zo, dat men het de moeite waard vindt om het open te maken?! Hoe kan ik aansluiten bij wat hen bezighoudt en hoe verhoudt mijn boodschap zich tot hun vragen? Het evangelie kan toch niet als een zwerfkei  zomaar uit delucht komen vallen? Dan springen de mensen alleen maar verschrikt weg en een beetje bleek om de neus zegt men tegen elkaar: ik was er bijna geweest! Nee, zo moet het niet. Dat heeft Paulus al wel in de gaten. Maar hoe dan wel?
Wel, hij begint eerst maar eens gewoon te vertellen, wat hij gezien had in Athene en wat hem was opgevallen. “Ik liep door de straten van jullie prachtige stad en ik zag op de hoek van iedere straat wel een tempel staan. En op de pleinen struikelde ik zowat over de altaren en godenbeelden. Ik moet zeggen: jullie zijn behoorlijk godsdienstig hier!” Zoiets als wanneer je door Meppel loopt, dat je denkt: nou, nou, ze hebben hier heel wat kerkgebouwen en religieuze oefenplaatsen: die Meppelers zijn echt vrome mensen! Er staat zelfs een groot kerkgebouw midden op het marktplein!!
“Maar”, zo gaat Paulus verder – sorry Paulus, dat ik je even in de rede viel – “maar, weet u, wat ik ook zag? Een altaar waarop stond: ‘gewijd aan de onbekende god’ en over die God wou ik het nu even met jullie hebben. Willen jullie die nog onbekende God leren kennen? Ik zie hier, bij wijze van spreken, een open plek, een opening, die ik zou willen opvullen.”  En dan gaat Paulus uitweiden over die onbekende God, die hij wèl kent. Want daar lijkt het toch wel een beetje op, dat Paulus de kenner van de onbekende God is. Maar, pas op, Paulus, wat je nu gaat doen kan misverstanden oproepen, alsof de Atheners al bekend zijn met 79 goden…en nu, sinds vandaag, kennen jullie er 80. Wel gefeliciteerd! Of is het zo, dat je sinds de kennismaking met die ene onbekende God die andere wel kunt opdoeken? Maar, daar staat hun hoofd en hart nog helemaal niet naar, natuurlijk…ze willen eerst wel eens weten, wat er dan zo bijzonder is aan die ene, onbekende God, God X, mystery God, wil die dan nu voor ons opstaan? Ha, ja, dat past eigenlijk wel in dit verband, want daar gaat Paulus ook over spreken…over de opstanding. Dat woord hadden ze ook al een keer opgevangen op de markt en toen klonk hun dat ook al zo vreemd in de oren: zoiets past niet in hun denkwereld. Maar, misschien vertelt hij daar straks nog iets over, want misschien is het toch wel een interessant aspect van die nieuwe God.
Wie is die onbekende God nu eigenlijk, zo beginnen sommigen zich ongeduldig af te vragen. Vertel er eens iets over, als je wilt. En dan begint Paulus echt van wal te steken en te preken over God als de bron en oorsprong van alles en die zeggenschap heeft over alles en iedereen. Een God die ook alles en iedereen teboven gaat en die ook wel zonder mensen zich zou redden. Tempel en eredienst heeft hij echt niet nodig…wij mensen misschien wel, maar Hij beslist niet. Deze God is meer een gever dan een ontvanger: hij geeft ons het leven en de adem, zomaar voor niks. Daar hoeven we niks voor te doen. Alsjeblieft: hier heb je het leven… zullen we dankje wel zeggen?
Deze God is eigenlijk de god van alle mensen. Misschien kennen jullie hem nog niet – of niet meer – maar hoe dan ook: wij zijn in Hem, wij bewegen ons in Hem: Hij omringt ons van voren en van achteren, zoals een van onze dichters zong, maar een van jullie zei eens: Uit Hem komen ook wij voort! Als dat zo is en we zijn het daar in feite over eens, dan moeten jullie toch ook toegeven, dat dat gehannes met beelden en tempels eigenlijk een bespottelijk en kinderachtig gedoe is, of niet dan? Het gaat er niet om, dat we ieder in zijn eigen tempeltje en bij zijn eigen standbeeldje een beetje godsdienstig proberen te zijn…nee, het gaat erom, dat we allemaal met een nieuw leven beginnen. Daar roept God ons toe op!
Nu begint Paulus een beetje te lijken op zo’n zeepkistredenaar, die als een evangelische betweter de mensen de stuipen op het lijf jaagt – vooral als hij daarna ook nog over het oordeel begint te reppen, ja een rechtvaardig oordeel over de mensheid, over ieder mens. Paulus neemt nu wel heel grote stappen en dan noemt hij ook nog ‘door een man, die God daartoe heeft aangesteld’… Deze man is daartoe ook uit de doden opgestaan.
Als Paulus op dit punt is aangekomen lijkt het wel of al het voorgaande voor niets is geweest. De mooie instap over de tempels in de stad, het bijzonder ontwikkelde religieuze besef, het inhaken op de onbekende God, die de universele mensengod is,  die uiteindelijk ieder mens meer nabij is dan hij weet of beseft. Maar de kritiek op de tempels en de godenbeelden begint al een beetje te irriteren en als hij dan ook nog over een laatste oordeel begint en over de opstanding dan hebben ze het ineens helemaal gehad met Paulus.  Jammer, dat iedereen nu ineens afhaakt, want het rechtvaardig oordeel is juist iets heel veelbelovends: eindelijk gerechtigheid! Daar gaat het om!!
Nou ja, een enkeling heeft er wel wat in gezien en aan gehad – en misschien nog niet de minsten ook, ze worden met name genoemd, een man en een vrouw: ah, zo was het eigenlijk ook begonnen, he…Adam en Eva, begin van de oude mensheid…hier weer twee: een man en een vrouw: begin van een nieuwe mensheid…mogen we dat zo lezen? Ik weet niet of het mag, ik doe het toch!
Kunnen we als missionaire gemeente hier nog iets van opsteken, van die aanpak van Paulus, bedoel ik dan? Ik denk het wel en ik geef een paar hints:
    •    In ons gesprek met medemensen moeten we er op letten, wat hen bezighoudt en wat ze belangrijk vinden. En daar oprechte belangstelling voor tonen. Ik heb gezien, dat u dit of dat belangrijk vindt en er helemaal in opgaat: voetbal, film, werk, natuur, godsdienst, kunst, noem maar op!
    •    We kunnen op zoek gaan naar een open plek, zoals Paulus dat altaar van de onbekende God ontdekte. Dat was voor hem een mooi aanknopingspunt. Kunnen we in het gesprek met de ander een aanknopingspunt vinden, dat de deur naar het Evangelie kan openen? Om God ter sprake te brengen, of liever: waardoor Hij zelf ter sprake komt of begint te spreken? Nu noem ik, als het even mag, een kernbegrip uit de theologie van Paul Tillich, namelijk het begrip ‘ultimate concern’, dat wat iemand ten diepste aangaat. Dat wat het allerlaatste van belang is en overal bovenuit gaat. Noem het God, die kunst, voetbal, familie, enz. teboven gaat. Dus God niet inbrengen als een duveltje uit een doosje – vergeef me de uitdrukking – maar als antwoord op je ultieme vraag. Hem ter sprake brengen waar alle vragen ten einde zijn gekomen en er eigenlijk geen antwoorden meer zijn.
    •    We kunnen met ieder mens in gesprek, omdat we geloven dat God de schepper is van alle mensen. En dat Hij ook ieder mens nabij is en bemint. Paulus gaat niet zeggen: wij hebben God en jullie niet. Nee, God is een ieder van ons even nabij. Laten we samen daaruit leven en ons leven dagelijks vernieuwen. Dit noem ik missionair-zijn vanuit een inclusieve universaliteit.
    •    In navolging van Paulus moeten we kritisch staan tegenover religieuze uitstallingen en opzichtige reclameuitingen zoals in Athene met al die tempels en beelden. In het gesprek met medemensen kan dat ook vaak een struikelblok worden: de vele kerken en stromingen, synodeuitspraken en pedante standpunten. Paulus wuift het allemaal weg en probeert door te dringen tot de kern: vergeet de buitenkant, concentreer je op de binnenkant, het eigenlijke waar het om draait: een nieuw leven beginnen, hier en nu!
    •    Het is ook belangrijk er op te letten, dat het niet Paulus is die de mensen oproept tot bekering, maar dat Godzelf dat doet. God roept iedereen tot inkeer en omkeer. Dus het opgeheven vingertje moet in de binnenzak blijven – niet wij zullen eens vertellen wat anderen moeten doen en geloven – nee, het is God die ons allen aanspreekt en zegt: kom tot inkeer en begin een nieuw leven.
    •    Paulus bewaarde de opstanding voor het laatst en hij sprak daarbij wat vaag over een man, met wie hij natuurlijk Jezus bedoelde, maar wiens naam hij niet noemt. Of dat een goede zet was, weet ik niet zo goed. Misschien is het sowieso beter om van de opstanding uit te gaan dan om er mee te eindigen. Dat roept alleen maar misverstanden op en blokkeert de communicatie. M.a.w. de opstanding is meer de vooronderstelling van de evangelieverkondiging dan dat het er het thema van is.
Ik hoop en ik denk dat Paulus ons vandaag een zetje heeft gegeven in de goede richting, als het gaat om de vraag wat de gemeente van Christus kan betekenen in een tijd, waarin we zelf zoeken naar onze identiteit en waarbij wij het gesprek met anderen niet uit de weg willen gaan.

J

K

L

M