Logo dsCH 

Jesaja 65: 17-25

Preek gehouden op de 3e zondag van Advent (Gaudete = Verheugt u!) 14 december 2014 in de Oude Kerk m.m.v. Chr. Gem. Zangvereniging Immanuël n.a.v. Jesaja 65: 17-25 en Johannes 3: 22-30

Utopie? Wees blij!

Midden in de Adventstijd, in het midden van Advent worden wij opgeroepen om ons te verheugen! Profeten, evangelisten en apostelen roepen ons daartoe op! Gaudete: verheugt u!

Wanneer sporen we iemand aan om blij te zijn? Niet wanneer hij of zij het al is. Nee, juist wanneer iemand in de put zit of het helemaal niet meer ziet zitten, dan zeggen we wel eens: wees blij! Bijv., wanneer iemand op een originele manier een huwelijksaanzoek wil doen, zoals ik gisteren op het nieuws hoorde bijv. vanuit een hoogwerker, maar dat ding is niet stabiel en valt op een dak en bij een 2e poging ontstaat nog meer schade. Dat je dan bij de teleurgestelde a.s. bruidegom gaat staan en tegen hem zegt: “Hé joh, wees blij, dat je nog leeft!”

Het is vaak een wat onhandige poging om iemands blikrichting te veranderen. Je bent vaak zo gefocust op het negatieve en op wat niet in orde is, dat je al het andere niet meer ziet. Dan is het nodig en heilzaam, als er een profeet langs komt, zoals vanmorgen Jesaja (vorige week was het Jesaja II of Deutero-Jesaja, vandaag is het Jesaja III of Trito-Jesaja). Profeten zijn geen waarzeggers, maar zij zeggen wel wat waar is. Het zijn ook geen toekomstvoorspellers, maar wat zij spellen heeft wel toekomst. Zij zijn geen voorzeggers, maar zij zeggen ons wel voor, wat hout snijdt en er toe doet.

Zo komt deze Jesaja vanmorgen langs in een tijd, dat de mensen moedeloos en gedesoriënteerd zijn – na een periode van ballingschap en in een tijd van moeilijke opbouw en voortgang – en hij zegt: O, wat zitten jullie bij de pakken

neer...wat zijn jullie verdrietig en wanhopig... En o ja, ik snap het wel...ik ben ook niet van steen. Als ik naar de omstandigheden kijk en als ik let op wat er allemaal aan de hand is: het is allemaal niet zo gemakkelijk en als je alleen maar zou letten op de werkelijkheid, zoals die momenteel is, dan zou je de moed verliezen: oorlogen hier, rampen daar, werkloosheid, ziekte, scheiding en ruzie, hoe zal het met de zorg gaan en met mijn inkomen? Onzekerheid en moedeloosheid alom. En God? Van Hem hoor je helemaal niks... Ik heb zin om Hem helemaal te vergeten en maar te zien, waar het schip strandt.

Ja, de profeet weet wel, dat de mensen zo denken en redeneren en alleen maar kijken naar wat misgaat en fout loopt. Maar al heeft hij er alle begrip voor, hij wil niet met die klaagzang meegaan. Hij trekt een heel ander register open en zegt: Wees blij! Verheug je! En ik zal je ook zeggen waarom. “Zie, Ik – zegt de Hoge en Verhevene - Ik schep een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Wat er vroeger was kunnen we wel vergeten – dat komt nooit meer terug. Het zal allemaal en helemaal anders worden”.

En met een paar aansprekende voorbeelden schetst hij een beeld van die nieuwe toekomst, waarin de mensen hun leven echt kunnen voltooien, waar mensen een hoge leeftijd mogen bereiken – tot wel 100 jaar – en dat kinderen, die geboren worden ook echt zullen kunnen opgroeien en niet vroegtijdig zullen sterven...en dat mensen huizen zullen bouwen en daar ook echt zelf in kunnen wonen en dat de opbrengst van de aangeplante wijngaard genoten kan worden. Ja, wolf en lam zullen zelfs samen weiden en een rund en een leeuw eten samen stro en een slang zal zich voeden met stof. Dat Poetin en de paus elkaar vinden, de havik en de duif door één deur vliegen... Ja, je hoort het goed, het zal ook gedaan zijn met allerlei vormen van criminaliteit en niemand richt meer onheil aan...op mijn heilige berg, zegt de HEER.

Toen de profeet uitgesproken was keken de meesten hem verdwaasd aan. Ze durfden het misschien niet hardop te zeggen, maar ze dachten: fantaseer maar lekker verder, jij! Of: dat hebben we al eens eerder gehoord (van Jesaja I in H. 11), niets nieuws, hoor! Of: het is een mooi visioen, maar zó zal het nooit worden, echt niet!

De profeet heeft een licht aangestoken, midden in de winternacht, midden in de tijd van Advent. Wees blij, verheug je alvast een beetje op wat komen gaat. Er komt iets nieuws: een nieuwe geboorte, de nieuwe werkelijkheid, de nieuwe schepping. Allereerst midden in de tijd verschenen in de persoon van Jezus van Nazareth, geboren in die stal in Bethlehem. In Hem begint die nieuwe hemel en die nieuwe aarde al werkelijkheid te worden: zijn hele doen en laten is gericht op het oprichten van mensen, hun leven en toekomst aanzeggen en geven. En door Hem en na Hem heeft zich die beweging voortgezet...en zo is de wereld veranderd en worden de mensen inderdaad ouder en is er minder kindersterfte en genieten de mensen van hun huis en haard en loont het de moeite om te werken aan een betere wereld, die altijd weer begint bij jezelf. Laten we deze zegeningen niet cynisch bagatelliseren, maar ze vandaag plaatsen in dit profetisch perspectief!

Natuurlijk, we leven nog in geloof en niet in aanschouwen, in hope, nog niet in vervulling, maar midden in de tijd is een licht ontstoken en dat werkt aanstekelijk. Met de geboorte en het optreden van onze Heer en Heiland is er een bladzijde omgeslagen in het grote boek van de geschiedenis. Een nieuw hoofdstuk is begonnen: wees blij en verheugt u, want Hij die gekomen is werkt tot op heden en Zijn werk zal voortgaan en ooit voltooid worden.

Niet zonder ons. Als wij alleen maar apathisch blijven zitten zal alles bij het oude blijven en verandert er niets. De nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen er niet zonder ons. Zoals die onvergetelijke en geweldige ds. Martin

Luther King zo gepassioneerd uitriep – vanavond kunt u hem zien in ‘Speeches’ - :” I have a dream!”, waarmee hij mensen inspireerde en moed gaf om te vechten voor hun rechten – en zo veranderde de samenleving en kwamen er nieuwe wetten. Nee, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde komen er niet zonder slag of stoot – en ook niet van het ene op het andere ogenblik – het is een lange weg, een proces van vernieuwing en verandering, waarin ook wijzelf deelnemen. We kunnen mee-werken en we kunnen tegen-werken. Iemand vroeg mij eens: zullen wij het (nog) meemaken? Ik zei: “Jazeker, wij zullen het méé-maken!”

Ik luister nog even naar die andere profeet, die bij het water van de Doop stond en die zei: Hij, die man daar, die komen zou en gekomen is, Hij moet méér worden, ik minder. Want uiteindelijk is de toekomst aan Hem – en hoe meer ik mezelf aan Hem overgeef en met Hem mee-werk, des te minder doe ik er zelf toe, want in en door Hem word ik pas echt wie ik ben: hoe leger ik word van mezelf, hoe voller ik ben van Hem. De apostel Paulus jubelt zelfs: niet meer ik, maar Christus leeft in mij! Hij moet méér worden, ik minder. Het is als met een zandloper: hoe leger het bovenste deel wordt, hoe voller het onderste deel. Laten we dat ook toepassen op de wereldtijd: hoe leger de oude wereld en haar oude ‘tricks en trucks’ wordt, des te voller wordt de nieuwe wereld, die in aantocht is. Heft daarom op uw hoofd en weest blij en ‘verwacht de komst des Heren’.

(P.S. De preek is in werkelijkheid iets verkort uitgesproken: het cursieve deel heb ik weggelaten)

J

K

L

M