Logo dsCH 

Niet bang zijn!

Preek gehouden op de 2e zondag van Pasen (Quasimodo geniti = als pasgeboren kinderen) 3 april 2016 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Genesis 28 en Openbaring 1 (slot).

 

Niet bang zijn!

 

De zondagen na Pasen zijn vooral ook zondagen van Pasen. We leven eerst 40 dagen naar Pasen toe en dan is het Pasen geweest en gaan wij doorgaans weer over tot de orde van de dag. Maar zoals u ziet: de kleur van Pasen – WIT – blijft nog van kracht en zo willen wij iedere zondag proberen dieper te verstaan wat Pasen betekent. En vandaag maken we daar een begin mee: schoorvoetend en omzichtig. Niet van: nu zullen wij het eens even uit de doeken doen en klip en klaar uitleggen hoe het nu eigenlijk zit. Nee, eerder als pasgeboren kindertjes, zoals de naam van deze zondag ook aanduidt, nog knipperend met de oogjes tegen het witte licht, nog opkijkend naar de navelstreng, die als een ladder omhoog ons herinnert aan onze afkomst bij God vandaan. Zoals ook Jacob droomde van een verbinding met het goddelijke, in al zijn eenzaamheid en verlorenheid kreeg hij een besef van geborgenheid en vertroosting, dat Hij niet los van God was. Is dat niet een Paaservaring ‘avant la lettre’?
Het geheimenis van Pasen is niet te vangen in stellige beweringen, maar alleen poëzie en symbooltaal zijn bij machte om het mysterie te benaderen.
Ik had pas nog een gesprek met iemand, waarbij ter sprake kwam of zij zich te zijner tijd zou laten begraven of laten cremeren. Denk nu a.u.b. niet, dat een gesprek met een dominee altijd daar over gaat...nee, min of meer toevallig en terloops kwam het ter sprake en toen onthulde zij, dat zij toch voor ‘cremeren’ ging, want die botjes die achterblijven da’s toch ook niks meer (waard) en in de opstanding geloof ik allang niet meer, zo vertrouwde zij mij toe. Dat eens de graven zullen openbreken en alle restanten bij elkaar geveegd zullen worden om weer te gaan leven, nee, dat was een gepasseerd station.
We dachten vervolgens met elkaar na over de vraag wat ‘opstanding’ dan wel zou kunnen betekenen, als deze letterlijke voorstelling ervan niet meer mogelijk is. Geeft Paulus ons al niet een hint om het kinderlijke achter ons te laten, ook kinderlijke, naïeve voorstellingen, als hij zegt: toen ik een kind was, sprak en dacht ik als een kind, maar nu ik volwassen ben heb ik al het kinderlijke achter me gelaten. Maar, zo had hij er misschien nog aan moeten toevoegen: gooi nou niet het kind met het badwater weg! Pobeer de gedachte van de opstanding op een volwassen manier te verstaan. Zeg niet: omdat mijn botjes niet bij elkaar geveegd kunnen worden, geloof ik voortaan niet meer in de opstanding!
Pasen is inderdaad het feest van de opstanding, maar dan verstaan als een geheim, een openbaring, als iets dat ook hier en nu van kracht is, ons midden in het leven treft als een eye-opener. In het verhaal van de opwekking van Lazarus haalt Jezus de opstanding ook naar voren, ja plaatst het midden in het eeuwige Nu, als Hij zegt: Ik ben de Opstanding en het Leven: wie in mij gelooft heeft eeuwig leven!
De opstanding der doden is een symbool voor het nieuwe leven, zouden we kunnen zeggen. Wat beschreven wordt als een gebeurtenis aan het einde der tijden is vooral bedoeld voor ons leven hier en nu. Leven vanuit Pasen is leven vanuit een heel andere orde, niet vanuit de doodsorde, maar vanuit de levensorde. En we doen dat heel onwennig, voetje voor voetje, niet hoog van de toren blazend, maar als pasgeboren kinderen, nog niet wetend het hoe en wat...
En onze gids vandaag is Johannes, die visionair op Padmos, die volgeling van de messias in gevangenschap, die man, die de Paasmens volgde om het leven te vinden en nu ten dode toe vervolgd wordt.  Tegen hem – en vandaag ook tegen ons – zegt de Opgestane: Vrees niet! Wees niet bang!
Dat is het eerste wat tegen ons gezegd wordt, want we zijn bange mensen, bang voor het leven, bang voor de dood, bang voor elkaar, bang voor de toekomst, bang voor God... Laat je angst varen!
Ja, gemakkelijker gezegd dan gedaan en welk recht van spreken heeft die Stem? Nou, zegt Hij, Ik weet wat het is om mens te zijn, ik ken alle ins en outs, ik weet wat het is geboren te worden en ik weet wat het is te sterven. Ik ben namelijk de Eerste en de Laatste. Wie zegt dat? Wie kan dat zeggen?
Wilt u zich even voorstellen, zo lijkt Johannes te vragen en de Mensenzoon zegt: “Ik ben de eerste en de laatste”. Dat klinkt nogal cryptisch, maar tegelijkertijd is het een naam vol belofte en betekenis. Indrukwekkende naam, nog meer dan JC, waar ook anderen mee aan de haal kunnen gaan.
Die ‘eerste’ naam vinden we ook terug in het woord ‘proto-type’ en ‘laatste’ kan ook vertaald worden met ‘nieuwste’. Nu kennen we beide begrippen ook in bijv. de autobranche: dan kun je spreken over het proto-type van het nieuwste model. Dan is dat de eerste versie van het laatste, nieuwste type. Maar nu gaat het hier niet over een auto, maar over de mens. De eerste en de laatste is de Naam van de Opgestane, de Ultieme Mens, de nieuwe editie ‘mens’, die aan Gods oorspronkelijke bedoelingen voldoet en die tenslotte laat zien, wat mens-zijn inhoudt. Het nieuwste type mens zouden we kunnen zeggen en zo zullen wij allen worden, aan Hem zullen wij ons oriënteren.
“En zie”, - helaas is dat belangwekkende tussenvoegseltje in de NBV gemakshalve maar weggelaten – jammer (!) - ja nu moeten onze ogen wel geopend worden, want wij zien het niet, nog niet. Wij zijn vaak kortzichtig en bijziend, maar als we verder kijken en ingaan op deze uitnodiging dan krijgen we te zien, waartoe wij allen bestemd zijn, namelijk mensen van Pasen te zijn. Het is iets wat onze werkelijkheid overstijgt en zich onttrekt aan onze gewone waarnemingen. “En zie!” – zalig de armen van geest, zalig de treurenden, zalig de ontheemden, zalig de zoekers en zwervers, zalig de niet-wetenden, zalig de verlangenden naar de gerechtigheid en het Koninkrijk Gods, want zij zullen het zien: en zie, Ik ben dood geweest...ja zeker, weet je nog, op die bewuste vrijdag is het allemaal gebeurd aan mij. Ik weet wat het is te sterven, doodgemarteld te worden, vergiftigd te worden, te verdrinken, doodsangsten uit te staan, Ik weet wat het is mens te zijn op aarde...maar Ik leef, of liever: Ik ben de Levende tot in de eeuwen der eeuwen. Ik ben de Levende voor iedere tijd en voor ieder mens. Ook nu, ook voor ons. “Wie in Mij gelooft zal nimmermeer, nimmermeer sterven”.
Het is als een droom, onwerkelijk en onbegrijpelijk. Maar het kan zomaar ineens waarheid voor je worden, als je ogen ervoor opengaan. Misschien wel als je ze sluit, zoals Stephanus overkwam toen de stenen om zijn oren suisden.
Maar ook midden op de dag, terwijl je aan het werk bent en je soms overvallen wordt door angst, bang je baan te verliezen, bang voor de kwetsbaarheid van je gezin, bang voor vluchtelingen, bang voor de toekomst, bang om er te zijn, er niet te zijn...ja, dat het dan zomaar ineens van je kan afvallen, omdat je hoort: Wees niet bang!
Zo zijn wij onverwachts zelf opstandingsmensen geworden, mannen en vrouwen, kinderen van Pasen. Misschien vaak nog slaperig of zeurend om moedermelk en lammetjespap en met een broek vol narigheid soms, maar op den duur zullen we steeds meer volwassen worden en zelfbewust en met open ogen de toekomst tegemoet gaan. Want Hij heeft gezegd: Vrees niet! Ik leef en ook jij zult leven!

J

K

L

M