Logo dsCH 

Over rituelen en de hemel

Preek gehouden op zondag Cantate (Zingt!) 24 april 2016 in de Oude Kerk n.a.v. Deuteronomium 6: 1-9 en Openbaring 19: 1-9

 

Over rituelen en de hemel

 

Vandaag wil ik even  over twee heel verschillende dingen met u nadenken: over rituelen en over de hemel n.a.v. de lezingen van vandaag. Rituelen speelden vroeger in het familie- en religieuze leven een belangrijker rol dan tegenwoordig, maar ook nu hebben ook wij nog steeds rituelen, die we in ere houden. Het zijn vaste gebruiken, die ongewijzigd worden voortgezet en waarbij men verder geen vraagtekens plaatst. Zo gaat dat nu eenmaal, zo hoort dat, zo doe je dat.
Zo wordt op iedere verjaardag “Lang zal die leven” gezongen en wordt een taart op tafel gezet. Bij een huwelijkssluiting horen ook vaste rituelen en ook ons gewone dagelijkse leefritme wordt voor een deel bepaald door rituelen van tanden poetsen, de krant lezen, het 8 uur-Journaal bekijken  tot bidden voor het eten.
In Deut. 6 gaat het over het gebod van de liefde tot God met heel je hart enz. en de rituelen, die daaraan verbonden zijn  dienen als een soort geheugensteuntje, zodat je het niet vergeet. Ik zou willen zeggen, dat een ritueel een vastgestelde handeling is, die bedoeld is om iets belangrijks  in gedachten te houden of te brengen.
Zo moet de Israëliet, zo stelt Mozes voor, dit grote gebod als een teken om zijn arm dragen en als een band op zijn voorhoofd.
Wat daar precies mee bedoeld wordt, wil ik u even laten zien. Er wordt weliswaar Engels gesproken in dit filmpje – en ook een beetje Hebreeuws – maar we zullen vooral goed kijken, wat er gebeurt: het dragen van de Thora om de arm en op het voorhoofd.
(Filmpje wordt vertoond). Helaas werkte het filmpje niet en heb ik even kort verteld hoe een Joodse man de gebedsriem omdoet (om arm en hoofd).
(Het youtube filmpje kun je hier zelf vinden: https://www.youtube.com/watch?v=cKdr50iLqf8 )
Dat de gebedsriemen worden vastgemaakt aan de arm (7x voor iedere dag) en op het hoofd betekent, dat ons handelen en ons denken geleid en geinspireerd zullen worden door de geboden van God.
Die kleine doosjes of huisjes bevatten vier centrale teksten uit de Thora (afb. 1).
O.a. ook dat gedeelte, dat wij vanmorgen hebben gelezen uit Deut. 6.
Een vader en een rabbi moeten hun kinderen deze rituelen leren, zoals ook wij onze kinderen bepaalde rituelen leren: bidden, in de Bijbel lezen, zingen, naar de kerk gaan, de feestdagen in acht nemen, ...
Iedere godsdienst kent haar eigen rituelen. Soms zie je gebeuren, dat mensen een enorm grote waarde toekennen aan het ritueel. Zij vinden het volbrengen van het ritueel eigenlijk belangrijker dan datgene, waarvoor het ritueel bedoeld is. Maar het ritueel is geen doel op zichzelf, maar alleen maar een middel om het eigenlijke in herinnering te brengen, namelijk de liefde tot God en de naaste. En zo is het inderdaad veel belangrijker dat we God danken voor het leven, dat we iedere dag krijgen en we Hem wel om vergeving mogen vragen, als we het leven niet van harte omarmen en lief hebben.
De rituelen zijn prachtig, maar de rituelen zijn er voor ons en wij niet voor de rituelen. Het gaat ten diepste om de liefde en om anders niets. En zo gebeurt het, dat  mensen de rituelen kunnen vergeten, maar dat zij wèl hun leven van harte beamen en de liefde waar maken, terwijl anderen zich strict en stipt aan de rituelen houden en altijd chagrijnig zijn en niets van de liefde opmerken noch het leven beamen.
Daarom zingen wij nu: Ubi caritas et amor, ibi Deus est: waar liefde en genegenheid is, daar is God!

Vervolgens dacht ik nog iets over de hemel te kunnen zeggen. Maar bij nader inzien was dat toch een wat overmoedige gedachte. Want ik ben er nog nooit geweest en wat ik ervan weet is van horen zeggen. Zo heb ik een flard ervan opgevangen uit de Openbaring van Johannes en wat mij vanmorgen daarbij opviel was, dat er voortdurend gezongen wordt. Het ene Halleluja is nog niet verstomd of het andere begint alweer. Eindeloos gezang!
Voor veel mensen is de hemel daardoor onaantrekkelijk geworden, want zij houden niet van zingen en wat moet je daar dan?
Als zingen je een beetje blij kan maken en je daardoor boven jezelf uitstijgt dan heb je iets van de hemel in jezelf gekregen. Zodra je blij wordt en meer jezelf wordt raak je de hemel aan of raakt de hemel jou aan.
Misschien is de hemel niet zozeer een plaats, maar meer een toestand, waar je echt jezelf kunt zijn, authentiek en onbelemmerd, waar je de ander vertrouwt en kunt waarderen. Waar niemand perse de regie moet voeren, want wij zijn allen schapen van dezelfde Herder. Waar verschillen beleefd worden als veekleurige schoonheid en waar iedereen zijn of haar waarheid kan uitspreken zonder vreemd of argwanend aangekeken te worden.
In de hemel is ook een dans. Maar zoals sommige mensen niet kunnen zingen of er niet van houden, zo kan ik niet dansen. Wat dan?
Wel, zo droom en denk ik dan, ik mag daar op mijn eigen manier dansen, wild of ongecontroleerd, of juist voorzichtig en pasje voor pasje, een beetje klungelig en houterig misschien, maar niemand vindt dat raar of lachwekkend. Dat is de hemel.
Zolang de hemel in mij is kan niemand die van mij afnemen. Om er iets van op te vangen moeten we de wereld niet ontvluchten, maar haar omarmen.
Gaan we niet naar de hemel dan? Ja, maar de hemel komt vooral naar ons en in ons en zolang de hemel in ons is zal niemand die uit ons kunnen jagen, zelfs de dood niet.

J

K

L

M