Logo dsCH 

Lucas 10:38

Preek gehouden op zondag 21 juli 2013 in de Grote- of Mariakerk n.a.v. Lukas 10:38 ev.

Een verfrissend keukentafelgesprek

Vanmorgen zijn wij getuigen van een gesprek. Er zitten 3 mensen rond de tafel. Het is een soort tafelgesprek, een keukentafelgesprek. Alles is opgediend: de aardappels staan de dampen en het stukje vlees suddert nog wat na in de pan. Er wordt een moment van stilte in acht genomen voordat de maaltijd begint, maar als dan iedereen zijn bord heeft opgeschept wordt er toch iets van spanning voelbaar. En dan schiet Marta uit haar slof en begint haar klaagzang af te steken tegenover Jezus. “Ik loop me hier, potverdikkeme – ja, sorry hoor – de hele middag uit te sloven in de keuken: eerst moest ik nog alle boodschappen doen, trouwens. Dan de aardappels schillen, vlees braden, de kamer een beetje netjes maken, dan ook Lazarus nog verzorgen, die altijd op bed ligt, nou, dan weet je het wel. En jullie hier de hele middag maar gezellig keuvelen, vast over belangrijke zaken, daar niet van...maar had u Maria niet kunnen aansporen ook eens een handje uit te steken?” Zo, dat lucht op.
Ik ben benieuwd wat Jezus toen zei. “Ja, sorry, ja, ik was zo druk in gesprek met Maria, dat we helemaal de tijd vergaten. Maar ja, inderdaad, het was beter geweest als ik haar een duwtje in de richting van de keuken had gegeven”. Maar dat zei hij niet. Hij zei: “Marta, Marta! Je maakt je druk om van alles en nog wat, maar één ding is nodig of noodzakelijk. En Maria heeft het beste deel uitgekozen”. Toen was het een lange tijd stil aan die keukentafel en Marta wachtte net zo lang tot Maria begon met afruimen en de vaatwasser inruimen.
Dit bericht van Lukas is op vele manieren geïnterpreteerd. En ik vraag me af of daarbij altijd wel de kern geraakt is en de juiste toon getroffen werd. De hoofdlijn was meestal, dat de beide dames tegenover elkaar geplaatst werden en dat men een voorbeeld moest nemen aan Maria en dat men vooral niet te veel moest lijken op Marta. Beide vrouwen kwamen ook naar voren als typen van een bepaalde vroomheidsbeleving: Maria als de contemplatieve mens, die mediterend en bezinnend door het leven ging en Marta was de actieve mens, dienend en zorgend. Maria kon wel dominee of ouderling worden en Marta wel diaken. Ook werden boeken vol geschreven over wat dat ene noodzakelijke dan wel was. Werd daar God mee bedoeld, of het geloof? Was het een verwijzing naar de wedergeboorte of bekering – was dat iets waarnaar je moest streven of was het juist iets wat je overkwam? Had het soms iets met uitverkiezing te maken? En zo dreef het ene nodige steeds verder weg in een mist van ‘ach en wee’ en tenslotte zat iedereen treurig aan de keukentafel en niemand wist hoe het verder moest.
Laten we een nieuwe poging wagen! Laten we er dan allereerst op letten waar dit gesprek plaatsvindt – ik bedoel nu niet “in de keuken” – maar waar in het Evangelie? Wel, dit onderhoud staat precies ingeklemd tussen het verhaal over de barmhartige Samaritaan en het gebed dat Jezus ons geleerd heeft: het Onze Vader. Het verhaal van de diaconale activiteit enerzijds en het verhaal van de bezinning en de inkeer tot jezelf en tot God anderzijds. Marta lijkt op de Samaritaan en Maria op de leerling die vraagt, hoe zij zal bidden. Maar die twee horen wel bij elkaar.
Toch lijkt het alsof Marta terechtgewezen wordt, maar de vraag is dan wel: in welk opzicht, waarover dan? Nu moeten we proberen die twee uit de keuken te halen en het ‘dienen’ ook in een breder verband te zien. ‘Dienen’ is het werk van de diaken, het is het zorgen voor de arme en behoeftige; het is opkomen voor de verdrukte, het is het verzorgen van de zieke, het is het je inzetten voor de ander, die jou nodig heeft: belangeloos, zonder bijbedoelingen. De Mensenzoon zal vragen: heb je mij bezocht toen ik in de gevangenis zat, heb je mij te drinken gegeven, toen ik dorst had? Jezus zelf is daar in voorgegaan. Hij zegt: Ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Hij was onder ons, als één die diende! Marta is dus wel degelijk iemand, die in de weg van Jezus gaat. Maar wat mankeert er dan aan? En wat wil Jezus haar laten zien? Hij wijst haar zeker niet af, maar hij nodigt haar uit tot dieper en hoger inzicht. Marta en Maria zijn Hem even lief en beiden zijn voorbeelden voor een ieder, die Jezus wil volgen.
Ik denk dat Jezus Marta wil laten zien, dat ‘dienen’ belangrijk en goed is, maar de glans gaat er af, als je het beleeft als een ‘moeten’. Als je denkt, dat de anderen niets of te weinig doen en dat alles op jouw schouders terecht komt. Als je de ander verwijten begint te maken en zo jezelf een pluim begint te geven. Als je ook niet meer in de gaten hebt in welk groter verband je aan het dienen bent en niet meer door hebt, dat God ons aller Vader is en dat het uiteindelijk om zijn Rijk gaat. Kortom, wanneer de vreugde begint te wijken en wanneer de liefde begint te bekoelen, dan is het goed om in je eigenzinnige oor te horen: Marta, Marta! Nee, niet als een verwijt of dreiging, maar als een liefdevolle uitnodiging: let niet op anderen, stel jezelf niet tot norm en voorbeeld, maar doe ‘je ding’ met vreugde en argeloos en zonder bijbedoeling. En richt je op het Koninkrijk Gods, dat is het wenkende perspectief, de horizon van al ons doen en laten. Dan verdwijnt ook alle krampachtigheid en ‘het heilige moeten’ slinkt weg en dan kun je het zelfs ook loslaten. Maria lijkt al enigszins gevorderd in dat ‘loslaten’ en Marta moet dat nog leren.
Jezus spoort ons aan tot een actief en dienend leven, maar ook met momenten van bezinning op zijn tijd, van contemplatie en gebed om alles in het juiste perspectief te zien, om niet overspannen te worden en te drukdoenerig: kijk eens, wat wij allemaal doen of moeten doen en wat goed, hè...zouden meer mensen moeten doen enz... Wel zelfbewust, maar niet zelfingenomen, wel actief, maar niet activistisch, altijd gericht op de ander en jezelf moet je eigenlijk helemaal niet zien. Dat was, denk ik, het manco van Marta in dit verhaal: ze keek teveel naar zichzelf. Het beste dienen vindt plaats in zelfvergetelheid: “Heer, waar en wanneer hebben wij U dan in de gevangenis gezien of hongerig of naakt?”
Eén ding is nodig...maar wat dan? Ik denk dat het draait om de liefde! Allereerst het besef gekend en bemind te zijn door God. Een ander vertrekpunt is er niet. Vervolgens is dienen alleen maar vruchtbaar en ‘dienstig’ als het vanuit de liefde plaatsvindt. Het verhaal van Marta en Maria zouden we zo naast 1 Korinthe 13 kunnen leggen: al diende ik nog zo hard en nog zo ijverig en al was ik heel de middag bezig in de keuken en al was er niets aan te merken op mijn inzet, maar ik had de liefde niet, dan was ik een rinkelende schel, ja een gillende keukenmeid.
Eén ding is nodig...al hadden we een kerk vol met mensen en alle vacatures bezet van ouderlingen en diakenen en noem maar op en we hadden Trias en de Oude Kerk of we hadden de Grote Kerk en nog wat, maar we hadden de liefde niet, we waren een ronkende motor, een walmende vlaspit.
Eén ding is nodig is niet iets waar we nu ineens driftig naar op zoek moeten gaan of op het spoor moeten zien te komen. Nee, dat ene is ‘insnijding van eeuwigheid’ in ons bestaan, en dat geldt voor ons als kerk, maar ook voor ons in ons persoonlijke leven. Ik bedoel dit: je kunt zomaar ineens ‘Marta, Marta!’ in je oor horen, terwijl je op je stoeltje voor je caravan zit of zit te vissen in de vijver of wanneer je druk bezig bent met je werk of terwijl je je zoveelste biertje achterover slaat: een levensgrote vraag komt dan binnen, namelijk deze: “waar ben ik in Gods Naam mee bezig? Waar leef ik eigenlijk voor en wat is de zin en bedoeling van mijn bestaan en van alles wat ik doe?”  Niet dat je daar meteen een pasklaar antwoord op krijgt, o nee, maar de onrust is gekomen in het bloed en tegelijkertijd ook een ontspannen rust en alles is anders en toch is alles hetzelfde gebleven. Je zit nog steeds op je stoeltje voor je caravan, nu en morgen ook en je vist nog steeds in dezelfde vijver en je werk doe je onverminderd door en je biertje blijf je ook drinken, maar toch anders, want je hebt in je dode en tot leven gewekte oor gehoord: “Marta, Marta, één ding is nodig!” Heb ik dat ook gehoord?, vraagt u zich misschien af en terwijl u het zich afvraagt, hebt u het gehoord, wis en waarachtig: “Marta, Marta, éen ding is nodig!”
En toen Lazarus ’s avonds laat z’n kaarsje uitblies zag hij door een kier van zijn slaapkamer, dat zij met z’n drieën bezig waren de vaat op te ruimen en hij hoorde ze met elkaar praten over hoe belangrijk het is om te dienen en hoe belangrijk het is om je te bezinnen en het Woord te horen. En vlak voordat hij insliep meende hij Jezus nog iets te horen zeggen over  – inderdaad -  “het ene niet zonder het andere en het andere niet zonder het ene”. Amen.

J

K

L

M