Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 14 juni 2020 14:11

Werken aan Pierre Chevallier (1760-1825) – een biografie

 

Ongeveer 4 maanden geleden schreef ik een blog(je) over mijn plan om onderzoek te gaan doen naar het leven, denken en werken van Petrus of Pierre Chevallier. De ‘ontdekking’ van de briefwisseling tussen hem en zijn vader Paulus Chevallier, die hoogleraar theologie aan de Academie in Groningen was, was voor mij de aanleiding en vormt tevens het uitgangspunt van mijn studie.

Aan de hand van die correspondentie ontstaat een levendig en tamelijk volledig beeld van zijn levensgang en wordt zichtbaar, hoe hij reageerde op gebeurtenissen in zijn eigen leven en in dat van de Republiek.

Je krijgt inzicht in de manier, waarop hij zijn laatste studiejaar in Utrecht inricht, welke ervaringen hij opdoet als beginnend predikant in een klein Gronings dorpje en hoe hij omgaat met de politieke uitdagingen van zijn tijd, waarbij vooral de confrontaties tussen patriotten en prinsgezinden van een predikant een wijze houding vergde, maar soms ook een besliste standpuntbepaling.

Ook ontmoeten wij hem in die correspondentie als een jonge en enthousiaste vader en als iemand, die voortdurend de eindjes aan elkaar moet zien te knopen. Verder maken wij in zijn brieven herhaaldelijk kennis met zijn depressies en soms sombere gemoedsgesteldheid.

Interessant is het ook om te zien, hoe vader en zoon elkaar op de hoogte houden van hun lees- en studie-ervaringen.

Van de ca. 350 brieven (waarvan de meeste wel meer dan 1 kantje bevatten) heb ik wel 2/3 deel doorgenomen en ‘verwerkt’ in een aantal hoofdstukken:

0. Inleiding

1. Studeren en netwerken in Utrecht (dit gaat over zijn laatste extra studiejaar)

2. De pastorie in, de kansel op (eerste ervaringen als predikant in Lellens)

3. Waals predikant in Naarden (zijn opmerkelijke overstap naar de Waalse/Franse kerk en zijn ‘ingang’ daar)

4. Waals predikant in roerig Zwolle (hier volop betrokken bij de politieke onrust en tegenstellingen en weigert na het herstel van het Oranjebewind (1787) de gevorderde eed op de Constitutie (1788), waarna hij door het stadsbestuur uit zijn ambt wordt gezet).

Van 1788-1794 is hij noodgedwongen ambteloos burger. De brieven uit deze periode en de twee daarop volgende jaren (in 1796 overlijdt vader Chevallier) moet ik nog bestuderen, maar voor de periode daarna (1796-1825) moet ik me richten op ander bronnenmateriaal. Dat is er zeker wel, maar de brief als historische bron zal ik voor die periode grotendeels (helaas) moeten missen.

Hoewel het soms puzzelen is om te ontcijferen wat vader en zoon aan elkaar schrijven ben ik er tot nu toe wel uitgekomen (voor 98%) en beleef ik er veel plezier aan om zijn leven zo ‘op de voet’ te volgen.

Geen idee, wanneer het boek klaar zal zijn, maar ik heb al wel een uitgever bereid gevonden het t.z.t. te publiceren.

Tot zover even mijn eerder beloofde update…

 

 

zaterdag, 11 april 2020 08:04

OPSTANDING

 

Pasen in Corona-tijd

 

Toen ik een jaar of 15 was – inmiddels al ruim een halve eeuw geleden – begon ik belangstelling voor literatuur te krijgen. Ik wendde me meteen tot de grote wereldliteratuur en begon aan romans van Simone de Beauvoir, Camus, Streuvels (hoewel die wat kleiner was) en niet te vergeten de ‘reus’ Tolstoj. Nadat ik Anna Karenina had doorgeworsteld liep ik zijn Opstanding tegen het lijf en ik weet nog dat het een editie was van uitgeverij Veen.

Van de roman zelf kan ik me niet zoveel meer herinneren dan dat de hoofdpersoon een goed mens probeerde te zijn en dat het Evangelie hem daartoe geïnspireerd had.

Ik was natuurlijk nog veel te jong om de diepgang van dergelijke boeken te kunnen peilen, maar op die leeftijd schrik je niet terug voor wat puberale intellectuele stoerdoenerij, want je maakte wel indruk, als je kon zeggen, dat je een boek van Tolstoj net uit had.

Zo vlak voor Pasen moest ik ineens aan de titel van die roman denken: Opstanding. Dat is hét Paas-kernwoord, maar heeft dat wel enige betekenis, m.n. ook in deze tijd van crisis en onzekerheid?

Het verhaal van Pasen is bekend, omdat het de kern uitmaakt van de christelijke verkondiging, maar toch blijft het altijd een vreemd, weerbarstig en ongewoon verhaal. En dat is maar goed ook! Anders wordt het een verhaal, waar je enkele quiz-vragen op los kunt laten, zoals bij ‘Kansfonds.nl’ rondom ‘The Passion’ gebeurt. Beantwoord de vraag: “Hoeveel dagen heeft Jezus in het graf gelegen, voordat hij opstond?” Stuur je antwoord naar…en maak kans op: ….

Het Paasverhaal als eitje, weetje. Dan reduceer je een diepzinnig en betekenisvol verhaal tot een vertellinkje, waar je al of niet iets van weet. Je maakt dan wel kans op een prijs, maar je verliest geheid de zin van het verhaal!

Dan is er een andere mogelijkheid om de betekenis van Pasen op afstand te houden en dat is die van de ‘ont-rafeling’, die meestal tot ‘ont-takeling’ leidt. Wij buigen ons met onze geleerde of vrome hoofden over de Paasberichten, ontdekken allerlei lacunes en oneffenheden en verschillen in de vertellingen en maken dan de balans op, die uitvalt naar de kant van ‘geloof’ of ‘ongeloof’.

In het eerste geval houdt men op om er vragen over te stellen en aanvaardt men de Paasberichten als feitelijke verslagen van een wonderbare gebeurtenis, die zich toen en daar afspeelde. In het andere geval wendt men zich schouderophalend en zgn. ‘ongelovig’ van het verhaal af, want dit is te onzinnig en bizar voor woorden, zo redeneert men dan.

Maar in beide gevallen zijn wij het, die een oordeel vormen over het verhaalde. Die kan instemmend of afwijzend zijn, maar hoe dan ook: het is ons oordeel.

Maar er is nog een andere mogelijkheid en die wil ik graag aan u voorleggen. Dan zijn niet wij het, die het Paasbericht interpreteren en voorzien van een ‘labeltje’, maar ik stel voor, dat het Paasverhaal – onontkoombaar - ónze werkelijkheid interpreteert! Niet wij buigen ons over het verhaal, maar het verhaal buigt (zich) naar ons toe en wij laten ons verrassen en ont-stellen, want ons wordt getoond, waar het geheim van het leven te vinden is.

Wij raken overrompeld en ontroerd door het verhaalde; wij herkennen ineens onze werkelijkheid in de te zware grafsteen, die bikkelhard aantoont, dat geweld blijkbaar altijd zegeviert.

Maar ook wordt verhaald van die andere ‘onmogelijke mogelijkheid’, die daar dwars doorheen opbloeit: een open ruimte, een innige ontmoeting, een verbaasde reactie. Dat het leven sterker is dan de dood, dat Gods mogelijkheden de onze verre overtreffen. En we wisten het niet…maar het wordt ons geschonken!

Ik denk nog even aan de roman van Tolstoj: Opstanding. Als het Lichaam van Christus is opgestaan, laten ook wij – die zijn Lichaam zijn - opstaan, zoals ook de hoofdfiguur in deze roman deed. Laten wij Opstanding als een doorgaand verhaal zien, waarin ook wij voorkomen als mensen, die opstaan tegen onrecht, lijden, waanzin en verlorenheid. Juist in deze periode van onzekerheid en angst kunnen wij enerzijds troost putten uit deze Paasvertelling, maar anderzijds ook kracht om als opstandings-mensen iets van een nieuwe wereld zichtbaar te maken.

 

Meppel, 9 april 2020

 

 

 

vrijdag, 27 maart 2020 15:40

PETRUS CHEVALLIER

1760-1825

PREDIKANT MET VERGEZICHTEN

 

 

Inleiding

 

Beste ouders, ik wil u door middel van deze brief laten weten, dat ik mij hier kostelijk vermaak. Ik zit nu, terwijl ik dit schrijf, bij oom Lammert in Amsterdam en het lukt me nu even om in hoofdlijnen mijn belevenissen van de afgelopen weken met u te delen.

Mijn uitstapjes maak ik, zoals jullie weten, vanuit de pastorie in Blaricum, waar broer Robert sinds kort predikant is. ’s Morgens na de koffie trek ik er meestal op uit naar ‘De Tafelberg’, waar ik dan wat ga zitten lezen. Soms bestijg ik het paard van Jan en ik vind het heerlijk om daarmee ‘een togte’ te maken.

’s Middags ga ik meestal op bezoek bij bekenden en notabelen in het dorp of in de omgeving. Als het regent blijf ik binnen en speel ik wat op het spinet of ga ik zitten lezen.

Zo ben ik onlangs ook op visite geweest bij Ds. Van der Roest in Blauwkapel, echt een man naar mijn hart. De meeste mensen waarderen hem niet zo, omdat hij te mystiek is, te sterk beïnvloed door Lavater[1], zoals men dan zegt. Hij zou te veel mystieke boeken lezen…”hij is te aandoenlijk”.

Tot zover in het kort mijn ‘amusements de Blaricum’.

U moet de groeten hebben van alle dierbare vrienden uit Loosdrecht, Utrecht en Amsterdam[2].

 

Dit – in mijn woorden - schreef de 18-jarige Petrus of Pierre Chevallier op 13 april 1779 aan zijn ouders in Groningen. Hij had blijkbaar een paar weken vrij van studie en hij wilde ongetwijfeld eens van nabij zien, hoe zijn broer het als beginnend predikant in Blaricum deed. Over enkele jaren zou hij ook zelf dat ambt in de kerk gaan vervullen, zo was het plan.

Bovenstaande brief is het begin van een lange reeks brieven, die Petrus naar Groningen zou sturen en die zijn vader zou beantwoorden.

Deze brief was nog gericht aan zijn beide ouders, maar in oktober van ditzelfde jaar zou zijn moeder bezwijken aan de dysenterie-plaag, die toen in Groningen tientallen slachtoffers maakte.

Voordat ik Petrus – voor zover mogelijk - op de voet probeer te volgen, is het wellicht dienstig om eerst met de familie Chevallier kennis te maken.

 

 



[1] Johann Kaspar Lavater (1741-1801) was een Zwitserse filosoof, predikant en dichter, die bekend werd om zijn geschriften over fysionomie. Physiognomische Fragmente zur Beförderung der Menschenkenntnis und Menschenliebe (1775-1778). Ueli Greminger: Johann Caspar Lavater: Berühmt, berüchtigt – neu entdeckt. TVZ, Zürich 2012.

Mary Lavater-Sloman: Genie des Herzens: Die Lebensgeschichte Johann Caspar Lavaters. 5. Auflage. Artemis, Zürich/Stuttgart 1955. Het ‘mystieke’ dat PC in zijn brief noemt heeft waarschijnlijk betrekking op de interesse, die Lavater toonde voor het kennen van zichzelf.

[2] De correspondentie tussen vader Paulus en zoon Petrus Chevallier bevindt zich in het archief van de fam. Chevallier en wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht, afd. Bijzondere Collecties. Voor de Inventaris van dit familiearchief verwijs ik naar K. van der Horst, Inventaris van het Archief van de familie Chevallier (Utrecht 1992). Deze en andere brieven zijn te vinden in Portefeuille VII (4*.C.7).