Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 13 januari 2019 11:27

Preek gehouden op de 1e zondag na Epifanie 13 januari 2019 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Lukas 3: 15-16, 21-22.

 

Een ontmoeting met ‘John the Dipper’

 

Toen Johannes daar in de woestijn stond te oreren zeiden de mensen tegen elkaar: hij is toch dat zoontje van de dominee uit Jeruzalem? Zijn vader was toch voorganger in de tempel en die Johannes is toch dat na-komertje? Nou, hij lijkt in niks op z’n vader. Zijn vader had altijd een mooi liturgisch gewaad aan, sprak heel deftig en deed alles volgens de regels, maar moet je hem zien. Hij ziet er niet uit met z’n lange haren en moet je die jas zien, vol kleerscheuren en hij stinkt ook nog. En wat er op z’n menu staat, nou daar lusten de honden geen brood van.

Zo spraken de mensen over Johannes. Maar al hadden ze nog zoveel kritische opmerkingen over hem, hij trok hen ook naar zich toe. Als een magneet trok hij de mensen aan, want hij was wel heel bijzonder, niet alleen om te zien, maar ook om wat hij zei en deed.

Johannes zou je kunnen typeren als een buitenkerkelijke niet-opgeleide performer. Een man met singuliere gaven, een buitenbeentje eerste klas. Hij leek in geen enkel opzicht op z’n vader en toch kwamen ze allebei op voor dezelfde God en wilden zij hun leven in zijn dienst stellen.

Dat is nu ook nog steeds zo: er zijn mensen, die hun leven in dienst van de kerk stellen en zo het geloof handen en voeten geven, maar er zijn anderen, die gaan de politiek in of het theater of de muziek en zij communiceren wat hun ten diepste beweegt en bezighoudt op een heel andere manier.

En als we dan ook ons hebben aangesloten bij die grote groep mensen, die zich vergapen aan het optreden van Johannes, dan stellen we onszelf wel de vraag: hoe ben ik hier eigenlijk gekomen en wat verwacht ik hier?

Je bent er gekomen door op weg te gaan. Je hebt je veilige en overzichtelijke plek achter je gelaten. De tempel en de tempeldienst verloor meer en meer zijn aantrekkingskracht en charme en je raakte een beetje van God los. Je ging steeds meer vragen stellen bij de oude verhalen en rituelen en je dacht: waarom is het eigenlijk zoals het is en waar draait het uiteindelijk om? Is mijn geloof een wet, het me houden aan regels en voorschriften of is het toch anders bedoeld en wat, als…

En ongemerkt was ik helemaal vooraan komen te staan en de figuur met de lange haren en de felle ogen kijkt me doordringend aan en hij roept mij a.h.w. toe: hė, wat moet je, wat wil je hier? Waarom sta je hier te treuzelen en een beetje in jezelf te mompelen?

En voordat ik het wist had hij mij mijn lurven gepakt en mij kopje onder geduwd. Ja, want hij stond daar bij de oever van de rivier en als een verzopen kat kwam ik weer boven water, proestend en hoestend, en het was alsof ik een ander mens was geworden, fris en nieuw stond ik daar op de Grote Oever (*) en ik hoorde hem nog iets zeggen over ‘anders gaan leven’, ‘je bekeren’, ‘al het oude achter je laten, alle shit en oud zeer van weleer’, je kunt het vergeten!

Opnieuw beginnen, dat is het devies!

Dat is telkens weer een actueel verhaal, hoe moeilijk het ook is. Je denkt alles op orde te hebben en ineens is alles anders. Je zit vast aan je oude leventje en ineens denk je: is dit het? Een ontmoeting met ‘John the Dipper’ doet wonderen! Hij haalt je door het water heen, zoals Israël vroeger door de Rode Zee was getrokken, bevrijd uit het slavenhuis, zoals het door de Jordaan was getrokken, het beloofde land in, zoals ze waren teruggekeerd uit de ballingschap en ze juichten als degenen, die dromen, zo zijn er telkens momenten, waarop je opnieuw moet beginnen. Dat betekent enerzijds loslaten en anderzijds omarmen. Oud loslaten, nieuw omarmen.

Kan iemand mij daarbij helpen? Is er iemand, die dat voordoet?

Ja, daar staat hij, midden onder u, die gij niet kent. Jezus van Nazareth is er ook bij en hij wil ook ‘kopje onder’.

Waarom eigenlijk…dat heeft zo’n man toch niet nodig? Waar is dat goed voor? Jezus zegt: ik wil ook, samen met jullie, samen met jou!! Ik voel me niet verheven boven jullie, maar ik ben solidair met jullie, in jullie pijn en misère, in jullie frustraties en tekortkomingen, ja, in alles… Ook ik ga ‘kopje onder’ en zo ben Ik ‘God met jullie’…of, anders gezegd, zo wil God bij de mensen ‘komen en wonen’.

Dan vertelt Lukas, dat de hemel openging en de stem van God klonk, terwijl Jezus in gebed was. En er klapwiekt een duif boven zijn hoofd. Ik denk niet dat dit tafereel te filmen was of is, zelfs niet met ‘high of super eight’ of infrarood apparatuur, maar wat Lukas vertellen wil is wel beslissend en waar: Jezus weet vanaf dit moment, hij ervaart dat aan den lijve, dat hij op de goede weg is, aan het begin staat van zijn roeping, om Zoon van God te zijn!

Wat betekent dat dan en hoe werkt zich dat uit dan? Zoon van God, dat is nogal wat! Wat een hoogheidstitel, wat een afstand roept dat ineens op.

We zien het al voor ons: hij is zoon van God en kan dus alles. Hij hoeft maar met z’n vingers te knippen of het komt voor elkaar. Hij doorziet alles en kan alles bereiken wat Hij wil. Niets staat hem in de weg of kan Hem hinderen.

Zou dat de bedoeling en betekenis zijn van ‘Zoon van God’?

Ik denk het niet. Ik noem nu twee plaatsen, waarop ‘zoon van God’ ook genoemd wordt en dan moet u zelf maar beslissen, hoe dat mijn tot nu toe genoemde invulling corrigeert.

Allereerst horen we het vervolg van wat we vanmorgen lazen, dat we meestal overslaan omdat het zo’n saai en langdradig stamboom-onderzoek bevat. Hoewel, het kan ook wel heel interessant zijn, de familiegeschiedenis langslopen, hoe ver gaan we terug, ben ik misschien toch nog familie van…?

Lukas noteert de familiegeschiedenis, de stamboom van Jezus…ik zal hem maar niet helemaal voorlezen, maar ik beperk me even tot de laatste (en dat zijn dan de eerste, oudste voorouders van Jezus) verzen van Lukas 3: Jezus was de zoon van Jozef, de zoon van etc., en dan een heel eind verder…:

de zoon van Sem, de zoon van Noach, de zoon van Lamech,

 

 37 

de zoon van Methusalach, de zoon van Henoch, de zoon van Jered, de zoon van Mahalalel, de zoon van Kenan, de zoon van Enos, - bent u er nog? - de zoon van Seth, de zoon van Adam, de zoon van God!

 

De mens, de eerste, de beste mens, de mens, zoals hij bedoeld en bedacht is door God, is Zoon van God!

En dan aan het eind van het evangelie wordt verteld, hoe Jezus wordt overgeleverd in de handen der mensen en dat hij tenslotte zijn leven eindigt aan een kruis. En er staat een Romeinse soldaat bij, die opgegroeid is met de ideologie, dat de keizer, zijn keizer, in wiens dienst hij staat en wiens bevelen hij uitvoert, dat de keizer de zoon van God is. En nu staat hij aan de voet van dit kruis en hij hoort Jezus uitroepen: mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten en dat hij daarna de geest geeft.

En de soldaat zegt: ja, wis en waarachtig, deze mens, die hier zo gehavend hangt, is de Zoon van God.

Vreemde belijdenis, nietwaar?

Maar buitengewoon troostrijk, want zo laat God in Christus Jezus zien, dat hij geen verre God is. Nee, hij komt in ons Adamsbestaan, in onze nood, in onze ziekte, in ons doodsbestaan. Het water van de Jordaan bestaat uit de tranen van God, vermengd met onze tranen van al ons rouwen en treuren, zo merkt de Engelse theoloog Samuel Wells op in zijn boekje “Wees niet bang” (**). Zo worden en zijn wij gedoopt in de tranen van God en van Jezus. Hij kreeg toch de naam Zoon van God, Immanuël, d.i. God met ons?

 

  • De ‘Grote Oever’ is de naam van een straat in het centrum van Meppel.

** Deze gedachte ontleende ik aan Samuel Wells’ boek ‘Wees niet bang. Met geloof je angst het hoofd bieden’. Oorspr. titel ‘Be Not Afraid – Facing Fear With Faith’ (2011).

 

 

 

 

 

 

 

 

dinsdag, 25 december 2018 17:17

Overdenking gehouden op de Eerste Kerstdag 2018 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Johannes 1 (de proloog)

 

Kerst in vijfvoud

 

Johannes 1 (het begin, de proloog)

(in eigen vertaling/bewerking)

 

Als je bij het begin wil beginnen kom je niet om het woord ‘God’ heen
Het denken en spreken daarover brengt je als vanzelf bij God, want Hij is het begin van al wat is. Alles is door Hem ontstaan, ja zonder Hem zou er niets zijn.
Alle leven komt bij Hem vandaan en het leven dat Hij geeft is als het licht voor de mensen. Zo is Hij ook zelf het licht, dat in het duister straalt en zo heeft het licht het duister overwonnen.
De Zoon van God, die naar deze wereld gekomen is, is nu dat ware licht, dat in en voor alle mensen schijnt. Hij kwam naar de wereld, die hij zelf gemaakt heeft. Hij is bij ons gekomen als een sterfelijk mens en Hij heeft bij ons gewoond en wij zagen in Hem de glorie van God. In Hem zijn Gods liefde en trouw volledig aanwezig. Johannes vertelde over hem en zei over hem: Na mij komt er iemand die belangrijker is dan ik – en al komt hij na mij, toch was hij al eerder dan ik. Zo komt de Zoon van God bij ons en zo leren wij door Hem  God kennen.

 

 

De vier evangelisten hebben hun uiterste best gedaan om te vertellen wie Jezus was en wanneer en hoe hij ter wereld kwam. Hoewel, Markus slaat de kraamkamer en de kribbe gewoon over en ziet Jezus plotseling als volwassen man opduiken in de woestijn, waar hij zich laat dopen door Johannes.

Mattheüs duikt het archief in en wil weten wie de voorouders van Jezus waren. U kent misschien wel dat televisieprogramma “Verborgen Verleden”, waarin bekende Nederlanders op zoek gaan naar hun ‘roots’ en langs allerlei archieven trekken om dan te ontdekken, dat zij in de verte familie zijn van een bekende figuur uit het verleden of dat de overgrootvader in het leger van Napoleon gediend had of dat een betovergrootmoeder gediend had aan het hof van Willem I of secretaresse van Spinoza was geweest.

Zo loopt ook Mattheüs de vooroudergeschiedenis van Jezus langs en komt dan tot frappante ontdekkingen. Lees zelf maar eens: Matth. 1.

Lukas is natuurlijk de meesterverteller en zijn verhaal is het uiteindelijk geworden: over de herders en de stal, de engelen en de kribbe. Een prachtig ontroerend verhaal, maar ook een tegendraads en ontregelend verhaal.

Maar alles goed en wel, kunnen we dan denken, maar wordt Jezus zo niet teveel opgesloten in het verleden? Het was toen en toen, in het jaar nul en daar in een land ver hier vandaan. Wat kan Hij betekenen voor ons in het jaar 2018? 
Wel, dan komt nu Johannes naar voren en gaat ons een stap verder helpen en hij zegt: Jezus is veel meer dan een historische figuur. Dat kind in de kribbe omvat en overstijgt alle tijden en plaatsen: Hij was er al vóór de wereld ontstond en Hij zal er zijn, als de wereld er niet meer is. Hij gaat aan ons vooraf en alles wat er is bestaat door Hem. De oerknal was er door Hem, dat de wereld er is, is door Hem, dat ik er ben, is door Hem, dat u er bent, is door Hem. Je kunt niets bedenken dat er niet is dankzij Hem. 
Zo filosofeert Johannes over de betekenis van het kerstkind en zo geeft hij het universele en kosmische waarde, maar ook wordt het zo heel persoonlijk en heeft het ook voor mijn leven hier en nu diepe zin. 

Johannes wil eigenlijk zeggen: Hij is niet in onze wereld gekomen, maar wij zijn in Zijn wereld gekomen. Alles is van Hem, ook wij. Kijk ik naar de sterren, kijk ik naar het verleden, kijk ik naar de toekomst, kijk ik naar een baby in de wieg: ik zie altijd en overal de Christus, zijn vriendelijk gelaat, zijn wakkere blik en zijn liefde en goedheid, die ons omringen en waaraan wij eigenlijk niet kunnen ontkomen. 

Mooi is dat, dat er vier verhalen zijn over Jezus. Maar ik voeg er nog een vijfde aan toe en dat brengt eigenlijk alles samen en dat verhaal is bedacht door de Deense filosoof uit de 19e eeuw Sören Kierkegaard.

Er was eens een koning, die heel veel macht en aanzien had en eigenlijk was iedereen wel ontzien voor hem. Je kon hem niet tegenspreken en advies geven was al riskant. Op een dag tijdens een rondrit door zijn land had hij een meisje gezien, ergens op het platteland, en hij kreeg haar maar niet uit zijn gedachten: hij was verliefd op haar geworden.

Maar hoe kon zij zijn vrouw worden? Ja, hij kon haar naar het paleis laten brengen en tegen haar zeggen: word mijn vrouw, want ik ben verliefd op je. Maar hoe zou zij daar op reageren? Zij zou vast wel instemmen met dit verzoek, dat meer leek op een bevel dan op een aanzoek. De koning kon niet weten of zij dan ook van hem hield.

Uiteindelijk, na veel denken en overwegen, besloot hij zijn paleis te verlaten en als een arme landloper ging hij op weg. En hij vond het meisje in haar schamele woning en zij spraken elkaar en het meisje vond er niets vreemd aan. Zij ging in op zijn avances en na enige tijd trouwden zij.

Nee, de koning had zich niet vermomd als bedelaar, want dan had het meisje zich bedrogen kunnen voelen, als hij naderhand gezegd had , dat hij de koning was. En dan had ze geen Nee durven zeggen en was er van ware wederzijdse liefde toch geen sprake geweest.

De koning gaf dus in feite zijn koningschap op en hij werd een gewoon mens net als iedereen. Hij deed afstand van al zijn macht en bezittingen en alleen zo kon hij het hart van het meisje veroveren. En zo respecteerde hij haar vrijheid en kon de liefde zich vrij en ongedwongen ontwikkelen.

Paulus zegt in één van zijn brieven: laat die gezindheid ook in en bij u gevonden worden, die Christus Jezus had. Hij, die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.

Kun je zo de wereld redden? Ja, alleen de kracht van de liefde en het opkomen voor het recht van de zwakste kunnen en zullen de wereld redden, precies zoals dat ingewikkelde kind het voordeed.

zondag, 23 december 2018 10:56

Preek gehouden in de hervormde gemeente te Nijeveen op de 4e zondag van Advent 23 december n.a.v. Jesaja 40: 1-11 en Lukas 1: 39-45

 

Troostrijke ontmoetingen

 

Vanmorgen ontmoeten twee zwangere vrouwen elkaar: zij zijn blij, ‘in den blijde’. Ik zie het voor me, hoe ze allebei met een dikke buik elkaar begroeten, omhelzen en kussen. Dit jaar mocht ik het van dichtbij zien, hoe onze twee jongste dochters allebei in verwachting waren (en is) van hun eerste kind, de ene iets eerder dan de ander. Als ik hen elkaar zie ontmoeten kan ik denken aan die ontmoeting van vanmorgen, die van Maria en Elizabeth, hoewel het leeftijdsverschil tussen die twee vele malen groter is dan die tussen mijn dochters.

De reis van Maria was nog een hele onderneming geweest en het was ook zo maar niet bedoeld als een plezierritje, maar eerder als een familieplicht. Elizabeth liep zo zachtjes aan op alle dag en kon wel wat hulp in de huishouding gebruiken en als kraamhulp fungeren en Maria was daar geknipt voor. Zo dient Maria Elizabeth en brengt zij van meet af tot uitdrukking wat een wezenskenmerk van haar kind zou zijn: ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.

Het kind van Elizabeth voelt dat a.h.w. ook aan en springt op in de buik van zijn moeder. Het is alsof hij een buiging maakt. Hij maakt duidelijk, dat hij eruit wil, hij staat te trappelen om zijn werk aan te vangen, namelijk de weg bereiden voor hem, die na hem komt, maar die er toch eerder was dan hij, zoals hij later zelf zou zeggen!

Die bijzondere verhouding, zoals die er zal zijn tussen Johannes (de Doper) en Jezus, waarbij de eerdere de latere zal dienen en hem de weg zal bereiden, herinnert mij aan een andere baarmoeder, waarin twee kindjes om de voorrang streden, u weet wel: Jacob en Ezau. Ezau was de oudste, maar Jacob kreeg of verwierf uiteindelijk het eerstgeboorterecht en de zegenspreuk was ook hier, dat de sterkere de zwakkere zou dienen en alles wordt onder één noemer gebracht in de uitspraak van Jezus: de laatsten worden de eersten en wie onder ligt komt er boven op.

Maar nu staan we ook nog even stil bij de boodschap van Jesaja, die aan dit alles vooraf ging.

Er is – in de donkere tijd van de ballingschap - ineens deze profeet, Jesaja II, die niet zozeer zelf het woord neemt, maar een Stem hoort. Hij wordt aangesproken. Het is alsof onverwacht de deur naar buiten opengaat en het licht als een vloed de duisternis opheft.

Wij staan ineens in het volle licht en de profeet krijgt te horen, dat hij moet troosten. Al die mensen in die donkere ruimte moet hij troosten en al die mensen moeten ook leren troosten. Dat zegt die Stem van de roepende.

Maar wat valt er te troosten dan? Wat is er aan de hand dan?

Nou, als we hoofdstuk 40, het 1e deel, tot ons laten doordringen dan komen we precies tegen, hoe onze situatie is: niet alleen van die mensen toen in de ballingschap, maar evengoed van ons in deze tijd.

Ik wil proberen het in een paar trefwoorden samen te vatten: er is een gevoel van eenzaamheid en verlatenheid. Er is een besef van schuld, spijt en schaamte. En er is ook de ervaring van tijdelijkheid en vergankelijkheid.

Soms zeggen mensen wel eens: in de kerk gaat het altijd over zonde en schuld, dood en vergankelijkheid. O ja, ik geef meteen toe, dat ik die kritiek ter harte neem en mij plaatsvervangend schaam voor alle overaccentuering en misbruik van deze thema’s : er is veel te veel gebabbeld en gezwijmeld over deze onderwerpen en ze zijn als een last op de schouders van de mensen gelegd. Maar ik zie het eerder zo, dat het ter sprake brengen van deze thema’s bij het aanduiden van onze situatie, van ieder mens, behoort. Het betreft een constateren van een werkelijkheid, waaraan iedereen deelneemt. Zo zit de wereld in elkaar, zo beleven wij die en niemand ontkomt daar aan. Zoals wanneer je bij de dokter komt en je vraagt: kunt u mij zeggen wat mij mankeert? Kunt u de diagnose stellen?

Als we er dan zo aan toe zijn – of we dat nu dagelijks beseffen of niet, of we er vaak of weinig bij stilstaan, dat doet er allemaal niet toe, feit is dat we vroeg of laat tegen onze vergankelijkheid oplopen, dat we inzien, dat we fouten hebben gemaakt of tekort geschoten zijn – als we er dan zo aan toe zijn, is er dan nog hoop, of is er ook enige troost? En wat is dat dan?

Als je opgedragen wordt om te troosten dan sta je wel met lege handen en een mond vol tanden, toch? Mensen zien er tegenop om op bezoek te gaan bij iemand, die ziek is of die een zwaar verlies heeft geleden. “ik weet niet wat ik moet zeggen”, hoor je dan. Misschien moet je wel niks zeggen en gewoon er-zijn.

Wij denken vaak, dat troosten allereerst een ‘verbale’ activiteit is, dat we iets moeten zeggen. Maar ik denk, dat troosten meer een doe-woord is dan een zeg-woord.

Als we het Nederlandse woord ‘troosten’ wat preciezer bekijken zou je kunnen zeggen, dat het te maken heeft met ‘tot rust brengen’. Iemands hart is onrustig in hem, hij of zij mist een middelpunt en rustpunt en de gedachten en gevoelens schieten alle kanten op. Het is een hele troost en opluchting als je onrustige hart rust vindt, uiteindelijk in God, zoals Augustinus ervaren heeft, toen hij kon zeggen: mijn hart is onrustig in mij totdat het rust vond in God.

Daar heb je vaak de ander bij nodig. Het is daarom niet voor niets dat we in andere talen het woordje ‘con’ (samen met) terugvinden in het woord troost en troosten. Het Franse ‘consolation’: daarin zit ‘solo’ – ‘alleen’ en ‘con’ – samen met. Samen het alleen-zijn volhouden. Je voegen bij de eenzame en samen de situatie uithouden. Dat is troosten. Dat is troost ervaren.

‘Comfort’ in het Engels: dat betekent letterlijk ‘samen sterk zijn’. Dan ben je bij de ander om hem te ondersteunen en er samen tegenaan te gaan. Dankzij die hulp van de ander wordt het leven weer comfortabel en kun je weer verder.

In het Hebreeuws heeft ‘troosten’ te maken met weer op adem komen, weer lucht krijgen. Het leven maakt je soms kortademig, je rent en je vliegt en je raakt buiten adem. Dan is er iemand die zegt: doe nu eens rustig aan en kom op adem.

Allemaal vormen van ‘troosten’. Troosten is niet verdoezelen en verzachten of het leed ongedaan maken, maar het is eerder het samen uithouden, er samen doorheen komen. En dan komt er weer licht in de duisternis. Er gaat een deur open. Er blijkt toch weer een weg vooruit te zijn. Wat een onbegaanbare en doodlopende weg leek blijkt toch een begaanbare weg te zijn. Een weg, die God zelf voor ons baant.

Zie je het al gebeuren? Er zijn al 4 lichtjes ontstoken. De eerste woorden zijn al geroepen en de stem om uit je benauwde situatie tevoorschijn te komen is al gehoord. We hebben gehoord van getroost worden, maar we zullen ook zelf troosten. Laat de kerk een plek zijn waar mensen op adem kunnen komen en vertroost worden. Maar laat het ook een troost-fabriek zijn, waar mensen geïnspireerd worden om erop uit te gaan, de wijde wereld in of de ogen open te hebben voor het leed en de leegte vlakbij en er te zijn, met een luisterend oor en een daadkrachtige hand! En ja, daar hoort een ‘bakkie troost’ ook bij.

Heel gewoon en alledaags, maar zo eenvoudig en diepzinnig kan troosten zijn!