Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

vrijdag, 08 november 2019 19:43

Een vader-zoon briefwisseling

 

Vandaag een (klein) begin gemaakt met een nieuw studieproject. Ik heb de bijzondere collectie handschriften bezocht, die aanwezig is in het archief van de Universiteitsbibliotheek in Utrecht.

Vanaf Zeist een heerlijk fietstochtje naar het ‘Science Park’, zoals de Uithof tegenwoordig heet.

Opgewacht door de archivaris, met wie ik een afspraak had gemaakt, stonden twee dozen met brieven op mij te wachten. Ik wilde vooral even zien om hoeveel materiaal het ging en of e.e.a. leesbaar en interessant genoeg (b)leek.

Het gaat in dit geval om een briefwisseling tussen vader Paulus Chevallier (1722-1796) en zijn zoon Petrus (Pierre) Chevallier (1760-1825).

Chevallier Sr. had ik al eerder ‘ontmoet’, toen ik een biografie over Gerardus Kuypers schreef: zij waren collega’s aan de universiteit van Groningen en beiden theoloog. Ook heb ik enkele jaren geleden een bijdrage geleverd aan een publicatie over religie en Verlichting, waarin ik Chevallier’s opvattingen over de omwenteling van 1795 heb geanalyseerd.

Zoon Petrus is Waals predikant geworden (o.a. in Naarden en Zwolle) en ontpopte zich, evenals zijn vader, als een patriotsgezind en principieel denkend en handelend figuur.

In de briefwisseling zullen allerlei kerkelijke, theologische, politieke, maatschappelijke en familiale thema’s aan de orde komen.

Ik ben benieuwd wat ik ga tegenkomen en waar e.e.a. toe leidt…

 

 

zondag, 27 oktober 2019 11:02

 

 

Preek gehouden in de Clemenskerk te Havelte op zondag 27 oktober 2019 n.a.v. Leviticus 19 (ged.) en Markus 12: 28-34

 

 

Jezus heft religie op

 

Wij zijn sinds 15 jaar een protestantse kerk en op 31 okt. denken we altijd terug aan het begin ervan – dag van reformatie en begin van protestantisme. Als aan u gevraagd zou worden: ‘Hé, u bent protestants, hè?! Kunt u mij in een paar zinnen vertellen, wat dat inhoudt? Als het mij aanspreekt word ik het misschien ook wel. En wat moet ik daar dan voor doen? Moet ik dan eerst de Bijbel een keer helemaal doorlezen? Moet ik elke zondag een kerkdienst bezoeken? Moet ik dan de uitspraken van de synode onderschrijven? Moet ik de belijdenissen allemaal kennen en geloven? Moet ik dan op het CDA stemmen of mag een andere partij ook? Moet ik ….’

Het is nog niet zo gemakkelijk om al deze en andere vragen te beantwoorden en je kunt er zeker van zijn, dat er geen twee protestanten zijn die die vragen gelijk zullen beantwoorden. Dat is de zwakte en ook de kracht van het protestantisme. Het protestantisme is een kritische beweging, die zichzelf en gegroeide godsdienstige overtuigingen en handelingen steeds onder kritiek stelt. Het protestantisme is een hervormingsbeweging en wil dat voort-durend zijn.

Hé, u bent protestants, hè? Kunt u mij in een paar zinnen vertellen, wat dat inhoudt?
Als je diezelfde vraag aan een moslim, een Jood, een mormoon, een boeddhist stelt zijn de antwoorden vaak overzichtelijker. Kijk, hier heb ik het op een briefje: de vijf zuilen van de Islam, en hier alle geboden van de Thora, op den duur wel  613. Zo heeft iedere godsdienst haar eigen verzameling van opvattingen en gedragsregels.
Nu komt Jezus vanochtend langs: hij is uiteraard allereerst een Joodse man, een rabbijn die alles afweet van de Joodse religie, maar de manier waarop hij daarin denkt en optreedt is zo, dat hij erboven uitstijgt – hij probeert de Jood los te maken van zijn regels, de moslim los te maken van zijn regels, de christen los te maken van zijn regels. Hoe doet hij dat? Wel, door één regel naar voren te brengen en dat is eigenlijk geen regel.

– We hebben net een stukje uit Leviticus horen voorlezen en toen ik me als jongen van 13 had voorgenomen om de Bijbel eens helemaal te gaan lezen van voor naar achteren, toen strandde ik al in Leviticus. De regels werden mij te machtig en het werd ondoenlijk en ongrijpbaar, onwerkelijk en onwerkbaar. Kortom, ‘too much’. Zo vraagt ook de Schriftgeleerde van vanmorgen om een handvat, een principe. Kun je het vele terugbrengen tot het ene, iets handzaams en werkbaars?
Dat is eigenlijk best een goeie vraag: Heer, wat is het grootste gebod te midden van die vele, die ik ken en waar we uitvoerige discussies over hebben. Maar misschien zullen wij die vraag nog nèt iets anders stellen, bijv. “waar gaat het nu eigenlijk in wezen om bij al ons doen en laten, bij het vervullen van godsdienstige plichten en het navolgen van regels?”  Wat is de drijvende kracht achter wat je doet? Waarom ga je naar de kerk? Waarom breng je een bezoekje bij iemand? Waarom zing je in een kerkkoor? Waarom word je ouderling? Waarom bid je voor het slapen gaan? Waarom ben je lid van een kerk?

Als iemand zegt: ik doe al die dingen, omdat het moet, omdat het voorgeschreven wordt, dat is een plicht van mijn godsdienst en daar zal ik ook voor beloond worden. De mensen zullen mij een toffe peer vinden en God uiteindelijk ook en hij zal mij een mooi plaatsje in de hemel geven. En daar doe ik het stiekem ook eigenlijk voor. Voor wat hoort wat, zo is dan de gedachte. Ik was eens bij iemand op bezoek, die heel veel ‘kerkenwerk’, zoals dat dan heet, had gedaan en nu zat ze eenzaam in haar kamertje wat te kniezen, want er kwam bijna nooit iemand. En ze zei: ik heb me jarenlang uitgesloofd voor de kerk en mensen bezocht, stipt en trouw, precies op tijd en met een bloemetje erbij, maar nu krijg ik stank voor dank: er komt nooit iemand bij mij. Toen zei ik: als u dat van tevoren had geweten, had u het dan niet gedaan? Was u dan niet bij die zieke langs gegaan, had u dan niet die beker water aangereikt, had u dan geen bloemetje gebracht? Als u geweten had, dat het niets zou opleveren voor uzelf, had u het dan niet gedaan? Als u geweten had, dat u toch wel in de hemel was gekomen, als u niet naar de kerk was gegaan, had u dan nooit een kerkdienst bezocht en nooit een lied gezongen? Het gaat niet aan te weten, wat zij antwoordde, want diezelfde vraag ligt nu levensgroot op ons eigen bord!
Ik heb het woord nog niet gebruikt en dat komt omdat het zo bezwadderd en verpluisd is, te roze, te zoet en te licht, maar ik noem nu dan toch dat zwaar beladen woord: de liefde!
Jezus brengt alle geboden samen in dat ene gebod van de liefde, dat geen gebod is. En Hij heft daarmee het wettische jodendom op, het wettische christendom en de wettische Islam evenzeer: Hij heft al die godsdiensten op en eigenlijk alle, want Hij verheft ze alle tot het eigenlijke. Hij heft ze op tot een hoger niveau, dat van de liefde.
De liefde is alles en dat is geen gebod, maar een geschenk. Waarom is de liefde tot God het eerste? Omdat Hij de Eerste is, die ons liefheeft. Daar begint alles mee, als we hier van een begin kunnen spreken. En van daaruit ontspruit de liefde tot de naaste. Dat is het tweede gebod, daaraan gelijk. Het is natuurlijk een enorme blunder om dat te vertalen met “het op één na grootste gebod”, want dan breng je een rangorde aan, die er juist niet is. Die twee geboden kun je niet van elkaar losmaken: je kunt niet God liefhebben en je broeder haten, zoals Johannes het kernachtig samenvat.
Ik ga vandaag geen lange preek houden over de liefde, want liefde is geen spreek-woord, maar een werk-woord. Liefde moet je doen. Of nog liever: het gaat erom, dat we vanuit de liefde handelen en wandelen. Maar nooit als een Wet, want dan wordt het weer een “moetje” en dat is in verband met de liefde ook weer iets wat er niet bij past. Nee, we staan juist in de vrijheid van de kinderen Gods, geleid door de Geest. Uiteindelijk kunnen we dan met Augustinus wel zeggen: “Heb lief en doe wat je wilt!” Of breng in praktijk wat je hart je ingeeft te doen, “Alleen wie slaaf is van de liefde is waarlijk vrij!”

maandag, 23 september 2019 15:29

Preek gehouden op de 1e zondag van de herfst 22 september 2019 in de Catharijnekerk te Heusden n.a.v. Openbaring 6

 

Wedden?

 

Zoals u ook in “Vigilate” hebt kunnen lezen heb ik twee weken geleden afscheid genomen van mijn gemeente Meppel en ben ik ‘met emeritaat gegaan’. Er was tot mijn vreugde ook een delegatie vanuit Heusden aanwezig en uw scriba heeft mij ook toegesproken en overhandigde mij vervolgens een geschenk: een lijvige roman, getiteld ‘Het rode paard’, dat zich afspeelt in het Italië van de 20e eeuw. Toen ik die titel zag moest ik meteen denken aan de Openbaring van Johannes, waar in het 6e hoofdstuk ook sprake is van een rood paard en de titel van dit boek is er inderdaad ook aan ontleend.

Met deze kleine opstap proberen wij nu wat dichter bij het laatste bijbelboek te komen en dan m.n. wat meer zicht te krijgen op hoofdstuk 6. Ik doe dat in twee stappen: eerst iets in het algemeen over het bijbelboek in zijn geheel, het karakter ervan…en dan wat inzoomen op de paardenrace. Tussen 1 en 2 orgelspel.

De Openbaring is het laatste bijbelboek, zoals u weet, en heeft alleen al door die plaats in de canon een bijzondere positie. Het heeft iets geheimzinnings en definitiefs: het laatste hoofdstuk van een boek bevat vaak de plot van het verhaal. Daarin komt alles samen en krijgt het geheel zijn vervulling.

Zoiets lijkt ook met de Openbaring aan de orde te zijn, maar we moeten ons anderzijds ook realiseren, dat de Openbaring van Johannes aanvankelijk als een los geschriftje de wereld was ingegaan en door gemeenten op diverse plaatsen werd gelezen en bewaard. Pas enkele eeuwen later is het in de canon opgenomen en kreeg het de plaats die het nog steeds heeft: als afsluiter, als toevoeging ook, een einde, een open einde.

Het is een geschrift dat moeilijk te doorgronden is, dat op meerdere manieren gelezen kan worden: het bevat een soort geheimtaal en er zitten verwijzingen in naar de tijd, waarin het ontstaan is (de 1e eeuw na Chr.), maar die zijn zo uitvergroot, dat het wel lijkt alsof het over de toekomst gaat. En zo hebben vele generaties christenen dit bijbelboek ook gelezen: als een openbaring of onthulling van wat er allemaal staat te gebeuren.

Het gaat over ‘de laatste dingen’, zoals het laatste hoofdstuk in klassieke dogmatieken ook altijd heette. Dat is een wat vreemde benaming, alsof het om nog een restje zou gaan. Iemand die gaat verhuizen heeft alles ingepakt, alleen nog een paar laatste dingetjes bij elkaar pakken en dan: Klaar is Cees!

Maar de ‘laatste dingen’, het ‘eschaton’, zoals het dan in kerklatijn heet, hoewel het een Grieks woord is, kun je ook anders opvatten. Niet zozeer als het einde van de tijd en wat er dan allemaal staat te gebeuren, maar eerder: wat is het wezenlijke, het eigenlijke, het ultieme van wat er gaande is in de wereld. Kun je een clue ontdekken in die wirwar van gebeurtenissen? Waar draait het uiteindelijk, ten laatste, om? Zo heeft Ds. Miskotte – in de vorige eeuw een bekende Nederlandse theoloog - zijn boeiende lezingen over de Openbaring van Johannes – tijdens de 2e Wereldoorlog in Amsterdam gehouden – de titel meegegeven ‘Hoofdsom der Historie’. De openbaring onthult a.h.w. het geheim van de geschiedenis. Brengt aan het licht waar het om draait. Dus de Openbaring wijst niet zozeer vooruit naar een later tijdstip in de geschiedenis, maar doet eerder een diepteboring in of van de geschiedenis, die actueel is voor iedere tijd, ook de onze.

Tussenspel (orgel)

Nu dan naar Hoofdstuk 6. Ik zou daar boven kunnen zetten ‘Concours Hippique’. De visionair Johannes ziet de geschiedenis van de mensheid als een paardenrace. Wat hij te zien krijgt komt dus ook weer niet zomaar uit de lucht vallen, al lijkt dat wel zo, maar heeft vaste voet in de grond, waarop hij staat. Paardenraces vonden plaats in de arena’s van de grote steden van die tijd en hoe spannend en gevaarlijk dat kon zijn weet iedereen, die de klassieker ‘Ben Hur’ wel eens heeft gezien. In Engeland zijn ze ook dol op die races en kan men weddenschappen afsluiten op welk paard de race zal winnen. Als Johannes nu de verbreking van de zegels door het Lam ziet dan komen a.h.w. al die aspecten bij elkaar: in de wereld is een race, een wedloop gaande en wie of wat zal het uiteindelijk, ten laatste, winnen? Wie zal nummer 1 worden? Op welk paard wedden wij?

Er zijn er wel vier, die in de race meedoen… Telkens wordt geroepen: “Kom!” Het lijkt op het eerste gehoor, dat dat tot de ziener wordt gezegd, maar het is logischer om te veronderstellen, dat dat tot het paard en zijn ruiter wordt gezegd. En ‘kom!’ klinkt dan misschien ook nog wel wat te mak. Het is eerder: ‘Vort!’ ‘Ga!’ ‘Rennen, jij!’

Het eerste paard, dat mijn aandacht trekt, is een vuurrood paard, besmeerd met bloed en modder. De ruiter kan dit paard amper in bedwang houden, zodra hij los is slaat hij op hol en trapt alles plat, kort en klein. Heeft hij ook een naam? Jazeker, zijn naam is ‘Oorlog’. Doldriest draaft hij de geschiedenis door en wat hij aanricht wordt steeds heviger en afschuwelijker. Hij neemt de vrede van de aarde, hij verstoort de goede verhoudingen en als hij eenmaal aan het draven is is er geen houden aan. In deze weken wordt nogal uitvoerig stil gestaan bij 75 jaar bevrijding en je kunt indrukwekkende verhalen en afschuwelijke gebeurtenissen horen. Oorlogen zijn van alle tijden en het rode paard duikt telkens weer op: ‘We willen dat paard nooit meer zien’, zeiden de mensen, nadat hij wat getemd was, maar steeds draaft hij weer op, momenteel doet hij zijn intrede in Yemen en in Syrië heeft hij zijn sporen ook ruimschoots achtergelaten.

Maar er staat nog een paard te trappelen om de arena te betreden en die ziet er zwart als de nacht uit. Dit paard draaft niet, maar schrijdt. Langzaam maar zeker trekt hij de geschiedenis door en de ruiter zit erop met een weegschaaltje in zijn hand. Hoe heet dit paard? Wel, dit paard heet ‘Honger’ of ‘Schaarste’. De primaire levensbehoeften zijn nauwelijks voorradig. Alles moet afgepast en afgemeten worden. Brood en melk moeten op de bon. De gewone mensen zijn er de dupe van. Een dagloon voor een broodje, later een maandloon voor een bordje koolsoep. Miljoenen mensen leven telkens weer onder dergelijke omstandigheden. Vaak volgt dit paard op het ‘oorlogspaard’: hij sukkelt achter hem aan.

Opvallend en ook weerzinwekkend is het, dat de rijke lui zich kostelijk blijven vermaken. Die hebben hun eigen getto’s en ommuurde villa’s waar de wijnvoorraden onuitputtelijk zijn en waar de dames zich nog steeds mooi kunnen maken. Ons kan niks gebeuren…aan hulp voor de armen wordt niet gedacht. Zo gaat dat, eeuw in, eeuw uit.

Daar draaft nog een paard de geschiedenis door, een vaalgeel paard. Een scharminkel van een paard, wankel op de benen, een vel-over-been-paard. Hoe zou dit paard heten? Hij kan wel ‘Ziekte’ of ‘besmetting’ genoemd worden. Hij wordt bereden door ‘de dood’. Telkens weer doen zich in de loop van de geschiedenis perioden voor, waarin het leven onzeker is en epidemieën zich voordoen: de Zwarte Dood in de middeleeuwen, tuberculose in de 19e en 20e eeuw, malaria, de Spaanse griep, Aids, kanker, vergiftiging, klimaatschade.

Er komt geen einde aan zijn slachtoffers. Het is een angstwekkend paard en hij laat zich moeilijk sturen en bedwingen.

Zal het ooit nog eens anders worden? Zal aan al die slachtoffers ooit nog eens recht gedaan worden of zijn zij zomaar als vuilnis in het vat van de geschiedenis gedumpt? En dan ook nog al die mensen, die Jezus wilden navolgen en in zijn Naam protest aantekenden en getuigenis aflegden van zijn woorden en werken? En het werd niet geduld en zij werden monddood gemaakt en de ziener ziet hen wenen, klagen en roepen om recht en gerechtigheid. Onder het altaar ziet hij hen, daar waar de dienst van de verzoening plaats vindt, maar wat betekent dat voor hen? Moet er niet eens opgetreden worden?

Ik sprak onlangs nog een oude mevrouw en we hadden het zo over wat er allemaal gaande is in de wereld en toen zei zij dat zij iedere avond bad en vroeg of God er eens in zou springen. Het werd nu wel eens tijd. Het is precies de bede van die zielen onder het altaar. Maar weet u wat het antwoord is: geduld, nog meer geduld…en nog eens geduld!

Want er rijdt nog een paard door de wereld. Dat is een wit paard – ja, inderdaad, het lijkt op het paard van Sinterklaas – en dat paard laat zich niet beteugelen, maar dat gaat vrank en vrij de wereld door. Recht op zijn doel af. Koninklijk, fier, gefocust, rustig doch beslist – zeker van de overwinning, maar die moet nog wel behaald worden. Niet zonder tegenstand en zeker niet op een drafje naar de eindzege…het is nog geen gelopen race, maar dit is wel het beste paard van stal. Het gaat hier, denk ik, om de verkondiging van het Evangelie, het verhaal van Jezus, die dood geweest is en zie, Hij leeft…dat verhaal van liefde en vrede, verzoening en hoop, dat als een rode draad de geschiedenis doorgaat en haar kleurt en richting geeft. Het is het verhaal van Florence Nightengale, van alle mensen, die het goede zoeken en doen en het leed proberen te verzachten door (medische) kennis en handelen. Ons doen en laten heeft wel degelijk invloed op de draf van het witte paard door de wereld.

Die andere paarden zijn veel luidruchtiger en hebben nog steeds veel macht en invloed en dat zullen zij ook blijven behouden, maar uiteindelijk, ten laatste, heeft het eerste (in hoofdstuk 6 genoemde) paard het laatste woord. Wedden?!