Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 17 februari 2019 15:15

Preek gehouden als inleiding op de viering van de Maaltijd van de Heer op de 6e zondag na Epifanie 17 februari 2019 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Lukas 6: 17-26.

 

Gelukkig gevonden

 

We zijn allemaal gelukzoekers, maar we weten niet waar we het zoeken moeten. Maar vanmorgen komt ons het geluk vanuit een onverwachte hoek aanwaaien, ja, het wordt ons toegefluisterd: gelukkig ben je! Misschien voel je je helemaal niet gelukkig, maar je wordt gelukkig geprezen!
We moeten leren zien met de ogen van Hem, die deze woorden uitspreekt. Dat is Jezus vanaf de berg. Het is a.h.w. de blik van God, die ons treft. Hij ziet ons van nabij, van binnenuit en prijst ons gelukkig en spreekt ons zalig. Is dat niet wonderlijk? 
Zo kan hij goed zien, hoe de mensen er aan toe zijn: hij ziet hun sloven en zwoegen, hun falen en hun verlangen, hun dromen en idealen, hun inzet en hun afzijdigheid…kortom, ons menselijk bestaan in al zijn fasen en facetten ziet hij voor zich…en hij is met innerlijke ontferming bewogen…het raakt hem diep in zijn hart, als hij de mensen zo ziet, als hij ook ons ziet – mensen, die hunkeren naar echtheid en diepte, mensen die uitzien naar geluk en warmte, mensen, die gebukt gaan onder vernedering en kleinering, mensen, die wakker liggen van de zorgen en verbijsterd zijn vanwege het lijden in de wereld en in eigen leven. Mensen, die zich bewust zijn, dat het leven meer is dan eten en drinken, maar tegelijkertijd bemerken, dat het ‘meer’ onbestemd blijft en slechts bestaat uit heimwee en hoop. Mensen, die zich inzetten voor een goede zaak, warm lopen voor recht en vrede, warmte uitstralen naar mensen die niemand meer hebben, ziek zijn of uitgeteld…mensen, die hun best doen om deze wereld leefbaar te maken, die opkomen tegen onrecht en verdoezeling…Jezus ziet die bonte stoet van mensen, Hij ziet ons…en Hij roept ons toe: Zalig zijn jullie, begenadigd zul je zijn…Ik zie jullie niet over het hoofd…wat jullie doen is de moeite waard…en al voel je je misschien miskend of al voel je je iemand die dweilt met de kraan open: zalig ben je. Jullie laten al iets oplichten van het Koninkrijk Gods!
Jezus spoort ons aan om anders naar onszelf en naar de wereld te kijken. Wij kijken altijd naar de winnaars en degenen, die het maken in deze wereld. Wij zijn geneigd om te meten met de maat van de wereld, van groei en succes, van meer en hoger.

Maar Jezus kijkt met de ogen van God, die begaan is met de achterblijvers, met de losers en de armen, met degenen, die treuren en geen kant op kunnen.

En Jezus wil graag, dat wij met hem mee-kijken en met zijn oordeel mee-wegen. Dat wij leren kijken met de ogen van Jezus en stilstaan bij degenen, die treuren, dat wij gaan zitten bij degenen, die zich verloren voelen, aandacht geven aan hen, die het niet meer zien zitten. Zo worden wij handlangers van God en brengen een beetje troost en hoop aan in een wereld vol eigenzinnigheid en krachtpatserij.

Ook ons vindt Gij, o God, moede en mat, en U tilt ons op en U zegt: Ik vind jou waardevol en je bent als een parel in mijn hand, want je hebt Mij bezocht, toen ik eenzaam was en je gaf mij warmte, toen ik rilde van de kou. Nee, je weet het niet meer, hè? Des te beter, zoals je misschien ook niet meer weet, hoe je een stukje brood in je lege hand ontving en een slokje wijn uit die beker…Ik was het en je wist het niet.

En zoek het niet in grote dingen of hoogdravende woorden en bergen verzettende daden. De reine van hart is eenvoudig en blijft dicht bij de werkelijkheid van alledag. Tenslotte vertel ik u het verhaal over  de bekende of misschien minder bekende prediker en toneelschrijver Kaj Munk uit Denemarken, omgekomen in de 2e WO, – maar dan vooral eigenlijk over zijn moeder, zijn pleegmoeder, die in haar eenvoud een begaanbare weg aanwees. Kaj Munk kwam een keer thuis van de universiteit en hij zat vol ongeloof: “waar is God en hoe kan het dan dat…etc.” en hij ging er zijn ouders ook meteen mee lastig vallen. En zijn moeder zei toen: “Jongen, ga rustig zitten, laten we samen nog maar eens een kop thee drinken”. 
Gelukkiggeprezen wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien.

zondag, 27 januari 2019 15:38

Meppel’s bijdrage aan de kerkasiel-viering in Den Haag

 

Medewerkenden: Ds. Siebe Sijtsema, Jeanet Hoekerswever, Anet Dunnink, Yvonne Munier, Nelleke van Aalderen en Joke Huisman (zanggroep), Harm Hoekerswever (beamer), Robert, Alinda, Kirsten en Birgitt Bakker, Geertje Huisman (fluit) en ondergetekende.

 

Sinds eind oktober draait de Bethelkerk in Den Haag dag en nacht door. In de kerk wordt een doorlopende kerkdienst gehouden voor het Armeense gezin Tamrazyan. Het kerkbestuur hoopt hiermee uitzetting van het gezin te voorkomen want een oude regel stelt dat de overheid geen kerkdienst mag onderbreken om mensen mee te nemen. Om de marathon-kerkdienst in goede banen te leiden moet er flink wat georganiseerd worden en zijn er veel vrijwilligers nodig.

Op initiatief van Siebe hebben ook wij gemeend een bijdrage te moeten leveren en zo reisden wij op zaterdag 26 januari jl naar Den Haag om in de Bethelkerk van 16.00-18.00 uur een dienst te houden, als voortzetting van de dienst, die in oktober 2018 al begonnen is. Wij hechtten met onze dienst a.h.w. een nieuwe schakel aan de keten van vieringen.

In de ontvangstruimte heerst een gezellige en ontspannen sfeer en op de tafel bij het keukentje staan verschillende versnaperingen en drankjes. Niet te luidruchtig spreken en lachen, zo komt iemand van de organisatie melden, want de kerkzaal grenst met een dun wandje aan deze ruimte. Als het bijna 4.00 uur is gaan wij alvast naar binnen en maken het laatste stukje van de dan plaatsvindende dienst mee. De voorganger van die viering overhandigt de kaars op de tafel aan Siebe en ‘onze dienst’ kan dan (als voortzetting) beginnen.

We hadden een liturgie opgesteld, waarin de lezing van het bijbelboekje Ruth centraal kwam te staan met daartussen door gebeden, liederen, muziek en gesprek en we sloten af met een viering van het Avondmaal in een kring.

Ik denk, dat er ca. 30 mensen aanwezig waren, maar het aantal wisselde ‘onderweg’, omdat het deels ook een ‘komen en gaan’ is.

De lezingen werden verzorgd door onze eigen lectoren en de zanggroep zong een prachtig Iona-lied ‘Er is een lijn van vrouwen’.

Siebe en ik verzorgden de korte overdenkingen als toelichting op en als interpretatie ervan naar de situatie. Ook luisterden wij naar het mooie nummer van Stef Bos ‘Lied van Ruth’, terwijl ikzelf ook nog enkele pianowerkjes (op een valse vleugel met slecht werkend pedaal) ten gehore bracht.

Tegen het einde van de middag gingen Kirsten en Birgitt rond met schaal en beker en rondden wij af door samen het lied LB 426 “God zal je hoeden, Christus je voeden”.

Na een passend slotwoord werd na enige vertraging het licht overgedragen aan de volgende voorganger. En zo zal het steeds gaan. Hoelang nog?

 

Hier volgen nog mijn toelichtingen op het begin en het slot van het boekje Ruth:

 

Wij zullen vast niet de eersten zijn die in deze situatie van kerkasiel en van onzekerheid over de toekomst: - mogen we blijven of toch niet? - die het verhaal van Ruth naar voren brengen. Vanuit Meppel hebben wij dat bijzondere verhaal a.h.w. meegebracht en wij willen het horen als een verhaal van hoop en solidariteit, een verhaal vol onverwachte wendingen, van verantwoordelijkheidsbesef en van toeval. Een verhaal ook, waarin God beleden wordt als Bron van het goede, als de onzichtbare werkzame Voorzienigheid, die ook in de ervaring van afwezigheid present is en zich doet gelden te midden van de gebeurtenissen en lotgevallen.

Het gaat over het gewone leven. Dat is ook de titel, die ds. Miskotte in 1939 bedacht voor de publicatie van zijn bijbellezingen over het boekje Ruth. Misschien is de naam van deze theoloog uit de vorige eeuw bij velen onbekend, in Meppel wordt zijn naam nog al eens genoemd, vooral wanneer je oudere mensen spreekt. Ds. Miskotte is namelijk in de jaren 20 van de vorige eeuw een paar jaar predikant geweest van de hervormde gemeente in Meppel. Daarna is hij naar Haarlem en Amsterdam gegaan en na de 2e WO is hij kerkelijk hoogleraar in Leiden geworden.

Ruth, ‘over het gewone leven’ dus. Over het gewone leven, dat vaak helemaal niet zo gewoon is, maar dat bedreigd wordt en op doodlopend spoor kan komen. Waarin de vraag kan opklinken: waar is God? Opvallend in het boekje Ruth is, dat God nergens als ‘actor’ of ‘handelend persoon’ wordt opgevoerd. Nergens lees je: ‘en God zei dit of dat of Hij deed dit of dat’. Als God ter sprake komt dan is het in de vorm van een belijdenis, zoals Ruth aan de grens uitspreekt: ‘jouw God is mijn God en jouw volk is mijn volk’, bijv. of er worden hem verwijten gemaakt, dat Hij bitterheid heeft teweeg gebracht in het leven van Naomi. Maar dat betreft allemaal uitspraken over Hem. Maar nergens lezen we in het verhaal, dat God iets doet of bewerkt. Behalve in het laatste hoofdstuk, waarop ik later even terugkom.

En toch, wie aandachtig leest bemerkt de sturende en wenkende hand van God, onzichtbaar verborgen in de loop van de gebeurtenissen, als een soort verborgen regisseur, die je niet ziet, maar zonder Wie het verhaal plat en puur toeval(lig) zou zijn. Alles hangt eigenlijk af van de lezer: heeft hij of zij er oog voor, dat God present is in zijn absentie?

De situatie, waarin alles in gang wordt gezet, is allesbehalve rooskleurig: het gewone leven van huwelijk en gezin, van werken en wonen vindt plaats in de tijd van de ‘rechters’, d.w.z. in een tijd van chaos en wetteloosheid, van wanbestuur en wanbeheer. Het is een tijd waarin rechters orde op zaken proberen te stellen, maar hun remedie is vaak erger dan de kwaal. Een ieder deed wat goed was in eigen ogen, dat is een telkens weerkerend refrein. En daarom verlangt men naar betere tijden, waarin een koning het voor het zeggen heeft. Dat is het ideaal! Wat zou het geweldig zijn, als een koning de dienst zou uitmaken. Maar zover is het nog lang niet…er zijn nog vele misstanden en de economie lijdt er onder; sommigen verrijken zich ten koste van de armen en als de oogst mislukt is er geen ontkomen meer aan. Velen trekken weg en zoeken elders hun heil. Zo ook Elimelek en Naomi en hun beide zonen. Koffers gepakt en wegwezen!

 

In het laatste hoofdstuk worden wij getuige van een transactie, waarbij Boaz eigenaar wordt van een stuk grond, dat toebehoorde aan de familie Elimelek. Het is een wat ingewikkelde juridische constructie, die ik verder laat voor wat die is, maar het gaat er om, dat Boaz weliswaar het stuk land koopt, maar het blijft op naam van de familie staan en ook Ruth blijft deelgenoot aan de familie, ook al is zij nu getrouwd met Boaz.

Nu raakt dit verhaal ineens dicht aan de situatie, waar wij mee te maken hebben. De wet of de wetten zijn goed bedacht en zitten goed in elkaar en proberen een situatie te regelen en te beheersen. Nu gaat het over kinderen, die in een ander land verblijven of over gezinnen, die zich hier veilig voelen en in hun eigen land niet, maar wetten vormen een netwerk van regels, die onderling niet altijd naadloos op elkaar aansluiten en soms kan een creatieve interpretatie ineens een opening bieden. Ik denk, dat die transactie in de poort van Bethlehem een creatieve vertaling betrof van het leviraatsrecht en dat Boaz en zijn advocaat lang hebben zitten puzzelen, hoe ze hun deal wilden opzetten, dat het juridisch waterdicht was, maar toch ook niet helemaal conform de oorspronkelijk regels en bedoelingen.

En zo opende een eigenzinnige interpretatie van de regels een nieuwe toekomst. En hoe krijgt een nieuwe toekomst nu mooier vorm dan in de geboorte van een kind. Hij heet Obed, dat betekent zoiets als ‘knechtje’ of ‘jochie’. En aan het einde van het verhaal wordt vooruit gekeken: kijk, dat jochie werd later de vader van Isaï en die werd de vader van David. Kijk, dan wordt het allemaal beter en anders, dan liggen de tijden van de brute rechters achter de rug en kan een tijd van vrede, recht en welvaart aanbreken. Nou ja, fragmentarisch en voorlopig, want al lijkt het zo, het is toch nog niet einde verhaal.

O ja, in dit laatste hoofdstuk wordt toch nog een activiteit van God genoemd, als we lezen: en de HEER liet haar (Ruth) zwanger worden. Het leven is en blijft een Godswonder, hoeveel mensen ook denken er zelf aan te kunnen bijdragen - en natuurlijk, zonder dat zal er ook niets gebeuren - dat wisten Boaz en Ruth zelf ook maar al te goed.

Ruth werd zelfs de stammoeder van Jezus van Nazareth, zoals Mattheüs uitvoerig wil aantonen in het eerste hoofdstuk van zijn evangelie. En zo staat dit verhaal van Ruth in een messiaans en universeel perspectief, waarin verteld wordt van en uitgezien wordt naar een wereld, waarin plaats is voor iedereen en waar barmhartigheid en gerechtigheid hand in hand zullen gaan.

 

 

 

 

 

 

 

zondag, 20 januari 2019 11:18

Preek gehouden op de 2e zondag na Epifanie (Kanazondag) in de Oude Kerk n.a.v. Johannes 2: 1-11

 

Over Donald Duck, stagnatie en voortgang

 

Het gebeurt wel eens, dat ik een hele dag alleen thuis ben en dat ik dan ook de avondmaaltijd voor mezelf moet verzorgen. Ik kan koken, dus dat zou ik dan kunnen gaan doen, maar meestal kies ik een andere route: ik pak de fiets en rijd even naar de snackbar om de hoek. Terwijl ik dan wacht op mijn bestelling ga ik even aan een hoge tafel zitten, waar allerlei kranten en tijdschriften ter inzage liggen. Uiteraard ligt daar breeduit de Telegraaf, maar die laat ik links (nou ja…) liggen, ook de Meppeler zou ik kunnen gaan lezen, maar ik weet al wat daar in staat. Ik laat al die kranten en krantjes voor wat ze zijn en kies regelrecht voor de Donald Duck. Vooral de verhalen van Dagobert en van Guus Geluk vind ik onnavolgbaar en ik hoop, dat mijn bestelling niet al te snel klaar is, zodat ik het verhaal helemaal kan uitlezen.

U zult zich misschien afvragen, wat is daar nu zo bijzonder aan en is het niet een beetje kinderachtig, wanneer een volwassen man de Donald Duck zit te lezen bij de snackbar? Wel, dat komt, omdat er hier meer aan de hand is dan zomaar een verhaaltje ter verstrooiing. In de verhalen van Dagobert gaat het om de verleiding van de rijkdom en de armoede daarvan en over ongebreidelde hebzucht. In de verhalen van Guus gaat het over toeval en over de onontkoombare loop van gebeurtenissen of (in filosofische termen over determinisme en in theologische termen over predestinatie) en zo kan zo’n verhaal zelfs raken aan de theologische twisten, die vier eeuwen geleden het land verdeelden en die op de Synode van Dordrecht werden beslecht. Zo ziet u maar, dat het lezen van Donald Duck een verrassende en diepzinnige bezigheid kan zijn.

Maar waarom vertel ik dit eigenlijk? Wel, dat is om te laten zien, hoe belangrijk het is, hoe je een verhaal leest. Veel mensen vinden het misschien raar, wanneer je als volwassen man of vrouw nog een Donald Duckje leest, maar bedenk wel, er zijn ook legio mensen, die het onbegrijpelijk vinden, dat er nog steeds mensen zijn, die Bijbelverhalen lezen en serieus nemen. Neem nou zo’n verhaal van vanmorgen, dat Jezus water in wijn verandert. Veel tijdgenoten, buren, vrienden en collega’s zullen zeggen: je denkt toch niet, dat ik daar voor mijn bed uit kom en naar de kerk ga om daar naar te luisteren? Wat een onzinnig en belachelijk verhaal is dat, behalve misschien als je geïnteresseerd bent in ‘Mindfuck’ of de capriolen van Hans Klok.

Maar de grote vraag is: hoe lees je? Als je Donald Duck alleen maar leest op het niveau van een plat verhaaltje, als avonturen van een eendje, dat zogenaamd nog kan praten ook en dat je dan waanwijze vragen gaat stellen als: hé, laat mij eens zo’n groot geldpakhuis zien en denk je nou echt, dat ik geloof, dat het lekker is om met je kop naar beneden van de hoge duikplank in je geld te duiken? En die zware jongens, ook wel een beetje dom, hė, dat ze in hun vermomming precies op zware jongens lijken. En zo voort en zo verder… Zulke vragen laten zien, dat je niet doorhebt om wat voor verhaal het hier gaat.

En dat is precies ook wat bijbelverhalen overkomt. Mensen beginnen vragen te stellen: zou dat nou echt gebeurd zijn? Waar ligt Kana eigenlijk, kun je het mij op de kaart aanwijzen? Zou Jezus soms een poedertje in dat water gegooid hebben, zodat het de smaak van wijn kreeg? O ja, die vaten die daar stonden, daar is pas nog een archeologische vondst over gedaan… Het zijn allemaal vragen en weetjes, die langs het verhaal heen schieten en, zo denk ik dan, geen wonder dat mensen de Bijbel niet meer serieus nemen, als men denkt, dat men de Bijbelverhalen letterlijk zou moeten lezen. Maar ik zou Donald Duck ook geen blik meer waardig keuren, als men tegen mij zei: je moet wel eerst geloven, dat er eendjes in pakjes rondlopen en kunnen praten en ook heel sierlijk in een geldbad kunnen duiken. Ik zou afhaken… zonde, toch?

Ik hoor nu wel een paar ‘Ja, maars’, maar u weet nog wel, wat mijn punt is: het gaat over ‘hoe wij een tekst zullen lezen’ en zo vind ik, dat de wijze, waarop ik Donald Duck lees vergelijkbaar is met de wijze, waarop ik bijv. het verhaal van de bruiloft in Kana lees. Die verhalen zelf zijn natuurlijk heel verschillend en onvergelijkbaar, hoewel soms vergelijkbare thema’s aan de orde kunnen komen, maar dat geldt ook voor andere literatuur.

Het verhaal van de bruiloft te Kana kennen we allemaal, maar wat wil Johannes er mee zeggen en waarom plaatst hij het helemaal vooraan?

Zullen we het daar even over hebben? En dan kan ik bij het begin beginnen en dat we ons laten verrassen door de opmerking, dat het ‘op de derde dag’ was of is. Dat is de dag van de opstanding, dat is déze dag, nu! Dat is de dag, waarop alles in een ander licht komt te staan, het is de dag van de Heer, de dag van de verheerlijking, waardoor alles glans en glorie krijgt.

Hier en nu, in dit stervend bestaan, krijgen we te horen van leven en vreugde, van doorgang en voortgang. De derde dag is een beslissende totale omkering van alles wat vast staat en doodgelopen is.

Johannes, de evangelist is bezig uit te leggen, hoe bijzonder, hoe fundamenteel en hoe alles veranderend en ingrijpend de verschijning van die Man uit Nazareth is geweest.

In het eerste hoofdstuk was hij daar al over begonnen: Oké, zegt Johannes, inderdaad een beetje hoogdravend en abstract. Ik zal het nog anders vertellen en dan aan de hand van een voorval uit het leven van Jezus. Als ik naar die bruiloft kijk en probeer te doorgronden wat daar plaats vond dan is dat a.h.w. een samenvatting, een samenballing, een symbool van wie Hij is en wat Hij betekent.

Hij brengt een stagnerend feest weer op gang. Hij maakt wat er (nog) over is tot wijn. Het alledaagse, het gewone maakt hij bijzonder!

Over welk feest heb je het dan? Ja, allereerst over zo maar een willekeurig huwelijk, maar ik kijk verder en dieper en zie daarin de verbintenis tussen God en de mensen. Is het de bruiloft van het Lam? Gaat het uiteindelijk om de neerdaling van het nieuwe Jeruzalem, als een bruid versierd voor haar man en dat God bij de mensen komt wonen?

Dat is het begin van zijn tekenen, zo eindigt Johannes dan zijn eerste verhaal.

Dat is toch weer iets anders dan vertalen dat dit zijn eerste wonderteken was. Johannes gebruikt hier namelijk precies hetzelfde woord als in Johannes 1: 1 In den beginne! Het gaat erom, dat hij hier laat zien, waar het eigenlijk om draait, waar het om begonnen is. We raken hier de kern van zijn totale verschijning, dat Hij een begin maakt van de verandering van de wereld.

Laat alle chemie buiten beschouwing, behalve de chemie tussen God en de mensen. Die krijgt een nieuwe boost! Hij, Jezus, laat zien, hoe het verbond tussen God en mensen kan verworden tot religie en dat liefde kan ontaarden in het navolgen van regels en voorschriften. Maar wat nodig is, is dat mensen weer gaan inzien, dat de omgang met God bedoeld is als een feest. Dat vreugde de overhand heeft.

Jezus is de Man, die alles weer terugbrengt naar de kern van de zaak. Hij laat zien wat mensen er van gemaakt hebben en als Hij komt begint het water weer te stromen en verandert het in wijn. Je proeft het, je ziet het aan de gezichten van de mensen, ze worden vrolijk en veren weer op.

Zolang het geloof een ‘moeten’ en een ‘plicht’ is zullen de vaten van de reiniging leeg zijn….zoveel hebben ze nodig gehad om zichzelf schoon te wassen en zich acceptabel voor God te maken. Maar Jezus maakt er iets heel anders van of liever: hij herstelt het tot waar het oorspronkelijk voor bedoeld was: dat het een feest is om mens te zijn, om sámen mens te zijn en dat God zegt: kijk, dat is het nou wat ik van begin af aan bedoeld heb! Twee, die elkaar nodig hebben en elkaar aanvullen, die elkaar liefhebben en elkaar vasthouden en je ziet het aan de twinkeling in de ogen, wanneer de wijn fonkelt in het glas.

O ja, verdiept in mijn Donald Duck hoor ik ineens: nummer 38! Ik leg het Donald Duckje weer terug in de bak en ik zie het meisje achter de balie wat verbaasd en vragend kijken. ‘Eet smakelijk, mijnheer!’, zegt ze een beetje spottend.