Logo dsCH 

Lucas 2

PREEK GEHOUDEN OP DE 3E ZONDAG VAN DE VEERTIGDAGENTIJD, 11 MAART 2012, IN DE OUDE KERK N.A.V. LUCAS 2: (SIMEON IN DE TEMPEL). IN DEZE DIENST WERD KYRA ANIEK DUNNINK GEDOOPT.

 

Vanmorgen zijn we samengekomen in de tempel. We hebben ons huis verlaten en zijn naar de tempel gegaan. Dat is al iets heel bijzonders, al lijkt het vanzelfsprekend voor velen van u. Nee, ik wil het als iets bijzonders zien. Niet zozeer dat wij opstonden en erheen zijn gegaan, maar ik wil mij verwonderen en verheugen over het feit, dat er een tempel is!
Wat een tempel is weten we allemaal wel, maar misschien hebben we teveel zo’n oude tempel in onze gedachten: eentje met zuilen, zoals je die in Griekenland en Turkije nog kunt zien. Laten we even de vorm en de indeling en inkleding vergeten en gewoon proberen te bedenken, wat een tempel voor ons is en betekent. En dan zou ik willen zeggen: het is een heilige plek, een heilige ruimte, waar we op een heilig moment samenkomen. En ‘heilig’ betekent dan ‘afgezonderd’, ‘apart gesteld’...het zegt niks over de kwaliteit van die ruimte, of die mooi of lelijk is – het gaat er om, dat wij ook hier een plek hebben om samen te komen om het Woord van God te horen, om Jezus te ontmoeten. Ja, de tempel als een plek van Godsontmoeting.
Ik ben een groot fan van het tv programma Man bijt hond. Als het even kan kijk ik er naar – volgens een vast patroon verloopt dat programma – de vaste volgorde van de diverse onderdelen doen mij sterk denken aan een liturgie – Er komen gewone mensen langs, die door hun gewoonheid bijzonder zijn. Het is ook een programma met een knipoog naar menselijke gewichtigheid en het neemt anderzijds mensen juist serieus in hun kleinheid en hun hang naar aandacht of roem. Een tijdje geleden werd een heel bijzondere man gevolgd in zijn doen en laten en die heette Jan Stam. Hij leefde in een vervallen boerderij, met z’n hond op de bank, waarop hij ook zelf sliep. Zijn huis was een totale griebus en hij at en dronk de meest merkwardige dingen, zoals bijv. thee met augurkensap vermengd en zijn teennagels knipte hij met een nijptang. Maar op een goed moment zie je hem op z’n brommertje door het landschap scheuren en je denkt, wat gaat hij nou doen? En dan zie je hem zijn brommer neerzetten en hij zet zijn helm af en hij zet een toupet op en de verslaggeefster vraagt: wat ga je doen, Jan? En hij zegt dan: ik ga tempelen! Tempelen? Ja, naar de kerk...ik ga naar de kerk. En dan zie je hem even zitten temidden van een kleine psalmenzingende gemeente: even uit zijn eigen sores en rompslomp en thuis in het huis van God. Zoals wij, zoals Gerdie en Peter, die vandaag hun 2e kindje laten dopen, zoals Simeon, die het nog maar pasgeboren jochie Jezus onverwacht ontmoet en in zijn arm houdt. Het zijn twee gebeurtenissen die onverwachts bij elkaar komen en op elkaar passen. In de tempel, met het kindje op de armen...aandoenlijk en hoopgevend. De oude Simeon en de nog jonge Jezus: de man van bijna voorbij en de nieuwe mens, Man van toekomst en hoop! Simeon zag iets in dit Kind en als je het hem vraagt: ja, maar wat dan? Dan raakt hij een beetje in verlegenheid. Hij kan het niet precies oplepelen, net zomin als een minnaar precies kan zeggen wat hij in zijn geliefde ziet. Alleen in een liefdesbrief – een uitstervend genre helaas – en het liefdeslied komt er iets van uit de verf. Zo is dat ook bij Simeon. Wat hij in dat kind ziet, dat kan hij uiteindelijk alleen maar bezingen. Nee, niet in formules en vaste omschrijvingen, maar dichterlijk als water en vloeiend als de wolken, zo hoog en ongrijpbaar, maar ook zo treffend en passend dicht hij indrukken over dit Kind bij elkaar. Een lofzang werd het, een heerlijk lied!
Maria zal misschien gedacht hebben: wat is dat voor een vreemde, oude man. Wat doet zo’n Jan Stam-figuur ineens hier in de tempel en en wat staat hij daar nu te murmelen en te mompelen met zijn tandeloze mond? Wilt u hem misschien even vasthouden, mijnheer? En zij ziet aan zijn ogen, dat hij dat geweldig zou vinden en zij draagt haar kind even over in de armen van deze zonderling. En het kindje Jezus lag daar tevreden in zijn armen en keek omhoog in het gegroefde gezicht van deze mens. Dolblij was die oude man: in dit bijzondere kind herkende hij de vervulling van zijn leven. Terwijl hij al zo oud is, zijn leven voorbij, zouden wij zeggen, komt hij tot een nieuw inzicht: in dit Kind ligt mijn totale leven, ik ben niet bang meer om te sterven, want mijn ogen hebben de zaligheid gezien! Het is moeilijk om dat precies onder woorden te brengen, want het wordt dan gauw zo beredeneerd en uitleggerig. Ik wil er vooral iets van verrukking en overgave in horen en zien. Het is ook niet alleen een gevoel of een stemming: het is een inzicht, dat alle rede en twijfel overstijgt. De ontmoeting met Jezus betekent voor hem het einde! Ja, laat ik het zo zeggen: zijn leven krijgt opeens diepgang en een helderheid, die al het voorafgaande doet verbleken. Alles sores, alle armoede, alle eenzaamheid, alle mislukking, alle teleurstelling, alle verslijten van de jaren en dagen, alle troep om je heen- het is ineens allemaal weg en op een ander plan gekomen, als ik daar Jan Stam zie zitten in dat dorpskerkje, die met glimmende konen een psalm zit te galmen en Simeon, die met z’n ongekamde haren het kindje Jezus vasthoudt. Die twee momenten zeggen meer over iemands leven dan alles ervoor en erna.
Ik denk dat we dat ook vandaag mogen zeggen als we getuige zijn van de Doop van Kyra Aniek. Ach, in het geheel van het wereldgebeuren lijkt dit een nietig en nietszeggend moment, maar dan kijken we toch niet goed. Want als er iets beslissend en bepalend is voor ons leven dan is het wel, dat God zijn hand op ons legt en ons toefluistert: jij bent mijn geliefd Kind!
En wat er ook gebeuren mag, ja al zal er misschien een zwaard door je ziel gaan, zoals Simeon tegen Maria zei, dan nog mag je weten: Ik ben met je tot aan de voleinding van de wereld en niets en niemand zal ons kunnen scheiden van de liefde van Christus!

J

K

L

M