Logo dsCH 

Laat je niet beduvelen (Markus 1)

Preek gehouden op de 1e zondag van de Veertigdagentijd (Invocabit) 22 februari 2015 in de Grote- of Mariakerk n.a.v. Markus 1: 9-12.
In deze dienst werden Ria Havelaar-Wille, Wouter en Simone van den Bogaard en Piet Verkade bevestigd in het ambt van diaken en Remo Rietman in het ambt van ouderling-scriba

Laat je niet beduvelen!

De lezing van de 1e zondag in de 40-dagentijd zet ons stil…alsof iemand in de trein aan de noodrem trekt…piepend en schokkend staan we ineens stil…midden in een weiland of een bosrijk gebied. En levensgroot komt de vraag op ons af: wat doe je met je leven? Waar leef je eigenlijk voor en welke keuzes maak je?!
Op deze zondag en in deze 40 dagen laten wij ons bevragen en kijken wij naar binnen om te ontdekken, welke weg ons gewezen wordt en hoe wij die zullen gaan.
Maar zo gemakkelijk laten wij ons niet stilzetten…het gaat met veel gepiep en geknars gepaard…en het eerste wat ik te horen krijg is: ik hoorde daar over de duivel spreken…dat is toch wel een beetje achterhaald en dat past toch niet meer in deze tijd? In de middeleeuwen kon men onbekommerd over de duivel spreken en Luther kon zijn inktfles nog oppakken en naar de duivel gooien, die hij op de muur van zijn studeerkamer meende te ontwaren. Maar zo denken wij niet meer. De duivel heeft zijn beste tijd gehad en wij zijn voor de duvel niet (meer) bang..
Een beetje tegen mijn zin wil ik toch heel even de advocaat van de duivel spelen en daar tegen in brengen: maar als we de duivel eens beschouwen als een verzamelnaam van al het kwaad in de wereld – de kwade bedoelingen van mensen, het kwaad dat ze uitbroeden en uitvoeren; er is zoveel rottigheid en venijn in deze wereld, dat zou je duivels kunnen noemen. En als je dan toch over de duivel wil blijven spreken beschouw hem dan als een soort personificatie van het kwaad.
En als het over de duivel gaat, zou je ook kunnen denken aan de boze neiging in jezelf. Ieder mens heeft een soort stemmetje in zich, die hem soms aanspoort om iets lelijks of gemeens te doen. Maar dan is er vaak gelukkig een andere stem, die zegt: niet doen! Laat je niet gek maken en van de wijs brengen. En dan zou je kunnen zeggen: de duivel spoorde mij aan om te liegen, te haten, te beledigen…e.d., maar ik heb die kwade neiging overwonnen door het goede te doen. Maar lang niet altijd lukt dat…we laten ons ook wel eens meeslepen en gaan soms op in het kwade en bedroeven daarmee de Heilige Geest.
Jezus kreeg ook met de duivel te maken, juist nadat hij gedoopt was.
En dan begint het…ja, ik zou willen zeggen: dan begint het geduvel pas echt! Want wie gedoopt is en een nieuw leven wil aanvangen komt in de woestijn terecht:
De woestenij, de zandbak van het leven, waarin we spelen en werken, ploeteren en feestvieren, de dagen tellen en de dagen doden, de tijd verknoeien en de tijd uitkopen; kortom ons mensenbestaan is een woestijnbestaan…je bent op jezelf aangewezen; je bent moederziel alleen in de grote wereld en wat moeten we doen?
Het is de tijd van het barre bestaan, het harde leven: met z’n ups en downs; met zijn verliezen en geneugten. Waar gehuwd wordt en gescheiden, waar men kinderen krijgt en kwijt raakt; waar men vrienden maakt en vrienden verliest; waar men honger heeft naar diepgang, maar men vindt slechts stenen voor brood.
Veertig dagen, een leven lang, levenslang eenzaamheid en waar gaat het heen? Veel gelovige mensen voelen zich eenzaam en in de steek gelaten. En wat hun geleerd is om te geloven keert zich tegen hen. Ja, ik zal het proberen vast te houden, zegt men dan. Ik doe mijn best om te blijven geloven, maar dominee, ik vind het zo moeilijk. Als de dingen tegenzitten; als er letterlijk of figuurlijk geen brood op de plank is. Als het leven zijn tekorten toont en er geen weg vooruit meer is. Dan bid je wel tot God om verandering en je denkt; God is toch oppermachtig en Hij kan me toch wel helpen? Waarom krijg ik die droombaan niet? Waarom blijft mijn man maar ziek? Waarom moeten we steeds ruzie maken? Waarom grijpt God niet in en verandert hij in een klap mijn Godgeklaagde situatie niet?
Het zijn vragen die bij ons opkomen, maar het evangelie vertelt ons vanmorgen dat het vragen van de duivel zijn. Of, we kunnen het ook anders zeggen: het zijn vragen, die uit ons ongeloof voortkomen, het zijn verdraaide, verkeerde vragen. Ze komen voort uit twijfel en ze leiden af van het ware leven.
Tenminste, zo lees ik dat Jezus ingaat op deze vraag. Dat was ook een vraag in zijn leven: hoe ga ik om met de tekorten? Hoe overwin ik de beperkingen van het menselijk bestaan. Wat zal ik doen, als men mij beschuldigt van godslastering? Wat doe ik, als men mij gaat slaan en schoppen? Wat doe ik, als men mij gevangen gaat nemen en aan een kruis slaat? Moet ik dan de hemelse legermachten ontbieden, al mijn tegenstanders laten wegvagen…of zal ik geduldig dragen en verdragen? Zal ik mijn eigen behoud zoeken of dat van anderen?
Wat is nu het belangrijkste: de manier waarop je leeft of je levensonderhoud. Je bestaan of je middelen van bestaan. Je leven of je status?
Je hele leven door maak je dergelijke afwegingen – je staat voortdurend voor dilemma’s en je moet keuzes maken. Kies je dan voor jezelf of voor God, voor de ander. Is angst de drijfveer van je leven of vrijheid en gegrepen zijn door de woorden van God.
Jezus neemt een paar radicale beslissingen: hij kiest niet voor zichzelf, maar voor de ander. En zo doet hij de wil van God en leeft hij naar het woord van God. Jullie als nieuwe ambtdragers doen op een andere manier ongeveer hetzelfde. Als diaken kies je voor de ander: de dienst van de barmhartigheid – het helpen van mensen in nood en armoede – gaat jullie hoofdtaak worden. En als je scriba wordt wil je ook je uren en je tijd wijden aan de gemeente van Christus, een ieder op eigen wijze en met de eigen gaven en mogelijkheden.
Moge de Geest van Christus jullie allen inspireren om te doen wat Hij vraagt.

J

K

L

M