Logo dsCH 

Lucas 14

Als we naar de wereld van de reclame kijken dan zie je op hoeveel verschillende manieren men een bepaald product aan de man of vrouw probeert te brengen. Met leuke filmpjes, met serieuze boodschappen, door paradijselijke toestanden voor te spiegelen of door de a.s. koper ervan te overtuigen, dat hij of zij echt gelukkig zal worden als men dit of dat product koopt.
Dat geldt niet alleen voor producten, het gaat ook op voor ideeën, overtuigingen. In verkiezingstijd zijn het politieke partijen, die kiezers ervan proberen te overtuigen, dat stemmen op die partij het beste is, voor jezelf en voor het land. Want eigenbelang en algemeen belang gaan dan meestal hand in hand.
Hoe houdt de kerk zich staande temidden van al dit reclamegeweld? Slaat de kerk niet een pover figuur. De enige reclameboodschap die ik me van de PKN kan herinneren is: al onze filialen zijn iedere zondag geopend (of zoiets) en ik kan me ook nog een aardige cartoon van Len herinneren, waarop we iemand op de fiets zien zitten met zijn bijbel tussen de snelbinders en daaronder de tekst…naar de kerk op de fiets, dan vervuil je niets!
Nee, de gevestigde kerken zijn niet zo sterk in het werven van nieuwe leden. Het aantal mensen, dat zich uitschrijft en de kerk als organisatie de rug toekeert is vele malen groter. En als we dat zien dan zou er dus alle aanleiding zijn om eens na te denken over een reclamecampagne voor de kerk. Niet om de actie Kerkbalans weer onder de aandacht te brengen en mensen aan te sporen in de buidel te tasten, liefst zo diep mogelijk, maar om te laten zien waar het in het Evangelie echt om gaat.
Stel, dat je een minuut zendtijd had, wat zouden we dan zeggen of laten zien? Stel, dat je de achterpagina van de Meppeler Courant mocht vullen voor de kerk: wat zouden we er dan neerzetten? Word lid, want… Of: Grijp toch de kansen…?  De kerk, echt iets voor u…?!
Kom er ook bij, want we hebben nieuwe mensen nodig… De tijd dringt, zorg dat u er bij komt!
En terwijl wij ons uitsloven om er zoveel mogelijk mensen bij te krijgen en ons best doen om pakkende reclameteksten te vinden, valt Jezus ons ineens onverwacht in de rede en zegt: als iemand tot Mij komt en niet zijn vader, moeder, vrouw, kinderen, broers, zussen, ja zelfs zijn eigen lijf-en-leven haat, kan hij of zij geen leerling van mij zijn!
We zouden Jezus wel even apart willen nemen en tegen hem zeggen: Zeg, luister nu eens even naar ons: zo wordt het natuurlijk helemaal nooit wat met de kerk en zo. Met zo’n oproep kun je niet verwachten dat er nog ooit iemand tot de kerk toetreedt. Dit is de beste anti-reclame, die we ooit gezien hebben. Je schrikt mensen af; er zullen nog meer mensen afhaken en uiteindelijk blijft er niks over. Weet u wel wat u zegt, Heer Jezus?
Het gaat toch om de boodschap van liefde en verzoening en dan begint u te bazelen over ‘haten’. En nog wel je eigen vader en moeder en andere familieleden…wat moeten we daar nu mee?
Misschien moeten we er eerst op letten, tegen wie Jezus deze vreemde woorden zegt. We lezen namelijk: Hele scharen zijn met hem meegetrokken. Hele menigten liepen achter hem aan…want ze vonden dat hij zo mooi kon preken…of ze vonden het wel interessant en boeiend allemaal, echt weer eens wat anders. Of ze dachten: als we nu allemaal meelopen en ons best doen dan komt het Koninkrijk Gods vast gauw tot stand. En misschien krijgen we die rotromeinen ook nog wel het land uit.
Of mensen dachten: als we hem zo bewonderen dan zijn wij vast goede christenen en komen we na onze dood vast in de hemel. Of ze zeiden: christen-zijn betekent gewoon meelopen met de stoet, kome wat komt. Of weer anderen dachten: het brengt ons vast iets goeds om bij hem in de buurt te zijn…maar niemand van hen vroeg zich af: wat zal het mij kosten?
Als Jezus al die mensen achter zich aan ziet komen, wordt hij er een beetje zenuwachtig en kriegel van. En toch, ik weet het zeker, hij heeft van al die mensen gehouden en hij houdt van alle mensen, die hoe dan ook maar iets in Hem zien en Hij houdt ook van alle mensen, die beweren niets in hem zien…hij keert zich om en is vol innerlijke ontferming bewogen. Laten we dat voorop stellen en altijd blijven vasthouden.
Maar waar Jezus een broertje dood aan lijkt te hebben dat is die zelfingenomenheid van veel zogenaamde volgelingen; dat mensen denken dat christen-zijn iets gemakkelijks is; dat het er op neerkomt alleen maar halleluja te roepen; dat je christelijk als een bijvoeglijk naamwoord kunt hanteren voor al je eigen ideetjes en plannetjes.
Zo kreeg ik pas een proefabonnement op een krant en na een paar dagen belde iemand mij van die krant op en vroeg of ik een abonnement wilde nemen. Nee, zei ik, want ik lees al een goede krant en toen wilde ze weten welke…en toen ik dat haar openbaarde zei zij: ja, maar mijnheer, dat is toch geen christelijke krant (meer)…en de onze wel. En toen dacht ik: nu wil ik hem al helemaal niet meer hebben, want een redactie die zo overtuigd is, dat zij een christelijke krant kan maken weet niet wat “navolging van Christus” betekent.
Die gemakzucht, die vanzelfsprekendheid, die kostenloze en vrijblijvende of ook o zo serieuze navolgers, zonder zelfkennis en zelfkritiek, die roept Jezus op om bij zichzelf eens te rade te gaan en eens in de spiegel te kijken.
Nu zouden we ook zelf in de valkuil kunnen stappen, als we zouden denken: O, het gaat dus over anderen, die veel te gemakkelijk denken dat ze Jezus navolgen … die moeten eens goed bij zichzelf te rade gaan en erachter komen, dat ze nog moeten beginnen met de echte navolging.
Nee, het gaat in het evangelie altijd over onszelf. Dit woord spreekt mij aan en ik moet bij mijzelf te rade gaan: hoe zit het met mijn navolging. Ik hoor vandaag in mijn botte oor: als iemand tot mij wil komen en mij wil volgen, hartelijk welkom, het is de beste keuze in je leven ooit, maar bedenk dan wel, dat het niet gemakkelijk is. Het is geen gelopen race en geen weg zonder voetangels en klemmen. Als je de balans gaat opmaken, wat het je kost en wat je verliest, dan is dat eigenlijk alles. Je verliest  alles…maar je wint ook alles.
De navolging van Jezus is niet iets wat je er bij doet, als hobby of vrijetijdsbesteding, nee, het gaat om je totale bestaan. Het is precies de weg van Abraham, de vader van alle gelovigen. Weggaan uit je veilige nest, wegtrekken uit wat jou bepaald heeft, je opvoeding, je cultuur, je gewoonten. Navolging van Jezus brengt je ineens te binnen, dat je niet bent wat in je paspoort staat, maar dat je bent “uit God geboren, kind van God, in navolging van Christus Jezus”.
Jezus maakt ons ineens los – als dat geen bevrijding is! – van wat we denken dat we zijn door afkomst, gezin, achtergrond, opleiding, status en plaatst ons oog in oog tegenover Hem. Alleen zo, in je naakte individualiteit kun je zijn volgeling zijn.
Navolging betekent dus ook, dat je dat ook zelf gaat inzien en beamen, dat je niet te kwalificeren bent volgens de normale gegevens: naam, datum, plaats, leeftijd, beroep, afkomst…dat is niet meer beslissend voor je leven, maar je verhouding tot Christus.
Paulus zegt ergens in de brief aan de Kolossenzen, het is een nogal mystieke brief en ook dit woord ademt die sfeer, maar het is volgens mij ook precies wat Jezus hier wil zeggen: U bent gestorven en uw leven is met Christus verborgen in God!
U bent gestorven, d.w.z. je hebt het oude bestaan afgelegd, je oude oriëntaties opgegeven, en voortaan ben je met Christus verbonden, maar dat is ook nog een verborgenheid. Je kunt het niet zien, aanwijzen of aantonen…nee, het is een verborgenheid, een mysterie, dat mijn bestaan zo verbonden is met Hem…Jezus, de opgestane en verheerlijkte Heer. Maar dat is mijn leven, mijn echte, ware, eeuwige leven!
Wij lopen ook mee in de menigte, al jaren, achter Hem aan en we gaan op hoop van zegen, met vallen en opstaan. En vandaag keerde Jezus zich om naar ons, Hij keek ons aan en sprak ons indringend toe. Niet om ons te ontmoedigen, maar opnieuw ons bewust te maken van zijn liefde voor ons en om ons te bevorderen door ons weer te plaatsen in de eerste klas.
Want in de navolging van Christus zijn en blijven wij altijd beginners.
De navolging van Christus, word je daar nu opgewekt van of somber? Is het nou moeilijk, onmogelijk of toch eigenlijk gemakkelijk, zo zouden we ons kunnen afvragen..
Jezus roept ons volgens mij toe, dat het gemakkelijk is, als je in volstrekte vrijheid en met diepe innerlijke vreugde deze weg gaat. Het is en blijft echter moeilijk, zwaar en ondoenlijk, als je blijft vastzitten aan wat je vasthoudt, je geld, je bezit, je relaties en uiteindelijk jezelf.
Maar als je daar van bevrijd bent – en soms kun je daar van bevrijd zijn, los gemaakt van worden, in een moment van verlichting en inzicht – dan is er heel even dat besef, ja, zo ben ik er eigenlijk aan toe, - en ook nu, als wij aandachtig dit woord van Hem tot ons horen komen, dan kan dat een diepe innerlijke vreugde geven en weet je het weer: niets en niemand kan ons scheiden van de liefde van Christus. En mijn navolging…ach, het stelt doorgaans weinig voor en wat ik hier hoor kan mij verontrusten en ontmoedigen, maar als ik afzie van mezelf en van alles wat mij zogenaamd bepaalt en ik zie Hem naar mij omzien en ik zie Hem mij vooruit gaan, dan vat ik weer moed en zeg ik tegen mijzelf: Heer, Gij hebt woorden van eeuwig leven, tot wie zouden wij anders heengaan?
Wie tenslotte zegt: ik heb er tot u toe niet veel van gebakken en volgens mij moet ik nog echt beginnen met de navolging van Christus, die hoort in zijn of haar ontstopte oor: Echt, u bent niet ver van het Koninkrijk Gods.

J

K

L

M