Logo dsCH 

Mattheus 17

PREEK OP DE 1E ZONDAG VAN DE 40-DAGENTIJD N.A.V. MATTHEUS 17: VERHEERLIJKING OP DE BERG

Op de 1e zondag in de 40-dagentijd waren we in de woestijn beland. We waren daar samen met Jezus. Of liever: Jezus was daar samen met ons. Hij stond daar, ook in onze naam, namens ons. En hij werd op de proef gesteld, duivelse dilemma’s werden hem voor de voeten geworpen. Uiteindelijk ging het om de keuze wie hij wilde dienen, voor wie hij wilde leven en sterven. Ondubbelzinnig heeft Jezus toen voor de Heer zijn God gekozen en tegen Satan had hij gezegd: Duvel op jij! Met jou wil ik niks te maken hebben! Want diep in zijn hart wist hij, dat er een stem gezegd had: Jij bent mijn Zoon, mijn geliefde! Dat was en is heel bijzonder, verrassend en uniek...maar laten we bedenken dat die stem klonk toen hij het water van de Doop was ingegaan. En, zo geloven wij, telkens wanneer het water van de doop begint te stromen – waar ook maar en in welk doopvont of rivier ook maar - en ons begint te raken, gaat opnieuw de hemel open en klinkt in ons eigen oor: jij bent mijn zoon, mijn dochter, mijn kind...wandel voor mijn aangezicht en kies voortdurend voor Mij, zoals Ik nu en altijd weer voor jou kies! En laat je niet beduvelen door de lispelaar en brabbelaar, die Mijn woorden door elkaar husselt en je op een dwaalspoor wil brengen. En zo heeft Jezus gehandeld en zo heeft Hij geleefd en zo is Hij gestorven...en daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd.
En vandaag – de 2e zondag - krijgen wij daar al een soort voorproefje van te zien, want vanmorgen neemt Hij ons mee omhoog. Hij leidt ons op, zouden we kunnen zeggen: wie zijn leerling wil zijn krijgt een opleiding, hoger onderwijs. Een top-opleiding. Hij brengt ons in hogere sferen en wat we te zien krijgen is ongehoord. We komen in de lichtglans van Gods aanwezigheid, als we dicht bij Jezus in de buurt verkeren is God niet veraf. En dat daar dan in die glans en glorie Mozes en Elia verschijnen, dat geeft te denken.
Veel mensen zullen zeggen: dat kan natuurlijk niet. Dat moet hij gedroomd hebben, want Mozes en Elia waren al lang dood. Maar, hoewel wij deze redenering wel kennen en herkennen, ook bij onszelf, daarvan zou ik willen zeggen, dat het een typisch-platte opvatting is. Een redenering van de begane grond, precies zoals mensen praten en denken in platland, waar alleen lengte en breedte de werkelijkheid bepalen: zo van, hoe lang leef je en hoe breed heb je het? Maar platland is een gebied zonder hoogte en diepte. In platland leef je en sterf je en daarmee basta. Maar wat ons hier verteld wordt vindt inderdaad plaats op een hoogte. Dat wordt er niet voor niets bij verteld. In platland kom je Mozes en Elia niet tegen, maar op de berg wel, in de hoogte, misschien nog beter: in den hoge.
Als we dan weer zouden zeggen: O, ik snap het al, we moeten eigenlijk de bergen in, liefst in het land Israël zelf en daar heb je kans Mozes en Elia en Jezus tegen het lijf te lopen, dan redeneer je nog als een platlander. Nee, het gaat hier om hogere sferen, om een innerlijk openstaan voor de ontmoeting met Mozes en Elia. Om een innerlijke bereidheid om in gesprek te gaan met deze heiligen van de eerste dagen. En wat Jezus doet of wat Hem overkomt, of waar Hij naar op zoek is, is ook weer heel iets anders dan wat Char e.a. doen. Die zoeken ook contact met de doden, maar dat doen ze in de diepte. Ze horen gemurmel en gestommel onder de tafels en de stoelen en het moet ook donker en vaag zijn, zoals koning Saul ten einde raad de profeet Samuel probeerde op te roepen in een spiritistische seance. Nellie van Kol, waarover u straks na de koffie een presentatie krijgt aangeboden door Heleen Bakker, heeft zich daar ook mee beziggehouden. Eind 19e eeuw, begin 20e eeuw was dat een beetje chique en modieus, maar ze heeft daar ook weer afstand van genomen. Hoewel dit alles blijkbaar ook mogelijk is, noem ik dat vanmorgen het zoeken van de doden in de onderwereld. Maar wat Jezus doet is in gesprek gaan met illustere voorgangers, oude bekenden, mensen van voorbij, die hem echter in levende lijve verschijnen, omdat zij in een hogere wereld vertoeven, zeg maar, bij God. Want, zo heeft Jezus zelf gezegd: God is niet een God van doden, maar van levenden en voor Hem leven zij allen. Dat Jezus in gesprek wil gaan met Mozes en Elia geeft aan, dat hij de traditie belangrijk vindt. Jezus is zich zeer bewust van een opdracht. Hij weet dat Hem iets belangrijks te doen staat. Een roeping te gehoorzamen en te vervullen. Een bestemming te volbrengen. En als Hij ten laatste uitroept: het is volbracht, dan valt a.h.w. alles op zijn plaats.
En toch wil ik u en mijzelf altijd oproepen om het plaatje niet al te eigengereid in te kleuren en als een alwetende betweter zijn leven en sterven in te toetsen in de goddelijke routeplanner en dan triomfantelijk uitroepen: zie je wel, zo moest het gaan! Dat noem ik dan de robotisering van Jezus’ leven, waaruit alle spirit en kleur verdwenen is.
Jezus zóekt inderdaad zijn weg en hij doet dat door in gesprek te gaan met Mozes en Elia. Hij vraagt hen: wijs mij de weg ten leven! En Mozes zegt dan: heus, het is niet te hoog, het is niet te diep, het is een teken in uw hand, een licht dat in uw ogen brandt. Nee, heus, het is niet aan de overzij, het is ook in de hemel niet, of in de sterren geschreven...nee, het woord van liefde, vrede en recht is in uw eigen mond gelegd, ja is in uw hart geschreven. Rondom u klinkt de stem van God: vlak voor u ligt de weg ten leven! Mozes had het zelf ook hogerop gezocht en ontvangen, immers?! De tien woorden. “Ken je die wel, Jezus?” “Ja, die ken ik”, zegt Jezus. “Toen een jongeman aan mij vroeg wat hij moest doen om het eeuwige leven te be-erven, heb ik hem verwezen naar de tien woorden. Maar die had hij al heel zijn hele leven volbracht, zei hij toen. Toen zei ik tegen hem, dat hij alles moest verkopen en aan de armen geven en mij moest volgen, maar dat leek hem onmogelijk en te zwaar. Niet te doen, zei hij en hij deed het dus niet”. Maar hij had blijkbaar niet in de gaten wat de wet eigenlijk beoogt, namelijk liefde tot God en liefde tot de naaste. Hij had gedacht: als ik regel 1 t/m 10 netjes opvolg, zo goed mogelijk, niet overdreven natuurlijk, iedereen maakt wel eens een foutje, we zijn allemaal zondaars, nietwaar? dan kom ik er wel. Hij had de letter gedaan, maar de geest niet begrepen. Als Jezus en Mozes het met elkaar over de wet hebben, dan hebben ze het over de liefde. Vast en zeker!
En dan Elia. Elia, vraagt Jezus, wat moet ik volgens jou doen en laten? Elia zegt: je moet vooral de Baäl afzweren. Jezus zegt: ik heb nog nooit een baäl gezien, dat is toch zo’n flutgod uit de ouwe doos? Die hebben we hier helemaal niet meer... Vergis je niet, zegt Elia, hij komt in allerlei gedaanten voor. Ik zal het kort samenvatten, zegt Elia, want anders wordt de preek te lang...de baäl is een BH-god: de god van het beheersen en het bezitten, en de god van het halen, hebben en houden. Het is de god van alles willen begrijpen en bevatten, de god van de overmoed en alles-zelf-willen-beheersen. Maar gij geheel anders, wij hebben de God van Israël leren kennen, wiens Naam is: Ik zal er zijn! Hij is een God van genade, ontferming en liefde. Hij zegt: Ik zal er zijn, waar je ook gaat of staat. Hem dienen betekent het leven aanvaarden als een geschenk. Niet het leven in de hand hebben, maar uit zijn hand ontvangen. O ja, en nog iets, zegt Elia..ik heb ook geleerd, dat je de baäl niet met geweld kunt uitbannen. Dat dacht ik eerst wel, met donder en bliksem de mensen tot inkeer te brengen, maar dat liep op niets uit. Nee, uiteindelijk ontmoet je de Hoge en de Verhevene in de stilte, in de ijle lagen van je bewustzijn, als alles in je en om je heen stil wordt, zoals hier op deze berg, in deze ruimte, in dit uur: ...
Gij badt op enen berg alleen,
en... Jesu, ik en vind er geen waar 'k hoog genoeg kan klimmen om U alleen te vinden:
de wereld wilt mij achterna, alwaar ik ga of sta of ooit mijn ogen sla;
en arm als ik en is er geen; geen een, die nood hebbe en niet klagen kan; die honger, en niet vragen kan;
die pijne, en niet gewagen kan hoe zeer het doet!
o Leert mij, armen dwaas, hoe dat ik bidden moet!
En zo, bemoedigd door Mozes en Elia, ging Jezus zijn weg...naar beneden weer, steeds lager en dieper, tenslotte zo diep zelfs, dat hij een lam werd, dat de zonde der wereld wegdroeg. Amen.

J

K

L

M