Logo dsCH 

Hoe astrologen ‘Woordzoekers’ werden (Matth. 2)

Preek gehouden op de zondag van Epifanie, 4 januari 2015, in de Oude Kerk n.a.v. Mattheüs 2: 1-12

Hoe astrologen “Woordzoekers” werden

Die wijzen uit het Oosten, die vanmorgen ineens voor onze deur staan, zijn mysterieuze figuren. Ze lijken wel zo maar uit de lucht te komen vallen. Zonder introductie staan ze  ineens op je stoep. En Jozef en Maria lijken het heel normaal te vinden en kijken niet eens vreemd op. En het kindje Jezus laat het zich allemaal welgevallen en is innerlijk blij met de komst van deze onbekende wijzen. En de spullen die hij gekregen heeft legt hij naast zich neer. Misschien goed voor later.
In de traditie van de kerk zijn de wijzen omgevormd tot koningen. Drie stuks. En op vele afbeeldingen zie je ze met kronen op hun hoofd op kamelen reizen. Driekoningen is zo een feest geworden, dat vooral in de oosterse kerk met toewijding wordt gevierd. Drie koningen, zegt de traditie (mede onder invloed van Psalm 72!).
Maar Mattheüs heeft het niet over koningen en ook niet over drie…hij noemt hen magiërs, wikkers en wegers, sterrenwichelaars, astrologen, die de hemel afturen om te weten te komen wat op de aarde gebeurt. Wij vinden dat een achterhaalde en bijgelovige manier van kijken naar de werkelijkheid en de ruimte, maar in die dagen ging het hier om ‘wetenschap’ ...een manier van kennen en weten, die je verder brengt dan je bent, maar toch ook weer niet ver genoeg. Dat wil Mattheüs ook duidelijk onderstrepen: zonder de Heilige Schrift komen ze niet waar zij wezen moeten!
En zo hebben ze zijn ster gezien, de ster van Jacob, een koningskind geboren, zo staat in de sterren geschreven en dat zette hen in beweging. En zo trokken ze weg Uit Oer, Ur der Chaldeeën, maar vooral ook het “Oer” wat verbonden is met “oeroud”, uit hun eerbiedwaardige traditie en cultuur, dat wat wij mensen opbouwen en verzinnen, hoe wij ons staande houden temidden van de machten en ons oriënteren op de sterren en de machthebbers…kortom, “Oer” staat symbool voor ons eigen kunnen, hoe wij leven en vrezen, hoe wij onszelf redden en het maken…Paulus noemt dat kort en krachtig: zonder God in de wereld.  Daar trokken zij uit weg...!
Toch gaat ook daar mensen soms een licht op en komen ze in beweging. Zo is het ook begonnen met Abraham zelf: hij trekt weg uit die oerverbanden en ontdekt een nieuwe God, die vooruit trekt en de weg wijst naar een nieuw land en een nieuwe toekomst.
De vader van het geloof is hij geworden, die Abraham. En hij heeft vele kinderen, ja een volk voortgebracht, aan wie God zijn Naam bekend gemaakt heeft: Ik ben die Ik ben. Ik ben er bij.
En een nieuwe oriëntatie ontstaat…niet meer vastgeklonken aan het verleden, niet meer dichtgetimmerd in het heden, maar geroepen tot de toekomst. Een weg gaan, in vertrouwen en op hoop van zegen: de nieuwe wereld is in aantocht, waar andere waarden gelden en niet het recht van de sterkste geldt, maar de uitgetelde en de weerloze op adem komt en recht gedaan wordt. Het Koninkrijk Gods dat zich nu al baan breekt, zodra mensen zo met elkaar omgaan en elkaar ruimte en leven gunnen.
De wijzen uit het Oosten gaan diezelfde weg. Zoals Abraham. Kinderen van Abraham zijn zij, verre zonen van de vader van alle gelovigen.
Zoals de wijzen vrijwillig en geheel uit eigen beweging komen en hem aanbidden, zo zullen de volken der wereld dat uiteindelijk ook doen. Als een herder zal Hij de volken weiden. Dan zal het anders toegaan dan nu…
Op kraamvisite kun je niet met lege handen aankomen...dus, zo vraag ik aan de wijzen:  wat hebben jullie meegenomen voor koning Jezus?
Nou, zegt de ene, ik heb wat klompjes goud meegenomen. Daar kan hij een ring van laten maken of een mooi handvat op zijn herdersstaf of gewoon, omdat ik hem een kampioen vind. Hij zal voor goud gaan! Kampioen menselijkheid, kampioen in recht door zee gaan, kampioen in mensen in hun waarde laten en tot hun recht laten komen. Kampioen in bemiddelen tussen God en mensen. Hij neemt het voor God op bij de mensen en voor de mensen bij God. Een gouden plak voor Hem! Hulde!!
En wat heb jij meegenomen? Ja, ik ben niet zo rijk de andere…ik heb een paar stokjes wierook meegebracht. Die kun je aansteken en dan gaat het zo lekker ruiken. In een stal met al die koeien en ezels is dat geen overbodige luxe, niet? Maar er zit meer achter: de wierook verwijst ook naar het bidden van mensen tot God. Zo laat de wierook iets zien van de toewijding van mensen aan God en aan het goede. Zo zal dat ook met dit Kind zijn, toegewijd aan God en de mensen en zo zal hij zijn bestemming vinden. Zijn leven zal Hij leiden als een gesprek met God zijn Vader.
En jullie, hebben jullie ook nog wat meegenomen? Ja, wij hebben wat pakjes mirre meegebracht. Dat is ook lekker spul…dat is net een soort medicijn, dat overal goed voor is.
Een soort haarlemmer olie, zeg maar… je kunt het tegen allerlei kwalen, kwaaltjes en ongemakken gebruiken.
Een soort EHBO-verbandtrommeltje, zou je kunnen zeggen. Ik heb wel eens een hele serie kwaaltjes opgesomd, waarvoor dit goedje gebruikte werd, maar sommige mensen vonden dat later maar een beetje raar: dat heeft zo’n kind toch niet nodig?, zo was de achterliggende gedachte:  Hij is als Zoon van God toch onkwetsbaar en tot alles in staat?  Lieve mensen, het zou te ver voeren om deze hardnekkige monofysitische ketterij te weerleggen, maar laat ik het zo samenvatten: Niets menselijks is dit goddelijke kind vreemd, dus wij dachten in onze bescheiden wijsheid: ook mirre hoort er dan bij. Zo aan het begin van zijn leven voorzien wij Hem van wat Hij nodig heeft, zodat hij kan doen wat wij nodig hebben.
En langs een andere weg  gingen ze weer naar huis – de NBV heeft daar van gemaakt: “via een andere route”, maar dat klinkt mij een beetje te tom-tom-achtig, alsof ze bij vertrek zich afvroegen, welke route zullen we nu intoetsen: de kortste of de snelste? Oei, wat een geestloze vertaling! Nee, de bedoeling is veeleer: zij gingen “anders”, d.w.z. als andere mensen terug dan dat zij gekomen waren. Ze zeiden tegen elkaar: we zijn ons goud, wierook en mirre kwijt,- we zijn een stuk lichter en armer geworden,  maar wat wij teruggekregen hebben is oneindig veel meer waard: een nieuwe toekomst, het koninkrijk Gods in ons hart en leven, een diep besef van gekend en bemind te zijn door God, en nooit meer bang en nooit meer alleen.

J

K

L

M