Logo dsCH 

Marcus 1: 29-38

Vanmorgen staan we stil bij een dag uit het leven van Jezus, een sabbatdag. Je zou denken, dat zal wel een saai en gezapig dagje zijn, want de sabbat is toch de rustdag, zoiets als onze zondag: niet veel te doen op zo’n dag, de winkels zijn meestal dicht en het is stil op straat, dus weinig te zien en te beleven.
Maar als we vandaag eens even met Jezus oplopen dan ontdekken we, dat zijn sabbat allesbehalve leeg en saai is, maar dat zijn sabbat gevuld is, vol van goedheid en zegen. Geen dag van niets doen, maar een dag van wèl doen!
Hoe begint zo’n dag? Wel, zo’n dag begint in de synagoge, in dit geval in Kapernaum, en de ruïne ervan is nog te bezichtigen,- maar voor ons is het van belang te ontdekken, dat dat voor ons de kerk in Meppel is. Overal staan huizen, gebedshuizen, huizen van het Woord, waar je op de dag des Heren naar binnen kunt. Om het Woord van God te horen – even naar sjoel, even naar de zondagsschool, de godsdienstoefening bijwonen, even mijn geloofsspieren trainen en weer een beetje in conditie komen. Me even verfrissen bij de levensstroom en me laten inspireren om weer mens, meer mens, meer mans te worden. In de kerk kom je weer op adem en daar hoor je weer, waartoe je geroepen bent: wie je bent, waartoe je er bent en wat je te doen staat! Wij doen dat dus in navolging van Jezus, want Hij deed dat ook. En dat woord van God had zo’n impact en uitwerking op Hem, dat Hij meteen ook de daad bij het woord voegde. Laten we hem proberen te volgen…, kijken of wij Hem kunnen volgen.

Als de dienst is afgelopen begint de gezelligheid en is er koffie. Zo gaat dat altijd.
Nog maar net de synagoge uit gaan zij met z’n vijven naar het huis van Simon Petrus. Dat is zo’n bekende gang nietwaar: eerst even naar de kerk en dan op visite, koffie drinken met elkaar. Het woord sticht gemeenschap: wij zijn op elkaar aangewezen, de Heer heeft ons tot broeders en zusters gemaakt.
Maar er is ook narigheid en de koffie smaakt toch niet zo lekker, omdat iemand op bed ligt: ziek, ernstig ziek, met hoge koorts. Het is de schoonmoeder van Petrus.
Ze wordt genoemd, maar ze er niet echt bij, ze heeft zich afgezonderd. Zij spreekt niet zelf, maar er wordt over haar gesproken. Maar er zijn er die over haar met Jezus spreken. Dat is al heel mooi en bijzonder, als er mensen zijn die jou meenemen in hun gesprek met Jezus. Dat je niet genegeerd wordt, maar dat er mensen zijn die jouw naam noemen. Heer Jezus, weet u het al: mijn schoonmoeder is ernstig ziek.
Hoe is dat zo gekomen dan? En dan vertelt Petrus wat er sinds zijn roeping gebeurd is…die dag dat hij door Jezus geroepen werd, aan de oevers van het meer…en de netten had achtergelaten, was begonnen met het volgen van Jezus…dat was een beslissend uur geweest.
Wat zal er van Petrus en zijn gezin worden? Wat een onzekere toekomst…zomaar je baan opgeven en Jezus, een nog onbekende leraar, volgen? Is dat niet onverantwoord?
En de schoonmoeder van Petrus zal gedacht en misschien ook gezegd hebben tegen haar dochter: lieve kind, wat gaat je man nu doen? Waar gaan jullie voortaan van leven? Van de wind? En dochterlief wist het ook niet, maar ze hoopte en vertrouwde dat het allemaal wel goed zou komen…zoekt eerst het Koninkrijk Gods, had die man gezegd, en al het andere zal u wel worden toegeworpen.
Maar haar moeder werd steeds onrustiger en banger; ze werd er ziek van, haar ergernis en ongerustheid brandde in haar als een vuur…woede en angst beheersten haar en zo kwam zij op bed…
En dan hoort Jezus het verhaal en hij begrijpt het…Hij komt allereerst naderbij, zo lezen we.
Hij blijft geen verre, vreemde figuur…maar hij komt naderbij. Hij verkleint de afstand, en hij overbrugt die door zijn hand naar haar uit te strekken. En hij zegt tegen haar: Sta op! Kom op, de ware toekomst ligt niet in het vangen van vissen, maar in het vangen van mensen! Petrus, uw schoonzoon, heeft een nieuwe roeping, een nieuwe bestemming en dat is goed zo!
En de koorts verliet haar: ze knapte op van deze benadering, toenadering en zij begon hen te dienen….dat betekent niet dat zij meteen de keuken indook, maar ook zij begon zich open te stellen voor het evangelie van Gods koninkrijk. Zij begon werkelijk dienstbaar te zijn en zich mede in te zetten voor deze nieuwe wending: ze spartelde niet meer tegen, maar stelde zich open voor deze nieuwe ontwikkeling en zo werd zij beter…zij was er beter aan toe dan eerst. Verzet en angst werken verlammend, maar vertrouwen en overgave geven bevrijding! Petrus zou visser van mensen worden en misschien mogen we het zo zien, dat zijn schoonmoeder zijn eerste vangst was!
Laten we ervan uitgaan dat dit ’s middags heeft plaatsgevonden. Nu wordt het toch wel tijd om uit te rusten en vroeg naar bed?
Nee, nee, want het heil, de heling zal niet maar in één huis plaatsvinden: het zal zich uitbreiden naar buiten. En buiten is het donker, de zon is ondergegaan. Veelzeggend is dat…want wat we nu te zien krijgen is ook donkerte en leed…maar er zijn mensen die er op uit gaan. Die de duisternis trotseren en er zich in wagen…wie dan? Zij! Zij brachten tot Hem, lezen we…zij (niet: de mensen), nee, dat zijn de leerlingen van Jezus, zijn geroepenen, zijn navolgers…die gaan er op uit, de duisternis in om te vinden…allen, die ernstig ziek waren, die het slecht hadden…die er slecht aan toe waren: maatschappelijk of lichamelijk, geestelijk of hoe dan ook: de mensen aan de rand, die zich nauwelijks konden handhaven: de stakkers en stumperds, de mensen van de straat en de goot, kortom, de mensheid zoals die er grotendeels aan toe is…en ook de bezetenen, van wie men meende dat zij door boze geesten bezeten waren.
Dat is hier een andere manier van zeggen. Het is de vraag of Marcus hier twee groepen op het oog heeft. Je kunt het ook zo lezen: daar zijn de mensen met kwalen en problemen, die door kwade machten bevangen zijn. Daar weten wij
niet zo goed raad meer mee, maar de werkelijkheid ervan is maar al te duidelijk: mensen kunnen bezeten zijn van macht, van status, van geld, van geldingsdrang…glitter, roem! Mensen die zichzelf niet meer zijn, maar zich laten bepalen door anderen, door het lot of door de sterren. Mensen, die gek zijn van iets of iemand en zich daar helemaal door laten bepalen. Jonge mensen kunnen zelfs helemaal in zwijm vallen als ze hun idool zien……mensen hebben zichzelf niet meer in de hand, maar laten zich beheersen door iets of iemand anders…dan zijn ze bezet…niet meer vrij, als u begrijpt wat ik bedoel. Hysterisch noemen we dat nu of schizofreen…de ziekte of het probleem is hetzelfde gebleven, alleen wordt het nu anders geinterpreteerd en benoemd.
Maar het gaat om de werkelijkheid ervan: dat mensen in complete duisternis verkeren…zo wil het evangelie daar tegen aan kijken. En Jezus geneest velen, staat er dan. Maar in het evangelie staan de velen altijd voor allen…hij geneest en stelt orde op zaken. Hij bevrijdt mensen en brengt ze weer tot zichzelf…en zo tot God. Er is een prachtige ets van Rembrandt, “Christus geneest de zieken”, ook wel de Honderguldenprent genoemd, waar de stralende Christus in het midden staat, op een kleine verhoging en van alle kanten stromen en strompelen mensen op Hem toe: een zieke vrouw op een kruiwagen, die vertwijfeld en ook vol hoop haar hand naar Hem uitstrekt, en uit een donkere steeg stromen oude en zieke stumperds toe en zien uit naar genezing en hulp.

Zo brengt hij hier al het koninkrijk Gods nabij en maakt het zichtbaar. De duisternis weet dat zijn laatste uren geteld zijn…nog een kleine tijd en dan zal het Rijk van God zich een weg banen en één en al licht en helderheid aanbrengen.
Wat Jezus hier doet is een gevecht aangaan tegen de boze en kwade machten…en mensen aan het licht brengen, hen rechtop zetten, als volwaardige mensen, door God gekend en bemind.
Wat een opluchting is dat…een en al bevrijding en verlossing!
Wat hier plaats vindt is eigenlijk Paasgeheimenis…het is het leven van de opstanding, van de toekomende eeuw… Het gaat uiteindelijk om het laatste en het uiterste, de mens van de toekomst wordt ons hier voor ogen gesteld. Zo zal het zijn…moge het zo worden, zo bidden en zuchten wij.
Niet alleen en niet zozeer: zo was het…maar eerder: zo wordt het…die kant moet het op en zo geloven en hopen wij: zo zal het ook zijn!
En ook nu…in ons leven en in onze tijd…licht het wel eens op. Als we zien dat vastgelopen levens toch weer vaart krijgen. Als mensen genezen en opademen, de angst en de beknelling achter zich laten en als vrije mensen de toekomst aandurven. Hoeveel mensen zijn niet bekneld in angsten en zien geen uitweg, geen hand voor ogen?!
Als de dag ten einde gelopen is en de volgende dag alweer begint te dagen is Jezus op een eenzame plaats. Hij wil alleen zijn, en Hij zoekt het gesprek met zijn Vader, die in de hemel woont. Hij kan het alleen maar volhouden, als Hij zich geroepen en gemachtigd voelt door God. Hij wil zeker weten, dat het Gods werk is, zijn wil, zijn bedoeling. En Jezus weet, dat het gevaar loert, dat men hem op een voetstuk zal zetten, dat men hem als een weldoener in de politiek probeert te krijgen om zo een soort heilsstaat op te richten. De demonen reppen daar al over, die willen hem al als lijsttrekker aanwijzen en hem op een zegekar Jeruzalem induwen. Maar, God, zo zal het toch niet gaan? Dat is toch niet de weg van uw toekomst?
En zo zoekt Jezus zijn weg en al biddend en afwegend doet Hij wat Hij doet: het is de weg van de beschikbaarheid, van de opoffering, de weg van de deemoed en uiteindelijk de weg van de zelfovergave.
En als de nieuwe dag aanbreekt staan zijn leerlingen al weer op de stoep: Meester, men zoekt u wijd en zijd en ze komen langs velerlei wegen!
Prachtig, zegt Jezus dan, maar nu trekken we toch verder, want de wereld is groter dan de kerk, op welke plek ook, we moeten altijd er op uit! Niet blijven stil staan, maar verder, steeds verder! Gaan jullie mee?

J

K

L

M