Logo dsCH 

Ergens bij horen

Preek gehouden op zondag 20 augustus 2017 in de Grote of Mariakerk, waarin Maik Jarick Agterhuis werd gedoopt n.a.v. de lezingen Jeremia 23: 16-29 en Lucas 19: 41-48

Ergens bij horen

Vandaag zijn we samen met de ouders en de familie van Maik blij vanwege zijn doop: dat ook zijn naam verbonden is met de Naam van de drie-enige God. We hebben zichtbaar gemaakt, dat die twee bij elkaar horen. Waar kun je beter bij horen dan bij God?
Iedereen wil altijd graag ergens bij horen. Dat kan zijn bij een politieke partij of stroming, bij een voetbalclub: ik ben van Feyenoord, of van Ajax, of PSV of FC Meppel etc., Of je hoort bij een kerk of juist niet bij een kerk. Of je hoort bij een groep mensen, die de macht hebben of je hoort bij de zwijgende meerderheid. Iedereen wil altijd graag ergens bij horen: dan voel je je verbonden, dan sta je niet alleen en dan voel je je ook meetellen. En hoe groter de groep, hoe belangrijker men het ‘erbij horen’ vindt. Jonge mensen gaan graag naar festivals, waar men met duizenden naar muziek luistert en samen springt en danst – iedereen vindt dan diezelfde muziek mooi en iedereen danst op dezelfde muziek en dat geeft een kick. Op een ander festival voelt men zich niet zo thuis, want dat is weer andere muziek. En zo horen mensen uiteindelijk bij een deelgroep. Maar bestaat er ook iets, waar we allemaal bij horen?
Hoor je bij een heel kleine groep van gelijkgestemden of hoor je vooral bij een heel grote groep van misschien allemaal verschillende mensen, maar waar één idee of ideaal je samenbindt?
Je kunt zeggen: ik voel me vooral Nederlander en verbonden met die nationaliteit. Maar je kunt het nog verder uitbreiden en zeggen: Ik voel me vooral ook Europeaan en deelgenoot van de westerse cultuur. Maar je kunt nog verder denken en zeggen: uiteindelijk voel ik me vooral wereldburger, omdat ik net als iedereen op deze wereld mens ben. Ik voel me verbonden met alle mensen: wij zijn allemaal hetzelfde, van gelijke waarde. Maar is dat het eindpunt of is er nog iets groters dan de mensheid? Kun je die gedachte nog verder overstijgen? Ik denk, dat we dan beginnen over ‘God’ te stamelen en te zeggen: ja, uiteindelijk zijn al die mensen schepselen van God en zo komen we op een hoogste idee, waarboven niets gedacht kan worden en die alles omvat. En nu krijgen we hier te horen, dat we juist aan God  onze identiteit ontlenen. God is het hoogste goed.
Je hoort natuurlijk bij je familie, je stad, je land, je continent, je wereld, maar bovenal, oorspronkelijk èn uiteindelijk bij God. Als je familie het belangrijkste voor je wordt brengt God je te binnen: kijk eens naar Abraham, tegen wie gezegd werd: Trek weg, ga op weg en verlaat je vader en moeder, je clan en je land en Ik zal je het land tonen van de toekomst.
Als je stad of je land het belangrijkste voor je wordt dan zegt God tegen je: verlaat je stad en ga op weg naar de stad die fundamenten heeft, de eeuwige stad, de stad van vrede en recht. Zoals ook Jezus liet zien, in navolging van de profeet Jeremia, toen hij de tempeldienst waarnam en zag, dat men er een handeltje van gemaakt had. Niet God was meer het hoogste goed, maar de rituelen en het handjeklap. De religie was gecommercialiseerd, er was een winstgevende economie van gemaakt: geef jij wat geld dan zal God je belonen; of: wij zorgen dat alles op rolletjes loopt dan zal je geloof toenemen en jij zult succesvol worden.
Dan gaat het in de kerk en de religie niet meer om God, het hoogste goed, maar om de buitenkant en om de soepele organisatie. Jeremia doorzag dat in zijn tijd en Jezus prikte daar doorheen, toen hij zag hoe de tempeldienst functioneerde.
Beiden zijn vervuld van heilige woede, omdat zij zien, dat het mindere belangrijker wordt gevonden dan het hoogste. Om te huilen is het! En beiden worden door de mensen niet begrepen, want die denken, dat zij heiligschennis plegen. Jezus schopt tegen het heilige huis aan, zeggen ze, en daar zal hij voor boeten. En Jeremia is ook al zo’n onruststoker, die onze zelfgenoegzame rust verstoort en ons kerkelijk bedrijf in de war stuurt. Met hem zal het ook niet goed aflopen, dat zul je zien!
Maar ze hebben niet door, dat het hun beiden om het heilige, het hoogste,  gaat. Zij breken af – niet uit negativiteit en om het afbreken op zich -,maar om het zicht op God weer mogelijk te maken. Zij hebben maar één missie en dat is: de mensen bij God brengen. En dat blijkt dan een pijnlijk proces te zijn en vaak moeten dan eerst allerlei heilige huisjes omver en alles wat je nu belangrijk vindt moet je leren relativeren en op de 2e of 3e plaats gaan zetten, zoals Jezus in samenvatting zei: Zoekt eerst het Koninkrijk Gods en al die andere dingen vallen dan vanzelf op hun plaats. En ook je familie, je land, je baan en je club, je kerk komen in het juiste licht te staan! Zoals die vrouw, die mode- en koopverslaafd was en toen zij het licht van Gods goedheid over haar leven gezien had, bleef zij nog steeds dol op mode en kleding kopen, maar nu anders: zij wèrd er niet meer door beheerst, maar zij had het zèlf ‘in control’ gekregen!
De doop van een kind en twee tegendraadse lezingen brengen ons precies dat verschil te binnen!

J

K

L

M