Logo dsCH 

Johannes 14: 15-21

Preek gehouden door Ds. Cees Huisman op zondag 12 mei 2013 (7e van Pasen – Wezenzondag) in de Grote- of Mariakerk n.a.v. Openb. 22 (slot) en Johannes 14: 15-21

De Trooster komt!

Op deze zondagmorgen na Hemelvaartsdag en gaande in de richting van Pinksteren staan wij een moment stil. Wij staan stil bij de afwezigheid van Jezus – zijn verblijf bij ons mensen is ten einde gekomen: het was een tijd van 33 jaar – maar dat betekent niet, dat wij aan onszelf zijn overgeleverd. Nee, - en nu noem ik even de belangrijkste punten uit de lezingen – Hij heeft ons een andere Pleitbezorger of Trooster beloofd. Als Jezus is heengegaan dan komt de Geest, die ons zal troosten en leiden in alle waarheid, ja, die Jezus Zelf in de geest in ons hart brengt. Dat de Heilige Geest een Trooster  of een Pleitbezorger wordt genoemd, zoals de nieuwe vertaling heeft vertaald, ja het gaat om het begrip Paracleet, lett. Hij die erbij geroepen wordt en in een rechtsgeding is dat een advocaat, iemand die de aangeklaagde verdedigt...maar Trooster is ook een prima vertaling en het is goed om zo veel mogelijk aspecten in het vizier te krijgen, nou, dat de HG zo genoemd wordt, vind ik veelbetekenend en veelbelovend.
Maar voordat ik daar een paar dingen over zeg, wil ik eerst even met u stilstaan bij de situatie, waarin die Trooster naar voren komt. Dat is wanneer de gemeente van Christus alleen gelaten is. Wanneer Jezus hun Leidsman er niet meer is, zich niet meer laat zien. Dat is wanneer de kerk zichzelf leert kennen als een wees-gemeente. Deze zondag heet dan ook de ‘wezen-zondag’: de kerk beseft ineens, dat zij alleen in de wereld staat. De plaats van Jezus is vacant, maar er komt gelukkig wel een vervanger: de Heilige Geest. Dat is niet iets of iemand geheel anders, maar het is eigenlijk Jezus zelf in de Geest. Ik las in een commentaar de uitdrukking ‘zijn alter ego’. Al is de gave van de Geest een geweldig geschenk, het heft de wezensituatie niet op. Ook de gemeente, die geleid wordt door de Geest, de eeuwen door, het leven door, is en blijft in wezen een wezen-gemeente. Want zij voelt zich alleen, zij voelt zich eenzaam in de wereld, zij ziet uit naar de dag, waarop zij verenigd mag zijn met haar Heer, zoals in het laatste boek zo mooi wordt verwoord: “Kom, Heer Jezus, kom haastig!” Maar, kijk, het is wel de Geest en de bruid die dit roepen: de Geest wekt het verlangen en houdt dat ook levend om uit te blijven zien naar de dag van voltooiing en vereniging. En de bruidegom d.i. Christus zegt dan: “Ja, ik kom spoedig!”
Het is als een lied van verlangen en hoop, een uitzien naar  het einde van de wezen-situatie. Want de kerk is er vaak hopeloos en troosteloos aan toe en voelt zich op de wereld als een vreemdeling. Er zijn misschien ook wel tijden, dat de kerk helemaal niet verlangt naar de komst van haar Heer, omdat ze zich heeft gesettled in de wereld en bijna één met haar geworden is. Wanneer de gemeente van Christus zich heeft aangepast, of macht verworven heeft en een partij met aanzien is geworden, een speler op het veld van de politiek en machtsuitoefening. Maar hoe meer de gemeente van Christus wordt wie zij werkelijk is, namelijk een gemeenschap van mensen, die zich laat leiden door de Geest, die zich in sterke mate identificeert met haar Heer en zijn geboden doet, d.w.z. leeft en handelt vanuit en door de liefde, dan zal het verlangen naar vereniging toenemen, zoals twee geliefden niets liever willen dan bij elkaar zijn: ik in jou en jij in mij!
Maar in die tussentijd, die wezentijd is er Goddank de Trooster. De Geest van Christus, die ons in alle waarheid zal leiden, de Geest die ons richting wijst, die ons bijstaat in gevaren, de Geest, die vrijheid is en ons ruimte geeft. Kortom, al heeft Hij ons verlaten, wij zijn niet alleeen: de Geest is in ons en bij ons om ons te troosten.
 Ik denk, dat veel mensen behoefte aan troost hebben; zij zijn alleen, ze hebben iemand verloren; ze zijn in de put of  zien geen weg meer voor zich…mensen die ziek zijn, ontredderd of aan zichzelf overgelaten. In die leegte valt een troostwoord als een lichtstraal in de duisternis; troost is als een pleister op een wond, muziek die de stilte doorbreekt.
Op alle mogelijke manieren wordt troost geboden…geloof als troost: wat is uw enige troost, beide in leven en in sterven, zo begon de aloude heidelberger catechismus. Of een medemens als troost, een maatje om mee op te trekken of een meisje voor de eenzame uren – troostmeisjes werden ze genoemd. Of gewoon een kop koffie…even bijpraten bij een bakkie troost, zo heet dat dan. Troost is een veelomvattend en meerduidig woord…een moeder troost een kind en zegt: huil maar niet, het valt allemaal wel mee…het is zo weer over.
Maar soms is de troost goedkoop en misplaatst…de vrienden die Job probeerden te troosten zaten vol goede bedoelingen, maar ze misten het gevoel voor zijn ellende…en hun woorden waren slechts een schrale troost…en hun woorden deden meer kwaad dan goed.
En zo kunnen woorden van troost soms ook helemaal verkeerd aankomen, omdat het verdriet niet gepeild wordt en men al te gemakkelijk een oplossing lijkt te weten en aan te dragen.
En zo kunnen moeders en vaders ontroostbaar zijn, ja Rachel weigert zich te laten troosten, omdat haar kinderen er niet meer zijn. Ga maar weg met je mooie praatjes…ik geloof er niks van…en het helpt niets. Laat mij alleen met mijn verdriet en gemis. Hoe moet die moeder zich voelen, nu haar twee zoontjes nog steeds vermist zijn, voor zover mij bekend? Ik denk dat zij ontroostbaar is.
Troosten is een hachelijke onderneming, niet gemakkelijk en niet vanzelfsprekend. Troosten is een mens-onmogelijk werk, onbegonnen werk, een heidens karwei…het gaat niet vanzelf en het kost moeite, je bent er door en door bij betrokken…troosten is een voort-durend werk, houdt niet op met een enkel woord, maar gaat over in de daad en verbindt zich met de mens, die getroost wordt. Want troost heeft te maken met trust, met trouw! Er-zijn voor de ander!
Troosten is méér dan ‘comfort’, het is vooral ‘trust’!
Troosten is daarom vooral een goddelijk werk…Hij gaat ons voor in het troosten. Zoals een herder de kudde weidt en de schaapjes telt en bij name kent…zo zal Hij zijn volk weiden en leiden en brengen op ongekende plaatsen.
Soms liggen wij langs de kant van de weg en wij hopen, dat er iemand is die ons zal troosten. Nee, geen goedkope en schrale troost, maar echte en helpende troost. Dat er iemand is die in naam van God mij bij de hand neemt en zegt: blijf hier niet liggen, maar kom mee…of wacht: ik zal je dragen, want je kunt het nog niet alleen. Toe maar, hier is mijn hand…
Zo is de Geest een Trooster voor ons, die als een stille stem in ons hart ons telkens weer opbeurt en moed geeft. Ja, als een moeder om haar kind en het zonlicht rond de bloemen. In het lied dat wij zo dadelijk gaan zingen, Gezang 77, worden een paar aspecten genoemd van het Trooster-zijn van de Geest, die ik graag even wil laten oplichten: (er is gelegenheid om de tekst van dit Lied er even bij te pakken)
In het 1e couplet wordt tot 3x toe gezegd, dat de Trooster komt. En als Hij eenmaal gekomen is zal Hij ook nooit van ons wijken. De Geest is een blijvertje, geen bevlieging, maar door en door betrouwbaar en stabiel. En Hij ontsteekt een vuur in ons, zoals Jezus deed bij zijn leerlingen, als Hij hun de Schriften opende, dat hun hart dan begon te branden. En dat is goed voor jezelf, maar ook voor de ander, want een brandend hart is een barmhartig hart, dat ingaat op de nood van de ander.
In couplet 2 wordt de Geest de Raadsman genoemd, ook hier weer tot 3x gezegd, dat Hij komt. De Raadsman staat ons bij onder moeilijke omstandigheden, Hij is als een Gids, maar ook als een Coach. Je kunt van Hem op aan, als je het zelf niet meer weet. De Geest wijst de weg naar de toekomst.
In vers 3 wordt tot 3x gesproken over de Heilige Geest. De Geest als onthullend licht, de Geest die wantoestanden aan het licht brengt en streng oordeelt over misstanden. De Geest is niet zoetsappig en meegaand, de Geest is geen watje, maar zij is vaak dwars en fel: de wereld zal weten dat de Heilige Geest er is! Wees op je hoede!
Tenslotte in vers 4 wordt de Geest ‘Geest van God’ genoemd en Paracleet, de Trooster of de Advocaat. In vers 4 trekt de Geest zich vooral terug in de kerk, want de wereld is er nog niet rijp voor en zo leeft en overleeft de kerk bij wat door Jezus is gedaan. De Geest brengt het ons telkens weer te binnen, zoals ook vandaag weer. Zo is de Geest ‘geschenk’ in dubbele zin – zij is ons geschonken en zij schenkt ons telkens en voortdurend wat Christus voor ons gedaan heeft. En zo is dit lied een lied vol inhoud en vol geheimenis!
Laten we dit prachtige lied nu samen zingen.

J

K

L

M