Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

Blog

Blog (87)

dinsdag, 17 juli 2018 11:00

Het leven een feest!

Geschreven door

Het leven – een eindeloos feest!

 

Toen ik in de jaren 90 predikant was in Steenwijkerwold kende iedereen in het dorp en vèr er buiten de hit van het mannenkoor ‘Het karrenspoor’ “Mooi Man”. Het was een liedje over het boerenleven, dat zijn hoogtepunt bereikte in de kroeg, waar men zich zat kon drinken om de volgende dag met ‘pien in de hasses en een dreuge bek’ wakker te worden. Ja, dat is mooi, mooi man!

Ik moest aan dit liedje en m.n. aan het refrein denken, toen ik zat te lezen in het boek van Jürgen Moltmann “Der lebendige Gott und die Fülle des Lebens” (Gütersloh, 2015). Moltmann en ‘Het Karrenspoor’ lijken elkaar te raken op het punt, waar gezongen en gesteld wordt, dat het leven één groot feest is:

Ja dat is mooi, mooi, mooi man, 
Het leven dat is
één groot feest.

Hoofdstuk 8 van zijn boek geeft Moltmann de titel “Das Leben – Ein Fest ohne Ende” en in de 2e paragraaf daarvan werkt hij dat uit onder het kopje “Das festliche Leben”.

Moltmann zal zeker zijn bedenkingen hebben tegen de tomeloze drankzucht van de ‘mannenbroeders’, maar hij zou hun be-aming van het leven als een feest zeker onderschrijven en waarderen. De vreugde is immers de zin van het menselijk leven, zo stelt hij. Om zich in God te verheugen, daartoe werd de mens geschapen. Om zich in het leven te verheugen, daartoe wordt hij geboren! Daarmee worden de vaak gestelde levensvragen, zoals “waartoe ben ik er eigenlijk? Ben ik nog bruikbaar? Kan ik mij nog nuttig maken?” even buiten haken geplaatst. Er is geen sprake van ‘doel en nut’ als het gaat over de vraag, waarom het menselijk leven er zou moeten zijn. Er bestaan geen ethische of ideale doeleinden, die het menselijk leven zouden moeten rechtvaardigen. Het leven is goed in en op zichzelf, het er-zijn is prachtig en hier-zijn is heerlijk! Wij leven om te leven. De wereld van de arbeid in de hoog-geïndustrialiseerde wereld valt de kinderen bij de oppas al lastig met zulke existentiële vragen, waarin toch wel de zin en het nut van het leven gelegen kan zijn? Wie echter de zin van zijn of haar leven in bruikbaarheid en nut denkt te moeten vinden, komt ongetwijfeld in een levenscrisis terecht, als hij of zij ziek, gehandicapt of oud wordt. De ‘zin’ van het leven ligt namelijk niet buiten het leven, maar erin. Het leven mag je nooit als middel tot een doel opvatten. Wie het leven als vreugde in God en in het leven zelf heeft leren zien stelt de angstige existentiële vraag naar het waartoe niet meer. Hij wordt innerlijk immuun voor de eisen van de prestatie-ideologie, die hem voor vreemde doelen misbruiken wil. Hij zal zich daarom ook kritisch gaan opstellen tegenover een maatschappij, die mensen alleen maar naar hun bruikbaarheid inschat en hen alleen maar als arbeiders of als consumenten aanmerkt en ‘waardeert’.

Hier wordt het verschil tussen ‘Het Karrenspoor-lied’ en Moltmann wel heel pregnant, natuurlijk. Bij Moltmann krijgt de vreugde om het leven een maatschappij-kritische uitwerking, terwijl het liedje niet verder komt dan een hedonistisch ‘wij nemen er nog ééntje’, dat uiteindelijk de vreugde alleen maar de das om doet.

 

 

 

zondag, 15 juli 2018 10:35

Twee aan twee

Geschreven door

Preek gehouden op de 4e zondag van de zomer 15 juli 2018 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Markus 6: 6b-13

 

Twee aan twee

 

Als er op een ongelegen moment aangebeld wordt en er twee mensen voor de deur staan, van wie één met een tas in de hand of een stapeltje tijdschriften onder de arm, dan weet je wel hoe laat het is. De Jehovah’s Getuigen hebben de opdracht van Jezus aan zijn leerlingen om er twee aan twee op uit te trekken als een altijd en overal geldend gebod opgevat – en zo staan ze daar en vragen wat je van de toestand in de wereld vindt en dat de Bijbel zegt, dat het niet lang meer zal duren of de wereld zal vergaan en dat je daar meer over kunt lezen in dit tijdschrift, Wachttoren geheten, en dat je dan tot de 144.000 kunt behoren, die gered zullen worden.

Er volgt nog wat heen en weer gebabbel en dan gaan ze naar de volgende deur om ook daar het blijde nieuws te verkondigen.

Vreemd is het wel, dat de mensen o.h.a. helemaal niet blij worden van zo’n onverhoedse benadering en jammer is het ook, dat van de oorspronkelijke boodschap van Jezus zo weinig doorklinkt.

Hoe was dat, toen Jezus zijn eerste leerlingen erop uit stuurde? Wat moesten ze eigenlijk doen en waren ze een beetje succesvol? Kon Jezus het niet alleen af, dat hij zijn hulptroepen moest inzetten?

Als je hoort, hoe ze er op uit gestuurd worden, dan zouden we denken: nou, dat kan toch wel wat professioneler en met wat meer uitstraling. Wat een stelletje armoedzaaiers zijn dat: ze hebben niks bij zich, lopen steeds in hetzelfde kloffie, niet eens een extra ‘verschoninkie’ bij zich, en met een stok in de hand gaan ze door ‘het ganse land’. Zo proberen ze in gesprek te komen met mensen, vertellen zij over het Koninkrijk Gods en sporen hen aan zich te bekeren. Om te keren.

Maar zeg nou zelf, vindt u het gek, dat de meeste mensen zeiden: wat zijn dit voor wereldvreemde dwazen? Waarom zouden we gehoor geven aan hun oproep? Zij roepen ons op om ons te bekeren, maar laten zij het zelf maar doen en een beetje normaal gaan doen. Zwervers en klaplopers zijn het. Niet van deze tijd, niet van deze wereld!

Door dat te denken en te zeggen, slaan zij onwetend de spijker op de kop! Deze tweelingen of dubbelgangers – of hoe je ze ook maar noemt – zijn voorlopers van het Koninkrijk Gods. Zij laten a.h.w. zien, dat zij niet tot de ‘oude wereld’ behoren, die verziekt en verdraaid is. Door zich zo buiten de orde te plaatsen laten zij zien, dat de wereld vernieuwing en verandering behoeft. Zij houden de mensen een spiegel voor…hé, jullie denken, dat wij gek zijn, maar kijk eens naar je eigen leven en wereld?!

Wij kondigen een nieuwe tijd aan, een tijd, waarin ziekte en demonen het niet meer voor het zeggen zullen hebben, maar welzijn, heelheid en bevrijding!

Ja, zo gingen zij te werk en lieten in Jezus’ Naam gebeuren, wat Hij wilde en op het oog had. Dat de mensen weer vrij zouden zijn en niet meer gebonden aan machten en structuren.

Zoals ook nu de mensen zuchten onder werkdruk, stress en verslaving, - dit moet en dat moet om er bij te horen – en geen ogenblik rust om tot jezelf te komen – o Goddank, dan is het vakantie, maar ook die wordt vaak volgepropt met activiteiten en bezigheden – en dan moe van de vakantie weer in de ratrace van het werk. Wat een leven… Veel jongeren kunnen er niet meer tegen en slaan – uit wanhoop - een doodlopende weg in.

De leerlingen gaan demonen uitdrijven. Ze bellen aan en zeggen: “wij komen demonen uitdrijven”. “Heel goed bedoeld, heren, maar hier zijn geen demonen. Probeer bij de buren maar eens…”

Mensen weten vaak niet, dat zij bezeten zijn, bezet zijn door wat niet van hen is. Dat zij helemaal vol van iets zijn, waardoor er geen ruimte is voor het echte en het eigenlijke.

Onze vraag moet nu niet zijn of demonen wel bestaan, maar of datgene waarnaar zo’n begrip verwijst bestaat. Het demonische is eigenlijk een karikatuur van het goddelijke en het heilige. Wanneer mensen zich buigen voor wat niet-God is, wanneer zij onvoorwaardelijk ontzag hebben voor iets, wat eigenlijk geen waarde en betekenis heeft. Wanneer mensen iets absoluut maken wat het in wezen niet is.

Zo komt het demonische in vele vormen en varianten voor – het heeft iets aantrekkelijks en is tegelijkertijd ook vernietigend. Je lijkt er groot en betekenisvol door te worden, maar tegelijkertijd kleineert het je en word je een onbetekenend radertje in een machine die maar doordendert en niemand weet waarheen. Het demonische komt in het groot en in het klein voor en ongemerkt maakt het zich sterk en neemt het de plaats in van God en het goede.

En als die twee dan de demonen beginnen uit te drijven dan maken zij a.h.w. weer ruimte voor God en het goede in de mensen. Daardoor komt er een andere mentaliteit en blikrichting. Zo iemand wordt weer vrij en laat zich niet meer koeieneren door wat men wil en doet. Van ‘bezet’ wordt men ‘vrij’.

Zo ongeveer stel ik mij voor wat de betekenis van dit evangeliebericht kan zijn. Misschien mag ik ook nog even op een paar details in de vertaling wijzen, die ons misschien op het verkeerde been hebben gezet. Zo bijv. dat zij er met een stok op uitgestuurd worden. Is dat een stok om de hond mee te slaan, als ze een boerenerf opkomen?

Nee, ik dacht dat het woord ‘staf’ een betere vertaling zou zijn. Een staf is onmisbaar op reis, het is het symbool geworden van het ‘onderweg-zijn’. Maar het is ook het attribuut van de herder, van iemand die leiding en sturing wil geven en daar staat de staf dan symbool voor. Mozes had ook een staf, waar hij wonderlijke dingen mee uitrichtte. Zo splitste hij de wateren van de Rode Zee ermee, zo verhaalt de Schrift – kortom, de staf verbeeldt de reddende nabijheid van God. Later werd het woord ‘staf’ zelfs de benaming voor de leden van een raad van medewerkers.

En dan nog dat stof van de voeten afschudden. Vrome Joden deden dat als zij een reis naar het buitenland gemaakt hadden en weer terugkeerden in eigen land dan schudden zij het stof van hun voeten om het heilige land niet te verontreinigen.

Zoiets deden onze twee missionarissen ook en zo staat er dan in onze ‘lekker makkelijk te begrijpen vertaling’: ‘ten teken dat zij niets meer met hen te maken wilden hebben’.

Maar, beste gemeente, dat staat er niet alleen niet, maar het druist ook in tegen alles wat het evangelie bedoelt en wil uitstralen.

Er staat eigenlijk zoiets als ‘hun tot een getuigenis’. Ik denk dat zij bij het weggaan nog even bij de deur met hun sandalen wapperden en vriendelijk afscheid namen en daarmee zeiden zij: we hebben het er nu verder niet meer over, maar denk er nog eens over na. De deur naar de ommekeer staat altijd open!

zondag, 08 juli 2018 12:03

What would Jesus do?

Geschreven door

Preek gehouden in de Grote of Mariakerk op zondag 8 juli 2018 n.a.v. Markus 6: 1-7

 

What would Jesus do?

 

M.n. in de jaren 90 van de vorige eeuw was het een hype in Amerika onder jongeren om een armbandje om te hebben met de letters WWJD. Die staan voor de regel “What would Jesus do?” – “Wat zou Jezus doen?” Overal kwam je die letters tegen, achter op autobumpers, op bierviltjes, petjes, noem maar op en het moest de lezers ervan eraan herinneren, dat je bij het nemen van beslissingen je eraan moest denken, wat Jezus in zo’n situatie zou doen.

Vooral in conservatieve kringen was deze slogan ook bedoeld als rem op een al te vrije seksuele moraal – als een jongen al te vrijpostig met zijn vriendin wilde omgaan herinnerde het armbandje hem eraan kalm aan te doen. Gemakshalve ging men ervan uit, dat Jezus daar duidelijke uitspraken over had gedaan.

Maar er zijn natuurlijk ook andere situaties denkbaar. De letters kunnen je er aan herinneren om altijd eerlijk te zijn en op te komen voor de belangen van anderen. Misschien zou het armbandje mensen milder kunnen stemmen in hun oordeel over anderen, ruimhartiger te zijn als het gaat om vluchtelingen en asielzoekers – maar, wacht, nu probeer ik anderen zo’n armbandje om de pols te strikken en daar is het niet voor bedoeld, natuurlijk. Het armbandje is alleen voor jezelf bedoeld! Daarom zie ik enige overeenkomst met de Joodse gebedsriem – als sticker op de bumper is het eigenlijk al misplaatst, want dan confronteer je er een ander mee – terwijl het om jezelf gaat!

Wat zou Jezus doen – of liever: wat deed hij, als het zondag was? Dan ging hij naar de kerk (nou ja, op sabbat naar de synagoge)…gemakshalve zet ik dat maar even op één lijn. In Nazareth ging hij op de sabbat naar de synagoge. Er was er maar één, dus er viel niets te kiezen. Als hij op zondag naar de kerk in Meppel zou willen gaan zou hij zich moeten afvragen: maar naar welke kerk zou ik dan gaan?

Ik denk, dat hij zich allereerst verbazen zal over het feit, dat er zoveel kerken en samenkomsten gehouden worden in Zijn Naam. Hij zou misschien overal zijn licht eens opsteken en willen horen en zien, wat ze over hem te vertellen hadden. Hij zou zien hoe zij brood en wijn lieten rondgaan, hij zou horen welke liederen zij over hem zongen en hij zou zich moeten oriënteren op het gebied van de naamgevingen van allerlei groepen, die variëren van protestants tot remonstrants, van doopsgezind tot baptist, rooms-katholiek en vrij-evangelisch, nieuw bleek de empowerment-church en overal hadden zij het steeds over Hem, over zijn woorden en werken, zijn dood en opstanding, zijn betekenis en impact.

Wat zou Jezus doen? Wat zou hij zeggen? Ik moet ineens denken aan Paulus, die in Athene het evangelie wilde verkondigen, dat hij versteld stond over de veelheid van beelden en goden in die stad en hoe diep-religieus die mensen wel moesten zijn, maar hij bemerkte al gauw dat men geen oren had naar zijn verhaal over Jezus en de opstanding. Zo zou Jezus zich ook wel eens kunnen verbazen over de veelheid van kerken en samenkomsten en ik denk, dat hij bij iedere kerk wel een notitie zou achterlaten.

Wat hij over die andere kerken zou zeggen gaat ons niet aan. Maar wat zou hij over ons zeggen?

Hij sprak met wijsheid in de synagoge. Iedereen onder de indruk. Waar haalt hij het vandaan? Zo’n begaafde spreker horen we niet vaak hier. Geweldig!

Maar even later zeggen ze: O, die man kennen we wel. Hij komt hier oorspronkelijk vandaan. Zij vader en moeder wonen hier om de hoek, dat klussenbedrijf is wel bekend hier “Jozef & Zoon” heet het. En zijn moeder Maria en dat hele gezin, waar hij uit komt, we kennen ze allemaal, bij naam en toenaam. Een heel gewoon arbeidersgezin, niks bijzonders.

Zo wordt er over hem gepraat. Zij geloven niet, dat Hij de messias kan zijn. Zij geloven niet, dat Hij de door God gezondene is om het Koninkrijk Gods te verkondigen en nabij te brengen. Zij geloven niet, dat Hij hun leven kan veranderen en toekomst kan geven. Zij geloven niet, dat Hij de wereld kan veranderen en dat zijn verhaal mensen en culturen zal omvormen tot ver in de 21e eeuw na Christus. Ja, dat een jaartelling naar Hem genoemd zal gaan worden: zij hebben er geen notie van.

Zij namen aanstoot aan hem. Zij struikelden over hem. Hij was een steen des aanstoots, omdat hij niet voldeed aan hun verwachtingen en idealen. Hij was te gewoon om de messias te kunnen zijn. Hij was te gewoon om zoon van God te mogen heten. Daarom moest hij ook uiteindelijk uit de weg geruimd worden, zoals je een steen weggooit, die jou de weg verspert. Dan kun je tenminste weer verder lopen, zonder hindernissen en obstakels. Zo werd er over hem gedacht, nadat hij in de synagoge gepreekt had.

De vraag is nu, of wij hem ook zo zien. Of haasten wij ons nu om te zeggen: nee, wij zien hem anders. Wij hebben hem hoog zitten en kom niet aan Jezus, want dan krijg je met ons aan de stok. Wij volgen hem op de voet en bij al onze beraadslagingen vragen wij ons af: wat zou Jezus doen? Really?

Wel, als Jezus dan zo populair is onder ons, waarom is er dan zoveel verdeeldheid en onenigheid over van alles en nog wat? Als wij dan zo heilig geloven in Jezus, waarom maken we ons dan zo druk over materiële dingen? Is dat in navolging van hem, die geen steen had om zijn hoofd op neer te leggen?

Waarom zijn we er als de kippen bij om iemand te oordelen of te veroordelen, terwijl Hij zich onthield van een oordeel en gezegd heeft: oordeelt niet, opdat je niet zelf geoordeeld wordt. Met de maat waarmee je zelf meet zul je ook gemeten worden.

Zal Jezus, als hij komt, - zie, hier ben Ik - zich verbazen over ons ongeloof of zal hij zich verheugen over ons geloof?

Zit er een schoen bij, die u past? Trek hem gerust aan!

 

 

zondag, 01 juli 2018 11:31

Meiske, wees opgewekt!

Geschreven door

Preek gehouden op zondag 1 juli 2018 in de Grote of Mariakerk in een viering van Schrift en Tafel n.a.v. Markus 5: 22 e.v.

 

Meiske, wees opgewekt!

 

De evangelist Markus doet niet(s) liever dan Jezus (te) portretteren als een weldoener. De mensen drommen om hem heen en iedereen wil iets van hem. Vanmorgen staat ineens de baas van de synagoge voor hem, helemaal overstuur, want zijn dochtertje is terminaal. “Leg haar de handen op, a.u.b. Misschien knapt ze er van op. Het zal haar hoe dan ook goed doen!”

Ik weet uit eigen ervaring, hoe bijzonder het is, wanneer ik mensen, die op sterven liggen, de handen opleg en de zegen geef. Een veelbetekenend ritueel vergezeld met krachtige woorden, zodat deze mens in vrede mag heengaan.

Maar dan is er ineens vertraging en oponthoud. Er is iemand anders, die aandacht vraagt, niet heel nadrukkelijk en opvallend, maar eerder sneaky en stiekem. Een vrouw, zo bescheiden en ook zo bang, dat ze Jezus niet durft aan te spreken, maar volstaat met de zoom van zijn mantel aan te raken. Dat moet voldoende zijn, denkt zij.

In onze ogen heeft zij misschien een magisch geloof, dat ons wellicht wat primitief voorkomt, maar ook in onze tijd komen we dat in vele vormen nog tegen. Waarom hebben mensen veel geld over voor een shirt van een topvoetballer, om maar wat te noemen?

En het is al even magisch gedacht, wanneer Markus opmerkt, dat er kracht van Jezus uitging: er lijkt een soort magnetisch veld te ontstaan tussen Jezus en deze vrouw, die al 12 jaar leed aan bloedingen. Zij was al bij alle dokters langs geweest en het had haar een vermogen gekost, maar niemand kon haar kwaal verhelpen. Ten einde raad dan maar zich tot Jezus gewend en zich aan hem overgegeven – misschien is hem fysiek aanraken al genoeg. Dat vereiste meer moed en geloof dan we zouden denken. Door haar kwaal behoorde zij eigenlijk tot de onreinen, de on-aanraakbaren, stond zij buiten de maatschappij. Zij was een outcast – maar door zich naar Jezus te begeven liet zij zich niet ‘uitwerpen’ en Jezus verwierp haar evenmin! “Je geloof heeft je gered. Ga heen in vrede en wees genezen van je kwaal”.

Terwijl dit oponthoud plaats vindt voltrekt zich het drama in het huis van de baas van de synagoge. Het meisje is intussen overleden. Jezus hoeft niet meer te komen, want nu is het te laat. Te laat?

Jezus doorbreekt de muren van de tijd en laat tijd en eeuwigheid in een groots continuüm samenvloeien. In zijn tijdsopvatting en beleving bestaat geen ‘te laat’, want ieder heden is gevuld met de presentie van God, verbeeld door en belichaamd in zijn eigen aanwezigheid.

Als de Opstanding en het Leven treedt hij op het meisje toe – eerst iedereen naar buiten, die lacht om deze interpretatie van de werkelijkheid, geen pottenkijkers en weeklagers wil hij er bij hebben, geen op sensatie beluste toeschouwers wil hij zien, maar met enkele intimi – de ouders en drie van zijn leerlingen – achter gesloten deuren wekt hij het meisje op tot leven.

Jezus geeft leven aan de vrouw, die geen leven had. Haar leven was een verloren leven, een onvruchtbaar leven, een eenzaam leven, dat geen leven mocht heten.

Het meisje, de dochter van…, had ook geen leven. Zij werd altijd klein gehouden en ze mocht niks, want haar vader was de baas en werd afgerekend op iedere misstap van zijn kind. Zij leefde in een verstikkend milieu en kon niet worden wie zij was.

“Want zij was 12 jaar”, voegt Markus tenslotte laconiek toe. Alsof dat een reden was om haar op te wekken. Ja, toch wel, want dat is de leeftijd, dat een meisje in Israël volwassen wordt, zowel in maatschappelijk als in religieus opzicht word je op die leeftijd zelfstandig. Een meisje wordt een vrouw.

Jezus geeft haar leven, niet alleen fysiek, maar vooral inhoudelijk. Voortaan zullen beide vrouwen leven, d.w.z. niet meer geleefd worden, maar zelfstandig en vrij leven.

Ook nu nog komt Jezus bevrijdend en heel-makend op ons toe en wil hij ons losmaken van alles wat ons kleineert, onderdrukt en misvormt.

Het meisje, zo lezen we tenslotte, begon te eten en rond te lopen. Gewoon de meest alledaagse en noodzakelijke dingen te doen. Straks doen wij precies hetzelfde en terwijl wij het brood ontvangen en de wijn proeven en rondgaan door de kerkruimte zullen we denken aan dat meisje. Zoals zíj het leven kreeg zo ontvangen wíj het evenzo!

zondag, 27 mei 2018 10:48

De 'meaning' van de Triniteit

Geschreven door

Preek gehouden op zondag Trinitatis (27 mei 2018) in de Oude Kerk n.a.v. Handelingen 2 (slot)

 

De ‘meaning’ van de Triniteit

uitlopend op een gebed van Jürgen Moltmann

 

Gisteren was ik bij de kapper – dat kunt u wel zien, denk ik – en dan gaat het altijd over van alles en nog wat: over de kinderen, de vakantie, het weer, Meppel en de krant. Maar gisteren kwam ons gesprek ineens op de Heilige Drie-eenheid, omdat ik vertelde, dat ik morgen in de kerkdienst daarbij zou stilstaan. De zondag na Pinksteren is zondag Trinitatis, een oude kerk-Latijnse benaming voor de Drie-eenheid. Ik was benieuwd of dat leerstuk van de kerk – om het zo maar even te noemen – ook nog enige bekendheid had en welke betekenis dat zou kunnen hebben.

Zoals dat vaak gaat, wanneer het gesprek – met wie ook – over het geloof gaat, dan waait het alle kanten uit. Zo ook gisteren bij de kapper. Het woord ‘eenheid’ was blijven hangen en die was ver te zoeken, vond de kapper, terwijl hij mijn oor stevig beetpakte. En ik moest hem daarin gelijk geven. Het sprongetje naar het voetbal in Meppel was ook gauw gemaakt: verschillende clubs, die elkaar bevechten en niet bij elkaar op het veld willen komen. Dat gaf een treurig beeld van een samenleving, die zo verdeeld is, zelfs rondom een spelletje voetbal.

Maar zo vertolkte de kapper de mening van veel andere mensen: op het gebied van het geloof was dat nog een graadje erger en heviger. Dat gelovigen elkaar naar het leven staan, vroeger en nu, en dat het daarom ook geen wonder is, dat mensen afstand nemen van religie, want het is in feite altijd ‘moord en doodslag’ wat de klok slaat.

Of het idee van de Drie-eenheid ons hierbij nog wat verder kon helpen misschien? Op het eerste gezicht niet, eigenlijk. Wat moet je met zo’n oud stoffig en onbegrijpelijk dogma als de Drie-eenheid in een discussie over geloof en geweld, religie en oorlog?

We herinnerden ons ineens beiden de ‘royal wedding’ van vorige week zaterdag, toen Harry en Meghan in die prachtige kerk elkaar het Ja-woord gaven. En hoe mooi de bruid was en hoe bijzonder de tranen van de moeder van de bruid waren en hoe verrassend en blij-makend de preek van die Amerikaanse bisschop was en, zo voegde ik er aan toe: heb je ook gemerkt hoe vaak in het officiële gedeelte de Naam van de Drie-enige God werd genoemd? Telkens klonk als een soort bezwerend slotfrase: …in the Name of the Father, the Son and the Holy Spirit. Het had iets mechanisch en cliché-matigs, er zat geen leven of dynamiek in. Het klonk mij in de oren als een vaste formule, waar niemand enig waarde aan hechtte, maar die anderzijds ook niet gemist kon worden. Als een oud restant werd het toegevoegd, onmisbaar blijkbaar, maar vraag niet waarom.

Geloof je in de Drie-eenheid? Als zo’n vraag op je afkomt kun je met Ja antwoorden en verder overgaan tot de orde van de dag. Als je Nee zegt, kan iemand zeggen: hé, waarom niet? Ben je soms een Unitariër? Dat klinkt als een deftig hondenras, maar het betekent gewoon, dat je gelooft, dat God één en enkelvoudig is. Er is één God en God is één.

De Drie-eenheid, zo zegt men dan, is een ongelukkig misverstand en het druist in tegen alles wat wij redelijk en begrijpelijk achten. Eén en toch Drie of Drie en toch Eén, daar staat ons verstand bij stil. Dus, wij doen er niks mee.

Maar is het mogelijk iets te zeggen over de zin en betekenis van het dogma van de Drie-eenheid – dogma klinkt misschien wel wat zwaar en onwrikbaar en het is ongetwijfeld beter om de Drie-eenheid te bezingen dan erover te redeneren – en zou dit ‘leerstuk’ ook nog de problematiek waar de kapper en ik het over hadden, kunnen verhelderen? Ik wil het proberen…

Als we het over God hebben denken wij meteen te weten over wie wij het hebben. God is almachtig, alwetend, albesturend, ongenaakbaar, ver weg, soms ziet hij eruit als een vriendelijke man met een baard op een wolk. Een patriarchale God, die de wereld gemaakt heeft en zijn hand heeft in alles wat er gebeurt. Deze God kom je tegen bij de Grieken, de Romeinen, de Germanen en ook bij het oude Israël. In het Oude Testament vertoont God inderdaad ook soms deze trekken. Grimmige gelaatstrekken.

Dit is de God, die gewapende verdedigers heeft. Fanatici, die te vuur en te zwaard in naam van God of Allah mensen onderwerpen, zoals zijzelf onderworpen zijn aan die hoge God.

Wat wil nu de leer van de Drie-eenheid ons bijbrengen? Wel, dat wij over God met drie woorden moeten spreken. O ja, wij mogen God zeker als de bron en oergrond van alles beschouwen, de Schepper van hemel en aarde en er is niets mis mee om Hem als Vader aan te roepen – of als Moeder – maar pas op voor tirannieke en onverdraagzame en autoritaire trekken in Hem.

Want het is zo ontzettend belangrijk om nu te zien, hoe de kerk dat beeld van God heeft bijgesteld aan de hand van de Persoon van Jezus. Zó zelfs, dat zij hem hebben opgenomen in het beeld van God zelf. Wil je weten wie God is, ga dan niet lopen fantaseren en alles tot in het oneindige uitvergroten, maar richt je blik en aandacht op Jezus! Veel gelovigen hebben er moeite mee om Jezus als God te belijden, maar het is wellicht ook beter om het om te draaien en te zeggen: God is als Jezus. In Jezus zien wij het aangezicht en het hart van God: menselijk en barmhartig, niet veroordelend en hoopgevend, liefdevol en tot het uiterste begaan met alle mensen.

En dan vierden wij vorige week het feest van de Heilige Geest. Dan wordt het helemaal vaag en wazig, vinden veel mensen. Maar het gekke is, dat het met de Geest juist concreter wordt en dichter bij onszelf en de wereld. Want het verhaal van Jezus als beeld van God zou je nog kunnen beschouwen als iets van toen en daar – wat heb ik daar nú aan, in deze tijd, in mijn leven? Nou, de Geest is uitgestort op ‘alle vlees’, d.w.z. op alle mensen en schepselen en hebben zo deel gekregen aan God. En zo kan God in de Geest aanwezig zijn in alle tijden en in alle mensen.

En je merkt het als mensen geïnspireerd raken door de Geest: zij worden creatief en hoopvol; ze leggen zich niet bij de status quo neer, maar zijn altijd op zoek naar nieuwe kansen en mogelijkheden. Zij zijn meer met de toekomst bezig dan met het verleden. Zij hebben oog voor elkaar en delen alles wat ze hebben met elkaar. Niemand zegt: hé, afblijven, dat is van mij! Maar ze zeggen: laten we alles samen eerlijk delen en niemand hoeft tekort te komen.

Laten we ons brood delen en laten wij bij elkaar aan huis de maaltijd vieren. Zo deed de eerste gemeente dat en op vele andere manieren is die manier van samenleven vorm gegeven en voortgezet.

Er wordt geen blauwdruk gegeven van ‘zo moet het’, maar eerder een voorbeeld van ‘zo kan het’. Maar in een andere tijd en situatie misschien weer anders. Maar altijd vol hoop en goede moed, dat het anders kan.

Dat is de drijvende kracht van de Geest en zo wordt het aangezicht van de aarde vernieuwd. De Geest is één en al beweging en dynamiek.

De gedachte van de Drie-eenheid is dus zo gek nog niet, want het laat Gods aanwezigheid in de wereld en in ons leven zien als een cascade, een in stappen en kringen naar beneden stromend water, uitgaande van de Vader, door de Zoon, in de Heilige Geest, in ons, in de wereld.

 

Dankgebed van Jürgen Moltmann uit “The Source of Life. The Holy Spirit and the Theology of Life”

 

“God, schepper van hemel en aarde, het wordt hoog tijd dat U komt, want onze tijd raakt op en de wereld loopt op haar laatste benen. U hebt ons het leven gegeven om met elkaar in vrede te leven, maar wij hebben de vrede verkwanseld door in onmin met elkaar te leven. U hebt uw schepping in harmonie en in evenwicht tot stand gebracht, maar wij wilden vooruitgang en vernietigen daarmee onszelf.

Kom, Schepper van alles, vernieuw het gelaat van de aarde!

Kom, Heer Jezus, kom als onze broeder op ons toe. U bent gekomen om te zoeken wat verloren was. U bent naar ons toegekomen en U hebt ons gevonden. Neem ons met U mee op uw weg. Wij hopen op uw Koninkrijk, zoals wij ook hopen op vrede. Kom, Heer Jezus, kom spoedig.

Kom, Levensgeest, overstroom ons met uw licht en doordring ons met uw liefde. Maak onze kracht in ons wakker door uw energie en laat ons er volkomen zijn in uw aanwezigheid. Kom, Heilige Geest!

God, Vader, Zoon en H. Geest, drie-enige God, verenig uw uiteengescheurde en verdeelde wereld met Uzelf en laat ons allen één zijn in U, één met uw ganse schepping, die U prijst en verheerlijkt en in U volkomen gelukkig is”.

 

 

dinsdag, 22 mei 2018 14:41

Goochelen met (eindtijd-)data

Geschreven door

De VS-ambassade in Jeruzalem:

hoe een Amerikaanse ambassade de wederkomst bespoedigt of goochelen met de eindtijd

 

De verhuizing van de Amerikaanse ambassade van Tel Aviv naar Jeruzalem wordt door veel christenen (m.n. in de VS) gezien als een belangrijke stap in de goede richting. In de richting namelijk van de ‘wederkomst van Christus’. Op basis van verschillende Bijbelpassages en m.n. uit de profetieën kan men immers weten, dat Hij zal terugkeren op de Olijfberg, wanneer Jeruzalem de hoofdstad van Israël zal zijn en dit alles onder toeziend en instemmend oog van de Verenigde Staten. Men kan slechts tot deze geforceerde voorstelling van zaken komen, wanneer men de Bijbel laat buikspreken en de teksten, die men relevant acht, naar eigen hand en gedachten zet.

“Dit zijn schokkende beelden”, zo laat het Journaal ons bij voorbaat wel eens weten, wanneer beelden van aanslagen en verwoestingen worden getoond. Wat ik vandaag (22 mei 2018) in Trouw las over “Het einde der tijden: conservatieve christenen in Nederland zijn vaak in hun sas met Donald Trump. Zijn steun aan Israël bevordert namelijk de wederkomst van Christus” vond ik al even schokkend, zij het in een andere zin. Schokkend, omdat bijbelse eschatologische en mythische beelden over het Koninkrijk van God als piketpaaltjes worden ingeslagen, die bepaalde politieke gebeurtenissen moeten verhelderen en die ook zelfs beslissingen uitlokken, zoals nu onlangs de verhuizing van de Amerikaanse ambassade naar Jeruzalem.

Schokkend, omdat zo van de Bijbel een spoorboekje gemaakt wordt, dat precies aangeeft op welk station wij ons bevinden en hoeveel wij er nog te gaan hebben, alvorens het eindstation bereikt wordt. Dat Donald Trump daarbij een beslissende rol zou spelen, als ‘seinenman’ of conducteur, is al even schokkend als stuitend.

Schokkend, omdat de Bijbel – of zelf gekozen fragmenten daaruit – voor een kar(retje) wordt gespannen, waar zij helemaal niet voor wil en kan lopen. Je raakt het spoor volledig bijster, als je losse bijbelwoorden uit zijn context haalt en laat paraderen voor je zegekar van de eindtijd-ideologie. Al heeft Jezus duizendmaal gezegd, dat van die ‘ure’ niemand weet noch kan weten, men lapt het aan zijn (cowboy-)laars en als een enthousiaste puzzelaar legt men de stukjes één voor één op de wereldkaart en het voldoet al aardig aan de eigen verwachtingen en bedoelingen. Dat heet dan ‘het bijbelse plaatje’, maar het is vooral het eigen plaatje, dat men heeft uitgetekend en dat al behoorlijk begint te ‘lijken’. Geen wonder, want zo gaat dat meestal met ‘selfies’.

Het is vooral ook schokkend, omdat het zo dwaas is. Net zo dwaas, als wanneer je vanuit de verhalen van die andere Donald (of die andere Duck, zo je wilt) zou menen te kunnen bepalen, waar ‘Verwegistan’ ligt en wanneer je denkt het oer-dubbeltje van Dagobert ergens te kunnen vinden.

Bovendien – en tenslotte – is het einde der tijden niet aangebroken (“Het zal geschieden in het laatst der dagen”, zei Joël toch?), toen op de eerste Pinksterdag de Geest werd uitgestort ‘op alle vlees’? Is Jezus niet tot ons (terug)gekomen in de Geest en inspireert en vervult Hij ons zo niet dagelijks met zijn kracht en wijsheid en wordt zo de wereld niet stukje bij beetje ‘a better place’?

De bijdragen van Trump en Netanjahoe daaraan vind ik vooralsnog tamelijk dubieus.

 

 

zondag, 06 mei 2018 13:43

Venster op een nieuwe wereld

Geschreven door

Preek gehouden in de Grote of Mariakerk op de 6e zondag van Pasen (Rogate = Vraagt) 6 mei 2018 n.a.v. Genesis 8: 1-14

 

Venster op een nieuwe wereld

 

Als de wereld overspoeld wordt door chaos en wegzinkt in barbarij en een mensenleven niet meer in tel is dan duurt het nog een Godganse tijd voordat de wereld weer bewoonbaar is en de menselijke maat hervonden wordt.

Dat vang ik op uit het verhaal, dat wij vanmorgen horen: het slotakkoord van het zondvloedverhaal, waarvan wij vorige week de opmaat vernamen.

De vraag is niet of het allemaal precies zo gebeurd is. Je zou hooguit kunnen zeggen, dat de vele zondvloedverhalen, die er bestaan, uitdrukkingen zijn van een collectief geheugen aan een dramatische gebeurtenis. Maar het kan evengoed een vertolking zijn van een collectieve angst: de angst voor het niets, voor de totale ondergang, de angst voor de dood.

De wereld en de gebeurtenissen in de wereld kunnen op ons een indruk maken van een woeste, ontembare watermassa, waarin we dreigen te verdrinken. Het volk van de Joden, dat deze verhalen heeft opgetekend, heeft zichzelf zo ervaren in tijden van ballingschap en vervolging. Zowel in de Oudheid als in de meer recente geschiedenis heeft dit volk zich bedreigd gevoeld en is het zelfs aan de rand van de ondergang gebracht. De actualiteit van het verhaal van de zondvloed was voor hen vaak voelbaar en dreigend aanwezig.

Juist gisteren en op 4 mei stonden wij stil bij de ervaringen van oorlog, verwoesting, vervolging en barbarij en hoe de mensheid daaronder leed en er aan onder door dreigde te gaan. Maar dat er te midden van die duisternis plekken van licht waren, oorden van veiligheid en bewaring, dat er vensters opengingen, die uitzicht gaven op een nieuwe toekomst. Zo kon het verhaal van de zondvloed fungeren als een vertelling van hoop!

En ook nu worden wij geconfronteerd met ontwikkelingen, die de wereldvrede bedreigen of die een gevaar vormen voor ons leefklimaat: ik hoef alle brandhaarden en ecologische problemen niet op te sommen. Iedereen weet ervan en we hebben er allemaal mee te maken.

Ook al lijken die problemen en dreigingen ver van ons bed zich voor te doen, toch zijn we er ook als individu bij betrokken en levert ook ons persoonlijke gedrag een bijdrage aan het grotere geheel.

Noach wilde graag weten of er al land in zicht was. Hij wilde graag weten of hij nu eindelijk eens van boord kon gaan. Hij wilde weten of er een nieuwe toekomst mogelijk was, een nieuwe aarde met nieuwe mogelijkheden en kansen.

Dat is precies wat wij ons ook telkens afvragen. Is er nog een menselijk samenleven mogelijk na de verschrikkingen van de 2e WO? En na vele andere oorlogen sindsdien? Zijn de bedreigingen voor het milieu zo ingrijpend, dat we nog mogelijkheden zien om het tij te keren of zal de wal het schip keren?

Goddank zit er een venster in de ark: er is altijd uitzicht op de blauwe lucht of de indrukwekkende sterrenhemel. En Goddank is er telkens weer die zevende dag. Ja, dat is wel een opvallend detail, dat Noach om de zeven dagen een vogel laat vliegen. Natuurlijk is dat een verwijzing naar de 7e dag van de rust, de dag van samenkomen rond het Woord en de dag van bevrijding en opstanding.

Bij het te lijf gaan van alle problemen, die ons omringen, wist ook Noach natuurlijk, dat het handig was als je tenminste tot tien kon tellen, - knappe koppen zijn onmisbaar om de toekomst vorm te geven - maar tot zeven tellen is minstens zo belangrijk. Je bewust zijn van het ritme van de tijd, de menselijke maat van de tijd, de tijd nemen voor rust en bezinning, het leren geduld te oefenen en te letten op de kleine en grote tekenen van de tijd. Weten ook, dat deze werkelijkheid schepping van God is, geschenk uit zijn hand!

De raaf, die als eerste werd losgelaten, is een aaseter en weet zichzelf wel te redden in de chaos en in onstuimige tijden. Hij vliegt van hot naar her om te ontdekken waar hij zich mee te goed kan doen. Een overlever, een wat egocentrische overlever, vind ik. Het type, dat zich weet te verrijken ten koste van anderen, juist in chaotische tijden.

De duif is uit ander hout gesneden – de houtduif zeker – hij is een boodschapper, zij kijkt rond of zij van dienst kan zijn. Hij vliegt om te kijken of hij een nest kan bouwen. Zij denkt aan de toekomst. Hij is een vogel van de hoop en zij is symbool geworden voor de vrede.

Met een groen olijftakje in de snavel komt hij tenslotte bij Noach terug. Nu is er niet alleen land in zicht, maar ook krijgt de aarde weer kleur en fleur. Zoals de lente aanbreekt na een lange donkere winter, zo laat de aarde zich weer zien na een periode van overstroming en duisternis.

Een glimp van de zon, een groene twijg in de winter – zo is het Koninkrijk Gods. Kleine aanwijzingen, vingerwijzingen…kijk, zie je dit? Het is maar een klein takje van een olijfboom, maar weet je wat dit betekent? Straks hebben we weer olie voor in de kandelaars, licht in de duisternis. En we hebben weer olie om onze broden en koeken in te bakken…en we hebben weer geurige olie om onze huid te laten glanzen en er blij en aantrekkelijk uit te zien…en we hebben olie om onze koningen en priesters mee te zalven, zodat alles kan heenwijzen naar de komst van de Gezalfde, de Christus, die gekomen is en Die komt.

Wij worden aangespoord om te letten op die groene takjes, die een nieuwe toekomst aankondigen. Ook zullen we de groene takjes van vroeger blijven gedenken, die ons licht en hoop hebben gegeven, toen Europa en Nederland een puinhoop waren geworden, dat er toen nieuwe samenwerkingsverbanden ontstonden en dat de naties zich verenigden en bijeenkwamen in een zaal, - en dat nog steeds doen - waar een groene olijftak is afgebeeld.

Ook nu zullen we de groene takjes niet veronachtzamen of kleineren, want het zijn vingerwijzingen van God, die ons een nieuwe toekomst wil geven.

 

 


 [CH1]

 [CH2]

zondag, 29 april 2018 13:13

Opnieuw beginnen

Geschreven door

Preek gehouden op de 5e zondag van Pasen (Cantate=Zingt) 29 april 2018 in de Oude Kerk te Meppel n.a.v. Genesis 6: 5-22

 

Opnieuw beginnen

 

Als we de oerverhalen van Genesis lezen dan begin je natuurlijk allereerst aan de oertijd te denken. Maar als we dat gedaan hebben dan kunnen de boeken van de archeologie, paleontologie en geologie weer dicht, want hier (in het schip van de kerk) beginnen we in te zien, dat het oerverhalen zijn, die iets wezenlijks over iedere tijd onthullen. Het gaat niet zozeer om een eenmalig gebeuren in een ver verleden, maar om een doorlichting van onze eigen werkelijkheid, om de actualiteit van vandaag!

Er wordt iets wezenlijks over de mensheid gezegd, namelijk dat zij gevaar loopt om het leven op aarde onmogelijk te maken. Mensen ontwikkelen zich tot krachtpatsers en alles-kunners, zij ontwikkelen techniek en ze maken instrumenten en wapens, om het leven te vergemakkelijken, om voedsel en huizen te hebben, maar ook wapens en motoren om zich te beveiligen en afstanden te overbruggen. Kortom, de mens is of wordt een cultureel wezen en hoe goed bedoeld ook, uiteindelijk loopt het uit op een fiasco, zo vertelt Genesis.

De wereld loopt over van overmoed en de problemen stapelen zich op en er is geen redden meer aan. Klimaatverandering, wapenwedloop, kernwapens, smeltende ijskappen – wij brengen met elkaar het leven op de aarde in gevaar en als we zo doorgaan komen we om in onze eigen vervuiling en wordt frisse lucht schaars. Wie dan nog ‘na ons de zondvloed’ roept roept inderdaad over zich af, waarvoor hij vreest of voor wegloopt.

Zo was de schepping niet bedoeld. Het moet anders. Het roer moet om. Hoe zou het worden, als we nog eens helemaal overnieuw konden beginnen?

Dan komt het verhaal van Noach, de ark en de dieren om de hoek kijken. Als een vingerwijzing naar een nieuw begin. Plan B, maar zonder uit te wijken naar een andere planeet. Nee, hier en nu opnieuw beginnen.

De oude wereld gaat voorbij en de nieuwe is in aantocht! In alle tijden zien we daar fragmenten van: van zondvloedgebeurtenissen en van ark-fragmenten: tijden van oorlog en depressie kun je ook als een zondvloed(en) typeren: niets is zeker, alles wankelt en je bent je leven niet zeker. Maar er is ook altijd de ark van nieuwe hoop, leven en toekomst. In alle tijden zijn daar voorbeelden van en ook in ons eigen leven doet zich dat herhaaldelijk voor.

Er zit nog een verdieping in het zondvloedverhaal en daar wijst de apostel Petrus ons op: hij maakt een vreugdesprong naar de Doop en hij zegt: zo is het nu ook met de Doop: de oude mens gaat kopje onder en de nieuwe staat op – het doopvont als een miniatuur zondvloed, maar ook meteen de meest eigenlijke en echte (zondvloed), want daar gaat het telkens weer om, dat we beseffen, dat we van het oude leven zijn overgegaan naar het nieuwe. Ook al trekt het oude ons nog vaak aan of trekt het aan ons als verleiding of als gewoonte – we hebben de blik voortaan anders gericht: naar voren, naar boven, toekomstgericht, want in principe zijn we aan een nieuw leven begonnen. En zo is het dus bovenal een Paasverhaal!

O ja, dat is ook vaak nog een vraag: en al die mensen dan, die toen leefden- ja, al die mensen, die vóór Christus leefden, vallen die nu letterlijk allemaal buiten de boot?

Daar gaat Petrus ook op in, als hij in H3 van zijn 1e brief schrijft:

Dat Hij (Christus) aan de geesten in de gevangenis gepredikt heeft,

 

 20 

namelijk aan hen die voorheen ongehoorzaam waren,  toen God in Zijn geduld nog eenmaal wachtte in de dagen van Noach, terwijl de ark gebouwd werd, waarin weinige – dat is acht – mensen  behouden werden door het water heen.

 

 21 

Het tegenbeeld daarvan, de doop, behoudt nu ook ons.  door de opstanding van Jezus Christus,

 

 22 

Die aan de rechterhand van God is, opgevaren naar de hemel, terwijl de engelen, machten en krachten Hem onderworpen zijn.

 

Die vraag komt ook wel eens op ons af, dat mensen zeggen: hoeveel mensen hebben nooit het evangelie gehoord, nu niet en alle eeuwen door niet...zullen die mensen verloren zijn, zoals de mensen van de zondvloed?

En dan trekt Petrus zijn meest universele en kosmische registers open en verkondigt, dat de Opgestane zichzelf vertoond heeft aan de geesten in de gevangenis, d.w.z. aan alle doden van de vorige generaties en van voor de vloed en dat zij worden bevrijd van hun onwetendheid, van hun gebonden-zijn aan de dood en het kwaad en Jezus zegt: Sta op uit de doden en de Christus zal over u lichten...kom met Mij mee, achter Mij aan en dans met Mij naar het licht en zij kwamen en komen achter Hem aan, ja als een Magneet trok Hij hen aan en met zich mee en zo dansen zij in het licht van Gods vriendelijk aangezicht.

Is het christelijk geloof een bekrompen en bangmakend geloof? Wel, misschien is het er wel van gemaakt, maar als we Genesis en Petrus een beetje goed hebben begrepen, dan ken ik geen blij-makender en universeler geloof dan dit.

Ik eindig met een gedicht van Jacobus Revius, de bekende (?) dichter uit de 17e eeuw, die ook ‘’t En zyn de Joden niet’ (gelezen in de Goede Vrijdagdienst) gemaakt heeft. Het is een mono-sylabisch gedicht, d.w.z. ieder woord bestaat uit slechts één lettergreep, zoals boom, vis, vuur. Ik ken dit gedicht vanuit mijn jeugd, omdat mijn vader het van tijd tot tijd graag voorlas. Hier komt het:

 

“Hoog en lang,
Diep van gang,
Breed en stark
Was de Ark:
Daar in klam
Sem en Cham,
Met zijn Broer,
Vaêr en Moer,
En nog drie
Wijfs daar bie.
Al het vee
Had daar stee,
Hert en Hind',
Brak en Wind',
Peerd en Os,
Haas en Vos,
Beer en Leeuw,
Roek en Spreeuw,
Los en Das
Hier ook was.
Uil en Aap,
Bok en Schaap,
Ooi en Ram
Daar in klam.
Hen en Haan,
Specht en Kraan,
Duif en Pauw,
Meerl en Kauw,
Mus en Vink
Daar in gink.
Raaf en Gier
Vond men hier.
Kraai en Snip
Sprong in 't schip.
Valk en Struis
Lag daar t'huis.
Draak en Slang
Men hier dwang.
Hond en Kat,
Muis en Rat,
Kwaad en goed,
Fel en zoet, 
Groot en klein,
Vuil en rein;
Al wat vloog
In het droog,
Al wat kroop,
Of zijn loop
Had op 't land
Kwam ter hand.
Wat men niet
In en liet
Mens en Beest
Gaf de geest
In de grond, 
Om de zond',
Die het al
Bracht ten val.
Paar en paar
Steeg daar naar
Weer van boord,
Na Gods woord,
Die liet af
Van zijn straf.

Hem, de Heer,
Zij de eer”.

zondag, 08 april 2018 15:45

(On)gelovige Thomassen

Geschreven door

Preek gehouden in de Grote of Mariakerk op de 2e zondag van Pasen (Quasi modo geniti – als pasgeboren kinderen) 8 april 2018 n.a.v Johannes 20: 24-29.

In deze dienst werd Kyenta Oenema gedoopt.

 

(On)gelovige Thomassen

 

Ongelovige Thomassen kom ik in allerlei vormen en maten regelmatig tegen. De eerste, die ik elke dag zie, staat in mijn voortuin. Een klein beukenhaagje, dat zijn blad van de herfst nog vasthoudt, hoewel het al lente is en de nieuwe groene blaadjes zich al zichtbaar ontwikkelen. Deze beukenhaag gelooft niet, dat het lente is geworden. Hij denkt, dat het nog steeds herfst is. Hij houdt vast aan wat hij heeft en durft zich niet gewonnen te geven aan de nieuwe toekomst. Hij zit vol ongeloof, maar de lente zal uiteindelijk de doorslag geven en de herfstblaadjes zullen wegdwarrelen op de lentebries. Zo’n beukenhaag heet niet voor niets een ‘ongelovige Thomas’…

Dan kom je heel veel ongelovige Thomassen tegen in de politiek en in de wereld van de economie en de financiën, in de wereld van de energie en de duurzaamheid. Veel mensen geloven, dat het niet zo’n vaart zal lopen met de klimaatverandering of dat de wereldvrede bedreigd wordt. Zij wantrouwen de studies en de rapporten en halen hun schouders op. Na ons de zondvloed, denken ze dan en ze gaan over tot de orde van de dag en zetten hun leventje voort, zoals ze altijd deden.

Dat we op de drempel staan van een periode van enorme transities op de terreinen van economie, voedsel, transport, geldverkeer – dat geloven veel mensen niet. Zij denken, dat alles blijft, zoals het is, maar ik hoorde iemand onlangs zeggen, dat de veranderingen, die in de komende 20 jaar zullen voorkomen groter en ingrijpender zullen zijn dan die van de laatste 300 jaar bij elkaar. Thomassen geloven dat niet…

In de wereld van de kerk en het geloof komen ook heel veel Thomassen voor. Een jaar of 20 geleden werden zelfs aparte diensten voor en met hen georganiseerd, de zgn. Thomas Celebrations (of: - vieringen), die bedoeld waren om mensen, die het allemaal niet zo zeker meer wisten of wat waren afgedwaald van de kerk en haar rituelen een warm welkom te heten. Iedereen kon aanschuiven en als je je twijfels had dan kon je die gewoon uiten. Hier in Meppel hebben we ook zulke vieringen gehad en na verloop van tijd was het ook weer voorbij…, maar dat wil niet zeggen, dat er geen ongelovige Thomassen meer zijn, natuurlijk.

Dan liep ik jaren geleden elke dag een rondje met Thomas; zo heette onze hond. Hij kon eigenlijk niet anders dan een ‘ongelovige Thomas’ zijn, want al het menselijke was hem vreemd. Toch wist hij op den duur, wanneer het zondag was, want dan liet ik hem op een later tijdstip uit en wachtte hij geduldig tot zijn baasje zijn dienst had gedaan. Maar dit zondagsbesef had geen religieuze achtergrond, zodat ik hem, ondanks dat, toch een ‘ongelovige Thomas’ kon blijven noemen zonder dat hij zich daar overigens door beledigd voelde.

Zijn er nog meer ‘ongelovige Thomassen’? Nou, de man over wie het vanmorgen in het evangelie gaat, is toch in zekere zin een oude bekende, nietwaar? Het is iemand, die zekerheid wil hebben, die zich niet laat afschepen door mooie praatjes. ‘Hard evidence’, daar gaat het om. Je kunt toch niet alles zomaar voor zoete koek aannemen?

Ik wil ‘hard bewijs’, ik wil zeker weten, ik wil mijn vinger er achter krijgen, hoe het nu precies zit met die Jezus en zijn opstanding. Ik wil het kunnen verifiëren, zodat het helder en duidelijk is voor mij. Ik wil niet afgaan op loze praatjes en doorgegeven berichten.

Het is opvallend, dat Thomas zo vaak het woordje ‘ik’ gebruikt. Hij presenteert zich als de autonome, ‘self-centered’ mens, die zich buiten de kring van de leerlingen van Jezus heeft begeven – hij was er niet bij, die eerste keer: hij had zijn tijd verslapen of hij had er toch sowieso geen fiducie meer in – en nu, nu hij hun verhalen hoort, nu komt hij met zijn voorwaarden. OK, ik wil eventueel best geloven, maar alleen als ik Hem kan aanraken en voelen.

‘Ik’…ik bepaal, hoe en wanneer ik zal gaan geloven. Als aan al mijn voorwaarden is voldaan dan zal ik zeker ook gaan geloven.

Ik herken dat wel. Bij anderen, bij mijzelf. Hoe vaak hoor ik mensen niet zeggen, dat ze best zouden willen geloven, als God maar meer van zich liet horen of als de wereld niet zo’n puinhoop was of als wetenschappelijk was bewezen, dat de Bijbel historisch van a tot z klopt of als ik een stem in mijn hart hoorde, die zei, dat ik een kind van God ben of als ik plotseling van mijn ziekte zou genezen zijn of als ik zeker wist dat God bestond….ja, dan….

Thomas is niet een vreemde, verre figuur, maar hij zit in ieder van ons. Het aardige is, dat hij Thomas Didimus genoemd wordt. Dat kan ‘de twijfelaar’ betekenen, maar ook ‘tweeling’. Voortdurend op twee gedachten hinken. Zowel in ‘tweeling’ als in het woord ‘twijfel’ zit het woord ‘twee’ verstopt. Steeds maar afwegen, het ene of het andere, wat is waar, wat is niet waar, wat is zeker en wat niet?

Geloof is altijd vermengd met twijfel. Als je eerst wilt zien en dan geloven dan is het geen geloven meer, maar ‘aanschouwen’. De Hebreeënbrief-schrijver probeerde ‘geloof’ ook al onder woorden te brengen en hij schreef zoiets als, dat het geloof het bewijs is van de dingen die men niet ziet. In ‘geloven’ zit altijd iets van een ‘waagstuk’, een overgave, een ergens door gegrepen zijn en er niet van kunnen loskomen, op hoop van zegen. “Ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp”.

Thomas is mijn tweelingbroer. Hij lijkt sprekend op mij en ik op hem: twee druppels water.

Na acht dagen gaat geloof over in aanschouwen. Dan verschijnt de Heer aan Thomas en mag hij voelen en wordt zijn tasten een zeker weten. Ja, Hij is het, mijn Heer en mijn God!

De acht staat voor de eeuwigheid. Het is 7 + 1, d.w.z. de aardse tijd overtroffen.

In de wiskunde is ook niet voor niets de liggende 8 het symbool voor ‘oneindigheid’. En het doopvont heeft 8 zijden om precies datzelfde uit te drukken: hier gaat het om het eeuwige leven, een nieuw bestaan wordt ons geschonken uit de dood tot het leven! De twijfel en de onzekerheid voorbij, geloven dat is overgegaan in aanschouwen.

Geloven is zien wat je nog niet ziet. Het is uitgaan van wat nog moet komen. Het is je laten meeslepen door de lijdende en opgestane Heer, die zelfs in zijn verheerlijkte gedaante zijn wonden met zich meedraagt. Alles gaat voorbij, maar niets gaat verloren.

Geloven is de berg beklimmen, zoals Mozes, en de angst voorbij het visioen van het beloofde land proclameren en de zwarte mensen in Atlanta en Alabama inspireren en zeggen, zoals Martin Luther King deed, “I have a dream” (I have a dream that my four little children will one day live in a nation where they will not be judged by the color of their skin but by the content of their character.

I have a dream today). En hij werd neergeschoten, vijftig jaar geleden nu, maar zijn geloof en zijn droom zijn nog steeds springlevend. Dat heeft alles te maken met Pasen…al wie gelooft zal het zien en beleven!

zondag, 11 maart 2018 13:03

Méér dan genoeg!

Geschreven door

Preek gehouden op de 4e zondag van de Veertigdagentijd (Laetare=Verheugt u!/Klein Pasen) 11 maart 2018 in de Oude Kerk n.a.v. Jozua 4 en 5 (ged.) en Johannes 6 (1e gedeelte).

 

Méér dan genoeg!

 

Vorige week vierden wij samen het Heilig Avondmaal en vandaag horen wij het verhaal van de ‘wonderbare spijziging’, zoals er vroeger boven dit evangeliebericht werd geplaatst. We zouden het een soort ‘nabetrachting’ kunnen noemen, een nog eens overwegen wat e.e.a. nu betekent, voor onszelf, voor het leven van de gemeente, voor de wereld.

Zoals het ene brood uiteindelijk uitgedeeld wordt in allemaal stukjes, zo kunnen we dit verhaal in stukjes proberen tot ons te nemen, zonder hopelijk het grotere geheel uit het oog te verliezen.

Het lijkt erop, dat dit verhaal zo maar plotseling uit de lucht komt vallen, maar dat is toch gezichtsbedrog. Johannes is een knap theoloog en componist en hij kijkt altijd verder dan wat je op het eerste gezicht ziet. Zo begint hij heel argeloos te spreken over de overkant. En we hebben zojuist ook gelezen uit het boekje Jozua en daar was ook al sprake van de overkant. Daar gaat het over de intocht in het beloofde land en Johannes zinspeelt daar hier ook op door te spreken over de overkant. Het is de plek waar we nog niet zijn. Het is de wereld waar we naar verlangen, op hopen, maar die nog niet gerealiseerd is. Het gaat om een utopie of het Koninkrijk Gods, dat komt. Het is de plek van de grazige weiden – in allerlei beelden wordt daarover gesproken en gedroomd.

Jezus heeft het er ook over en Hij gaat ons voor en Hij laat zien, hoe het daar toegaat. Dat is het eerste stukje: ‘aan de overkant’.

Het tweede stukje gaat over het menselijk tekort. En de menselijke mogelijkheden en onmogelijkheden. Mensen hebben brood nodig. Er moet elke dag weer brood op de plank, want anders ga je er onderdoor. Maar voor miljoenen mensen is dat geen gesneden koek. Armoede en honger gaan hand in hand en kunnen wij er iets aan doen?

Is geld misschien de oplossing? We houden een collecte, openen een bankrekeningnummer en houden een ‘charity-show’ op TV. Maar is dat genoeg. Filippus heeft zo zijn twijfels daarbij: 200 denarie zou nog niet genoeg zijn, zo meent hij. Het is nooit genoeg. Je komt altijd tekort. Als je alleen maar rekenkundig tewerk gaat – sommen zijn gauw gemaakt, maar kloppen ze ook met de werkelijkheid? Het CBS doet niet anders dan berekeningen en prognoses maken op basis van getallen: de economische groei zal 5 % bedragen en dat is 3% meer dan vorig jaar (gefingeerde data). Maar wat merken wij ervan en hoe komen dit soort berekeningen tot stand en wat wordt er gemeten en geteld? Wordt de schade aan het milieu ook meegerekend, bijv.? Geven cijfers wel een juist beeld van de werkelijkheid of verdoezelen ze soms alleen maar de winst en het verlies.

Kwantiteit meten is een heel ander chapiter dan kwaliteit meten. Je kunt de welvaart van mensen in euro’s uitrekenen, maar hoe bereken je hun welzijn en welbevinden? Je kunt een prognose maken van het dalende aantal leden van de protestantse gemeente, maar zegt dat iets over de kwaliteit van haar zijn in de wereld, in ons land?

Wij zijn een keer op Sicilië op vakantie geweest en daar bezochten we een kerkdienst in Catania van de Waldenzen. Dat zijn vóór-reformatorische protestanten (zo zou je hen kunnen noemen). Een klein groepje van hooguit 50 mensen (in die stad), maar uit de informatie, die wij meekregen bleek, dat deze kleine gemeente enorm veel betekende voor de stad op het gebied van onderwijs, armenzorg en hulp aan vluchtelingen en zwervers.

200 denarie niet genoeg…wacht even – nu komt stukje 3 – daar loopt een jongen en die heeft 5 broden en 2 vissen. Dat is nog veel minder dan dat je met 200 denarie zou kunnen kopen! Maar Jezus kan met het weinige dat er is ‘wonderen’ verrichten. En wij ook! En het eerste wat we daarvoor moeten doen is anders kijken. Niet van onze tekorten uitgaan, niet alles willen berekenen en willen beredeneren, maar blij zijn met wat je hebt, wat je aangereikt wordt en daarmee aan de slag gaan.

Natuurlijk is de eerste reactie van de leerlingen van Jezus: wat hebben we daar nu aan? Wat kunnen we daar mee? Niks, toch?!

Jezus gaat er niet eens op in, maar nodigt de mensen uit om te gaan zitten. Op het gras, ja, dat is het gras uit Psalm 23, de grazige weiden, waar de Herder de kudde weidt, waar zijn staf ons de weg wijst, al is het door donkere dalen heen.

Die jongen staat daar zomaar ineens…een onverwachte en vreemde verschijning, zoals hij daar staat met zijn gerstebroden! Deze gerstebroden verwijzen weer naar de intocht in het beloofde land, waar het volk Israël voor de eerste keer de Paasmaaltijd vierde met broden, die gebakken waren van de eerste gerstenoogst, d.w.z. de matzes werden bereid van deze gerst.

Deze jongen komt ons herinneren aan Pasen, het eerste Pasen van de uittocht, van de bevrijding uit het slavenhuis, dat zich in vele vormen voordoet. Maar Hij verwijst ook door naar die Man, die daar staat als de Mens van Pasen, die in zijn hele doen en laten Gods bedoelingen laat zien: dat we zullen leven van zijn woorden, dat wij zullen leven als mensen, die zich laten voeden door Hem.

Johannes houdt van symboliek en zo is het vrijwel zeker, dat hij de getallen 5 en 2 laat slaan op de Wet of de Thora en de profeten: de vijf boeken van Mozes en de 2 vissen als samenvatting van de Profeten en de Geschriften, zodat zij tezamen de TeNaCh verbeelden.

Het 4e stukje gaat nog verder en dieper – en daartoe zouden we eigenlijk dat hele 6e hoofdstuk moeten uitlezen – want uiteindelijk krijgen wij te horen, dat Jezus zelf het ware Brood uit de hemel is. Hij is het, die als geschenk van God, ja als een geschenk uit de hemel aan de mensen gegeven is. Dankzij Hem kunnen wij leven. Hij is de grond onder onze voeten en de motor waarop wij lopen. Hij geeft ons energie en inspireert ons tot daden van hoop en Hij zet ons aan tot verandering. Hij wendt onze blik naar de ander en Hij laat ons zien, wat wij kunnen bereiken als wij in zijn Geest en voetspoor wandelen. Dan is er genoeg om te leven. Hij gooit onze rekenkunde volledig in de war: door weg te geven houd je over en door te delen vermenigvuldig je. Dat is de aritmetica van het Koninkrijk Gods.

En aan de Tafel van de Heer zien wij elkaar bij het delen van het brood en de wijn in de ogen en wij zien de ander als een geliefd kind van God. En samen vormen wij zijn gemeente, niet opgesloten in onszelf, maar open naar elkaar, naar de ander en naar de toekomst, waarin God zal zijn alles in allen!