Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

Blog

Blog (128)

zondag, 08 februari 2015 11:46

'In good shape'

Geschreven door

Preek gehouden op de 5e zondag na Epifanie (8 februari 2015) in de Grote- of Mariakerk te Meppel n.a.v. 1 Korinthe 9: 24-27. De Heilige Doop wordt bediend aan: Eloise Charlotte van der Wijk, Rick Fedde Lucas Boerhof en Karlijn Petra Anne van den Dolder.

Bernd van den Dolder doet belijdenis van het geloof.         

 

“In good shape”

 

Als u de laatste “Gaandeweg” hebt gelezen – en volgens mij wordt GW heel nauwkeurig gelezen – dan hebt u gezien, dat we ons vanmorgen in de sportschool gaan begeven. Misschien had u verwacht, dat ik mijn joggingspak aan zou hebben en sommigen van u hadden misschien hun sportschoenen al aangetrokken en de zweetband om hun hoofd gedaan. Ja, we gaan eens een beetje trainen vanmorgen. Lekker de spieren losmaken en een warming-up doen en dan lekker rondjes lopen – niet om de kerk, maar in de kerk.

“Wat krijgen we nou?”, denkt u misschien: “de kerk is toch geen sportschool?” Nou, juist vorige week stond er een interessant artikel in mijn krant over enkele Amerikaanse kerken - ik meen m.n. in Californië - , die sportprogramma’s aanbieden: je kunt daar de week door komen fitnessen, hardlopen, aerobicen enz. Of dergelijke activiteiten ook tijdens de kerkdienst plaatsvonden was mij niet helemaal duidelijk, maar aan de foto, die er bij stond te zien, was dat ook het geval. Misschien tijdens het zingen van een lied ritmisch meebewegen ofzo. Of voordat de preek begon even allemaal met de armen zwaaien...dan zit je beter in je vel...!

Het is een oude Griekse invloed, denk ik, u weet wel, de Grieken, die hun gymnasia ontwikkelden, waarin sport en denken, lichamelijke en geestelijke gezondheid d.m.v. oefeningen op peil werden gebracht en gehouden. Toen ook het Jodendom door de veroveringen van Alexander de Grote meer en meer onder die Griekse invloedssfeer kwam te staan, verzette het zich er hevig tegen. De Joden vonden deze overdreven lichaamsverering en naaktloperij (gymnos betekent naakt) maar niks. Die kritische of gereserveerde houding t.a.v. sport en lichaamsverering vind je nog steeds in bepaalde delen van de kerk. Sport en geloof verhouden zich tot elkaar als water en vuur, terwijl anderen juist een verbinding proberen aan te brengen, zoals bijv. in die Amerikaanse kerken. Want daar gaat men ervan uit, dat die lichamelijke inspanningen de geest juist ten goede komen. Jezelf afmatten brengt jezelf in hogere sferen: een gezonde geest zit uiteindelijk in een gezond lichaam. Zo simpel is het.

Maar we hebben het tot nu toe alleen maar over de training van het lichaam gehad, maar er bestaat ook zoiets als een mentale of spirituele training. En de kerk en dan m.n. de kerkdienst is zo’n plek om die training vorm te geven. Van de week las ik ook een boeiend interview met een boeddhistische monnik, Matthieu Ricard geheten, die zei het volgende: “We vinden het normaal, dat je naar school gaat om een beroep te leren. En om je lichaam te trainen ga je naar de fitness. Maar als het om menselijke kwaliteiten gaat, veronderstellen we dat het allemaal vanzelf gaat. That’s stupid! Je geest vereist net zo goed training als je lichaam. Kinderen zouden bijv. op school meditatieles moeten krijgen”, zo opperde hij...”Je hebt je geest altijd bij je, dan kun je die beter maar zo goed mogelijk vormen”.

Als we nu ook de opmerkingen van Paulus in zijn brief aan de Korinthiërs erbij betrekken, dan kunnen we zeggen, dat ook de kerk zo’n oefenplaats is, een fitnessruimte om getraind te worden en een christen ‘in good shape’ te worden.

Misschien kunnen we wel constateren, dat het met de conditie van veel christenen nogal slecht gesteld is. Je hoeft ze maar even aan te sporen iets harder te lopen of ze worden al moe. Veel oefeningen lijken boven hun macht te liggen: een rondje om een Bijbelwoord lopen is vaak al teveel gevraagd. Toch is men wel sportliefhebber, zegt men dan, maar m.i. zit er toch een groot verschil tussen de sportliefhebber achter de buis op de bank en de spelers op het veld.

Wat zijn zo ongeveer de hoofdlijnen van het trainingsprogramma dan? Paulus heeft het over hardlopers en over boksers: de ene wil sneller zijn dan de andere en de andere wil sterker zijn dan zijn tegenstander. Het is echt een competitie daar in het stadion van Korinthe. Het gaat er Paulus niet om om de competitieijver aan te moedigen. Het gaat hem niet persé om de snelste tijd en wie de ander knock-out heeft geslagen. Het gaat Paulus om de mentaliteit, om de drive er het beste van te willen maken. Paulus verzet zich met kracht tegen de mentaliteit van de leunsteul-gelovige en hij spoort ons allen aan om er serieus werk van te maken, niet weg te dommelen in een feel-good-geloof, de kerkdienst ook niet alleen als een bakkie troost te willen ervaren, maar eerder als een oproep om een beter mens te worden, of anders gezegd: om vanuit het geloof je mens-zijn beter vorm te geven.

Ja, in de kerk zijn al vaker van die trainingsprogramma’s ontwikkeld. De bekendste zijn natuurlijk die van diverse kloosterorden, waarin men volgens strak ritme en vaste patronen zichzelf wil vormen tot gelovigen in optima forma.

Heel bekend zijn de Exercitia Spiritualia, de geestelijke oefeningen van Ignatius de Loyola geworden, die vrome man uit de 16e eeuw, die de stichter van de Jezuïetenorde werd. Ook binnen het protestantisme zijn dergelijke oefen-programma’s ontwikkeld en het is dan ook niet verwonderlijk, dat een kerkdienst een lange tijd een ‘godsdienst-oefening’ werd genoemd en een preek wel eens een ‘oefening’ heette. Maar die tijd van training en discipline lijkt voorbij; we spreken nu liever van een ‘viering’ en dan is het soms meer in de sfeer gekomen van ‘lang leve de fun’!

Maar Paulus herinnert ons vanmorgen toch aan het kerk-zijn en gelovige-zijn als een opgave, een programma om vorderingen in te maken, om een doel te bereiken, als iets wat ergens goed voor is, namelijk voor God, voor jezelf en voor de wereld.

Er is nu geen tijd en gelegenheid om een schets te geven van wat ik onder zo’n trainingsprogramma versta. Maar ik wil wel een enkele hoofdlijn aanduiden en vanmorgen kunnen we wel stellen, dat het programma begint met de Doop. Dat is het inwijdingsritueel, het lidmaatschapspasje van de sportschool van Christus. Daar begint het mee. Het is ook meteen een eerste aanmoediging: je kunt het! Want Ik, je Schepper en Bevrijder, Ik sta achter je en Ik ben je Trainer en Coach. Niet bang zijn, niet moedeloos worden, maar wees sterk!

En bij het trainingsprogramma hoort ook kennis nemen van de verhalen van andere sporters en hoe zij hun geloof beleefden en uitoefenden: de heiligen van weleer, uit de Bijbel en uit de geschiedenis van de kerk.

En je oefent je in de omgang met God in het gebed. En je oefent je in de omgang met de ander door jezelf uit het middelpunt te plaatsen en de ander uitnemender te achten dan jezelf. En je gaat Jezus leren kennen als je grote Voorbeeld en Vriend en het achter hem aangaan in zelfverloochening en kruisdragen en dat vereist enorm veel oefening en training. Het lijkt misschien allemaal zwaar en onmogelijk, maar wie dit trainingsprogramma serieus neemt en er helemaal voor gaat, die voelt zich opgelucht en een ander mens!

Waarom zijn mensen vaak zo chagrijnig? “Omdat ze vastzitten in de benauwde bubbel van hun ego”, zo stelde monnik Ricard en ik denk, dat hij gelijk heeft. Het trainingsprogramma van het geloof haalt je ook uit die bubbel en plaatst je in de volle ruimte van Gods zonneschijn en omdat je niet meer vol bent van jezelf word je – bij wijze van spreken – doorzichtig, zodat mensen door jou heen God leren zien als de volmaakte en oneindige Liefde.

 

woensdag, 04 februari 2015 17:27

Geschiedenis of Mythe?

Geschreven door

Geschiedenis of mythe

 

In 1749 was het Ds. Gereradus Kuypers, die Nijkerk en kort daarna het gehele land op stelten zette, omdat zijn prediking hevige gemoedsaandoeningen teweeg brachten. Na enige tijd van bezinning en sturend beleid van hogerhand keerde de rust weer.

Nu is het de Nijkerkse predikant E. van der Kaaij, die Nijkerk en de rest van (kerkelijk) Nederland in rep en roer brengt door te beweren, dat Jezus wellicht nooit bestaan heeft. Naar zijn overtuiging gaat het in de evangeliën om een ‘christelijke’ bewerking van de Egyptische Osisris-mythe, waarin sprake is van een bijzondere geboorte van de godheid en een opstaan uit de dood: "De historische Jezus heeft nooit bestaan", zegt Van der Kaaij. "Alle elementen uit het verhaal van Jezus vinden hun oorsprong in het oude Egypte. Daar komt de oermythe vandaan van een God die mens wordt, van sterven en opstaan, van geboren worden op 25 december uit een maagd." (die 25 december is natuurlijk een latere kerkelijke liturgische invulling!) En even verder: "Als Jezus niet heeft bestaan en je blijft toch doen alsof, dan loop je jezelf steeds in de weg als predikant. Want mensen hebben toch een historische figuur voor ogen die allerlei kunstjes doet. Ik hecht aan goede exegese, goede bijbeluitleg. Stel dat het zo is dat het evangelie een mythe is, is het dan goede bijbeluitleg als je doet alsof het allemaal echt gebeurd is?”

“De historische Jezus heeft dan niet bestaan, de bijbelse Jezus is gestorven en opgestaan. Het gaat erom dat je ontdekt dat Christus in jezelf bestaat”.

Zo vatte Van der Kaaij zijn standpunten onlangs samen in een interview met dagblad Trouw n.a.v. zijn boek “De ongemakkelijke waarheid van het christendom. De echte Jezus onthuld”.

Van de zijde van de gereformeerde bond werd meteen om censuur geroepen, terwijl ook de PKN bij monde van dr. Arjan Plaisier laat weten, dat de historische Jezus Christus wel degelijk echt heeft bestaan en aan een echt kruis voor onze zonden is gestorven.

“Mythe is historie geworden. Er gaat erg veel aan het evangelie vooraf. Een ware vonkenregen aan mythen, verhalen en beelden. Een droomwereld. Het evangelie vertelt dat die droomwereld geschiedenis is geworden. We moeten niet terugvallen in de droomwereld van de mythe, maar wakker worden in het evangelie."

Volgens Plaisier is Jezus Christus wel degelijk een historisch figuur en niet slechts een mythe. "Jezus Christus hing niet aan een mythisch kruis. Hij hing aan een echt kruis en droeg zo de echte last van de wereld," 

 

Volgens mij blijkt uit beide weergaven van standpunten, dat noch Van der Kaaij noch Plaisier helder maken over wie men het precies heeft en wat de ‘crux’ van het verschil van inzicht precies is. Er wordt gesproken over een mythische Jezus, een historische Jezus, een bijbelse Jezus en over Jezus Christus, gestorven aan een kruis. Van der Kaaij stelt, dat de betekenis van het Evangelie overeind blijft, ook al is Jezus geen historische figuur, terwijl Plaisier meent, dat de betekenis van het Evangelie staat of valt met het echt gebeurd zijn van zijn kruisdood.

 

Volgens mij hebben we zowel de mythe als de geschiedenis even hard nodig. We moeten m.i. het Evangelie niet reduceren tot een mythe, maar evenmin gaan beweren, dat een mythe geschiedenis geworden is. Als we alleen de mythe handhaven verdwijnt de belijdenis, dat Jezus de Christus is als een zinvolle uitspraak. Maar als we alleen de geschiedenis als de basis van ons geloof aanmerken, dan vervluchtigt het geloof tot het aannemen van een historische feitelijkheid.

 

Als we de mythe beschouwen als de inkleuring van een bepaalde werkelijkheid dan moet die werkelijkheid er ook wel zijn, anders valt er niets in te kleuren. Dat geldt ook voor de christologie: ongetwijfeld zullen oude mythen, mogelijk ook die uit Egypte, maar zeker die vanuit Israëls geloof en tradities zelf, gebruikt zijn door de evangelisten en apostelen om de betekenis van de figuur van Jezus aan te duiden en in te vullen. Zo heeft men gezegd en beleden, dat deze Jezus van vlees en bloed de Christus of de beloofde Messias was, met alle mythische voorstellingen vandien daarbij. Maar deze titel, hoe mythisch ook, werd wel toegekend aan een bepaalde persoon, die toen en daar leefde. Daarom is de belijdenis van de kerk ook geworden, dat Jezus de Christus is en niet Caesar of Augustus of Asklepios. Het historische is verbonden aan de persoon van Jezus van Nazareth en het mythische aan het messiasschap. Daarom is het zo verwarrend als Plaisier voortdurend spreekt over Jezus Christus als een historische persoon, alsof we het hier hebben over iemand die een voor- en een achternaam heeft. Maar Jezus is een ‘historische’ naam, Christus een titel, die in en vanuit het geloof aan Hem wordt toegekend.

Misschien weten we historisch gezien weinig van Jezus: er zijn geen buitenbijbelse bronnen over hem bekend, de evangeliën zijn uiteraard ‘gekleurde’ berichten, maar toch lijkt het me historisch en theologisch onhoudbaar om te beweren, dat er nooit een persoon bestaan heeft, die in de evangeliën Jezus wordt genoemd en aan wie de Christus-titel werd toegedicht/toegedacht.

Als er nooit zo iemand bestaan heeft, waar komt dan de oer-belijdenis vandaan, dat Jezus de Christus is? Waar komt ook anders het schisma met de synagoge vandaan? Dat ging immers vooral over de vraag of de pretentie, dat Jezus de Christus was, al of niet terecht was?

Mythe en geschiedenis moeten we m.i. daarom niet al te zeer tegenover elkaar plaatsen. Een mythe kan aan de geschiedenis vooraf gaan en een bepaalde ervaren werkelijkheid gaan inkleuren óf een bepaalde ervaren werkelijkheid kan aanleiding geven tot mythevorming, waarbij men al of niet gebruik maakt van oudere mythen. Zoiets is ongetwijfeld ook in de Evangeliën waar te nemen, maar al is de mythische inkleuring overduidelijk zichtbaar, het gaat wel om een inkleuring van iets en iemand.

In de Nederlandse geschiedenis kennen wij de zogenaamde mythe van het Huis van Oranje of van Neerlands Israël. Zo’n mythe sluit de historische werkelijkheid niet uit, maar is er juist de inkleuring van. Als er geen stadhouders en koningen uit het Huis van Oranje waren geweest, echt(e) historische figuren, dan was er ook geen Oranjemythe gegroeid. Die mythe wil uiteraard geen geschiedschrijving in moderne zin zijn, maar is juist inkleuring en ideologisering van het gebeurde met het oog op het heden en de toekomst. In de geschiedschrijving probeert men zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid te komen, in het vertellen van mythen probeert men zo dicht mogelijk bij de waarheid te komen. De geschiedschrijving kan de betekenis van de mythe niet bevestigen of ontkennen en de mythe is niet in staat de historische werkelijkheid te beschrijven. In de belijdenis dat Jezus de Christus is komen beide bijeen en ze kunnen theologisch gesproken ook niet zonder elkaar: een louter historische Jezus is een tragische figuur, over wie we (te) weinig weten, maar een louter mythische Christus komt teveel in de lucht te hangen en verliest iedere relatie met onze werkelijkheid.