Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

vrijdag, 27 maart 2020 15:40

Petrus Chevallier - een beginnetje

PETRUS CHEVALLIER

1760-1825

PREDIKANT MET VERGEZICHTEN

 

 

Inleiding

 

Beste ouders, ik wil u door middel van deze brief laten weten, dat ik mij hier kostelijk vermaak. Ik zit nu, terwijl ik dit schrijf, bij oom Lammert in Amsterdam en het lukt me nu even om in hoofdlijnen mijn belevenissen van de afgelopen weken met u te delen.

Mijn uitstapjes maak ik, zoals jullie weten, vanuit de pastorie in Blaricum, waar broer Robert sinds kort predikant is. ’s Morgens na de koffie trek ik er meestal op uit naar ‘De Tafelberg’, waar ik dan wat ga zitten lezen. Soms bestijg ik het paard van Jan en ik vind het heerlijk om daarmee ‘een togte’ te maken.

’s Middags ga ik meestal op bezoek bij bekenden en notabelen in het dorp of in de omgeving. Als het regent blijf ik binnen en speel ik wat op het spinet of ga ik zitten lezen.

Zo ben ik onlangs ook op visite geweest bij Ds. Van der Roest in Blauwkapel, echt een man naar mijn hart. De meeste mensen waarderen hem niet zo, omdat hij te mystiek is, te sterk beïnvloed door Lavater[1], zoals men dan zegt. Hij zou te veel mystieke boeken lezen…”hij is te aandoenlijk”.

Tot zover in het kort mijn ‘amusements de Blaricum’.

U moet de groeten hebben van alle dierbare vrienden uit Loosdrecht, Utrecht en Amsterdam[2].

 

Dit – in mijn woorden - schreef de 18-jarige Petrus of Pierre Chevallier op 13 april 1779 aan zijn ouders in Groningen. Hij had blijkbaar een paar weken vrij van studie en hij wilde ongetwijfeld eens van nabij zien, hoe zijn broer het als beginnend predikant in Blaricum deed. Over enkele jaren zou hij ook zelf dat ambt in de kerk gaan vervullen, zo was het plan.

Bovenstaande brief is het begin van een lange reeks brieven, die Petrus naar Groningen zou sturen en die zijn vader zou beantwoorden.

Deze brief was nog gericht aan zijn beide ouders, maar in oktober van ditzelfde jaar zou zijn moeder bezwijken aan de dysenterie-plaag, die toen in Groningen tientallen slachtoffers maakte.

Voordat ik Petrus – voor zover mogelijk - op de voet probeer te volgen, is het wellicht dienstig om eerst met de familie Chevallier kennis te maken.

 

 



[1] Johann Kaspar Lavater (1741-1801) was een Zwitserse filosoof, predikant en dichter, die bekend werd om zijn geschriften over fysionomie. Physiognomische Fragmente zur Beförderung der Menschenkenntnis und Menschenliebe (1775-1778). Ueli Greminger: Johann Caspar Lavater: Berühmt, berüchtigt – neu entdeckt. TVZ, Zürich 2012.

Mary Lavater-Sloman: Genie des Herzens: Die Lebensgeschichte Johann Caspar Lavaters. 5. Auflage. Artemis, Zürich/Stuttgart 1955. Het ‘mystieke’ dat PC in zijn brief noemt heeft waarschijnlijk betrekking op de interesse, die Lavater toonde voor het kennen van zichzelf.

[2] De correspondentie tussen vader Paulus en zoon Petrus Chevallier bevindt zich in het archief van de fam. Chevallier en wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht, afd. Bijzondere Collecties. Voor de Inventaris van dit familiearchief verwijs ik naar K. van der Horst, Inventaris van het Archief van de familie Chevallier (Utrecht 1992). Deze en andere brieven zijn te vinden in Portefeuille VII (4*.C.7).

donderdag, 13 februari 2020 12:27

Kirchliche Apologetik

Kirchliche Apologetik

 

bMS 649/24 (14) "Kirchliche Apologetik" (typescript in Duits/in Eng. vert., Berlijn 1912)

 

Een verslag van de apologetische lezingen en discussieserie gedurende de winterperiode van 1912 tot 1913 in Berlijn.

In het winterseizoen 1912-1913 is Paul Tillich als hulpprediker van de Erlöserkirche in Berlijn-Moabit een belangrijke initiator en medewerker van de zogenaamde “Vernunft Abende”. Hij schrijft een uitvoerig stuk, getiteld “Kirchliche Apologetik”, waarin hij de achtergronden onderzoekt naar de kloof, die er ontstaan is tussen kerk en geloof enerzijds en de intellectuelen en de wetenschap anderzijds en welke wegen te bewandelen zijn om die te overbruggen. Deze problematiek heeft Tillich gedurende zijn gehele carrière beziggehouden en deze (begin-)situatie vormde a.h.w. de achtergrond van zijn theologische en filosofische arbeid van later. Ik hoef slechts te refereren aan zijn zgn. correlatie-methode en zijn uitgebreide interesse in (andere) religie(s), wetenschap en kunst om deze behoefte aan gesprek en ontmoeting te onderstrepen.

Tillich is 26 jaar oud, als hij deze taak op zich neemt. Zowel in zijn preken uit deze (korte) periode als in dit stuk komen de contouren van zijn latere theologie al naar voren. Zijn opmerkingen over de twijfel als (inherent) aspect van geloof en waarheid, zijn gebruik van het woord ‘moed’ inzake het zoeken naar waarheid (later geworden tot ‘Courage To Be’) zijn enkele opvallende overeenkomsten met latere uitwerkingen.

Interessant is het te zien, dat deze avonden belegd werden bij families met aanzien en bekendheid: Kurt Leese (vriend en leeftijdgenoot van PT), de Schweitzers, de Burckhardts e.a., maar blijkbaar had iedere bijeenkomst toch ook weer haar eigen sfeer en ‘Anliegen’.

 

Op 14 mei 1911 was deze (nieuwe) kerk, de  Erlöserkirche, plechtig in gebruik genomen in aanwezigheid van de zoon van keizer Wilhelm II prins August Wilhelm van Pruisen. De eerste predikant is Carl Schmidt, die aanvankelijk predikant was van de Heilandgemeente, maar deze Erlösergemeente wordt in 1912 daarvan losgemaakt en wordt een zelfstandige gemeente van 14.000 zielen en Paul Tillich treedt in datzelfde jaar aan als hulpprediker. Vanuit deze kerkgemeenschap worden de avonden georganiseerd en Paul Tillich ontwikkelt deze activiteiten vanuit de pastorie, die aan deze kerk is vast gebouwd (Wikingerufer 9).

 In het Paul Tillich-archief in Boston (Mass.)/Harvard University heb ik een Engelse vertaling van dit stuk aangetroffen, die ik gebruikt heb voor mijn vertaling in het Nederlands, die ik aanbied op de website http://paultillich.nl/index.php/component/k2/item/121-bms-649-24-14-kirchliche-apologetik

 

maandag, 10 februari 2020 11:15

Archief uitgebreid

Archief uitgebreid

 

De Tab Archief is sinds kort uitgebreid met een nieuw item, namelijk “Heusden”.

Heusden was mijn eerste gemeente, die ik van 1985-1990 gediend heb. Een paar weken geleden ben ik begonnen mijn ‘preekarchief’ op orde te brengen en zo heb ik 296 preken geïnventariseerd uit deze periode. Mijn preken schreef ik toen handmatig uit in zgn. preekschriftjes.

Zo nu en dan organiseerde ik voor belangstellende gemeenteleden een preek-nabespreking. Een welwillend gemeentelid was in staat om mijn handschrift te lezen en bereid om de preek uit te typen. Deze werd dan vermenigvuldigd en besproken aan de pastorie. In mijn ‘archief’ trof ik een aantal exemplaren aan en deze heb ik nu gescand (in pdf format) en op mijn website geplaatst.

Je kunt ze hier vinden: http://dsceeshuisman.nl/index.php/2012-10-12-07-20-28/publicaties-2

Ik ben van plan om hier nog meer preken uit mijn Heusdense periode te plaatsen, maar die moet ik dan eerst nog zelf gaan digitaliseren. Mogelijk leidt dit t.z.t. nog tot een publicatie?

Wat je van mijn preken uit die tijd vindt, laat ik uiteraard aan ieders oordeel en inzicht over. Zelf vind ik ze (nu!) wat aan de lange kant en soms ook een beetje te streng en te belerend overkomen, maar in hoofdlijnen kan ik er nog wel achter staan. Ik zie in ieder geval geen aanleiding om ze eventueel niet te willen publiceren, hoewel een preek natuurlijk, net als een foto, altijd een moment-opname is. In dit geval een moment uit mijn tijd als beginnend predikant, toen ik nog heel jong was en bezig was mijn theologische inzichten en homiletische vaardigheden te ontwikkelen.

zondag, 29 december 2019 14:23

Een verhaal kneden

Preek gehouden op zondag 29 december 2019 in de “Ontmoetingskerk” te Zuidwolde n.a.v. fragmenten uit Lucas 1 en 2

 

Een verhaal kneden

 

De zondag tussen Kerst en Oud en Nieuw ligt er altijd wat verloren bij: de mensen zijn verzadigd van het lied en het Woord en komen met moeite hun bed en huis uit – mooi, dat u daar niet aan toegegeven hebt!

Soms vult men de dienst op deze zondag daarom maar op een alternatieve wijze in, bijv. door een zgn. Top-2000 te organiseren, maar onderweg hierheen zei mijn vrouw: “In Zuidwolde heeft men (blijkbaar) de knie (nog) niet gebogen voor de Top-2000-dienst…”

Ik denk, dat deze zondag juist uitermate geschikt is om nog eens even na te denken over wat we gevierd hebben. We laten alles nog eens de revue passeren en wij vragen ons en elkaar af: wat betekent het nu allemaal en waar leidt het toe?

En wie ons daarin voorgaat is moeder Maria. Als we haar een beetje proberen te volgen dan zien we haar allereerst nog weer even op het moment, dat de boodschap haar bereikt, dat zij een kind zal krijgen. Met bevend hart, maar ook gelaten en vol verwachting, aanvaardde zij haar zwangerschap. Zij wist, dat zij moeder mocht worden van een bijzonder kind, van iemand met een bijzondere naam en een bijzondere roeping.

En dan volgt na een lange aanloop de vertelling van Lucas, hoe het kind geboren wordt in een stal of een grot in de buurt van Bethlehem en dat herders in de buurt op de hoogte worden gebracht, ja zo kun je dat wel zeggen, dat de Redder der wereld, de messias, geboren is en dat zij het als een kind zullen vinden, in een kribbe of voederbak, gewikkeld in doeken.

En u en ik kunnen het verhaal wel dromen: zij gaan op weg en vinden Maria en Jozef en het kind en iedereen is blij verrast. Hoe wonderlijk, dat alles zo samenkomt en klopt. Ja, het leek een sterk verhaal, zeiden ze tegen elkaar, maar het verhaal is rond.

En als dan iedereen naar huis is: de herders naar hun kudde en Jozef in slaap gevallen is en ook het kindje Jezus ligt te snoezen, dan is moeder Maria alleen nog wakker en schrijft Lucas: ‘en Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef er over nadenken’.

In het Grieks worden hier twee woorden gebruikt, die letterlijk de betekenis hebben van ‘samenbrengen’, ‘bijeenvoegen’. Wat verspreid is, uiteen ligt, een veelheid is wordt bij elkaar gebracht tot één geheel. Dat is de beste manier om er een beetje grip op te krijgen, om het te begrijpen en er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Het precies, zoals wanneer iemand in de keuken alle ingrediënten verzamelt en bijeenvoegt tot een deeg of een andere samenstelling en dat wordt uiteindelijk iets eetbaars, iets lekkers. Zo bracht ook Maria alles bij elkaar en bakte a.h.w. haar eigen verhaal.

En telkens begon ze van voren af aan het hele verhaal langs te lopen: hoe dit kind op een vreemde en onverwachte manier haar in de schoot was geworpen. Ja, zo kon je dat wel zeggen: ongepland had deze zwangerschap haar overrompeld en toch heeft ze het aanvaard en laten gebeuren.

En ze dacht na over de plaats, waar het kind ter wereld was gekomen: dat had ze toch niet van tevoren kunnen bedenken? ‘In the middle of nowhere’, ver van huis en zonder enig comfort: geen familie, geen vrienden, die op kraamvisite kwamen, maar een paar vreemde herders. Hoe kon dat? Hoe wisten zij dat?

En dan ook over de naam van haar kind. Hij zou Jezus moeten heten, wat redder of bevrijder betekent, maar is dat niet te pretentieus en te ambitieus? En hoe zou hij die naam kunnen waar maken? En zo maakte zij zich al zorgen over later…zij was er niet gerust op, hoe het zou aflopen en waar zij die naam nog eens zou tegenkomen en lezen.

Zo bracht ze alles zoveel mogelijk bij elkaar: wat de engel Gabriël tegen haar gezegd had, wat Jozef van plan was geweest en toevallig ook net dat bevel van keizer Augustus en dan dat verhaal van die herders, die zeiden dat zij engelenzang hadden gehoord: dat alles en nog veel meer gedachten, zorgen en vooruitzichten, probeerde zij bij elkaar te brengen, samen te vatten en te begrijpen.

Dat is precies wat de kerk van alle tijden en plaatsen heeft geprobeerd en nog steeds doet, want Maria is ook het beeld van de kerk geworden: proberen te verstaan wat de komst van dit kind betekent. En in de loop van de tijd zijn er vele antwoorden op gegeven en die zijn ook doorgegeven en worden nog steeds bewaard en gekoesterd. Maar in iedere tijd moet telkens weer opnieuw gezocht worden naar de betekenis voor het heden.

Hoe breekt het licht van dit kind door in de nacht van ons bestaan? Hoe krijgt dit kindje handen en voeten in deze wereld vol eigen belang, angst en afweer, geweld en haat?

Theologen, filosofen, zieners en predikers, maar ook kunstenaars hebben de eeuwen door de betekenis van dit Kind proberen te verwoorden of uit te beelden.

Voor vanmorgen heb ik er ook eentje meegenomen, namelijk een schilderij van Rembrandt, de kunstenaar van het ‘clair-obscure’, het licht en het donker. Kijk, hier zien we de aanbidding door de herders, zoals dit schilderij is gaan heten. Alle aandacht gaat uit naar het kindje Jezus en dat is natuurlijk te verwachten, maar wat opvalt is, dat niet zozeer het licht van een lamp of een fakkel op het kindje valt, maar dat het kindje zelf het licht geeft, ja het licht is. Dat heeft Rembrandt heel verrassend en geraffineerd proberen uit te beelden. Hij is het licht van de wereld. Wij schijnen niet hem bij, wij hoeven hem niet in het licht te zetten, maar Hij zet ons in het zonnetje, in het licht van Gods vriendelijk aangezicht. Wij worden door hem beschenen, hij werpt licht op ons.

En zo weten wij ineens, dat wij zelf geroepen zijn om in het licht te wandelen en te handelen als kinderen van het licht. Dat wij zelf iets uitbeelden en uitstralen van het licht, dat hij is en ons geeft. Vlak voor de kerstdagen heb ook ik – net als Maria – weer nagedacht over de betekenis van de komst van het kindje Jezus en geprobeerd alles bij elkaar te brengen en te verdichten, in een klein gedichtje en dat heb ik op onze kerstkaart geplakt en ook u wil ik dat bij wijze van samenvatting meegeven:

Op de Kerstkaart

 

Hij kwam,

zag ons en

heeft ons voor zich gewonnen.

 

Brak de tijdbalk in tweeën,

omarmde alle generaties:

de Christus vóór en na.

 

Een nieuwe tijd brak aan

voor vrede

en licht in mijn hoofd.

 

Het Nieuwe Zijn staat

onwennig en pril nog

voor altijd op de kaart.

 

(Cees Huisman, dec. 2019)

 

 

zaterdag, 21 december 2019 18:44

Rutger Bregman atheïst?

 

Hoezo atheïst?

 

Wat een prachtig interview met Rutger Bregman in Trouw van zaterdag 21 dec. 2019) (de Verdieping): een jongeman vol goede ideeën, die er niet voor terugdeinst deze in hogere kringen te ventileren, zoals in het voorjaar in Davos, waar hij de rijken der aarde wees op hun verantwoordelijkheid om (ook) belastingen te betalen en waar hij ook het vele heen-en-weer gevlieg in privé-jets hekelde. Kortom, een man naar mijn hart!

Wat mij enigszins verraste en tegenviel was, dat hij zich door de redeneringen en argumentaties van Herman Philipse en Richard Dawkins had laten overtuigen om voortaan als atheïst door het leven te gaan. Ik heb sterk de indruk, dat veel mensen (m.n. ook intellectuelen) zich (graag?) atheïst noemen, omdat ‘geloven in God’ dom en achterhaald lijkt.

Maar de bezwaren tegen ‘het bestaan van God’ – zoals de kwestie dan genoemd wordt – hebben altijd betrekking op het afwijzen van een God, die zich ergens – onzichtbaar - ophoudt en als een ‘entiteit’ wordt opgevat. Tegen die voorstelling zijn inderdaad vele (redelijke) argumenten aan te voeren en Philipse en Dawkins hebben zich uitgeput om die allemaal op te sommen, maar het afwijzen van een bepaalde Godsvoorstelling hoeft nog niet te betekenen, dat je dus daarom een atheïst bent.

Alle volwassen theologie begint met het afrekenen van onze Godsvoorstellingen, zoals Meister Eckhart (1260-1328) en Paul Tillich (1886-1965) opmerkten. Tillich heeft eens een lezing gehouden, die hij de uitdagende titel meegaf: “The absurdity of the question: does God exist?” Dat wil niet zeggen, dat Tillich God ontkende, maar hij plaatste vraagtekens bij onze voorstellingen van God bijv. als de man met de witte baard op een wolk, de in de hemel (als een locatie opgevat) wonende en tronende Albestuurder e.d. Volgens Tillich is God een symbool van onze ‘ultimate concern’, niet op te vatten als ‘a being’, maar als ‘being itself’.

Peter Rollins vertelt het grappige en tot nadenken stemmende verhaal van een geleerde, die zijn hele leven bezig was geweest om bewijzen te verzamelen voor het niet-bestaan van God. Hij had er al veel over gepubliceerd, maar hij was er zelf nog steeds niet tevreden over. Hij zocht nog naar het ultieme, onweerlegbare bewijs.

En terwijl hij aan het grondig nadenken was viel hij in slaap en droomde hij. In zijn droom verscheen onverwacht en ongedacht God aan hem, die tegen hem zei: ‘Ik ben God en Ik besta niet’.

Sindsdien schreef hij nooit meer over de versleten vraag of God wel of niet bestond en hij begon er steeds meer aan te twijfelen of hij wel een atheïst was.

Ik wens Rutger ook die twijfel toe.

 

 

 

 

woensdag, 18 december 2019 15:40

Op de Kerstkaart

Op de Kerstkaart

 


Mijn (onze) kaart met wensen voor de feestdagen en voor het nieuwe jaar plaats ik ook hier voor alle enthousiaste en kritische lezers (m/v) van mijn blog.

Naast of onder de foto, die ik in 2017 gemaakt heb in Dickninge (een landgoed vlakbij Meppel/de Wijk) heb ik een dicht-gedachte geplaatst, dat in mij opborrelde bij het nadenken over de kerstgedachte.

Het recept en de ingrediënten houd ik voor mezelf: neem het tot je, geniet ervan en leef ermee!

 

Op de Kerstkaart

 

Hij kwam,

zag ons en

heeft ons voor zich gewonnen.

 

Brak de tijdbalk in tweeën,

omarmde alle generaties:

de Christus vóór en na.

 

Een nieuwe tijd brak aan

voor vrede

en licht in mijn hoofd.

 

Het Nieuwe Zijn staat

onwennig en pril nog

voor altijd op de kaart.

 

zondag, 15 december 2019 14:00

Over macht gesproken

Over macht gesproken

 

Het is altijd weer een feest en genoegen om aanwezig te zijn bij een concert van het gemengd kamerkoor ‘Cantica Sacra’ in de St. Clemenskerk te Steenwijk, zoals ook vorige week vrijdag 13 december 2019. Ik ben een trouwe fan van het koor, vooral omdat Joke al 30 jaar lang met dit koor meezingt.

M.n. de advents- en kerstconcerten zijn altijd de moeite waard. Er is in de loop van de jaren een ontwikkeling te bespeuren geweest in de samenstelling van het repertoire en de plaats van het koor in de kerkruimte. Stond het koor aanvankelijk steevast onder het orgel en blies dat ook zijn majestueuze en onmisbare partij mee, m.n. ook bij de samenzang, die er ook was, nu heeft het koor zich verplaatst naar de tegenovergestelde zijde (in de eigenlijke koorruimte) en doen het orgel en de samenzang niet meer mee.

Als bezoeker en luistervink heb ik nu ook een heel ander uitzicht. In plaats van een blik op het orgelfront zie ik nu een fraai hekwerk, waarboven zich een indrukwekkend bord verheft met de vrijwel onleesbare tekst: “Daar en is geen macht dan van Godt”. Het is een kleine passage uit de brief van Paulus aan de Romeinen, uit hoofdstuk 13 om precies te zijn.

Ik weet niet of dit de oorspronkelijke plaats van dit tekstbord is, want ik kan me voorstellen, dat het waarschijnlijk in de 16e of 17e eeuw is aangebracht boven de herenbanken, de plaatsen waar de magistraten van de stad zaten. De aanwijzing van Paulus kon zo dienst doen als een waarschuwing: verzet je niet tegen ons, de bestuurders van deze stad, want dan kom je in feite in opstand tegen God! Ook gold dit woord als een legitimatie van de macht. De magistraten ontleenden hun machtspositie niet aan het volk, maar aan God.

De vraag is nu wel, of het gebruik van dit ‘machtswoord’ dat van het misbruik niet dicht nadert. M.a.w. is dit woord vooral bedoeld om de machtspositie van de heersende autoriteiten te schragen of is er vooral ook een kritisch moment voor henzelf in verborgen, waarvoor men misschien geen oog had?

M.a.w.: wil dit woord vooral de machthebbers zelf niet een spiegel voorhouden? Let op, wat jullie doen, want jullie handel en wandel moet een weerspiegeling van Gods werkwijze zijn. Jullie ‘verbeelden’ zijn macht en die is gericht op ruimte scheppen voor mensen, opkomen voor de ont-rechten en met erbarmen bewogen zijn t.a.v. armen, vluchtelingen en ontheemden.

Zo zou ik deze tekstwoorden niet allereerst willen lezen als een legitimatie van de macht (zoals de machthebbers zelf wellicht meenden), maar eerder als een kritische vingerwijzing en aansporing om de macht niet te misbruiken, maar uit te oefenen ten goede van mensen en de samenleving in haar geheel, zoals Psalm 146 zo mooi aangeeft: Hij doet de verdrukte recht en geeft de hongerige brood. Hij maakt de gevangenen los; Hij richt de gebogenen op en Hij heeft oog voor de vreemdelingen en zorgt voor het levensonderhoud van de wees en de weduwe. Zo wil God (d.m.v. magistraten) de wereld regeren en zijn macht doen gelden!

De verandering van blikrichting in de kerk van Steenwijk tijdens een concert van Cantica Sacra bracht mij op bovenstaande gedachten: een meditatieve bijvangst van een prachtig muzikaal evenement.

 

vrijdag, 13 december 2019 16:29

Boeiende dissertatie over de 'zonde-leer'

Boeiende dissertatie van F.F. Omta over de ‘zondeleer’

 

Vorige maand (november 2019) promoveerde Fokko Frederik Omta op een dissertatie over opvattingen over de zonde van twee toonaangevende 20e-eeuwse theologen Karl Barth en Paul Tillich, die in contrast en gesprek worden gebracht met de opvattingen van de New Age-beweging, o.a. bij monde van Jane Roberts, A Course in Miracles en Matthew Fox. De volledige titel van zijn proefschrift, verdedigd aan de VU in Amsterdam, luidt: Sin: against Whom or against What? An assessment of Barth’s en Tillich’s perspectives on sin and sanctification in comparison to views of New Age authors (uitg. KokBoekencentrum, Academic, Utrecht).

Wat is ‘zonde’ eigenlijk? Het is een vraag, die de christelijke traditie eeuwenlang op de hielen heeft gezeten en soms was het ‘crystalclear’ wat zonde was en soms durfde niemand erover te spreken, want dat was zonde van de tijd. Zonde kon gezien worden als de overtreding van een regel of een gebod of als een mislopen van je bestemming, wat uiteindelijk zonde is, natuurlijk.

De zonde werd in de christelijke traditie soms uitvergroot en dan weer gebagatelliseerd, al naar gelang de omstandigheden en situaties.

In de 20e eeuw begon de kerk steeds minder over (persoonlijke) zonde te spreken, de biechtstoelen verdwenen uit de kerken en het gebed van verootmoediging en zondebelijdenis werd ingenomen door het Kyrie-gebed. Hing dat samen met de verdwijning van een persoonlijke God achter de horizon en werd zonde meer en meer gezien als een misstap in het intermenselijke verkeer? Of kwam er ook meer oog voor de vervlechting van ons persoonlijke gedrag met de structurele ‘onschuldige’ verhoudingen in de samenleving, waaraan uiteindelijk niemand schuld heeft?

Hoe het ook zij, al deze en andere ontwikkelingen hebben bijgedragen aan een verandering van het zondebesef en het is de verdienste van Omta, dat hij in deze studie een prachtige uiteenzetting geeft van de verschillende visies op ‘zonde’, waarin hij uiteindelijk de aandacht vestigt op een niet-theïstisch of a-theïstisch zondebesef, dat te typeren is als ‘lijden aan spirituele luiheid, onverschilligheid of gebrek aan moed’, wat men zichzelf inderdaad ook vaak kwalijk neemt (‘modern’ zondebesef te noemen). Daartegenover ontstaat de mogelijkheid om hieraan te ontsnappen of zich er tegen te verzetten en zo kan men nieuwe vormen van heiliging ontwaren, waarbij men bereid is het vege lijf te riskeren en tegelijkertijd zijn/haar ziel te behouden.

Het gaat mijn competentie te buiten om deze dissertatie verder te bespreken of te recenseren. Ik wil vooral aandacht vragen voor zijn uitvoerige bespreking van Paul Tillich’s invalshoeken t.a.v. de besproken thema’s, zoals de kosmologie-ontologie (over de wereld en het Zijn), de hamartiologie (leer over de zonde) en de ‘Human Potential’ (The New Being).

Op mijn Tillich-website zal ik t.z.t. uitvoerig(er) ingaan op wat Omta t.a.v. deze onderwerpen naar voren brengt.

Kortom, een prachtige en lezenswaardige dissertatie!

 

 

 

 

vrijdag, 08 november 2019 19:43

Vader-zoon briefwisseling

Een vader-zoon briefwisseling

 

Vandaag een (klein) begin gemaakt met een nieuw studieproject. Ik heb de bijzondere collectie handschriften bezocht, die aanwezig is in het archief van de Universiteitsbibliotheek in Utrecht.

Vanaf Zeist een heerlijk fietstochtje naar het ‘Science Park’, zoals de Uithof tegenwoordig heet.

Opgewacht door de archivaris, met wie ik een afspraak had gemaakt, stonden twee dozen met brieven op mij te wachten. Ik wilde vooral even zien om hoeveel materiaal het ging en of e.e.a. leesbaar en interessant genoeg (b)leek.

Het gaat in dit geval om een briefwisseling tussen vader Paulus Chevallier (1722-1796) en zijn zoon Petrus (Pierre) Chevallier (1760-1825).

Chevallier Sr. had ik al eerder ‘ontmoet’, toen ik een biografie over Gerardus Kuypers schreef: zij waren collega’s aan de universiteit van Groningen en beiden theoloog. Ook heb ik enkele jaren geleden een bijdrage geleverd aan een publicatie over religie en Verlichting, waarin ik Chevallier’s opvattingen over de omwenteling van 1795 heb geanalyseerd.

Zoon Petrus is Waals predikant geworden (o.a. in Naarden en Zwolle) en ontpopte zich, evenals zijn vader, als een patriotsgezind en principieel denkend en handelend figuur.

In de briefwisseling zullen allerlei kerkelijke, theologische, politieke, maatschappelijke en familiale thema’s aan de orde komen.

Ik ben benieuwd wat ik ga tegenkomen en waar e.e.a. toe leidt…

 

 

zondag, 27 oktober 2019 11:02

Jezus heft religie op

 

 

Preek gehouden in de Clemenskerk te Havelte op zondag 27 oktober 2019 n.a.v. Leviticus 19 (ged.) en Markus 12: 28-34

 

 

Jezus heft religie op

 

Wij zijn sinds 15 jaar een protestantse kerk en op 31 okt. denken we altijd terug aan het begin ervan – dag van reformatie en begin van protestantisme. Als aan u gevraagd zou worden: ‘Hé, u bent protestants, hè?! Kunt u mij in een paar zinnen vertellen, wat dat inhoudt? Als het mij aanspreekt word ik het misschien ook wel. En wat moet ik daar dan voor doen? Moet ik dan eerst de Bijbel een keer helemaal doorlezen? Moet ik elke zondag een kerkdienst bezoeken? Moet ik dan de uitspraken van de synode onderschrijven? Moet ik de belijdenissen allemaal kennen en geloven? Moet ik dan op het CDA stemmen of mag een andere partij ook? Moet ik ….’

Het is nog niet zo gemakkelijk om al deze en andere vragen te beantwoorden en je kunt er zeker van zijn, dat er geen twee protestanten zijn die die vragen gelijk zullen beantwoorden. Dat is de zwakte en ook de kracht van het protestantisme. Het protestantisme is een kritische beweging, die zichzelf en gegroeide godsdienstige overtuigingen en handelingen steeds onder kritiek stelt. Het protestantisme is een hervormingsbeweging en wil dat voort-durend zijn.

Hé, u bent protestants, hè? Kunt u mij in een paar zinnen vertellen, wat dat inhoudt?
Als je diezelfde vraag aan een moslim, een Jood, een mormoon, een boeddhist stelt zijn de antwoorden vaak overzichtelijker. Kijk, hier heb ik het op een briefje: de vijf zuilen van de Islam, en hier alle geboden van de Thora, op den duur wel  613. Zo heeft iedere godsdienst haar eigen verzameling van opvattingen en gedragsregels.
Nu komt Jezus vanochtend langs: hij is uiteraard allereerst een Joodse man, een rabbijn die alles afweet van de Joodse religie, maar de manier waarop hij daarin denkt en optreedt is zo, dat hij erboven uitstijgt – hij probeert de Jood los te maken van zijn regels, de moslim los te maken van zijn regels, de christen los te maken van zijn regels. Hoe doet hij dat? Wel, door één regel naar voren te brengen en dat is eigenlijk geen regel.

– We hebben net een stukje uit Leviticus horen voorlezen en toen ik me als jongen van 13 had voorgenomen om de Bijbel eens helemaal te gaan lezen van voor naar achteren, toen strandde ik al in Leviticus. De regels werden mij te machtig en het werd ondoenlijk en ongrijpbaar, onwerkelijk en onwerkbaar. Kortom, ‘too much’. Zo vraagt ook de Schriftgeleerde van vanmorgen om een handvat, een principe. Kun je het vele terugbrengen tot het ene, iets handzaams en werkbaars?
Dat is eigenlijk best een goeie vraag: Heer, wat is het grootste gebod te midden van die vele, die ik ken en waar we uitvoerige discussies over hebben. Maar misschien zullen wij die vraag nog nèt iets anders stellen, bijv. “waar gaat het nu eigenlijk in wezen om bij al ons doen en laten, bij het vervullen van godsdienstige plichten en het navolgen van regels?”  Wat is de drijvende kracht achter wat je doet? Waarom ga je naar de kerk? Waarom breng je een bezoekje bij iemand? Waarom zing je in een kerkkoor? Waarom word je ouderling? Waarom bid je voor het slapen gaan? Waarom ben je lid van een kerk?

Als iemand zegt: ik doe al die dingen, omdat het moet, omdat het voorgeschreven wordt, dat is een plicht van mijn godsdienst en daar zal ik ook voor beloond worden. De mensen zullen mij een toffe peer vinden en God uiteindelijk ook en hij zal mij een mooi plaatsje in de hemel geven. En daar doe ik het stiekem ook eigenlijk voor. Voor wat hoort wat, zo is dan de gedachte. Ik was eens bij iemand op bezoek, die heel veel ‘kerkenwerk’, zoals dat dan heet, had gedaan en nu zat ze eenzaam in haar kamertje wat te kniezen, want er kwam bijna nooit iemand. En ze zei: ik heb me jarenlang uitgesloofd voor de kerk en mensen bezocht, stipt en trouw, precies op tijd en met een bloemetje erbij, maar nu krijg ik stank voor dank: er komt nooit iemand bij mij. Toen zei ik: als u dat van tevoren had geweten, had u het dan niet gedaan? Was u dan niet bij die zieke langs gegaan, had u dan niet die beker water aangereikt, had u dan geen bloemetje gebracht? Als u geweten had, dat het niets zou opleveren voor uzelf, had u het dan niet gedaan? Als u geweten had, dat u toch wel in de hemel was gekomen, als u niet naar de kerk was gegaan, had u dan nooit een kerkdienst bezocht en nooit een lied gezongen? Het gaat niet aan te weten, wat zij antwoordde, want diezelfde vraag ligt nu levensgroot op ons eigen bord!
Ik heb het woord nog niet gebruikt en dat komt omdat het zo bezwadderd en verpluisd is, te roze, te zoet en te licht, maar ik noem nu dan toch dat zwaar beladen woord: de liefde!
Jezus brengt alle geboden samen in dat ene gebod van de liefde, dat geen gebod is. En Hij heft daarmee het wettische jodendom op, het wettische christendom en de wettische Islam evenzeer: Hij heft al die godsdiensten op en eigenlijk alle, want Hij verheft ze alle tot het eigenlijke. Hij heft ze op tot een hoger niveau, dat van de liefde.
De liefde is alles en dat is geen gebod, maar een geschenk. Waarom is de liefde tot God het eerste? Omdat Hij de Eerste is, die ons liefheeft. Daar begint alles mee, als we hier van een begin kunnen spreken. En van daaruit ontspruit de liefde tot de naaste. Dat is het tweede gebod, daaraan gelijk. Het is natuurlijk een enorme blunder om dat te vertalen met “het op één na grootste gebod”, want dan breng je een rangorde aan, die er juist niet is. Die twee geboden kun je niet van elkaar losmaken: je kunt niet God liefhebben en je broeder haten, zoals Johannes het kernachtig samenvat.
Ik ga vandaag geen lange preek houden over de liefde, want liefde is geen spreek-woord, maar een werk-woord. Liefde moet je doen. Of nog liever: het gaat erom, dat we vanuit de liefde handelen en wandelen. Maar nooit als een Wet, want dan wordt het weer een “moetje” en dat is in verband met de liefde ook weer iets wat er niet bij past. Nee, we staan juist in de vrijheid van de kinderen Gods, geleid door de Geest. Uiteindelijk kunnen we dan met Augustinus wel zeggen: “Heb lief en doe wat je wilt!” Of breng in praktijk wat je hart je ingeeft te doen, “Alleen wie slaaf is van de liefde is waarlijk vrij!”