Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

Werken aan Pierre Chevallier (1760-1825) – een biografie

 

Ongeveer 4 maanden geleden schreef ik een blog(je) over mijn plan om onderzoek te gaan doen naar het leven, denken en werken van Petrus of Pierre Chevallier. De ‘ontdekking’ van de briefwisseling tussen hem en zijn vader Paulus Chevallier, die hoogleraar theologie aan de Academie in Groningen was, was voor mij de aanleiding en vormt tevens het uitgangspunt van mijn studie.

Aan de hand van die correspondentie ontstaat een levendig en tamelijk volledig beeld van zijn levensgang en wordt zichtbaar, hoe hij reageerde op gebeurtenissen in zijn eigen leven en in dat van de Republiek.

Je krijgt inzicht in de manier, waarop hij zijn laatste studiejaar in Utrecht inricht, welke ervaringen hij opdoet als beginnend predikant in een klein Gronings dorpje en hoe hij omgaat met de politieke uitdagingen van zijn tijd, waarbij vooral de confrontaties tussen patriotten en prinsgezinden van een predikant een wijze houding vergde, maar soms ook een besliste standpuntbepaling.

Ook ontmoeten wij hem in die correspondentie als een jonge en enthousiaste vader en als iemand, die voortdurend de eindjes aan elkaar moet zien te knopen. Verder maken wij in zijn brieven herhaaldelijk kennis met zijn depressies en soms sombere gemoedsgesteldheid.

Interessant is het ook om te zien, hoe vader en zoon elkaar op de hoogte houden van hun lees- en studie-ervaringen.

Van de ca. 350 brieven (waarvan de meeste wel meer dan 1 kantje bevatten) heb ik wel 2/3 deel doorgenomen en ‘verwerkt’ in een aantal hoofdstukken:

0. Inleiding

1. Studeren en netwerken in Utrecht (dit gaat over zijn laatste extra studiejaar)

2. De pastorie in, de kansel op (eerste ervaringen als predikant in Lellens)

3. Waals predikant in Naarden (zijn opmerkelijke overstap naar de Waalse/Franse kerk en zijn ‘ingang’ daar)

4. Waals predikant in roerig Zwolle (hier volop betrokken bij de politieke onrust en tegenstellingen en weigert na het herstel van het Oranjebewind (1787) de gevorderde eed op de Constitutie (1788), waarna hij door het stadsbestuur uit zijn ambt wordt gezet).

Van 1788-1794 is hij noodgedwongen ambteloos burger. De brieven uit deze periode en de twee daarop volgende jaren (in 1796 overlijdt vader Chevallier) moet ik nog bestuderen, maar voor de periode daarna (1796-1825) moet ik me richten op ander bronnenmateriaal. Dat is er zeker wel, maar de brief als historische bron zal ik voor die periode grotendeels (helaas) moeten missen.

Hoewel het soms puzzelen is om te ontcijferen wat vader en zoon aan elkaar schrijven ben ik er tot nu toe wel uitgekomen (voor 98%) en beleef ik er veel plezier aan om zijn leven zo ‘op de voet’ te volgen.

Geen idee, wanneer het boek klaar zal zijn, maar ik heb al wel een uitgever bereid gevonden het t.z.t. te publiceren.

Tot zover even mijn eerder beloofde update…

 

 

zaterdag, 11 april 2020 08:04

Opstanding

OPSTANDING

 

Pasen in Corona-tijd

 

Toen ik een jaar of 15 was – inmiddels al ruim een halve eeuw geleden – begon ik belangstelling voor literatuur te krijgen. Ik wendde me meteen tot de grote wereldliteratuur en begon aan romans van Simone de Beauvoir, Camus, Streuvels (hoewel die wat kleiner was) en niet te vergeten de ‘reus’ Tolstoj. Nadat ik Anna Karenina had doorgeworsteld liep ik zijn Opstanding tegen het lijf en ik weet nog dat het een editie was van uitgeverij Veen.

Van de roman zelf kan ik me niet zoveel meer herinneren dan dat de hoofdpersoon een goed mens probeerde te zijn en dat het Evangelie hem daartoe geïnspireerd had.

Ik was natuurlijk nog veel te jong om de diepgang van dergelijke boeken te kunnen peilen, maar op die leeftijd schrik je niet terug voor wat puberale intellectuele stoerdoenerij, want je maakte wel indruk, als je kon zeggen, dat je een boek van Tolstoj net uit had.

Zo vlak voor Pasen moest ik ineens aan de titel van die roman denken: Opstanding. Dat is hét Paas-kernwoord, maar heeft dat wel enige betekenis, m.n. ook in deze tijd van crisis en onzekerheid?

Het verhaal van Pasen is bekend, omdat het de kern uitmaakt van de christelijke verkondiging, maar toch blijft het altijd een vreemd, weerbarstig en ongewoon verhaal. En dat is maar goed ook! Anders wordt het een verhaal, waar je enkele quiz-vragen op los kunt laten, zoals bij ‘Kansfonds.nl’ rondom ‘The Passion’ gebeurt. Beantwoord de vraag: “Hoeveel dagen heeft Jezus in het graf gelegen, voordat hij opstond?” Stuur je antwoord naar…en maak kans op: ….

Het Paasverhaal als eitje, weetje. Dan reduceer je een diepzinnig en betekenisvol verhaal tot een vertellinkje, waar je al of niet iets van weet. Je maakt dan wel kans op een prijs, maar je verliest geheid de zin van het verhaal!

Dan is er een andere mogelijkheid om de betekenis van Pasen op afstand te houden en dat is die van de ‘ont-rafeling’, die meestal tot ‘ont-takeling’ leidt. Wij buigen ons met onze geleerde of vrome hoofden over de Paasberichten, ontdekken allerlei lacunes en oneffenheden en verschillen in de vertellingen en maken dan de balans op, die uitvalt naar de kant van ‘geloof’ of ‘ongeloof’.

In het eerste geval houdt men op om er vragen over te stellen en aanvaardt men de Paasberichten als feitelijke verslagen van een wonderbare gebeurtenis, die zich toen en daar afspeelde. In het andere geval wendt men zich schouderophalend en zgn. ‘ongelovig’ van het verhaal af, want dit is te onzinnig en bizar voor woorden, zo redeneert men dan.

Maar in beide gevallen zijn wij het, die een oordeel vormen over het verhaalde. Die kan instemmend of afwijzend zijn, maar hoe dan ook: het is ons oordeel.

Maar er is nog een andere mogelijkheid en die wil ik graag aan u voorleggen. Dan zijn niet wij het, die het Paasbericht interpreteren en voorzien van een ‘labeltje’, maar ik stel voor, dat het Paasverhaal – onontkoombaar - ónze werkelijkheid interpreteert! Niet wij buigen ons over het verhaal, maar het verhaal buigt (zich) naar ons toe en wij laten ons verrassen en ont-stellen, want ons wordt getoond, waar het geheim van het leven te vinden is.

Wij raken overrompeld en ontroerd door het verhaalde; wij herkennen ineens onze werkelijkheid in de te zware grafsteen, die bikkelhard aantoont, dat geweld blijkbaar altijd zegeviert.

Maar ook wordt verhaald van die andere ‘onmogelijke mogelijkheid’, die daar dwars doorheen opbloeit: een open ruimte, een innige ontmoeting, een verbaasde reactie. Dat het leven sterker is dan de dood, dat Gods mogelijkheden de onze verre overtreffen. En we wisten het niet…maar het wordt ons geschonken!

Ik denk nog even aan de roman van Tolstoj: Opstanding. Als het Lichaam van Christus is opgestaan, laten ook wij – die zijn Lichaam zijn - opstaan, zoals ook de hoofdfiguur in deze roman deed. Laten wij Opstanding als een doorgaand verhaal zien, waarin ook wij voorkomen als mensen, die opstaan tegen onrecht, lijden, waanzin en verlorenheid. Juist in deze periode van onzekerheid en angst kunnen wij enerzijds troost putten uit deze Paasvertelling, maar anderzijds ook kracht om als opstandings-mensen iets van een nieuwe wereld zichtbaar te maken.

 

Meppel, 9 april 2020

 

 

 

vrijdag, 27 maart 2020 15:40

Petrus Chevallier - een beginnetje

PETRUS CHEVALLIER

1760-1825

PREDIKANT MET VERGEZICHTEN

 

 

Inleiding

 

Beste ouders, ik wil u door middel van deze brief laten weten, dat ik mij hier kostelijk vermaak. Ik zit nu, terwijl ik dit schrijf, bij oom Lammert in Amsterdam en het lukt me nu even om in hoofdlijnen mijn belevenissen van de afgelopen weken met u te delen.

Mijn uitstapjes maak ik, zoals jullie weten, vanuit de pastorie in Blaricum, waar broer Robert sinds kort predikant is. ’s Morgens na de koffie trek ik er meestal op uit naar ‘De Tafelberg’, waar ik dan wat ga zitten lezen. Soms bestijg ik het paard van Jan en ik vind het heerlijk om daarmee ‘een togte’ te maken.

’s Middags ga ik meestal op bezoek bij bekenden en notabelen in het dorp of in de omgeving. Als het regent blijf ik binnen en speel ik wat op het spinet of ga ik zitten lezen.

Zo ben ik onlangs ook op visite geweest bij Ds. Van der Roest in Blauwkapel, echt een man naar mijn hart. De meeste mensen waarderen hem niet zo, omdat hij te mystiek is, te sterk beïnvloed door Lavater[1], zoals men dan zegt. Hij zou te veel mystieke boeken lezen…”hij is te aandoenlijk”.

Tot zover in het kort mijn ‘amusements de Blaricum’.

U moet de groeten hebben van alle dierbare vrienden uit Loosdrecht, Utrecht en Amsterdam[2].

 

Dit – in mijn woorden - schreef de 18-jarige Petrus of Pierre Chevallier op 13 april 1779 aan zijn ouders in Groningen. Hij had blijkbaar een paar weken vrij van studie en hij wilde ongetwijfeld eens van nabij zien, hoe zijn broer het als beginnend predikant in Blaricum deed. Over enkele jaren zou hij ook zelf dat ambt in de kerk gaan vervullen, zo was het plan.

Bovenstaande brief is het begin van een lange reeks brieven, die Petrus naar Groningen zou sturen en die zijn vader zou beantwoorden.

Deze brief was nog gericht aan zijn beide ouders, maar in oktober van ditzelfde jaar zou zijn moeder bezwijken aan de dysenterie-plaag, die toen in Groningen tientallen slachtoffers maakte.

Voordat ik Petrus – voor zover mogelijk - op de voet probeer te volgen, is het wellicht dienstig om eerst met de familie Chevallier kennis te maken.

 

 



[1] Johann Kaspar Lavater (1741-1801) was een Zwitserse filosoof, predikant en dichter, die bekend werd om zijn geschriften over fysionomie. Physiognomische Fragmente zur Beförderung der Menschenkenntnis und Menschenliebe (1775-1778). Ueli Greminger: Johann Caspar Lavater: Berühmt, berüchtigt – neu entdeckt. TVZ, Zürich 2012.

Mary Lavater-Sloman: Genie des Herzens: Die Lebensgeschichte Johann Caspar Lavaters. 5. Auflage. Artemis, Zürich/Stuttgart 1955. Het ‘mystieke’ dat PC in zijn brief noemt heeft waarschijnlijk betrekking op de interesse, die Lavater toonde voor het kennen van zichzelf.

[2] De correspondentie tussen vader Paulus en zoon Petrus Chevallier bevindt zich in het archief van de fam. Chevallier en wordt bewaard in de Universiteitsbibliotheek van Utrecht, afd. Bijzondere Collecties. Voor de Inventaris van dit familiearchief verwijs ik naar K. van der Horst, Inventaris van het Archief van de familie Chevallier (Utrecht 1992). Deze en andere brieven zijn te vinden in Portefeuille VII (4*.C.7).

donderdag, 13 februari 2020 12:27

Kirchliche Apologetik

Kirchliche Apologetik

 

bMS 649/24 (14) "Kirchliche Apologetik" (typescript in Duits/in Eng. vert., Berlijn 1912)

 

Een verslag van de apologetische lezingen en discussieserie gedurende de winterperiode van 1912 tot 1913 in Berlijn.

In het winterseizoen 1912-1913 is Paul Tillich als hulpprediker van de Erlöserkirche in Berlijn-Moabit een belangrijke initiator en medewerker van de zogenaamde “Vernunft Abende”. Hij schrijft een uitvoerig stuk, getiteld “Kirchliche Apologetik”, waarin hij de achtergronden onderzoekt naar de kloof, die er ontstaan is tussen kerk en geloof enerzijds en de intellectuelen en de wetenschap anderzijds en welke wegen te bewandelen zijn om die te overbruggen. Deze problematiek heeft Tillich gedurende zijn gehele carrière beziggehouden en deze (begin-)situatie vormde a.h.w. de achtergrond van zijn theologische en filosofische arbeid van later. Ik hoef slechts te refereren aan zijn zgn. correlatie-methode en zijn uitgebreide interesse in (andere) religie(s), wetenschap en kunst om deze behoefte aan gesprek en ontmoeting te onderstrepen.

Tillich is 26 jaar oud, als hij deze taak op zich neemt. Zowel in zijn preken uit deze (korte) periode als in dit stuk komen de contouren van zijn latere theologie al naar voren. Zijn opmerkingen over de twijfel als (inherent) aspect van geloof en waarheid, zijn gebruik van het woord ‘moed’ inzake het zoeken naar waarheid (later geworden tot ‘Courage To Be’) zijn enkele opvallende overeenkomsten met latere uitwerkingen.

Interessant is het te zien, dat deze avonden belegd werden bij families met aanzien en bekendheid: Kurt Leese (vriend en leeftijdgenoot van PT), de Schweitzers, de Burckhardts e.a., maar blijkbaar had iedere bijeenkomst toch ook weer haar eigen sfeer en ‘Anliegen’.

 

Op 14 mei 1911 was deze (nieuwe) kerk, de  Erlöserkirche, plechtig in gebruik genomen in aanwezigheid van de zoon van keizer Wilhelm II prins August Wilhelm van Pruisen. De eerste predikant is Carl Schmidt, die aanvankelijk predikant was van de Heilandgemeente, maar deze Erlösergemeente wordt in 1912 daarvan losgemaakt en wordt een zelfstandige gemeente van 14.000 zielen en Paul Tillich treedt in datzelfde jaar aan als hulpprediker. Vanuit deze kerkgemeenschap worden de avonden georganiseerd en Paul Tillich ontwikkelt deze activiteiten vanuit de pastorie, die aan deze kerk is vast gebouwd (Wikingerufer 9).

 In het Paul Tillich-archief in Boston (Mass.)/Harvard University heb ik een Engelse vertaling van dit stuk aangetroffen, die ik gebruikt heb voor mijn vertaling in het Nederlands, die ik aanbied op de website http://paultillich.nl/index.php/component/k2/item/121-bms-649-24-14-kirchliche-apologetik

 

maandag, 10 februari 2020 11:15

Archief uitgebreid

Archief uitgebreid

 

De Tab Archief is sinds kort uitgebreid met een nieuw item, namelijk “Heusden”.

Heusden was mijn eerste gemeente, die ik van 1985-1990 gediend heb. Een paar weken geleden ben ik begonnen mijn ‘preekarchief’ op orde te brengen en zo heb ik 296 preken geïnventariseerd uit deze periode. Mijn preken schreef ik toen handmatig uit in zgn. preekschriftjes.

Zo nu en dan organiseerde ik voor belangstellende gemeenteleden een preek-nabespreking. Een welwillend gemeentelid was in staat om mijn handschrift te lezen en bereid om de preek uit te typen. Deze werd dan vermenigvuldigd en besproken aan de pastorie. In mijn ‘archief’ trof ik een aantal exemplaren aan en deze heb ik nu gescand (in pdf format) en op mijn website geplaatst.

Je kunt ze hier vinden: http://dsceeshuisman.nl/index.php/2012-10-12-07-20-28/publicaties-2

Ik ben van plan om hier nog meer preken uit mijn Heusdense periode te plaatsen, maar die moet ik dan eerst nog zelf gaan digitaliseren. Mogelijk leidt dit t.z.t. nog tot een publicatie?

Wat je van mijn preken uit die tijd vindt, laat ik uiteraard aan ieders oordeel en inzicht over. Zelf vind ik ze (nu!) wat aan de lange kant en soms ook een beetje te streng en te belerend overkomen, maar in hoofdlijnen kan ik er nog wel achter staan. Ik zie in ieder geval geen aanleiding om ze eventueel niet te willen publiceren, hoewel een preek natuurlijk, net als een foto, altijd een moment-opname is. In dit geval een moment uit mijn tijd als beginnend predikant, toen ik nog heel jong was en bezig was mijn theologische inzichten en homiletische vaardigheden te ontwikkelen.

zondag, 29 december 2019 14:23

Een verhaal kneden

Preek gehouden op zondag 29 december 2019 in de “Ontmoetingskerk” te Zuidwolde n.a.v. fragmenten uit Lucas 1 en 2

 

Een verhaal kneden

 

De zondag tussen Kerst en Oud en Nieuw ligt er altijd wat verloren bij: de mensen zijn verzadigd van het lied en het Woord en komen met moeite hun bed en huis uit – mooi, dat u daar niet aan toegegeven hebt!

Soms vult men de dienst op deze zondag daarom maar op een alternatieve wijze in, bijv. door een zgn. Top-2000 te organiseren, maar onderweg hierheen zei mijn vrouw: “In Zuidwolde heeft men (blijkbaar) de knie (nog) niet gebogen voor de Top-2000-dienst…”

Ik denk, dat deze zondag juist uitermate geschikt is om nog eens even na te denken over wat we gevierd hebben. We laten alles nog eens de revue passeren en wij vragen ons en elkaar af: wat betekent het nu allemaal en waar leidt het toe?

En wie ons daarin voorgaat is moeder Maria. Als we haar een beetje proberen te volgen dan zien we haar allereerst nog weer even op het moment, dat de boodschap haar bereikt, dat zij een kind zal krijgen. Met bevend hart, maar ook gelaten en vol verwachting, aanvaardde zij haar zwangerschap. Zij wist, dat zij moeder mocht worden van een bijzonder kind, van iemand met een bijzondere naam en een bijzondere roeping.

En dan volgt na een lange aanloop de vertelling van Lucas, hoe het kind geboren wordt in een stal of een grot in de buurt van Bethlehem en dat herders in de buurt op de hoogte worden gebracht, ja zo kun je dat wel zeggen, dat de Redder der wereld, de messias, geboren is en dat zij het als een kind zullen vinden, in een kribbe of voederbak, gewikkeld in doeken.

En u en ik kunnen het verhaal wel dromen: zij gaan op weg en vinden Maria en Jozef en het kind en iedereen is blij verrast. Hoe wonderlijk, dat alles zo samenkomt en klopt. Ja, het leek een sterk verhaal, zeiden ze tegen elkaar, maar het verhaal is rond.

En als dan iedereen naar huis is: de herders naar hun kudde en Jozef in slaap gevallen is en ook het kindje Jezus ligt te snoezen, dan is moeder Maria alleen nog wakker en schrijft Lucas: ‘en Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef er over nadenken’.

In het Grieks worden hier twee woorden gebruikt, die letterlijk de betekenis hebben van ‘samenbrengen’, ‘bijeenvoegen’. Wat verspreid is, uiteen ligt, een veelheid is wordt bij elkaar gebracht tot één geheel. Dat is de beste manier om er een beetje grip op te krijgen, om het te begrijpen en er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Het precies, zoals wanneer iemand in de keuken alle ingrediënten verzamelt en bijeenvoegt tot een deeg of een andere samenstelling en dat wordt uiteindelijk iets eetbaars, iets lekkers. Zo bracht ook Maria alles bij elkaar en bakte a.h.w. haar eigen verhaal.

En telkens begon ze van voren af aan het hele verhaal langs te lopen: hoe dit kind op een vreemde en onverwachte manier haar in de schoot was geworpen. Ja, zo kon je dat wel zeggen: ongepland had deze zwangerschap haar overrompeld en toch heeft ze het aanvaard en laten gebeuren.

En ze dacht na over de plaats, waar het kind ter wereld was gekomen: dat had ze toch niet van tevoren kunnen bedenken? ‘In the middle of nowhere’, ver van huis en zonder enig comfort: geen familie, geen vrienden, die op kraamvisite kwamen, maar een paar vreemde herders. Hoe kon dat? Hoe wisten zij dat?

En dan ook over de naam van haar kind. Hij zou Jezus moeten heten, wat redder of bevrijder betekent, maar is dat niet te pretentieus en te ambitieus? En hoe zou hij die naam kunnen waar maken? En zo maakte zij zich al zorgen over later…zij was er niet gerust op, hoe het zou aflopen en waar zij die naam nog eens zou tegenkomen en lezen.

Zo bracht ze alles zoveel mogelijk bij elkaar: wat de engel Gabriël tegen haar gezegd had, wat Jozef van plan was geweest en toevallig ook net dat bevel van keizer Augustus en dan dat verhaal van die herders, die zeiden dat zij engelenzang hadden gehoord: dat alles en nog veel meer gedachten, zorgen en vooruitzichten, probeerde zij bij elkaar te brengen, samen te vatten en te begrijpen.

Dat is precies wat de kerk van alle tijden en plaatsen heeft geprobeerd en nog steeds doet, want Maria is ook het beeld van de kerk geworden: proberen te verstaan wat de komst van dit kind betekent. En in de loop van de tijd zijn er vele antwoorden op gegeven en die zijn ook doorgegeven en worden nog steeds bewaard en gekoesterd. Maar in iedere tijd moet telkens weer opnieuw gezocht worden naar de betekenis voor het heden.

Hoe breekt het licht van dit kind door in de nacht van ons bestaan? Hoe krijgt dit kindje handen en voeten in deze wereld vol eigen belang, angst en afweer, geweld en haat?

Theologen, filosofen, zieners en predikers, maar ook kunstenaars hebben de eeuwen door de betekenis van dit Kind proberen te verwoorden of uit te beelden.

Voor vanmorgen heb ik er ook eentje meegenomen, namelijk een schilderij van Rembrandt, de kunstenaar van het ‘clair-obscure’, het licht en het donker. Kijk, hier zien we de aanbidding door de herders, zoals dit schilderij is gaan heten. Alle aandacht gaat uit naar het kindje Jezus en dat is natuurlijk te verwachten, maar wat opvalt is, dat niet zozeer het licht van een lamp of een fakkel op het kindje valt, maar dat het kindje zelf het licht geeft, ja het licht is. Dat heeft Rembrandt heel verrassend en geraffineerd proberen uit te beelden. Hij is het licht van de wereld. Wij schijnen niet hem bij, wij hoeven hem niet in het licht te zetten, maar Hij zet ons in het zonnetje, in het licht van Gods vriendelijk aangezicht. Wij worden door hem beschenen, hij werpt licht op ons.

En zo weten wij ineens, dat wij zelf geroepen zijn om in het licht te wandelen en te handelen als kinderen van het licht. Dat wij zelf iets uitbeelden en uitstralen van het licht, dat hij is en ons geeft. Vlak voor de kerstdagen heb ook ik – net als Maria – weer nagedacht over de betekenis van de komst van het kindje Jezus en geprobeerd alles bij elkaar te brengen en te verdichten, in een klein gedichtje en dat heb ik op onze kerstkaart geplakt en ook u wil ik dat bij wijze van samenvatting meegeven:

Op de Kerstkaart

 

Hij kwam,

zag ons en

heeft ons voor zich gewonnen.

 

Brak de tijdbalk in tweeën,

omarmde alle generaties:

de Christus vóór en na.

 

Een nieuwe tijd brak aan

voor vrede

en licht in mijn hoofd.

 

Het Nieuwe Zijn staat

onwennig en pril nog

voor altijd op de kaart.

 

(Cees Huisman, dec. 2019)

 

 

zaterdag, 21 december 2019 18:44

Rutger Bregman atheïst?

 

Hoezo atheïst?

 

Wat een prachtig interview met Rutger Bregman in Trouw van zaterdag 21 dec. 2019) (de Verdieping): een jongeman vol goede ideeën, die er niet voor terugdeinst deze in hogere kringen te ventileren, zoals in het voorjaar in Davos, waar hij de rijken der aarde wees op hun verantwoordelijkheid om (ook) belastingen te betalen en waar hij ook het vele heen-en-weer gevlieg in privé-jets hekelde. Kortom, een man naar mijn hart!

Wat mij enigszins verraste en tegenviel was, dat hij zich door de redeneringen en argumentaties van Herman Philipse en Richard Dawkins had laten overtuigen om voortaan als atheïst door het leven te gaan. Ik heb sterk de indruk, dat veel mensen (m.n. ook intellectuelen) zich (graag?) atheïst noemen, omdat ‘geloven in God’ dom en achterhaald lijkt.

Maar de bezwaren tegen ‘het bestaan van God’ – zoals de kwestie dan genoemd wordt – hebben altijd betrekking op het afwijzen van een God, die zich ergens – onzichtbaar - ophoudt en als een ‘entiteit’ wordt opgevat. Tegen die voorstelling zijn inderdaad vele (redelijke) argumenten aan te voeren en Philipse en Dawkins hebben zich uitgeput om die allemaal op te sommen, maar het afwijzen van een bepaalde Godsvoorstelling hoeft nog niet te betekenen, dat je dus daarom een atheïst bent.

Alle volwassen theologie begint met het afrekenen van onze Godsvoorstellingen, zoals Meister Eckhart (1260-1328) en Paul Tillich (1886-1965) opmerkten. Tillich heeft eens een lezing gehouden, die hij de uitdagende titel meegaf: “The absurdity of the question: does God exist?” Dat wil niet zeggen, dat Tillich God ontkende, maar hij plaatste vraagtekens bij onze voorstellingen van God bijv. als de man met de witte baard op een wolk, de in de hemel (als een locatie opgevat) wonende en tronende Albestuurder e.d. Volgens Tillich is God een symbool van onze ‘ultimate concern’, niet op te vatten als ‘a being’, maar als ‘being itself’.

Peter Rollins vertelt het grappige en tot nadenken stemmende verhaal van een geleerde, die zijn hele leven bezig was geweest om bewijzen te verzamelen voor het niet-bestaan van God. Hij had er al veel over gepubliceerd, maar hij was er zelf nog steeds niet tevreden over. Hij zocht nog naar het ultieme, onweerlegbare bewijs.

En terwijl hij aan het grondig nadenken was viel hij in slaap en droomde hij. In zijn droom verscheen onverwacht en ongedacht God aan hem, die tegen hem zei: ‘Ik ben God en Ik besta niet’.

Sindsdien schreef hij nooit meer over de versleten vraag of God wel of niet bestond en hij begon er steeds meer aan te twijfelen of hij wel een atheïst was.

Ik wens Rutger ook die twijfel toe.

 

 

 

 

woensdag, 18 december 2019 15:40

Op de Kerstkaart

Op de Kerstkaart

 


Mijn (onze) kaart met wensen voor de feestdagen en voor het nieuwe jaar plaats ik ook hier voor alle enthousiaste en kritische lezers (m/v) van mijn blog.

Naast of onder de foto, die ik in 2017 gemaakt heb in Dickninge (een landgoed vlakbij Meppel/de Wijk) heb ik een dicht-gedachte geplaatst, dat in mij opborrelde bij het nadenken over de kerstgedachte.

Het recept en de ingrediënten houd ik voor mezelf: neem het tot je, geniet ervan en leef ermee!

 

Op de Kerstkaart

 

Hij kwam,

zag ons en

heeft ons voor zich gewonnen.

 

Brak de tijdbalk in tweeën,

omarmde alle generaties:

de Christus vóór en na.

 

Een nieuwe tijd brak aan

voor vrede

en licht in mijn hoofd.

 

Het Nieuwe Zijn staat

onwennig en pril nog

voor altijd op de kaart.

 

zondag, 15 december 2019 14:00

Over macht gesproken

Over macht gesproken

 

Het is altijd weer een feest en genoegen om aanwezig te zijn bij een concert van het gemengd kamerkoor ‘Cantica Sacra’ in de St. Clemenskerk te Steenwijk, zoals ook vorige week vrijdag 13 december 2019. Ik ben een trouwe fan van het koor, vooral omdat Joke al 30 jaar lang met dit koor meezingt.

M.n. de advents- en kerstconcerten zijn altijd de moeite waard. Er is in de loop van de jaren een ontwikkeling te bespeuren geweest in de samenstelling van het repertoire en de plaats van het koor in de kerkruimte. Stond het koor aanvankelijk steevast onder het orgel en blies dat ook zijn majestueuze en onmisbare partij mee, m.n. ook bij de samenzang, die er ook was, nu heeft het koor zich verplaatst naar de tegenovergestelde zijde (in de eigenlijke koorruimte) en doen het orgel en de samenzang niet meer mee.

Als bezoeker en luistervink heb ik nu ook een heel ander uitzicht. In plaats van een blik op het orgelfront zie ik nu een fraai hekwerk, waarboven zich een indrukwekkend bord verheft met de vrijwel onleesbare tekst: “Daar en is geen macht dan van Godt”. Het is een kleine passage uit de brief van Paulus aan de Romeinen, uit hoofdstuk 13 om precies te zijn.

Ik weet niet of dit de oorspronkelijke plaats van dit tekstbord is, want ik kan me voorstellen, dat het waarschijnlijk in de 16e of 17e eeuw is aangebracht boven de herenbanken, de plaatsen waar de magistraten van de stad zaten. De aanwijzing van Paulus kon zo dienst doen als een waarschuwing: verzet je niet tegen ons, de bestuurders van deze stad, want dan kom je in feite in opstand tegen God! Ook gold dit woord als een legitimatie van de macht. De magistraten ontleenden hun machtspositie niet aan het volk, maar aan God.

De vraag is nu wel, of het gebruik van dit ‘machtswoord’ dat van het misbruik niet dicht nadert. M.a.w. is dit woord vooral bedoeld om de machtspositie van de heersende autoriteiten te schragen of is er vooral ook een kritisch moment voor henzelf in verborgen, waarvoor men misschien geen oog had?

M.a.w.: wil dit woord vooral de machthebbers zelf niet een spiegel voorhouden? Let op, wat jullie doen, want jullie handel en wandel moet een weerspiegeling van Gods werkwijze zijn. Jullie ‘verbeelden’ zijn macht en die is gericht op ruimte scheppen voor mensen, opkomen voor de ont-rechten en met erbarmen bewogen zijn t.a.v. armen, vluchtelingen en ontheemden.

Zo zou ik deze tekstwoorden niet allereerst willen lezen als een legitimatie van de macht (zoals de machthebbers zelf wellicht meenden), maar eerder als een kritische vingerwijzing en aansporing om de macht niet te misbruiken, maar uit te oefenen ten goede van mensen en de samenleving in haar geheel, zoals Psalm 146 zo mooi aangeeft: Hij doet de verdrukte recht en geeft de hongerige brood. Hij maakt de gevangenen los; Hij richt de gebogenen op en Hij heeft oog voor de vreemdelingen en zorgt voor het levensonderhoud van de wees en de weduwe. Zo wil God (d.m.v. magistraten) de wereld regeren en zijn macht doen gelden!

De verandering van blikrichting in de kerk van Steenwijk tijdens een concert van Cantica Sacra bracht mij op bovenstaande gedachten: een meditatieve bijvangst van een prachtig muzikaal evenement.

 

vrijdag, 13 december 2019 16:29

Boeiende dissertatie over de 'zonde-leer'

Boeiende dissertatie van F.F. Omta over de ‘zondeleer’

 

Vorige maand (november 2019) promoveerde Fokko Frederik Omta op een dissertatie over opvattingen over de zonde van twee toonaangevende 20e-eeuwse theologen Karl Barth en Paul Tillich, die in contrast en gesprek worden gebracht met de opvattingen van de New Age-beweging, o.a. bij monde van Jane Roberts, A Course in Miracles en Matthew Fox. De volledige titel van zijn proefschrift, verdedigd aan de VU in Amsterdam, luidt: Sin: against Whom or against What? An assessment of Barth’s en Tillich’s perspectives on sin and sanctification in comparison to views of New Age authors (uitg. KokBoekencentrum, Academic, Utrecht).

Wat is ‘zonde’ eigenlijk? Het is een vraag, die de christelijke traditie eeuwenlang op de hielen heeft gezeten en soms was het ‘crystalclear’ wat zonde was en soms durfde niemand erover te spreken, want dat was zonde van de tijd. Zonde kon gezien worden als de overtreding van een regel of een gebod of als een mislopen van je bestemming, wat uiteindelijk zonde is, natuurlijk.

De zonde werd in de christelijke traditie soms uitvergroot en dan weer gebagatelliseerd, al naar gelang de omstandigheden en situaties.

In de 20e eeuw begon de kerk steeds minder over (persoonlijke) zonde te spreken, de biechtstoelen verdwenen uit de kerken en het gebed van verootmoediging en zondebelijdenis werd ingenomen door het Kyrie-gebed. Hing dat samen met de verdwijning van een persoonlijke God achter de horizon en werd zonde meer en meer gezien als een misstap in het intermenselijke verkeer? Of kwam er ook meer oog voor de vervlechting van ons persoonlijke gedrag met de structurele ‘onschuldige’ verhoudingen in de samenleving, waaraan uiteindelijk niemand schuld heeft?

Hoe het ook zij, al deze en andere ontwikkelingen hebben bijgedragen aan een verandering van het zondebesef en het is de verdienste van Omta, dat hij in deze studie een prachtige uiteenzetting geeft van de verschillende visies op ‘zonde’, waarin hij uiteindelijk de aandacht vestigt op een niet-theïstisch of a-theïstisch zondebesef, dat te typeren is als ‘lijden aan spirituele luiheid, onverschilligheid of gebrek aan moed’, wat men zichzelf inderdaad ook vaak kwalijk neemt (‘modern’ zondebesef te noemen). Daartegenover ontstaat de mogelijkheid om hieraan te ontsnappen of zich er tegen te verzetten en zo kan men nieuwe vormen van heiliging ontwaren, waarbij men bereid is het vege lijf te riskeren en tegelijkertijd zijn/haar ziel te behouden.

Het gaat mijn competentie te buiten om deze dissertatie verder te bespreken of te recenseren. Ik wil vooral aandacht vragen voor zijn uitvoerige bespreking van Paul Tillich’s invalshoeken t.a.v. de besproken thema’s, zoals de kosmologie-ontologie (over de wereld en het Zijn), de hamartiologie (leer over de zonde) en de ‘Human Potential’ (The New Being).

Op mijn Tillich-website zal ik t.z.t. uitvoerig(er) ingaan op wat Omta t.a.v. deze onderwerpen naar voren brengt.

Kortom, een prachtige en lezenswaardige dissertatie!