Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 18 november 2018 11:18

Concours Hippique

Preek gehouden op de 9e zondag van de herfst 18 november 2018 in de Oude Kerk n.a.v. Openbaring 6: 1-11

PS Tijdens het beluisteren van de preek moest een gemeentelid denken aan het kerkraam in zijn vroegere gemeente te Santpoort (hierbij afgebeeld).

 

Concours Hippique

 

Vanaf de zondag van de gedachtenis van de overledenen heb ik me voorgenomen de aangegeven alternatieve lezingen te volgen. Dat zijn lezingen uit de Openbaring van Johannes. Die passen natuurlijk ook wel bij deze periode, de laatste zondagen van het kerkelijk jaar, ook wel voleindingszondagen genoemd.

De Openbaring is het laatste bijbelboek, zoals u weet, en heeft alleen al door die plaats in de canon een bijzondere positie. Het heeft iets geheimzinnings en definitiefs: het laatste hoofdstuk van een boek bevat vaak de plot van het verhaal. Daarin komt alles samen en krijgt het geheel zijn vervulling.

Zoiets lijkt ook met de Openbaring aan de orde te zijn, maar we moeten ons anderzijds ook realiseren, dat de Openbaring van Johannes aanvankelijk als een los geschriftje de wereld was ingegaan en door gemeenten op diverse plaatsen werd gelezen en bewaard. Pas enkele eeuwen later is het in de canon opgenomen en kreeg het de plaats die het nog steeds heeft: als afsluiter, als toevoeging ook, een einde, een open einde.

Het is een geschrift dat moeilijk te doorgronden is, dat op meerdere manieren gelezen kan worden: het bevat een soort geheimtaal en er zitten verwijzingen in naar de tijd, waarin het ontstaan is (de 1e eeuw na Chr.), maar die zijn zo uitvergroot, dat het lijkt alsof het over de toekomst gaat. En zo hebben vele generaties christenen dit bijbelboek ook gelezen: als een openbaring of onthulling van wat er allemaal staat te gebeuren.

Het gaat over ‘de laatste dingen’, zoals het laatste hoofdstuk in klassieke dogmatieken ook altijd heette. Dat is een wat vreemde benaming, alsof het om nog een restje zou gaan. Iemand die gaat verhuizen heeft alles ingepakt, alleen nog een paar laatste dingetjes bij elkaar pakken en dan: Klaar is Cees!

Maar de ‘laatste dingen’, het ‘eschaton’, zoals het dan in kerklatijn heet, hoewel het een Grieks woord is, kun je ook anders opvatten. Niet zozeer als het einde van de tijd en wat er dan allemaal staat te gebeuren, maar eerder: wat is het wezenlijke, het eigenlijke, het ultieme van wat er gaande is in de wereld. Kun je een clue ontdekken in die wirwar van gebeurtenissen? Waar draait het uiteindelijk, ten laatste, om? Zo heeft Ds. Miskotte zijn boeiende lezingen over de Openbaring van Johannes – tijdens de 2e Wereldoorlog in Amsterdam gehouden – de titel meegegeven ‘Hoofdsom der Historie’. De openbaring onthult a.h.w. het geheim van de geschiedenis. Brengt aan het licht waar het om draait. Dus de Openbaring wijst niet vooruit naar een later tijdstip in de geschiedenis, maar doet eerder een diepteboring in of van de geschiedenis, die actueel is voor iedere tijd, ook de onze.

Tussenspel (orgel)

Nu dan naar Hoofdstuk 6. Ik zou daar boven kunnen zetten ‘Concours Hippique’. De visionair Johannes ziet de geschiedenis van de mensheid als een paardenrace. Wat hij te zien krijgt komt dus ook weer niet zomaar uit de lucht vallen, al lijkt dat wel zo, maar heeft vaste voet in de grond, waarop hij staat. Paardenraces vonden plaats in de arena’s van de grote steden van die tijd en hoe spannend en gevaarlijk dat kon zijn weet iedereen, die de klassieker ‘Ben Hur’ wel eens heeft gezien. In Engeland zijn ze ook dol op die races en kan men weddenschappen afsluiten op welk paard de race zal winnen. Als Johannes nu de verbreking van de zegels door het Lam ziet dan komen a.h.w. al die aspecten bij elkaar: in de wereld is een race, een wedloop gaande en wie of wat zal het uiteindelijk, ten laatste, winnen? Wie zal nummer 1 worden? Op welk paard wedden wij?

Er zijn er wel vier, die in de race meedoen… Telkens wordt geroepen: “Kom!” Het lijkt op het eerste gehoor, dat dat tot de ziener wordt gezegd, maar het is logischer om te veronderstellen, dat dat tot het paard en zijn ruiter wordt gezegd. En ‘kom!’ klinkt dan misschien ook nog wel wat te mak. Het is eerder: ‘Vort!’ ‘Ga!’ ‘Rennen, jij!’

Het eerste paard, dat mijn aandacht trekt, is een vuurrood paard, besmeerd met bloed en modder. De ruiter kan dit paard amper in bedwang houden, zodra hij los is slaat hij op hol en trapt alles plat, kort en klein. Heeft hij ook een naam? Jazeker, zijn naam is ‘Oorlog’. Doldriest draaft hij de geschiedenis door en wat hij aanricht wordt steeds heviger en afschuwelijker. Hij neemt de vrede van de aarde, hij verstoort de goede verhoudingen en als hij eenmaal aan het draven is is er geen houden aan. Voorbeelden hoef ik niet te noemen, die zijn legio. Vorige week stonden we stil bij de honderdjarige herdenking van het einde van de 1e Wereldoorlog. Daar liet het vuurrode paard zien, waartoe hij in staat was: zijn grote zwaard maakte miljoenen slachtoffers – en al werd het paard gedurende een korte tijd daarna in bedwang gehouden – al gauw sprong hij alweer naar voren en opnieuw sloeg hij toe en vermorzelde miljoenen mensen: soldaten en burgers, kinderen en ouden van dagen. ‘We willen dat paard nooit meer zien’, zeiden de mensen, nadat hij wat getemd was, maar telkens duikt hij weer op, momenteel doet hij zijn intrede in Yemen en in Syrië heeft hij zijn sporen ook ruimschoots achtergelaten.

Maar er staat nog een paard te trappelen om de arena te betreden en die ziet er zwart als de nacht uit. Dit paard draaft niet, maar schrijdt. Langzaam maar zeker trekt hij de geschiedenis door en de ruiter zit erop met een weegschaaltje in zijn hand. Hoe heet dit paard? Wel, dit paard heet ‘Honger’ of ‘Schaarste’. De primaire levensbehoeften zijn nauwelijks voorradig. Alles moet afgepast en afgemeten worden. Brood en melk moeten op de bon. De gewone mensen zijn er de dupe van. Een dagloon voor een broodje, later een maandloon voor een bordje koolsoep. Miljoenen mensen leven telkens weer onder dergelijke omstandigheden. Vaak volgt dit paard op het ‘oorlogspaard’: hij sukkelt achter hem aan.

Opvallend en ook weerzinwekkend is het, dat de rijke lui zich kostelijk blijven vermaken. Die hebben hun eigen getto’s en ommuurde villa’s waar de wijnvoorraden onuitputtelijk zijn en waar de dames zich nog steeds mooi kunnen maken. Ons kan niks gebeuren…aan hulp voor de armen wordt niet gedacht. Zo gaat dat, eeuw in, eeuw uit.

Daar draaft nog een paard de geschiedenis door, een vaalgeel paard. Een scharminkel van een paard, wankel op de poten, een vel-over-been-paard. Hoe zou dit paard heten? Hij kan wel ‘Ziekte’ of ‘besmetting’ genoemd worden. Hij wordt bereden door ‘de dood’. Telkens weer doen zich in de loop van de geschiedenis perioden voor, waarin het leven onzeker is en epidemieën zich voordoen: de Zwarte Dood in de middeleeuwen, tuberculose in de 19e en 20e eeuw, malaria, de Spaanse griep, Aids, kanker.

Er komt geen einde aan zijn slachtoffers. Het is een angstwekkend paard en hij laat zich moeilijk sturen en bedwingen.

Zal het ooit nog eens anders worden? Zal aan al die slachtoffers ooit nog eens recht gedaan worden of zijn zij zomaar als vuilnis in het vat van de geschiedenis geworpen? En dan ook nog al die mensen, die Jezus wilden navolgen en in zijn Naam protest aantekenden en getuigenis aflegden van zijn woorden en werken. En het werd niet geduld en zij werden monddood gemaakt en de ziener ziet hen klagen, wenen en roepen om recht en gerechtigheid. Onder het altaar ziet hij hen, daar waar de dienst van de verzoening plaats vindt, maar wat betekent dat voor hen? Moet er niet eens opgetreden worden?

Ik sprak onlangs nog een oude mevrouw en we hadden het zo over wat er allemaal gaande is in de wereld en toen zei zij dat zij iedere avond bad en vroeg of God er eens in zou springen. Het werd nu wel eens tijd. Het is precies de bede van die zielen onder het altaar. Maar weet u wat het antwoord is: geduld, nog meer geduld…en nog eens geduld!

Want er rijdt nog een paard door de wereld. Dat is een wit paard – ja, inderdaad, het lijkt op het paard van Sinterklaas – en dat paard laat zich niet beteugelen, maar dat gaat vrank en vrij de wereld door. Recht op zijn doel af. Het gaat hier om de verkondiging van het Evangelie, het verhaal van Jezus, dat als een rode draad de geschiedenis doorgaat en haar kleurt en richting geeft. Die andere paarden zijn veel luidruchtiger en hebben nog steeds macht en invloed en dat zullen zij ook blijven behouden, maar uiteindelijk, ten laatste, heeft het eerste paard het laatste woord. Wedden?!

 

Gepubliceerd in Blog
zondag, 06 mei 2018 13:43

Venster op een nieuwe wereld

Preek gehouden in de Grote of Mariakerk op de 6e zondag van Pasen (Rogate = Vraagt) 6 mei 2018 n.a.v. Genesis 8: 1-14

 

Venster op een nieuwe wereld

 

Als de wereld overspoeld wordt door chaos en wegzinkt in barbarij en een mensenleven niet meer in tel is dan duurt het nog een Godganse tijd voordat de wereld weer bewoonbaar is en de menselijke maat hervonden wordt.

Dat vang ik op uit het verhaal, dat wij vanmorgen horen: het slotakkoord van het zondvloedverhaal, waarvan wij vorige week de opmaat vernamen.

De vraag is niet of het allemaal precies zo gebeurd is. Je zou hooguit kunnen zeggen, dat de vele zondvloedverhalen, die er bestaan, uitdrukkingen zijn van een collectief geheugen aan een dramatische gebeurtenis. Maar het kan evengoed een vertolking zijn van een collectieve angst: de angst voor het niets, voor de totale ondergang, de angst voor de dood.

De wereld en de gebeurtenissen in de wereld kunnen op ons een indruk maken van een woeste, ontembare watermassa, waarin we dreigen te verdrinken. Het volk van de Joden, dat deze verhalen heeft opgetekend, heeft zichzelf zo ervaren in tijden van ballingschap en vervolging. Zowel in de Oudheid als in de meer recente geschiedenis heeft dit volk zich bedreigd gevoeld en is het zelfs aan de rand van de ondergang gebracht. De actualiteit van het verhaal van de zondvloed was voor hen vaak voelbaar en dreigend aanwezig.

Juist gisteren en op 4 mei stonden wij stil bij de ervaringen van oorlog, verwoesting, vervolging en barbarij en hoe de mensheid daaronder leed en er aan onder door dreigde te gaan. Maar dat er te midden van die duisternis plekken van licht waren, oorden van veiligheid en bewaring, dat er vensters opengingen, die uitzicht gaven op een nieuwe toekomst. Zo kon het verhaal van de zondvloed fungeren als een vertelling van hoop!

En ook nu worden wij geconfronteerd met ontwikkelingen, die de wereldvrede bedreigen of die een gevaar vormen voor ons leefklimaat: ik hoef alle brandhaarden en ecologische problemen niet op te sommen. Iedereen weet ervan en we hebben er allemaal mee te maken.

Ook al lijken die problemen en dreigingen ver van ons bed zich voor te doen, toch zijn we er ook als individu bij betrokken en levert ook ons persoonlijke gedrag een bijdrage aan het grotere geheel.

Noach wilde graag weten of er al land in zicht was. Hij wilde graag weten of hij nu eindelijk eens van boord kon gaan. Hij wilde weten of er een nieuwe toekomst mogelijk was, een nieuwe aarde met nieuwe mogelijkheden en kansen.

Dat is precies wat wij ons ook telkens afvragen. Is er nog een menselijk samenleven mogelijk na de verschrikkingen van de 2e WO? En na vele andere oorlogen sindsdien? Zijn de bedreigingen voor het milieu zo ingrijpend, dat we nog mogelijkheden zien om het tij te keren of zal de wal het schip keren?

Goddank zit er een venster in de ark: er is altijd uitzicht op de blauwe lucht of de indrukwekkende sterrenhemel. En Goddank is er telkens weer die zevende dag. Ja, dat is wel een opvallend detail, dat Noach om de zeven dagen een vogel laat vliegen. Natuurlijk is dat een verwijzing naar de 7e dag van de rust, de dag van samenkomen rond het Woord en de dag van bevrijding en opstanding.

Bij het te lijf gaan van alle problemen, die ons omringen, wist ook Noach natuurlijk, dat het handig was als je tenminste tot tien kon tellen, - knappe koppen zijn onmisbaar om de toekomst vorm te geven - maar tot zeven tellen is minstens zo belangrijk. Je bewust zijn van het ritme van de tijd, de menselijke maat van de tijd, de tijd nemen voor rust en bezinning, het leren geduld te oefenen en te letten op de kleine en grote tekenen van de tijd. Weten ook, dat deze werkelijkheid schepping van God is, geschenk uit zijn hand!

De raaf, die als eerste werd losgelaten, is een aaseter en weet zichzelf wel te redden in de chaos en in onstuimige tijden. Hij vliegt van hot naar her om te ontdekken waar hij zich mee te goed kan doen. Een overlever, een wat egocentrische overlever, vind ik. Het type, dat zich weet te verrijken ten koste van anderen, juist in chaotische tijden.

De duif is uit ander hout gesneden – de houtduif zeker – hij is een boodschapper, zij kijkt rond of zij van dienst kan zijn. Hij vliegt om te kijken of hij een nest kan bouwen. Zij denkt aan de toekomst. Hij is een vogel van de hoop en zij is symbool geworden voor de vrede.

Met een groen olijftakje in de snavel komt hij tenslotte bij Noach terug. Nu is er niet alleen land in zicht, maar ook krijgt de aarde weer kleur en fleur. Zoals de lente aanbreekt na een lange donkere winter, zo laat de aarde zich weer zien na een periode van overstroming en duisternis.

Een glimp van de zon, een groene twijg in de winter – zo is het Koninkrijk Gods. Kleine aanwijzingen, vingerwijzingen…kijk, zie je dit? Het is maar een klein takje van een olijfboom, maar weet je wat dit betekent? Straks hebben we weer olie voor in de kandelaars, licht in de duisternis. En we hebben weer olie om onze broden en koeken in te bakken…en we hebben weer geurige olie om onze huid te laten glanzen en er blij en aantrekkelijk uit te zien…en we hebben olie om onze koningen en priesters mee te zalven, zodat alles kan heenwijzen naar de komst van de Gezalfde, de Christus, die gekomen is en Die komt.

Wij worden aangespoord om te letten op die groene takjes, die een nieuwe toekomst aankondigen. Ook zullen we de groene takjes van vroeger blijven gedenken, die ons licht en hoop hebben gegeven, toen Europa en Nederland een puinhoop waren geworden, dat er toen nieuwe samenwerkingsverbanden ontstonden en dat de naties zich verenigden en bijeenkwamen in een zaal, - en dat nog steeds doen - waar een groene olijftak is afgebeeld.

Ook nu zullen we de groene takjes niet veronachtzamen of kleineren, want het zijn vingerwijzingen van God, die ons een nieuwe toekomst wil geven.

 

 


 [CH1]

 [CH2]

Gepubliceerd in Blog