Nativité et naïvité
Overdenking gehouden op de 1e Kerstdag 25 december 2025 in “De Drie Ranken” te Apeldoorn n.a.v. Lukas 2.
Nativité et naïvité
(geboorte en naïviteit)
En het geschiedde in die dagen, nadat ds. Ad afscheid had genomen van De Drie Ranken, dat ds. Hanneke zondag aan zondag dienst moest doen, ook op de Kerstavond en ook aanstaande zondag. Ook nog de 1e Kerstdag? zo vroeg zij zich af? Toen verscheen een engel haar in een droom en zeide tegen haar: ‘Hanneke, neem lekker vrij op 1e Kerstdag en vraag ds. Cees om die beurt te vervullen. Ik zal ervoor zorgen, dat hij dat wil’. En zo geschiedde…
Een week of acht geleden was ik samen met Joke en enkele vrienden in Amersfoort ter gelegenheid van een jubileum van een uitgeverij. En ik stond daar in de rij voor de koffie en ik hoorde achter mij iemand luid oreren tegen zijn buurman over hoe hij dit jaar de Kerstpreek zou aanvliegen: hij zei, het zal veel meer verhalend zijn, niet zo uitleggerig en dogmatisch – daar zitten de mensen niet alleen niet op te wachten, maar het doet ook allemaal te kort aan de bedoeling van het evangelie. Het komt immers tot ons in de vorm van een verhaal?!
Ik dacht bij mijzelf – omdat ik wist: hé, je bent zelf ook aan de beurt met Kerst – ja, hij heeft eigenlijk wel een punt. Dus gedurende die acht weken kwam dat telkens weer terug in mijn gedachten. Maar ik dacht wel steeds: wacht even, allemaal leuk en aardig, maar wordt het dan allemaal niet te kinderachtig, te voorspelbaar en te naïef? We hebben toch in de kerk op Kerstmorgen met volwassen mensen te maken?
En zo zat ik daar over te dubben en te twijfelen en toen schoot mij de gedachte van de Franse filosoof Paul Ricoeur te binnen, die het heeft over een ‘tweede naïviteit’. De verhalen uit de Bijbel – en andere literatuur – neem je als kind serieus en je vindt ze spannend en mooi en vaak ook echt gebeurd. Dat is de eerste naïviteit. Maar als je dan volwassen wordt ga je er vraagtekens bij zetten en vind je de verhalen problematisch of ongeloofwaardig – je wordt kritisch en je gaat met je hoofd de verhalen lezen en je hart blijft onberoerd. Maar Ricoeur wijst dan op de mogelijkheid om daar doorheen te gaan en dan opnieuw de reikwijdte en zeggingskracht van de verhalen te doorgronden. Door je er voor open te stellen, niet in de letterlijke interpretatie te blijven hangen, door te erkennen, dat je rationalistische benadering ook maar beperkt is en de verhalen monddood maakt. Kortom, de tweede naïviteit is de mogelijkheid om opnieuw ‘open minded’ na-kritisch naar de verhalen te luisteren, wat we hier ook zondag aan zondag proberen te doen en ervaren.
Nu wil het toeval – dat is dat wat jou toevalt – dat ik dit jaar een klein boekje heb gemaakt, waarin ik de namen van onze kleinkinderen verbind met die van figuren en verhalen uit de Bijbel (Jouw naam, jouw verhaal). Dat zijn uiteindelijk tien Bijbelverhalen geworden en één ervan gaat over het Kerstverhaal. Want één van de tien is op 25 december geboren en hij wordt vandaag 7. Hij heeft drie namen van zijn ouders gekregen en zijn derde naam luidt Noël.
Dus, dacht ik, misschien is het een goed idee om een paar fragmenten voor te lezen uit het verhaal, dat ik voor hem heb geschreven. Als u het geen goed idee vindt moet u dat ook zeggen, natuurlijk, maar dat kan dan eigenlijk alleen na afloop, als ik bij de uitgang sta.
‘Zit je goed, Maria?’ vraagt Jozef bezorgd. ‘Ja, hoor, het gaat zo wel’, zegt Maria, terwijl ze haar ene hand onder haar dikke buik houdt en met de andere houvast zoekt aan de stugge haren van de hals van de ezel.
‘Laten we dan maar gaan’, zegt Jozef. Ze gaan op reis vanuit Nazareth, waar zij wonen, naar Bethlehem. Zij ondernemen deze tocht, omdat keizer Augustus dat gezegd had: iedereen die in zijn rijk woonde moest zich laten inschrijven in de plaats, waar hij vandaan kwam. Voor Jozef was dat Bethlehem, waar hij misschien nog een stukje land bezat, waar hij dan belasting over moest betalen. Het ging de keizer maar om één ding: geld, geld en nog eens geld. Dat had hij hard nodig, zoals alle vorsten, machthebbers en staatslieden, om het land te kunnen besturen, om wegen aan te leggen en om oorlog te voeren, als zij dachten, dat dat nodig was. En dat was heel vaak.
Niets aan te doen, had Jozef nog gezegd tegen Maria. Wij kunnen er niet onderuit: wat de keizer zegt moet je doen! We hebben geen keus, hoewel het wel een eind rijden is. Voor Maria was het vooral vervelend, want zij was in verwachting van haar eerste kindje, dat misschien al gauw geboren zou worden. Zij hoopte, dat zij op tijd Bethlehem zouden bereiken en dat daar een logeeradres was, waar het kind ter wereld kon komen.
Maar toen zij daar eindelijk aangekomen waren was er nergens meer een plekje over: alles was vol. Jozef had overal nagevraagd of er nog ergens een slaapkamer of een schuurtje beschikbaar was. Maar nee.
Er was gelukkig nog een aardige boer of herder, die zei: Kom maar mee, hier in deze stal mogen jullie wel overnachten. Er is weinig comfort, alleen een paar balen stro en een paar dekens. Het is hier in ieder geval droog en je hebt tenminste een dak boven jullie hoofd. De koeien en de ezels blijven hier ook vannacht. Lekker warm!
In diezelfde nacht wordt het kindje Jezus geboren. ‘Kijk eens’, en zij wenkt Jozef naar haar toe, ‘het is een jongetje, precies zoals ik al verwachtte en zoals die vreemde bode negen maanden geleden tegen mij gezegd heeft’.
Zij is heel blij en begint zachtjes voor zich uit te neuriën: ‘Nu zijt wellekome, Jesu lieve Heer. Gij komt van al zo hoge, van al zo veer’. En nog meer liedjes dwarrelen door haar hoofd, maar door de vreemde situatie, waarin zij nu met z’n drieën verkeerden, kon zij niet zo gemakkelijk op de teksten komen. Dat kwam later wel…
‘Jozef, wil je ons kindje een beetje netjes aankleden?’ ‘Ja, dat wil ik wel’, zei Jozef, ‘maar heb jij kleertjes meegenomen?’ Toen opende hij het koffertje van Maria en haalde er een paar doeken uit en daarin wikkelde hij het jochie en omdat er geen wiegje in de stal was legde hij het in een voederbak, een kribbe, die daar stond. Het was een heel lief gezicht, maar ook wel een beetje verdrietig, dat dit bijzondere Kind zo achteraf en zonder uiterlijke glans ter wereld was gekomen, terwijl Maria diep in haar hart wist en geloofde, dat Hij de Redder van de wereld was.
‘Kijk nog eens goed in mijn koffertje, Jozef. Helemaal onderin ligt nog een warm truitje, waarop ik een visje geborduurd heb. Doe dat maar als een shirt over alles heen. Dat staat leuk en parmantig’.
Jozef doet precies wat Maria hem opdraagt en zo ligt het kindje Jezus met een visje in het kribje. Niemand wist nog, dat veel later de vis naar hem zou verwijzen. Zijn volgelingen gebruikten het Griekse woord voor ‘vis’ (ichthus) als een soort code. Dat woord was gevormd door de beginletters van Jezus Christus Theou Huios Sotèr: Jezus Christus, de Zoon van God, de Redder of Heiland. Maar van dat alles hadden Jozef en Maria nog geen benul, hoewel Maria wel een hoopvol vermoeden had.
Terwijl Jozef nog druk bezig was de kribbe tot een mooi wiegje om te toveren door een paar scherpe randjes weg te schaven en door er een gevonden latje aan vast te timmeren, zodat een klein hemeltje gemaakt kon worden van een wit lakentje, dat Maria nog had meegenomen in haar koffertje - zo was het net een echt wiegje – hoorden zij gezang en gestommel buiten. Een groepje herders stond buiten in de kou en Jozef vroeg hun wat zij kwamen doen.
Wat zij hem vertelden was ongelofelijk: zij hadden een hemelse boodschap vernomen, dat hier in deze stal de Redder der wereld was geboren. Klopte dat? zo vroegen zij zich af. Jozef wist niet veel meer uit te brengen dan: ‘Nou, kom maar kijken. Er is hier vannacht inderdaad een jongetje geboren’.
Helemaal blij en verrast kwamen de herders kijken en achter een hekje keken zij vol bewondering naar het kind en zijn moeder, terwijl Jozef op de zijkant van een kruiwagen was gaan zitten.
De grote schilder en tekenaar Rembrandt heeft er een mooie afbeelding van gemaakt. Het lijkt net of Maria en Jezus in het licht zitten. Maar ik denk, dat Rembrandt vooral wil uitbeelden, dat dit bijzondere kind het licht van de wereld zal zijn. Waar hij komt verspreidt hij licht en warmte en hij heeft later zijn leerlingen en navolgers opgeroepen om dat ook te doen, zodat de wereld een mooiere en betere plek zal worden om te wonen en te leven.
Maria was erg onder de indruk van dit onverwachte bezoek van de herders. Zij kon bijna niet geloven, dat de herders op de hoogte waren van de geboorte van haar kind. Zij was er een beetje beduusd van en zij verwerkte alles stil in haar hart.
O ja, dat moet ik ook nog even vertellen: toen Jezus geboren was werd hij door zijn vader en moeder in doeken gewikkeld. Zo bleef hij lekker warm, maar hij kon zich haast niet bewegen. Dus na verloop van tijd moest hij uit de doeken gedaan worden. Zijn ouders hielpen hem daarbij: bij zijn ont-wikkeling, snap je?
En weet je wat dit verhaal ook laat zien? Dat de grote machthebbers en krachtpatsers in deze wereld, zoals toen Augustus en Herodes, niets konden en kunnen uitrichten tegen de groei van het Koninkrijk van God, dat zich in het verborgene en onopgemerkt ontwikkelt overal waar vrede gesticht wordt, liefde betoond wordt en aandacht is voor het achtergestelde en het onopvallende.
Jezus heeft laten zien hoe dat ‘werkt’ en hoe moeilijk dat soms is. Maar als wij in zijn geest ook zo omgaan met de mensen, de aarde en alles om ons heen dan zijn ook wij kinderen van God.
En als je wilt zingen dan is dit een prachtig Kerstlied:
Ik wandel in gedachten
in Gods geboortehuis,
gezegend zijn de nachten
van kerst, hier ben ik thuis.
Mijn hart vergeet de wereld
van haast en regeldruk.
Hier vind ik Jezus’ kribbe,
geloof is mijn geluk.
Midden onder u is Hij
Preek gehouden op de 3e zondag van Advent 15 december 2024 in de Catharinakerk te Heusden n.a.v. Zefanja 3: 14-20 en Johannes 1: 19-28
Midden onder u is Hij
Derde Advent “Gaudete”: Weest blij! Dat is de klassieke benaming van deze zondag. Het zijn namen, die oude papieren hebben, maar die in de tijd van de Reformatie weer wat ondersneeuwden. Calvijn bijv. had niet zoveel op met het kerkelijk jaar en de namen van de zondagen en de feesten. Ik heb wel eens gelezen, dat hij op de dag van het Kerstfeest gewoon doorging met zijn bespreking van het boek Deuteronomium, waar hij mee bezig was. Hervormingen kunnen ook te ver doorslaan en het kind met het badwater doen verdwijnen.
Hoe dan ook: ik vind het wel mooi om de naam van deze zondag ‘Gaudete’ – Weest blij – in ere te houden. Het is halverwege de voorbereidingstijd, zoals ook halverwege de 40-dagentijd er een pauze is, die ons eveneens oproept ons te verheugen. Kortom, het kerkelijk jaar houdt rekening met onze spanningsboog, die kort is en daarom mag er halverwege even gespeeld en gejubeld worden: weest blij!
Zo’n oproep en aansporing hebben wij wel nodig, zeker ook in deze tijd van teloorgang, van armoede, van oorlog, van onzekerheid en angst. En veel mensen zullen misschien zeggen: ik kan helemaal niet meer blij worden, het is mij te overweldigend en waarom zou ik blij zijn? Er is geen enkele reden toe.
We hebben gelezen uit de profetieën van Zefanja en als wij zijn hele boekje zouden hebben voorgelezen dan zou de moed ons helemaal in de schoenen gezonken zijn. Echt een onheilsprofeet in optima forma, tsjonge wat kan die tekeer gaan tegen alles wat krom en verkeerd is. En waar het allemaal op uit zal lopen? Ook daar is hij niet optimistisch over: we gaan met z’n allen de ondergang tegemoet! Het lijkt wel of er een tweede zondvloed op komst is.
En ik moet zeggen: al zijn zijn woorden 2600 jaar oud, zij doen aan actualiteit niet onder. In allerlei varianten en toonaarden horen wij om ons heen, dat de wereld op haar laatste benen loopt. De mensheid is helemaal de kluts kwijt en oplossingen worden gezocht in terugkeer naar vroeger of vooruitsnellen naar later. Niemand weet het en veel mensen zijn angstig en bezorgd en noodpakketten zijn niet aan te slepen.
Woorden van Zefanja, woord van de HEER! En als het dan ieder voor zich wordt en God voor ons allen dan wordt het wel ijzig koud op deze wereld. Een nieuwe ijstijd, waarover ik een angstaanjagend gedicht las, geheel in de geest van Zefanja en van Johannes de Doper, want die was uit hetzelfde hout gesneden.
Niemand heeft mij laten roepen.
Niemand geeft mij spreektijd.
Maar ik zal niet zwijgen.
Luister of luister niet
Het zal niets uitmaken.
Scheep mij af met de belofte
dat u morgen tijd voor mij zult vrijmaken.
Het zal te laat zijn.
Wee u analisten, doof voor pijn.
Wee u optimalisten, gevoelloos voor de onderkant,
Wee u trendwatchers, blind voor armoede.
Wee u, die annexeert bij het leven.
Wee u, die wegen van winst gaat.
Wee u voor wie beursbericht of weerbericht het laatste nieuws is.
Wee u, die leeft bij de ijskonijnen af.
Lach maar, grinnik rustig door.
Merkt u niet wat weerprofeten niet voorspellen?
De Vorst blaast over u heen
met zijn koudste adem, zijn hardste oordeel.
De Bron van alle Warmte is
verdwenen in zijn hoogste sfeer
Uitgekeken volk, dat ontevredenheid verwart met verlangen.
Blindgestaard volk, je bent niet arm meer.
Sufgepraat volk, je woorden zeggen niets meer.
Uitgekauwd volk, met je drankjes en je hapjes.
Uitgewoond volk, je bent geen volk meer.
Wat rest zijn de fratsen van vadsige patsers.
Je zult voelen wat alle geloosde kanslozen,
Hopelozen, naamlozen gevoeld hebben.
De stilte van de winter zal intreden
En liefelijk is het niet.
Ijzel vloert wie vooruit wil
Geen stap wordt meer gezet.
De sneeuw zal zich geen naam herinneren.
Onomkeerbaar de kou.
Alles absoluut nulpunt.
Profeten zullen klappertandend spreken
Over niet verstreken houdbaarheidsdata.
Ze zullen profeteren over sprankjes hoop
over vonkjes god
over het Noorderlicht
over kinderen die opstaan uit het ijs.
U zult ze willen geloven
maar het zal vorst zijn zonder dooi.
Zo ongeveer sprak Zefanja, in die trant oreerde Johannes de Doper, woorden van de Eeuwige, spiegel van de tijd, diepteanalyse van onze generatie.
Weest blij, dat krachtige tegengeluid moet wel toegediend gezegd en gehoord worden, want anders zou de wereld daadwerkelijk vergaan en ophouden te bestaan.
Weest blij, want de Eeuwige heeft gedachten van vrede en toekomst voor u bedacht: Want de HEER zelf gaat garant staan voor de redding van de wereld. Het is waar, dat de mensheid wel helemaal crazy geworden lijkt en dat je zou hopen, dat er een keer een einde aan komt. Maar luister goed: laat de botte bijl aub in de kast staan; ga niet zoals collega Jona onder een boompje zitten wachten tot de wereld vergaat; geef je ook niet over aan moedeloosheid en wanhoop, want…en nu zeg ik het nog één keer: WANT de HEER je God is in je midden! Wees niet bang!
De HEER in ons midden is waar we naar uitzien en waaruit wij leven. Zeg niet, als er een God is dan zouden al deze dingen niet gebeuren. Maar zeg: Hij is in ons midden en bij ons, wat er ook gebeurt. En Hij die in ons midden is stelt zich niet op als een onkwetsbare en ongenaakbare God. Maar Hij die in ons midden is gaat er zelf onderdoor. Zijn begin is precies, zoals van ieder mensenkind: klein en weerloos, in een wiegje met wat stro. Hij die in ons midden is staat bloot aan dezelfde verleidingen als wij: hoe zal ik overleven en wat moet ik doen? Hij die in ons midden is gaat niet aan de zijlijn staan, als gevraagd wordt: waarom is de wereld zo corrupt en gehavend, “laten we a.u.b. opnieuw beginnen en ons bezinnen” – ja, kom maar hierheen, roept een vreemde apostel in de woestijn, en hij dompelt ieder, die komt, kopje onder en als opnieuw geboren staan ze op de oever van de nieuwe wereld en beginnen een ander leven. Hij die in ons midden is onttrekt zich daar niet aan, maar ook Hij gaat kopje onder!
Hij die in ons midden is, gaat met ons mee, de diepten door. Hij gaat niets uit de weg, waar ook wij langs moeten: langs de richels van het mens-zijn, langs de poorten van de hel, over de hoogten van geluk en welbevinden – Hij weet wat leven is. Hij is in ons midden, in het midden van de wereld, in het midden van de tijd, in het midden van alle leed en gemis, in het midden van alle tekort en pijn, in het midden van alle vreugde en blijdschap, in het midden van alles: zie, Hier is uw God!
Wees blij…
En wij vertrouwen op het woord van de profeet, die zei: Wees niet bang, de HEER zal in je midden zijn! Zo hoorden we dat in de vroege morgenstond van de tijd, maar op het middaguur, in de volheid van de tijd, hoorden wij: Midden onder u staat Hij, die gij niet kent, die jullie nog niet kennen of niet herkennen, maar Hij is het, die komen zou, de Langverwachte! En Hij zal zijn als de opgaande Zon, die warmte en licht verspreidt en in Hem zal de ganse aarde zich verblijden: vandaag en alle dagen van ons leven en dat van de wereld!
Een verhaal kneden
Preek gehouden op zondag 29 december 2019 in de “Ontmoetingskerk” te Zuidwolde n.a.v. fragmenten uit Lucas 1 en 2
Een verhaal kneden
De zondag tussen Kerst en Oud en Nieuw ligt er altijd wat verloren bij: de mensen zijn verzadigd van het lied en het Woord en komen met moeite hun bed en huis uit – mooi, dat u daar niet aan toegegeven hebt!
Soms vult men de dienst op deze zondag daarom maar op een alternatieve wijze in, bijv. door een zgn. Top-2000 te organiseren, maar onderweg hierheen zei mijn vrouw: “In Zuidwolde heeft men (blijkbaar) de knie (nog) niet gebogen voor de Top-2000-dienst…”
Ik denk, dat deze zondag juist uitermate geschikt is om nog eens even na te denken over wat we gevierd hebben. We laten alles nog eens de revue passeren en wij vragen ons en elkaar af: wat betekent het nu allemaal en waar leidt het toe?
En wie ons daarin voorgaat is moeder Maria. Als we haar een beetje proberen te volgen dan zien we haar allereerst nog weer even op het moment, dat de boodschap haar bereikt, dat zij een kind zal krijgen. Met bevend hart, maar ook gelaten en vol verwachting, aanvaardde zij haar zwangerschap. Zij wist, dat zij moeder mocht worden van een bijzonder kind, van iemand met een bijzondere naam en een bijzondere roeping.
En dan volgt na een lange aanloop de vertelling van Lucas, hoe het kind geboren wordt in een stal of een grot in de buurt van Bethlehem en dat herders in de buurt op de hoogte worden gebracht, ja zo kun je dat wel zeggen, dat de Redder der wereld, de messias, geboren is en dat zij het als een kind zullen vinden, in een kribbe of voederbak, gewikkeld in doeken.
En u en ik kunnen het verhaal wel dromen: zij gaan op weg en vinden Maria en Jozef en het kind en iedereen is blij verrast. Hoe wonderlijk, dat alles zo samenkomt en klopt. Ja, het leek een sterk verhaal, zeiden ze tegen elkaar, maar het verhaal is rond.
En als dan iedereen naar huis is: de herders naar hun kudde en Jozef in slaap gevallen is en ook het kindje Jezus ligt te snoezen, dan is moeder Maria alleen nog wakker en schrijft Lucas: ‘en Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef er over nadenken’.
In het Grieks worden hier twee woorden gebruikt, die letterlijk de betekenis hebben van ‘samenbrengen’, ‘bijeenvoegen’. Wat verspreid is, uiteen ligt, een veelheid is wordt bij elkaar gebracht tot één geheel. Dat is de beste manier om er een beetje grip op te krijgen, om het te begrijpen en er iets zinnigs over te kunnen zeggen. Het precies, zoals wanneer iemand in de keuken alle ingrediënten verzamelt en bijeenvoegt tot een deeg of een andere samenstelling en dat wordt uiteindelijk iets eetbaars, iets lekkers. Zo bracht ook Maria alles bij elkaar en bakte a.h.w. haar eigen verhaal.
En telkens begon ze van voren af aan het hele verhaal langs te lopen: hoe dit kind op een vreemde en onverwachte manier haar in de schoot was geworpen. Ja, zo kon je dat wel zeggen: ongepland had deze zwangerschap haar overrompeld en toch heeft ze het aanvaard en laten gebeuren.
En ze dacht na over de plaats, waar het kind ter wereld was gekomen: dat had ze toch niet van tevoren kunnen bedenken? ‘In the middle of nowhere’, ver van huis en zonder enig comfort: geen familie, geen vrienden, die op kraamvisite kwamen, maar een paar vreemde herders. Hoe kon dat? Hoe wisten zij dat?
En dan ook over de naam van haar kind. Hij zou Jezus moeten heten, wat redder of bevrijder betekent, maar is dat niet te pretentieus en te ambitieus? En hoe zou hij die naam kunnen waar maken? En zo maakte zij zich al zorgen over later…zij was er niet gerust op, hoe het zou aflopen en waar zij die naam nog eens zou tegenkomen en lezen.
Zo bracht ze alles zoveel mogelijk bij elkaar: wat de engel Gabriël tegen haar gezegd had, wat Jozef van plan was geweest en toevallig ook net dat bevel van keizer Augustus en dan dat verhaal van die herders, die zeiden dat zij engelenzang hadden gehoord: dat alles en nog veel meer gedachten, zorgen en vooruitzichten, probeerde zij bij elkaar te brengen, samen te vatten en te begrijpen.
Dat is precies wat de kerk van alle tijden en plaatsen heeft geprobeerd en nog steeds doet, want Maria is ook het beeld van de kerk geworden: proberen te verstaan wat de komst van dit kind betekent. En in de loop van de tijd zijn er vele antwoorden op gegeven en die zijn ook doorgegeven en worden nog steeds bewaard en gekoesterd. Maar in iedere tijd moet telkens weer opnieuw gezocht worden naar de betekenis voor het heden.
Hoe breekt het licht van dit kind door in de nacht van ons bestaan? Hoe krijgt dit kindje handen en voeten in deze wereld vol eigen belang, angst en afweer, geweld en haat?
Theologen, filosofen, zieners en predikers, maar ook kunstenaars hebben de eeuwen door de betekenis van dit Kind proberen te verwoorden of uit te beelden.
Voor vanmorgen heb ik er ook eentje meegenomen, namelijk een schilderij van Rembrandt, de kunstenaar van het ‘clair-obscure’, het licht en het donker. Kijk, hier zien we de aanbidding door de herders, zoals dit schilderij is gaan heten. Alle aandacht gaat uit naar het kindje Jezus en dat is natuurlijk te verwachten, maar wat opvalt is, dat niet zozeer het licht van een lamp of een fakkel op het kindje valt, maar dat het kindje zelf het licht geeft, ja het licht is. Dat heeft Rembrandt heel verrassend en geraffineerd proberen uit te beelden. Hij is het licht van de wereld. Wij schijnen niet hem bij, wij hoeven hem niet in het licht te zetten, maar Hij zet ons in het zonnetje, in het licht van Gods vriendelijk aangezicht. Wij worden door hem beschenen, hij werpt licht op ons.
En zo weten wij ineens, dat wij zelf geroepen zijn om in het licht te wandelen en te handelen als kinderen van het licht. Dat wij zelf iets uitbeelden en uitstralen van het licht, dat hij is en ons geeft. Vlak voor de kerstdagen heb ook ik – net als Maria – weer nagedacht over de betekenis van de komst van het kindje Jezus en geprobeerd alles bij elkaar te brengen en te verdichten, in een klein gedichtje en dat heb ik op onze kerstkaart geplakt en ook u wil ik dat bij wijze van samenvatting meegeven:
Op de Kerstkaart
Hij kwam,
zag ons en
heeft ons voor zich gewonnen.
Brak de tijdbalk in tweeën,
omarmde alle generaties:
de Christus vóór en na.
Een nieuwe tijd brak aan
voor vrede
en licht in mijn hoofd.
Het Nieuwe Zijn staat
onwennig en pril nog
voor altijd op de kaart.
(Cees Huisman, dec. 2019)
Kerst in vijfvoud
Overdenking gehouden op de Eerste Kerstdag 2018 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Johannes 1 (de proloog)
Kerst in vijfvoud
Johannes 1 (het begin, de proloog)
(in eigen vertaling/bewerking)
Als je bij het begin wil beginnen kom je niet om het woord ‘God’ heen
Het denken en spreken daarover brengt je als vanzelf bij God, want Hij is het begin van al wat is. Alles is door Hem ontstaan, ja zonder Hem zou er niets zijn.
Alle leven komt bij Hem vandaan en het leven dat Hij geeft is als het licht voor de mensen. Zo is Hij ook zelf het licht, dat in het duister straalt en zo heeft het licht het duister overwonnen.
De Zoon van God, die naar deze wereld gekomen is, is nu dat ware licht, dat in en voor alle mensen schijnt. Hij kwam naar de wereld, die hij zelf gemaakt heeft. Hij is bij ons gekomen als een sterfelijk mens en Hij heeft bij ons gewoond en wij zagen in Hem de glorie van God. In Hem zijn Gods liefde en trouw volledig aanwezig. Johannes vertelde over hem en zei over hem: Na mij komt er iemand die belangrijker is dan ik – en al komt hij na mij, toch was hij al eerder dan ik. Zo komt de Zoon van God bij ons en zo leren wij door Hem God kennen.
De vier evangelisten hebben hun uiterste best gedaan om te vertellen wie Jezus was en wanneer en hoe hij ter wereld kwam. Hoewel, Markus slaat de kraamkamer en de kribbe gewoon over en ziet Jezus plotseling als volwassen man opduiken in de woestijn, waar hij zich laat dopen door Johannes.
Mattheüs duikt het archief in en wil weten wie de voorouders van Jezus waren. U kent misschien wel dat televisieprogramma “Verborgen Verleden”, waarin bekende Nederlanders op zoek gaan naar hun ‘roots’ en langs allerlei archieven trekken om dan te ontdekken, dat zij in de verte familie zijn van een bekende figuur uit het verleden of dat de overgrootvader in het leger van Napoleon gediend had of dat een betovergrootmoeder gediend had aan het hof van Willem I of secretaresse van Spinoza was geweest.
Zo loopt ook Mattheüs de vooroudergeschiedenis van Jezus langs en komt dan tot frappante ontdekkingen. Lees zelf maar eens: Matth. 1.
Lukas is natuurlijk de meesterverteller en zijn verhaal is het uiteindelijk geworden: over de herders en de stal, de engelen en de kribbe. Een prachtig ontroerend verhaal, maar ook een tegendraads en ontregelend verhaal.
Maar alles goed en wel, kunnen we dan denken, maar wordt Jezus zo niet teveel opgesloten in het verleden? Het was toen en toen, in het jaar nul en daar in een land ver hier vandaan. Wat kan Hij betekenen voor ons in het jaar 2018?
Wel, dan komt nu Johannes naar voren en gaat ons een stap verder helpen en hij zegt: Jezus is veel meer dan een historische figuur. Dat kind in de kribbe omvat en overstijgt alle tijden en plaatsen: Hij was er al vóór de wereld ontstond en Hij zal er zijn, als de wereld er niet meer is. Hij gaat aan ons vooraf en alles wat er is bestaat door Hem. De oerknal was er door Hem, dat de wereld er is, is door Hem, dat ik er ben, is door Hem, dat u er bent, is door Hem. Je kunt niets bedenken dat er niet is dankzij Hem.
Zo filosofeert Johannes over de betekenis van het kerstkind en zo geeft hij het universele en kosmische waarde, maar ook wordt het zo heel persoonlijk en heeft het ook voor mijn leven hier en nu diepe zin.
Johannes wil eigenlijk zeggen: Hij is niet in onze wereld gekomen, maar wij zijn in Zijn wereld gekomen. Alles is van Hem, ook wij. Kijk ik naar de sterren, kijk ik naar het verleden, kijk ik naar de toekomst, kijk ik naar een baby in de wieg: ik zie altijd en overal de Christus, zijn vriendelijk gelaat, zijn wakkere blik en zijn liefde en goedheid, die ons omringen en waaraan wij eigenlijk niet kunnen ontkomen.
Mooi is dat, dat er vier verhalen zijn over Jezus. Maar ik voeg er nog een vijfde aan toe en dat brengt eigenlijk alles samen en dat verhaal is bedacht door de Deense filosoof uit de 19e eeuw Sören Kierkegaard.
Er was eens een koning, die heel veel macht en aanzien had en eigenlijk was iedereen wel ontzien voor hem. Je kon hem niet tegenspreken en advies geven was al riskant. Op een dag tijdens een rondrit door zijn land had hij een meisje gezien, ergens op het platteland, en hij kreeg haar maar niet uit zijn gedachten: hij was verliefd op haar geworden.
Maar hoe kon zij zijn vrouw worden? Ja, hij kon haar naar het paleis laten brengen en tegen haar zeggen: word mijn vrouw, want ik ben verliefd op je. Maar hoe zou zij daar op reageren? Zij zou vast wel instemmen met dit verzoek, dat meer leek op een bevel dan op een aanzoek. De koning kon niet weten of zij dan ook van hem hield.
Uiteindelijk, na veel denken en overwegen, besloot hij zijn paleis te verlaten en als een arme landloper ging hij op weg. En hij vond het meisje in haar schamele woning en zij spraken elkaar en het meisje vond er niets vreemd aan. Zij ging in op zijn avances en na enige tijd trouwden zij.
Nee, de koning had zich niet vermomd als bedelaar, want dan had het meisje zich bedrogen kunnen voelen, als hij naderhand gezegd had , dat hij de koning was. En dan had ze geen Nee durven zeggen en was er van ware wederzijdse liefde toch geen sprake geweest.
De koning gaf dus in feite zijn koningschap op en hij werd een gewoon mens net als iedereen. Hij deed afstand van al zijn macht en bezittingen en alleen zo kon hij het hart van het meisje veroveren. En zo respecteerde hij haar vrijheid en kon de liefde zich vrij en ongedwongen ontwikkelen.
Paulus zegt in één van zijn brieven: laat die gezindheid ook in en bij u gevonden worden, die Christus Jezus had. Hij, die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens.
Kun je zo de wereld redden? Ja, alleen de kracht van de liefde en het opkomen voor het recht van de zwakste kunnen en zullen de wereld redden, precies zoals dat ingewikkelde kind het voordeed.

