Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 08 september 2019 18:04

Loskomen en loslaten

Geschreven door 
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Preek gehouden tijdens mijn afscheid (wegens emeritaat) van de Protestantse Gemeente te Meppel op de 12e zondag van de zomer 8 september 2019 in de Grote of Mariakerk n.a.v. 1 Samuël 16: 4-13 en Lukas 14: 25-27 en 2: 41-50.

 

Loskomen en loslaten

 

Toen Jezus op een gegeven moment al die mensen achter zich aan zag komen was hij daar eigenlijk helemaal niet zo blij mee. Hij doorzag, dat velen hem volgden, omdat ze hem zo bijzonder vonden, omdat zij vonden, dat hij zulke mooie verhalen kon vertellen of omdat hij soms ook flink tekeer ging tegen de autoriteiten (daar smulden ze van) – ze hadden zo allemaal hun eigen motieven en overwegingen om bij hem in de buurt te zijn – maar Jezus keert zich om en zegt: je kunt mij alleen maar volgen, als je werkelijk alles opgeeft. Er mag eigenlijk niets zijn dat je belangrijker of aantrekkelijker vindt: je werk, je hobby, je familie, je geld: dat alles verliest uiteindelijk zijn absolute betekenis en waarde. Dat komt allemaal op de tweede of derde plaats. ‘Mij volgen’ betekent alles verliezen en loslaten, zegt Jezus, zoals ook van Abraham verteld wordt: hij moest wegtrekken uit zijn familieverbanden en zijn vaderland achter zich laten en op weg gaan naar het land van ooit, dat God hem zou wijzen. Dat is de weg van het geloof. Een onbegaanbare, ongebaande weg…, zou je denken.

Jezus wist waar hij het over had, want hij was zelf ook die weg gegaan en die ging hij nog steeds. Als kind al ging hij zijn eigen ongekende gang door op het Paasfeest zich te voegen bij de rabbijnen in de tempel, zijn vader en moeder in grote ongerustheid achter latend.

In de St-Janskerk in Gouda (mijn geboortestad) is een prachtig gebrandschilderd raam – op de voorzijde van uw liturgie ziet u er een zwart-wit afdruk van, maar de echte voorstelling is veelkleurig en daardoor vol beweging en dynamiek – de 12-jarige Jezus zit links in beeld: wij kijken hem recht aan en wij zien zijn heldere, verlichte verstand en zijn open blik en meer op de rug en van de zijkant belicht zien wij de oudere, bebaarde rabbijnen, gehuld in lange mantels omzoomd met Hebreeuwse letters en met 16e-eeuwse edities van de Schrift op schoot: jong en oud met elkaar in gesprek. Jezus leert van hen, maar zij ook van hem, want hij stelt open en scherpe vragen: wat is het eerste en het grote gebod? Gaat de liefde tot God echt boven alles? (hij lijkt het op z’n vingers na te tellen). Wat moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven? Moet ik op de sabbat naar de synagoge of kan ik ook gerust een wandeling maken door een korenveld?

En zijn vader en moeder maar zoeken en zoeken….waar kan hij toch uithangen? En ze zoeken hem bij de familie en de verwanten, in de menigte en in de kroeg, maar daar is hij niet! Nee, als ze hem willen vinden moeten ze ook zelf terugkeren naar de tempel. Daar is hij, bij de Schrift en de Schriftgeleerden, in het huis van God, dat hij het huis van zijn Vader noemt. En Jozef keek toen wat bedremmeld naar de vloer…

Als ze hem gevonden hebben zijn zij opgelucht, maar ook een beetje boos. “Hoe kom je erbij ons zo ongerust te maken? ‘Waar wazzie nou?’ We hebben je overal gezocht…” op het raam zie je de ouders van Jezus in verwarring en bezorgd aankomen. Ze komen helemaal buiten adem net binnenhollen…

Jezus weet waar hij over spreekt, als hij zegt, dat wie hem wil volgen vader en moeder, familie en vrienden moet verlaten. Je hoogste prioriteit, je ultimate concern, zoals Paul Tillich dat noemt (ik wil hem nog een keer met ere noemen), zal voortaan ‘God’ zijn.

Nu kan die roep tot het ultieme, naar datgene wat er werkelijk toe doet en waar je helemaal voor gaat, op vele manieren vorm krijgen in je leven.

Ik ken mensen, die letterlijk hun familie vaarwel hebben gezegd en die op hun eigen wijze en volgens hun eigen overtuiging invulling hebben gegeven aan wat hun ten diepste beweegt. Zij zijn volgelingen van Jezus, misschien zonder het te weten of zonder dat zo bewust te noemen.

Ik ken mensen, die vanuit een seculiere levensstijl zich bij de gemeente voegen, omdat zij Jezus willen volgen: hun vrienden en collega’s kijken hem of haar vreemd aan, maar zij nemen dat als hun kruis op zich.

Ik ken ook mensen, die omwille van de navolging van Christus de gemeente verlaten, omdat ze het kerkelijk reilen en zeilen te burgerlijk en niet radicaal genoeg vinden – en ze verliezen vrienden en geloofsgenoten, ter wille van het Evangelie.

Ik ken mensen, die het woord ‘God’ willen noemen, omdat zij een diep besef hebben van zijn presentie in hun leven, maar ik ken ook mensen, die het woord ‘God’ zo min mogelijk willen gebruiken, omdat zij zijn afwezigheid als een kruis op zich hebben genomen en hun leven leiden, alsof God er niet is.

Ik ken mensen, die net als de kleine David over het hoofd worden gezien, maar die door God gezalfd worden om Hem te dienen en zich sterk te maken voor een leefbare samenleving. De mensen zeggen: ‘hij niet’, ‘zij niet’, maar God zegt: ‘deze is het!’ Want Hij ziet het hart aan…

Ik zie hen allemaal als navolgers van Christus en niemand van hen of van ons zal zeggen: ík volg hem het beste of míjn navolging is de enige juiste.

We zijn allemaal beginners èn leerlingen en als we nog eens naar (of: in) het raam kijken dan kunnen we misschien onszelf wel zien: als (Woord)zoekers of als nieuwsgierige leerlingen, geboeid door zijn vragen en antwoorden, en dat we allemaal vrij zijn om te handelen op onze eigen wijze en zo gehoor te geven aan zijn stille, maar ook onrustig makende stem in ons hart.

En dan kan het niet anders dan dat de lofzang ontspringt, die wij met dank en van harte aanheffen: en niet éénmaal en mondjesmaat, maar eindeloos en uitbundig.

(Psalm 136 door Cantorij en Gemeente van Toon Hagen).

Lees 81 keer
Meer in deze categorie: « Geloven is "God doen"
Plaats een reactie

Velden met een (*) zijn verplicht