Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 23 december 2018 10:56

Troostrijke ontmoetingen

Geschreven door 
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Preek gehouden in de hervormde gemeente te Nijeveen op de 4e zondag van Advent 23 december n.a.v. Jesaja 40: 1-11 en Lukas 1: 39-45

 

Troostrijke ontmoetingen

 

Vanmorgen ontmoeten twee zwangere vrouwen elkaar: zij zijn blij, ‘in den blijde’. Ik zie het voor me, hoe ze allebei met een dikke buik elkaar begroeten, omhelzen en kussen. Dit jaar mocht ik het van dichtbij zien, hoe onze twee jongste dochters allebei in verwachting waren (en is) van hun eerste kind, de ene iets eerder dan de ander. Als ik hen elkaar zie ontmoeten kan ik denken aan die ontmoeting van vanmorgen, die van Maria en Elizabeth, hoewel het leeftijdsverschil tussen die twee vele malen groter is dan die tussen mijn dochters.

De reis van Maria was nog een hele onderneming geweest en het was ook zo maar niet bedoeld als een plezierritje, maar eerder als een familieplicht. Elizabeth liep zo zachtjes aan op alle dag en kon wel wat hulp in de huishouding gebruiken en als kraamhulp fungeren en Maria was daar geknipt voor. Zo dient Maria Elizabeth en brengt zij van meet af tot uitdrukking wat een wezenskenmerk van haar kind zou zijn: ik ben niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen.

Het kind van Elizabeth voelt dat a.h.w. ook aan en springt op in de buik van zijn moeder. Het is alsof hij een buiging maakt. Hij maakt duidelijk, dat hij eruit wil, hij staat te trappelen om zijn werk aan te vangen, namelijk de weg bereiden voor hem, die na hem komt, maar die er toch eerder was dan hij, zoals hij later zelf zou zeggen!

Die bijzondere verhouding, zoals die er zal zijn tussen Johannes (de Doper) en Jezus, waarbij de eerdere de latere zal dienen en hem de weg zal bereiden, herinnert mij aan een andere baarmoeder, waarin twee kindjes om de voorrang streden, u weet wel: Jacob en Ezau. Ezau was de oudste, maar Jacob kreeg of verwierf uiteindelijk het eerstgeboorterecht en de zegenspreuk was ook hier, dat de sterkere de zwakkere zou dienen en alles wordt onder één noemer gebracht in de uitspraak van Jezus: de laatsten worden de eersten en wie onder ligt komt er boven op.

Maar nu staan we ook nog even stil bij de boodschap van Jesaja, die aan dit alles vooraf ging.

Er is – in de donkere tijd van de ballingschap - ineens deze profeet, Jesaja II, die niet zozeer zelf het woord neemt, maar een Stem hoort. Hij wordt aangesproken. Het is alsof onverwacht de deur naar buiten opengaat en het licht als een vloed de duisternis opheft.

Wij staan ineens in het volle licht en de profeet krijgt te horen, dat hij moet troosten. Al die mensen in die donkere ruimte moet hij troosten en al die mensen moeten ook leren troosten. Dat zegt die Stem van de roepende.

Maar wat valt er te troosten dan? Wat is er aan de hand dan?

Nou, als we hoofdstuk 40, het 1e deel, tot ons laten doordringen dan komen we precies tegen, hoe onze situatie is: niet alleen van die mensen toen in de ballingschap, maar evengoed van ons in deze tijd.

Ik wil proberen het in een paar trefwoorden samen te vatten: er is een gevoel van eenzaamheid en verlatenheid. Er is een besef van schuld, spijt en schaamte. En er is ook de ervaring van tijdelijkheid en vergankelijkheid.

Soms zeggen mensen wel eens: in de kerk gaat het altijd over zonde en schuld, dood en vergankelijkheid. O ja, ik geef meteen toe, dat ik die kritiek ter harte neem en mij plaatsvervangend schaam voor alle overaccentuering en misbruik van deze thema’s : er is veel te veel gebabbeld en gezwijmeld over deze onderwerpen en ze zijn als een last op de schouders van de mensen gelegd. Maar ik zie het eerder zo, dat het ter sprake brengen van deze thema’s bij het aanduiden van onze situatie, van ieder mens, behoort. Het betreft een constateren van een werkelijkheid, waaraan iedereen deelneemt. Zo zit de wereld in elkaar, zo beleven wij die en niemand ontkomt daar aan. Zoals wanneer je bij de dokter komt en je vraagt: kunt u mij zeggen wat mij mankeert? Kunt u de diagnose stellen?

Als we er dan zo aan toe zijn – of we dat nu dagelijks beseffen of niet, of we er vaak of weinig bij stilstaan, dat doet er allemaal niet toe, feit is dat we vroeg of laat tegen onze vergankelijkheid oplopen, dat we inzien, dat we fouten hebben gemaakt of tekort geschoten zijn – als we er dan zo aan toe zijn, is er dan nog hoop, of is er ook enige troost? En wat is dat dan?

Als je opgedragen wordt om te troosten dan sta je wel met lege handen en een mond vol tanden, toch? Mensen zien er tegenop om op bezoek te gaan bij iemand, die ziek is of die een zwaar verlies heeft geleden. “ik weet niet wat ik moet zeggen”, hoor je dan. Misschien moet je wel niks zeggen en gewoon er-zijn.

Wij denken vaak, dat troosten allereerst een ‘verbale’ activiteit is, dat we iets moeten zeggen. Maar ik denk, dat troosten meer een doe-woord is dan een zeg-woord.

Als we het Nederlandse woord ‘troosten’ wat preciezer bekijken zou je kunnen zeggen, dat het te maken heeft met ‘tot rust brengen’. Iemands hart is onrustig in hem, hij of zij mist een middelpunt en rustpunt en de gedachten en gevoelens schieten alle kanten op. Het is een hele troost en opluchting als je onrustige hart rust vindt, uiteindelijk in God, zoals Augustinus ervaren heeft, toen hij kon zeggen: mijn hart is onrustig in mij totdat het rust vond in God.

Daar heb je vaak de ander bij nodig. Het is daarom niet voor niets dat we in andere talen het woordje ‘con’ (samen met) terugvinden in het woord troost en troosten. Het Franse ‘consolation’: daarin zit ‘solo’ – ‘alleen’ en ‘con’ – samen met. Samen het alleen-zijn volhouden. Je voegen bij de eenzame en samen de situatie uithouden. Dat is troosten. Dat is troost ervaren.

‘Comfort’ in het Engels: dat betekent letterlijk ‘samen sterk zijn’. Dan ben je bij de ander om hem te ondersteunen en er samen tegenaan te gaan. Dankzij die hulp van de ander wordt het leven weer comfortabel en kun je weer verder.

In het Hebreeuws heeft ‘troosten’ te maken met weer op adem komen, weer lucht krijgen. Het leven maakt je soms kortademig, je rent en je vliegt en je raakt buiten adem. Dan is er iemand die zegt: doe nu eens rustig aan en kom op adem.

Allemaal vormen van ‘troosten’. Troosten is niet verdoezelen en verzachten of het leed ongedaan maken, maar het is eerder het samen uithouden, er samen doorheen komen. En dan komt er weer licht in de duisternis. Er gaat een deur open. Er blijkt toch weer een weg vooruit te zijn. Wat een onbegaanbare en doodlopende weg leek blijkt toch een begaanbare weg te zijn. Een weg, die God zelf voor ons baant.

Zie je het al gebeuren? Er zijn al 4 lichtjes ontstoken. De eerste woorden zijn al geroepen en de stem om uit je benauwde situatie tevoorschijn te komen is al gehoord. We hebben gehoord van getroost worden, maar we zullen ook zelf troosten. Laat de kerk een plek zijn waar mensen op adem kunnen komen en vertroost worden. Maar laat het ook een troost-fabriek zijn, waar mensen geïnspireerd worden om erop uit te gaan, de wijde wereld in of de ogen open te hebben voor het leed en de leegte vlakbij en er te zijn, met een luisterend oor en een daadkrachtige hand! En ja, daar hoort een ‘bakkie troost’ ook bij.

Heel gewoon en alledaags, maar zo eenvoudig en diepzinnig kan troosten zijn!

 

Lees 101 keer
Plaats een reactie

Velden met een (*) zijn verplicht