Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

donderdag, 18 april 2019 18:56

Aan Tafel

Korte overdenking gehouden in de dienst van Schrift en Tafel op de Witte Donderdag (18 april 2019) in de Grote of Mariakerk n.a.v. Lukas 22: 7-16

 

Aan Tafel

 

Als we in de stilte van deze avond hier bijeen zijn en wij de lange witte tafels vreemd en uitnodigend in deze kerkruimte zien staan dan weten we: het is witte donderdag, een plechtig en ingrijpend moment, waarop wij samen met het volk Israël de uittocht uit Egypte en de inzetting van het Pascha gedenken – gelukkig nog steeds op dezelfde datum, die per jaar wisselt – maar ook staan wij stil bij de sedermaaltijd, die Jezus met zijn leerlingen hield, die het beginpunt werd van zijn lijden, verwerping en dood.

Het is een avond vol bijzonderheden en vol momenten om bij stil te staan. Allereerst verrast het ons, dat er zo maar een ruimte is, die beschikbaar is en a.h.w. klaar staat om de maaltijd te vieren. Een man met een waterkruik wijst de weg – het water is het symbool van het leven. Waar water is daar is leven en vruchtbaarheid en zo wijst dit water, deze waterman, de weg naar de zaal, waar het levende water wordt geschonken, ja, waar het water in bloed verandert als verwijzing naar Jezus zelf, zijn leven en zijn liefde voor ons, en als hij de beker omhoog heft is het water wijn geworden en drinken zij en wij samen op de komst van het Rijk van God.

‘LeChajim’ roepen zij elkaar toe, (klinkt als ‘Daar ga je’) maar het betekent: ‘op het leven’ en zo zet Jezus zijn leven in en stelt het in de waagschaal om door lijden en dood heen het nieuwe leven aan het licht te brengen zoals dat er zal zijn in het voltooide Rijk van God.

Nee, zover is het nog niet, maar telkens wanneer wij deze Maaltijd vieren kijken wij er naar uit. En telkens als wij het brood met elkaar en de ander delen licht er iets op van de bedoelingen van God en telkens wanneer wij de beker heffen en de wijn op onze tong tintelt proeven wij iets van het Koninkrijk Gods: zo zal het zijn, Amen, ja voorwaar, zo vol leven en vol vreugde!

Ook worden wij onverwachts van toeschouwers deelnemers gemaakt. We hoeven maar op te staan en aan de tafel plaats te nemen of wij zijn het zelf, die ons bewust zijn, dat wij leerlingen van Jezus zijn. En ineens weten wij het: wij nemen deel aan dat ongekende drama en wij hebben allen ons aandeel daar in. Misschien blijven we liever op wat afstand of misschien juist niet en willen we als haantje de voorste de beste plek. Of misschien vinden we het allemaal maar onzinnig en niet meer van deze tijd of we denken, dat liturgie zo krachteloos en impotent is en dus niet opgewassen zal kunnen zijn tegen de politieke en maatschappelijke uitdagingen van deze tijd.

En zo neemt straks ieder plaats aan deze tafel met zijn of haar eigen gedachten, meningen en voorstellingen, maar hoe wij er ook aan toe zijn en wat ons ook beweegt of verlamt, Hij – de Eerstgeborene uit de doden, de Man van smarten, de Gastheer aan deze Tafel, - Hij zal zijn stem verheffen, het brood nemen en de wijn schenken en daarin en daarmee zichzelf aan ons overhandigen. Neemt en eet…drinkt allen daaruit, zal Hij zeggen, want dit is mijn bloed, mijn leven voor jullie van nu aan tot in eeuwigheid.

Gepubliceerd in Blog
dinsdag, 04 april 2017 18:14

Wat is dat voor een vader, die...?

Wat is dat voor een Vader, die ...?

Enkele gedachten bij de kruisdood van Jezus

 

Ik zie de man nog tegenover mij aan tafel zitten. Hij wilde mij graag vertellen, waarom hij nooit meer naar de kerk ging en ook niet meer aan het geloof deed. Verontwaardigd en boos stak hij van wal: “Wat was dat voor een Vader, die zijn eigen lieve Zoon moedwillig de dood injoeg, hem liet lijden en dat alleen, omdat Hij dat als de enige uitweg zag om ons te kunnen vergeven? Wat was dat voor een Vader?”

Vóór mij een gapende afgrond vol misverstanden en tegenover mij een man met een goed hart, die volkomen gelijk had, maar te snel tot de slotsom was gekomen, dat het dus niet te moeite waard was je in te laten met het christelijk geloof en de kerk.

Hij vertolkte weliswaar een visie op de achtergrond(en) van de kruisdood van Jezus, die lange tijd ‘heersend’ in de kerken is geweest – en in sommige delen nog – maar die op bijbels-theologische gronden terecht ook is bestreden en als funest voor onze omgang met God te beschouwen is.

Mijn gespreksgenoot had het verhaal van de kruisdood van Jezus misschien opgevangen vanuit het oude leerboekje van de kerk: de Heidelberger Catechismus. In aansluiting op de theologie van de middeleeuwer Anselmus van Canterbury, die een antwoord probeerde te geven op de vraag, waarom God mens is geworden, wordt daar in enkele stappen uit de doeken gedaan, waarom het allemaal zo gegaan is, zoals het gegaan is. Dat Jezus aan het kruishout eindigde was geen samenloop van omstandigheden, maar dit ‘moest’ allemaal zo gebeuren. Op die manier voldeed Hij aan de eis van zijn Vader om voor de zonden van de mensheid te betalen, zodat God zich met haar kon verzoenen.

Maar misschien had de beste man nog nooit van de Heidelberger Catechismus gehoord en baseerde hij zijn kennis op heel andere bronnen. Wellicht was hij eens naar de film geweest van Mel Gibson ‘The Passion of the Christ’. Of misschien had hij eens de rockmusical ‘Jesus Christ Superstar’ bekeken en bewonderd of mogelijk had hij op TV de opvoering van ‘The Passion’ gezien. Al deze en andere eigentijdse uitvoeringen en uitbeeldingen van het lijdensverhaal van Jezus roepen het beeld op van een God, die bloed wil zien, die gehoorzaamheid tot de dood eist. En Jezus onderwerpt zich als een mak lammetje daaraan en zo heeft God de wereld bevrijd van haar schuldenlast.

Ik voel mee met die man tegenover mij: ‘wat is dat voor een Vader, die...?’

Jezus moest een straf op zich nemen en zo betaalde hij voor onze zonden en de Vader werd tevreden gesteld. Maar nogmaals, wat is dat voor een Vader...?

En is dat wel dezelfde Vader, over Wie Jezus het zo vaak had en met wie hij communiceerde, ‘op enen berg alleen’? Is dat wel dezelfde Vader als tot Wie hij ons geleerd heeft te bidden? Is dat wel dezelfde Vader als in dat verhaal, dat hij verteld had, waarin één van zijn zonen de wijde wereld was ingetrokken, maar na berouw en inkeer terugkeerde...stond die Vader niet op de uitkijk en vergaf Hij die jongen niet alles wat hij misdaan had – zonder enige betaling van zijn kant?

Kortom, de Vader, zoals die in de geschetste kruistheologie naar voren komt is een heel andere dan die over wie Jezus spreekt. Als Jezus ons oproept onze broeders en zusters te vergeven wat zij ons mogelijk misdaan hebben dan verwijst hij naar Zijn Vader, die het doet regenen over goeden en kwaadwilligen en daarom zullen wij – evenals Hij – zevenmaal zeventig keer moeten vergeven, de andere wang toekeren en afzien van vergelding en wraak. Onvoorwaardelijk, precies zoals de Vader!

Jezus heeft in zijn leven, in zijn doen en laten, in zijn omgang met mensen laten zien, dat hij in nauwe verbondenheid met zijn Vader wilde leven en dat hij zo zijn Vader a.h.w. uitbeeldde en representeerde. Hij was en is sprekend en al doende zijn Vader. “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien” kon hij zonder arrogant te zijn zomaar zeggen...

Omdat die Twee zo nauw op elkaar betrokken zijn – een gedachte die later in de triniteits-theologie werd uitgewerkt – is het onmogelijk de Vader en de Zoon zo sterk tegenover elkaar te plaatsen, alsof de Vader het lijden zou willen of zelfs zou eisen. Het is eerder zo, dat de Vader mede-lijdt met de Zoon en dat de Vader-Zoon-relatie niet verbroken werd – al was het zo, dat Jezus in het uur van zijn sterven zijn alleen-zijn in sterke mate ervaren heeft.

Het is de Duitse theoloog Jürgen Moltmann, die in deze lijn heeft verder gedacht en zo tot de titel van zijn boek hierover kwam, namelijk “Der gekreuzigte Gott” (1972): wij zijn hier getuige van het lijden en de dood van Jezus en van God! God heeft zich zo geïdentificeerd met de(ze) mens, dat Hij er aan geleden heeft en er onder bezweken is. Geen mens zal in zijn/haar lijden en stervensnood ooit meer alleen zijn!

Het (voorafgaande) leven van Jezus is van cruciale betekenis om enige betekenis en zin te kunnen geven aan het lijden en sterven van hem. Kort door de bocht gezegd, zou je kunnen zeggen: “zo ‘moest’ het wel aflopen”. Maar dan niet in de zin van ‘God wilde dat het zo moest gaan’, maar wie zijn of haar leven zó in dienst stelt van God en zo onafhankelijk en vrij zijn gang gaat en onvoorwaardelijk liefheeft en vergeeft, die wordt uiteindelijk niet geduld. Die ondergaat het lot van de profeten vóór hem en de idealisten en dromers ná hem ondervinden dikwijls hetzelfde. Maar het is en blijft toch (!) een verhaal van hoop, omdat deze doodlopende weg uiteindelijk door God gekend en erkend wordt als de weg ten leven!

Het blog van Dr. Benjamin L. Corey (op de Patheos.com website), getiteld Some Problems I Have With Penal Substitution Theology of Atonement” [1]bracht mij het gesprek in herinnering, waaraan ik in het begin van mijn artikel refereerde. En ook de aanstaande viering van de Stille Week en alle hype rondom ‘The Passion’ in Leeuwarden vormden voor mij mede een aanleiding om te proberen enig licht te laten schijnen over deze duistere kwestie. “Wat zou dat voor een Vader zijn, die...?”

Laten wij de Vader, die een (bloed)offer wil zien, uit onze gedachten verbannen en ruimte maken voor de Vader, die zijn zoon van verre zag aankomen, hem omhelsde en hem liet delen in alles wat Hij bezat. En zij vierden een groot (Paas)feest!



[1] http://www.patheos.com/blogs/formerlyfundie/problems-penal-substitution-theology-atonement/?utm_source=facebook&utm_medium=social&utm_campaign=FBCP-PRX&utm_content=formerlyfundie

“If God the father needs someone to “pay the price” for sin, does the Father ever really forgive anyone? Think about it. If you owe me a hundred dollars and I hold you to it unless someone pays me the owed sum, did I really forgive your debt? It seems not, especially since the very concept of forgiveness is about releasing a debt — not collecting it from someone else.”

Gepubliceerd in Blog