Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

dinsdag, 18 juli 2017 12:15

Geloof bij Jinek

Geloof bij Jinek

 

Als Andries Knevel aan tafel zit moet het wel over kerk en geloof gaan. Hij mocht ook meteen zijn nieuwe tv-programma introduceren, dus dat is mooi meegenomen.

Ik kijk – om meerdere redenen – niet zo vaak naar Jinek, maar de gasten op maandagavond 17 juli jl trokken mijn belangstelling. Ook Johan Dercksen was er bij en van hem wist ik, dat hij het geloof en de kerk vaarwel had gezegd, zoals hij zelf beweerde.

Andries mocht eerst uitleggen, waarom hij de teruggang van het kerkbezoek zo betreurde en dat het hem pijn deed te zien, dat allerlei kerken (o.a. die van zijn jonge jaren in Bussum) te koop werden gezet. Maar ondanks de veranderingen en de leegloop wees Andries de aanwezigen erop, dat zijn geloof alleen maar sterker was geworden.

Johan kon niet geloven, hoe een weldenkend mens als Andries nog zo serieus omging met dat sprookjesboek, de Bijbel. Op de kleuterschool had zijn juf hem overladen met al die verhalen, die hij later als ongeloofwaardig en irrelevant terzijde had geschoven.

Toen moest Andries toch alle zeilen gaan bijzetten om Johan ervan te overtuigen, dat hij toch beslist niet achterlijk was. Er kwam een heel relaas over vrienden van hem, die bèta-wetenschappers waren en toch ook ‘christen’ waren. En de Bijbel is helemaal geen sprookjesboek, want er is voldoende archeologisch onderzoek gedaan en ook wat het Nieuwe Testament betreft is er genoeg ‘evidence’ dat Jezus echt bestaan heeft enzo. Kortom, er zijn voldoende redenen en bewijs aanwezig om je geloof op te funderen.

Ik zag twee mensen tegenover elkaar zitten, die volstrekt langs elkaar heen praatten en die m.i. beiden het punt misten, waar het over zou moeten gaan.

Andries wil het geloof ‘wetenschappelijk’ bewijzen, ook het bestaan van God aannemelijk maken op basis van redeneringen en omdat ook knappe koppen (natuurkundigen) in Hem geloofden/geloven. Maar mijn opmerking hierbij is, dat niemand ooit zal gaan geloven op basis van redeneringen en op grond van bewijzen, net zomin als iemand de liefde van zijn/haar leven vindt op grond van een aantal overwegingen. Geloof is eerder iets, wat je overkomt, raakt, niet meer loslaat dan een besluit dat je neemt op rationele gronden. Dan heb je je geloof verlegd naar de bewijzen, de grond eronder, terwijl het geloof de grond zelf is. Alles wat je aandraagt om het geloof mee te ondersteunen ondermijnt het alleen maar.

Johan D. raakte er ook niet van onder de indruk. Voor hem is de Bijbel een groot verzonnen sprookjesverhaal, waar je niets mee kunt. Jammer, dat Andries hier geen opening opmerkte om eens serieus na te denken over de betekenis en waarde van ‘verhalen’. Johan bleef hangen in een letterlijke interpretatie van de teksten en uiteraard kon hij daar geen kant mee op. Maar hoe denkt Johan over literatuur, die verzonnen is? Waarom moet iets ‘echt gebeurd’ zijn om ‘waar’ te zijn? Ik verwijs soms mensen wel eens naar de verhaaltjes van Dagobert Duck omdat die haarscherp de waanzin van de hebzucht en de leegte van de rijkdom aantonen. Johan D. zou die verhaaltjes in de prullenbak deponeren, omdat hij nog nooit eendjes heeft horen praten..., maar dan heb je de verhalen niet begrepen en doe je ze ook geen recht.

Kortom, een gesprek van twee mensen, die allebei iets aandroegen wat het zicht op het eigenlijke alleen maar verduisterde in plaats van verhelderde.

Andries moet leren minder hoog op te geven van de wetenschap en gaan inzien, dat zij op geen enkele wijze het geloof kan funderen en Johan zou zich eens echt moeten verdiepen in de betekenis en waarde van sprookjes en dan met nieuwe ogen de Bijbel gaan lezen. Misschien ontstaat er dan alsnog een zinnig gesprek.

 

Gepubliceerd in Blog

Luther over ‘het geloof’ en wat ervan gemaakt is...

 

Vijfhonderd jaar Reformatie-herdenking is een aanleiding en ook een aansporing om ons te bezinnen op de vraag, wat Luther c.s. bezielde, toen hij ‘het geloof’ (sola fide) zo centraal stelde: door het geloof alleen werd het nieuwe adagium, dat de verhouding tot God op een andere manier inkleurde dan voorheen. Luther had ontdekt, dat zijn eigen inspanningen en goede bedoelingen hem geen stap dichter bij God konden brengen en dat alleen Gods genadige toewending beslissend is. Dat te aanvaarden en te laten gelden noemt Luther zijn geloof.

Binnenkort (op 13 februari) zal ik op een Luther-avond in Meppel laten zien, hoe deze verfrissende ontdekking niet altijd even goed is bewaard en doorgegeven. In de 17e eeuw was het goud van de Reformatie aardig verbleekt en verkleurd. De periode van de Nadere Reformatie heeft – ongetwijfeld zonder dat te beseffen en met alle goede bedoelingen – weinig overgelaten van de vreugdevolle ontdekking van het ‘sola fide’ en alle accent kwam te liggen op de vrome mens: geloofde hij/zij wel goed en oprecht en kon het geloof voor God en mensen wel bestaan? Vragen over de zekerheid van het geloof komen dan op en verontrusten vele goed-gelovende mensen.

Aan de hand van de uitstekende studie van Nico T. Bakker “Miskende gratie” wil ik laten zien, hoe bijv. bij een theoloog als H. Witsius de glans van het ‘sola fide’ compleet verdoft en uitgedoofd is.

Ook wil ik aantonen, hoe de theoloog Paul Tillich de ontdekking van Luther opnieuw tot leven roept en d.m.v. andere omschrijvingen de glans van het ‘sola fide’ vernieuwd in het licht stelt.

Bij mijn voorbereidend speurwerk kwam ik in mijn boekenkast ook de dogmatiek van Wilfried Joest (Taschenbuch-edition 1987) tegen, getiteld “Dogmatik. Band 1: Die Wirklichkeit Gottes”. Joest leefde in Duitsland van 1914-1995 en hij was het grootste deel van zijn werkzame leven hoogleraar systematische theologie in Erlangen als opvolger van Paul Althaus. Hij is voor mij overigens verder een onbekende, maar al bladerend in zijn hoofdwerk kwam ik een interessante passage tegen, die bij de overdenking van wat ‘geloof’ is van belang is. Vaak wordt gevraagd: waar is je geloof op gebaseerd? En het enige (en) juiste antwoord is dan eigenlijk: nergens op! Het geloof is het fundament zelf! Het geloof fundeert, maar is zelf ‘grondeloos’. Tegenover de skepsis van buiten en de twijfel(s) vanuit jezelf sta je eigenlijk machteloos en weerloos: er zijn geen ‘redelijke’ gronden, die je geloof kunnen funderen, hoe vaak dat ook (tevergeefs) geprobeerd is.

Zijn korte, maar krachtige beschouwing daarover sluit hij dan zo af: “Die Zuversicht des Glaubens impliziert ein Betroffensein durch Wahrheit, die nicht gedanklich vergewissert werden kann”. Dat is volgens mij precies to-the-point en vat het Luthers geloofsbegrip tot in de kern samen.

 

Het volledige citaat uit Joest's Dogmatik, Bd 1, S. 46:

“Man muss hier klar sehen. Der Glaube, der seine gewisse Zuversicht darauf setzt, dass ihm der Selbstzusage Gottes in Jesus Christus der Grund gegeben ist, der ihn trägt, bleibt der Möglichkeit ausgesetzt, dass diese Zuversicht durch die Skepsis anderer und durch eigenen Zweifel angefochten werden und under Illusionsverdacht geraten kann, ohne dass dieser Verdacht durch theoretische Argumente, die den Skeptiker überzeugen müssten und den eigenen Zweifel überwinden könnten, zu entkraften ist. Weder dass in dem Menschen Jesus Gott selbst sein Glauben begründendes Wort gesprochen hat, noch dass Gott überhaupt im Gegenüber zu Mensch und Welt Wirklichkeit ist, kann auf diese Weise sichergestellt werden. Die Zuversicht des Glaubens impliziert ein Betroffensein durch Wahrheit, die nicht gedanklich vergewissert werden kann”.

 

In vertaling:

“Het luistert nauw hier: opgelet! Het geloof, dat zijn vaste vertrouwen hierop vestigt, dat ons een vaste, dragende grond onder de voeten gegeven is in de toewending van God in Christus Jezus, dat geloof blijft bloot staan aan de mogelijkheid, dat het door de scepsis van anderen en/of door onze eigen twijfel wordt aangevochten en dat ons geloof aangemerkt kan worden als (een) illusie. Deze aantijgingen kunnen niet met behulp van theoretische argumenten weerlegd worden en die zullen de sceptici ook niet kunnen overtuigen en evenmin kunnen die de eigen twijfel wegnemen. Dat God zelf in de mens Jezus zijn beslissende woord gesproken heeft, hetgeen ons geloof fundeert of dat God überhaupt als een Tegenover van de mens en de wereld een werkelijkheid is kan op deze wijze geenszins ‘bewezen’ worden. Het geloofsvertrouwen impliceert een geraakt zijn door een waarheid, die niet langs de weg van het denken vastgesteld of bewezen kan worden”.

Gepubliceerd in Blog
woensdag, 02 november 2016 10:44

Ik ben toch zeker Sinterklaas niet...

IK BEN TOCH ZEKER SINTERKLAAS NIET...!

 

Geloven ze nog...? is de vraag, die ouders met elkaar bespreken bij de nadering van het Sinterklaasfeest. Als ze nog geloven dan moet er heel omzichtig over Sinterklaas gesproken worden en moet alles in het werk gesteld worden om dat geloof overeind te houden. De kinderen mogen niet merken, dat het pap is die stiekem iets in hun schoen verstopt of dat het eigenlijk de meester van school is, die verkleed als Sinterklaas in de deuropening verschijnt.

Maar er zal toch een dag aanbreken, waarop zij niet meer geloven. Dan is de mythe verbroken. Dan komen ze tot de conclusie, dat zij eigenlijk bedot zijn, dat het niet echt was. Het was een spel.

Geloven ze nog...? Diezelfde vraag doet zich voor bij het geloof in God en de sprong van Sinterklaas naar God is gemakkelijk gemaakt. Hoeveel mensen horen we niet beweren, dat geloof in God net zoiets is als geloven in Sinterklaas? Wie gelooft dat nu nog? Sinterklaas bestaat niet en God bestaat niet...dat ziet toch iedereen wel in?

Toen ik onlangs een gesprek zijdelings bijwoonde over de gewichtige vraag of Sinterklaas bestond of niet en al gauw het overstapje gemaakt werd naar al of niet geloven in God bracht ik naar voren, dat je best in Sinterklaas kon geloven zonder dat je geloofde dat hij bestond.

De oorsprong van het Sinterklaasfeest gaat terug op een vriendelijke bisschop en jaar in jaar uit denken we aan zijn gulheid voor kinderen en dat spelen we zo goed mogelijk na. Natuurlijk is de man bij jou aan de deur een verkleed iemand, maar hij staat daar wel voor iets, voor iemand: hij verbeeldt het karakter en de betekenis van een goedheilig man en hij inspireert tot goedheid voor elkaar en vooral voor kinderen.

Zo geloof ik in Sinterklaas, hoewel ik niet geloof dat hij bestaat. Of dat die man in de straat op dat paard echt Sinterklaas is. Nee, maar hij beeldt hem wel uit. Door de onechte heen zie ik de echte, door de zichtbare word ik verwezen naar de onzichtbare. En de onzichtbare is de enige echte!

Zouden we in dezelfde sfeer over geloof in God kunnen denken en spreken met elkaar, vooral met mensen, die zeggen niet meer in God te geloven? Zij geloven niet meer in de oude man met een baard op een wolk, maar betekent dat dat je niet meer in God kunt geloven? Misschien geloof je wel beter en anders in God als je dat soort beelden juist loslaat. Kom je tot geloof door geloof los te laten... En het was Meister Eckhardt die steevast tot God bad om hem vrij te maken van allerlei hinderende beelden van God, hoewel hij ook besefte dat we niet zonder kunnen, maar God valt nooit samen met de beelden die wij van Hem hebben of maken.

Gepubliceerd in Blog