Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

maandag, 14 februari 2022 10:49

Bevrijd tot inclusiviteit

Preek gehouden door Ds. Cees Huisman op zondag 13 februari 2022 in de Protestantse Gemeente te Heusden n.a.v. Markus 1: 39-45

 

Bevrijd tot inclusiviteit

 

Vanmorgen worden we aan de hand van Marcus de synagoge ingebracht. Daar gebeurt het! Dat zou je niet verwachten. Het is maar een onooglijk gebouw en er is maar een handjevol mensen aanwezig. Het is een en al soberheid en eenvoud, oude woorden en bekende spreuken. En toch, zo wil Marcus ons vertellen, toch vindt in de synagoge de scheiding der geesten plaats. Hier begint de nieuwe toekomst, hier begint de aankomst van het Koninkrijk Gods te dagen. Jezus komt en verkondigt wat op handen is en drijft de demonen uit. Nee, dat is niet iets dat hij er ook bij doet…laten we dat als één gebeuren proberen te zien. Al predikende drijft hij demonen uit. Door te verkondigen het goede nieuws van het Koninkrijk Gods drijft hij demonen uit. Het is een soort grote schoonmaakbeurt: alles wat er niet hoort moet er uit; alles wat in de weg staat moet opgeruimd worden; alle tegenstand en weerstand moet weg wezen. Wil God heerschappij voeren in ons leven dan moeten eerst een paar andere heersers het veld ruimen: egoïsme, angst, verslaving (aan wat ook maar), gemakzucht, onbetrokkenheid, negatieve gedachten over onszelf en over anderen, ja alles, waardoor je niet ten volle mens bent en ongeschikt voor het Koninkrijk Gods, moet weg wezen.

In de kerk gebeurt dat. Het woord van verkondiging en aankondiging bewerkt dat. Overal waar het evangelie wordt verkondigd worden mensen bevrijd van demonie en sluipen de demonen met de staart tussen de poten de kerk uit.

Zo zet Marcus in dit eerste hoofdstuk van zijn evangelie de reikwijdte van het optreden van Jezus neer. En dan moeten we ons niet van de wijs laten brengen door de manier waarop dat verteld wordt en ons het hoofd gaan breken over de vraag of demonen nu echt bestaan of niet. Er bestaat zoiets als kwaad in de wereld, in ons eigen leven en dat wordt ook wel het boze genoemd en je kunt het ook personifiëren en dan spreek je over demonen of (abstracter) het demonische. Het gaat erom, dat wij inzien en geloven, dat het evangelie mensen bevrijdt, het kwaad aan het licht brengt en dat tegelijkertijd overwint, zodat een mens kan leven als kind van God.

En dat reikt dan ook weer verder dan de vernieuwing van de mens als individu, want het sticht bovendien ook gemeenschap en het werkt positief uit op de samenleving en uiteindelijk op de hele wereld.

Zo geloven wij. Ik geef toe, dat er vaak niet zo veel van te zien is en dat het kwaad zich moeilijk laat beteugelen en de demonie zich lastig laat uitdrijven, uit onszelf en uit de wereld.

Maar wie of wat geven wij het laatste woord? Aan Hem, die het hoge woord van God zelf onder ons is geworden: Jezus… en Hij heeft zich sterk gemaakt om de tegenkrachten te overwinnen…zullen wij dan, die zijn vrienden en vriendinnen willen zijn en Hem willen navolgen in woord en daad, de strijd opgeven en gaan meehuilen met de wolven in het bos?

Ja, maar hoe dan en kunnen we dat wel?

Daar komt iemand naar Hem toe. Een leproos, iemand met huidvraat, zoals de nieuwe vertaling wil. Een deerniswekkend mens. Een totaal eenzaam figuur. Iemand zonder sociaal leven. Een randfiguur, een uitgestotene, die voortdurend mensen op afstand moet houden. Maar hij waagt het om in de nabijheid van Jezus te komen. A.u.b., als u wilt, kunt u mij rein maken?

Een merkwaardige vraag. Wij zouden eerder verwachten dat hij zou vragen: als u het kunt, wilt u mij rein maken? Wij willen van alles, maar kunnen het niet…tenminste zo denken we vaak. Maar hier horen we: u kunt het vast wel, maar wilt u het ook?

Een melaatse is ziek. Het woord melaats kan te maken hebben met het Franse woord malade, dat ziek betekent of het gaat terug op het Griekse woord ‘melas’ dat zwart betekent. Wij zien allereerst iemand met een huidziekte. Iemand die medische zorg nodig heeft. Maar zo kijkt de bijbel er niet tegen aan. Het gaat in alle gevallen van melaatsheid om een los komen te staan van de gemeenschap, volstrekt geïsoleerd worden. Je mag nergens meer komen, ook niet in de kerk, niet in de tempel. Kortom, je bent van God en mensen gescheiden. Dus het is veel erger dan een huidziekte. Je bent feitelijk dood, je staat overal buiten. Iemand met een donkere, zwarte huid – zij hebben vaak het gevoel, dat ze niet meetellen, worden gediscrimineerd, etnisch geprofileerd. Het klinkt allemaal heel beschaafd, maar het is Gode geklaagd!

Kennen wij deze mensen? Hebt u wel eens zo’n melaatse gezien? Waarschijnlijk niet, want we houden ze op afstand. Kom niet te dicht bij mij, want anders raak ik ook besmet. Blijf uit mijn buurt. Kom niet in mijn buurt a.u.b., want jij of jullie verpesten alles.

Het zijn mensen, die met de vinger worden nagewezen. Kijk, daar heb je er weer zo eentje. In allerlei culturen en omstandigheden zijn het telkens andere mensen: het kunnen christenen zijn of Joden, moslims of jongeren, zwervers en daklozen, drugsverslaafden en bedelaars, allerlei slag mensen, die niet meetellen en voor wie men een straatje om loopt.

Maar misschien is dat allemaal nog ver weg…zijn ze ook dichterbij huis misschien? Mensen die we uit de weg gaan, omdat ze ons niet liggen? Mensen die we negeren, omdat ze anders zijn dan wijzelf, qua huidskleur, politieke overtuiging, geaardheid of levensstijl? We delen mensen zo gemakkelijk in aan de hand van onze kaders: gelovigen en ongelovigen, kerkelijk en onkerkelijk, meelevend en niet-meelevend,…en met de ene groep gaan we wel om en met de andere niet of minder. Een tweedeling is zo gemaakt. Blijf uit mijn buurt, denken of zeggen we…

Maar de leproos laat zich niet wegsturen. Hij komt naderbij, want hij heeft er vertrouwen in, dat hij door Jezus niet wordt afgewezen.

En wat we dan van Jezus lezen is heel troostrijk en bemoedigend: hij krijgt medelijden, mededogen met deze mens, hij raakt hem aan en hij zegt: ik wil. In die volgorde!

Medelijden is misschien nog niet eens het goede woord. Je hoort vaak van mensen, die een handicap hebben of ziek zijn, dat men helemaal geen prijs stelt op medelijden. Men ervaart dat als neerbuigend en het leidt tot verlies aan waardigheid. Wat van Jezus gezegd wordt is dat hij het voelde in zijn ingewanden. Hij kreeg er pijn z’n buik van, toen hij deze man zag. Hij nam de pijn en het verdriet in zich op. Hij voelde het aan den lijve, zou je kunnen zeggen. Het is zoals Jesaja vertelt over de knecht des Heren: onze ziekten heeft hij gedragen en onze smarten nam hij op zich. Ja, zo deed Jezus…dat is hij ten voeten uit.

Maar daar blijft het niet bij. Vervolgens raakt hij hem aan. Dat durfde hij…deze mens met zijn bultige, schurftige huid aanraken. Dat had nog nooit iemand gedaan. Wat een lef…ja, inderdaad, hier komt de lef, het hart van Jezus, naar boven als begaan met mensen. Hij durft het aan om deze mens aan te raken. Een gebaar van verbondenheid, een gebaar van genegenheid, een gebaar van liefde!

Ik denk dat deze mens daar al van opleefde. Hij bemerkte ineens, dat er iemand was die om hem gaf. Die zegt: jij hoort er ook bij. Ik houd je niet op afstand, maar overbrug de kloof. Kom in de kring, weet je aanvaard door God en mensen. Voortaan ben je niet meer onrein, geïsoleerd en afgeschreven, maar tel je mee, ben je rein en deelgenoot van het volk van God.

Iemand aanraken is daad van intimiteit, waar je heel voorzichtig mee moet zijn, zoals u weet…. Maar hier is het begin van genezing, begin van bevrijding. Weer voelen, dat je er bij hoort. Weer voelen, dat er iemand is die om je geeft.

Ik wil, fluistert Jezus. Prachtig is dat! Het klinkt als het ja-woord bij een huwelijksaanzoek. Ja, ik wil. Ik wil jou zien als een gaaf mens, opgenomen in de lichtkring van Gods vriendelijk aangezicht. Jij hoort er ook bij! Ik wil jou zien als een kind van God. Ik wil jou aanvaarden als medemens, ik wil jou niet vastprikken op je dorre huid, maar ik wil jou zien als herboren en herschapen mens, die zal leven in de vrijheid van de kinderen Gods.

Daar staat hij als nieuwe mens, gezond en wel, rein en wel. Hij was er een ander mens van geworden. Ja, dat gebeurt wanneer iemand om je geeft, wanneer je bemind wordt en aangeraakt, wanneer iemand je aanvaardt zoals je bent en zegt: ik wil jou in je waarde laten en je laten zijn de mens die je bent. Dan gebeuren er wonderen.

Een wonderlijk verhaal, inderdaad, maar wel levensecht. We hebben Jezus vanmorgen gezien als prediker, als therapeut en als haptonoom, als iemand die kortom van de mensen houdt. Dat is het geheim van alles. Waar liefde woont gebiedt de Heer zijn zegen….broeders en zusters, laten wij elkander liefhebben, niet met de mond of het woord, maar metterdaad. Elkaar en de ander niet links of rechts laten liggen, geen muren opbouwen en anderen uitsluiten, want God heeft alle mensen op het oog en in zijn hart. Weest dan navolgers van God en doet gij evenzo!

 

 

 

Gepubliceerd in Blog
zondag, 15 juli 2018 10:35

Twee aan twee

Preek gehouden op de 4e zondag van de zomer 15 juli 2018 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Markus 6: 6b-13

 

Twee aan twee

 

Als er op een ongelegen moment aangebeld wordt en er twee mensen voor de deur staan, van wie één met een tas in de hand of een stapeltje tijdschriften onder de arm, dan weet je wel hoe laat het is. De Jehovah’s Getuigen hebben de opdracht van Jezus aan zijn leerlingen om er twee aan twee op uit te trekken als een altijd en overal geldend gebod opgevat – en zo staan ze daar en vragen wat je van de toestand in de wereld vindt en dat de Bijbel zegt, dat het niet lang meer zal duren of de wereld zal vergaan en dat je daar meer over kunt lezen in dit tijdschrift, Wachttoren geheten, en dat je dan tot de 144.000 kunt behoren, die gered zullen worden.

Er volgt nog wat heen en weer gebabbel en dan gaan ze naar de volgende deur om ook daar het blijde nieuws te verkondigen.

Vreemd is het wel, dat de mensen o.h.a. helemaal niet blij worden van zo’n onverhoedse benadering en jammer is het ook, dat van de oorspronkelijke boodschap van Jezus zo weinig doorklinkt.

Hoe was dat, toen Jezus zijn eerste leerlingen erop uit stuurde? Wat moesten ze eigenlijk doen en waren ze een beetje succesvol? Kon Jezus het niet alleen af, dat hij zijn hulptroepen moest inzetten?

Als je hoort, hoe ze er op uit gestuurd worden, dan zouden we denken: nou, dat kan toch wel wat professioneler en met wat meer uitstraling. Wat een stelletje armoedzaaiers zijn dat: ze hebben niks bij zich, lopen steeds in hetzelfde kloffie, niet eens een extra ‘verschoninkie’ bij zich, en met een stok in de hand gaan ze door ‘het ganse land’. Zo proberen ze in gesprek te komen met mensen, vertellen zij over het Koninkrijk Gods en sporen hen aan zich te bekeren. Om te keren.

Maar zeg nou zelf, vindt u het gek, dat de meeste mensen zeiden: wat zijn dit voor wereldvreemde dwazen? Waarom zouden we gehoor geven aan hun oproep? Zij roepen ons op om ons te bekeren, maar laten zij het zelf maar doen en een beetje normaal gaan doen. Zwervers en klaplopers zijn het. Niet van deze tijd, niet van deze wereld!

Door dat te denken en te zeggen, slaan zij onwetend de spijker op de kop! Deze tweelingen of dubbelgangers – of hoe je ze ook maar noemt – zijn voorlopers van het Koninkrijk Gods. Zij laten a.h.w. zien, dat zij niet tot de ‘oude wereld’ behoren, die verziekt en verdraaid is. Door zich zo buiten de orde te plaatsen laten zij zien, dat de wereld vernieuwing en verandering behoeft. Zij houden de mensen een spiegel voor…hé, jullie denken, dat wij gek zijn, maar kijk eens naar je eigen leven en wereld?!

Wij kondigen een nieuwe tijd aan, een tijd, waarin ziekte en demonen het niet meer voor het zeggen zullen hebben, maar welzijn, heelheid en bevrijding!

Ja, zo gingen zij te werk en lieten in Jezus’ Naam gebeuren, wat Hij wilde en op het oog had. Dat de mensen weer vrij zouden zijn en niet meer gebonden aan machten en structuren.

Zoals ook nu de mensen zuchten onder werkdruk, stress en verslaving, - dit moet en dat moet om er bij te horen – en geen ogenblik rust om tot jezelf te komen – o Goddank, dan is het vakantie, maar ook die wordt vaak volgepropt met activiteiten en bezigheden – en dan moe van de vakantie weer in de ratrace van het werk. Wat een leven… Veel jongeren kunnen er niet meer tegen en slaan – uit wanhoop - een doodlopende weg in.

De leerlingen gaan demonen uitdrijven. Ze bellen aan en zeggen: “wij komen demonen uitdrijven”. “Heel goed bedoeld, heren, maar hier zijn geen demonen. Probeer bij de buren maar eens…”

Mensen weten vaak niet, dat zij bezeten zijn, bezet zijn door wat niet van hen is. Dat zij helemaal vol van iets zijn, waardoor er geen ruimte is voor het echte en het eigenlijke.

Onze vraag moet nu niet zijn of demonen wel bestaan, maar of datgene waarnaar zo’n begrip verwijst bestaat. Het demonische is eigenlijk een karikatuur van het goddelijke en het heilige. Wanneer mensen zich buigen voor wat niet-God is, wanneer zij onvoorwaardelijk ontzag hebben voor iets, wat eigenlijk geen waarde en betekenis heeft. Wanneer mensen iets absoluut maken wat het in wezen niet is.

Zo komt het demonische in vele vormen en varianten voor – het heeft iets aantrekkelijks en is tegelijkertijd ook vernietigend. Je lijkt er groot en betekenisvol door te worden, maar tegelijkertijd kleineert het je en word je een onbetekenend radertje in een machine die maar doordendert en niemand weet waarheen. Het demonische komt in het groot en in het klein voor en ongemerkt maakt het zich sterk en neemt het de plaats in van God en het goede.

En als die twee dan de demonen beginnen uit te drijven dan maken zij a.h.w. weer ruimte voor God en het goede in de mensen. Daardoor komt er een andere mentaliteit en blikrichting. Zo iemand wordt weer vrij en laat zich niet meer koeieneren door wat men wil en doet. Van ‘bezet’ wordt men ‘vrij’.

Zo ongeveer stel ik mij voor wat de betekenis van dit evangeliebericht kan zijn. Misschien mag ik ook nog even op een paar details in de vertaling wijzen, die ons misschien op het verkeerde been hebben gezet. Zo bijv. dat zij er met een stok op uitgestuurd worden. Is dat een stok om de hond mee te slaan, als ze een boerenerf opkomen?

Nee, ik dacht dat het woord ‘staf’ een betere vertaling zou zijn. Een staf is onmisbaar op reis, het is het symbool geworden van het ‘onderweg-zijn’. Maar het is ook het attribuut van de herder, van iemand die leiding en sturing wil geven en daar staat de staf dan symbool voor. Mozes had ook een staf, waar hij wonderlijke dingen mee uitrichtte. Zo splitste hij de wateren van de Rode Zee ermee, zo verhaalt de Schrift – kortom, de staf verbeeldt de reddende nabijheid van God. Later werd het woord ‘staf’ zelfs de benaming voor de leden van een raad van medewerkers.

En dan nog dat stof van de voeten afschudden. Vrome Joden deden dat als zij een reis naar het buitenland gemaakt hadden en weer terugkeerden in eigen land dan schudden zij het stof van hun voeten om het heilige land niet te verontreinigen.

Zoiets deden onze twee missionarissen ook en zo staat er dan in onze ‘lekker makkelijk te begrijpen vertaling’: ‘ten teken dat zij niets meer met hen te maken wilden hebben’.

Maar, beste gemeente, dat staat er niet alleen niet, maar het druist ook in tegen alles wat het evangelie bedoelt en wil uitstralen.

Er staat eigenlijk zoiets als ‘hun tot een getuigenis’. Ik denk dat zij bij het weggaan nog even bij de deur met hun sandalen wapperden en vriendelijk afscheid namen en daarmee zeiden zij: we hebben het er nu verder niet meer over, maar denk er nog eens over na. De deur naar de ommekeer staat altijd open!

Gepubliceerd in Blog