Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 22 juli 2018 15:43

De van Alfa tot Omega leerroute

Preek gehouden op de 5e zondag van de zomer 22 juli 2018 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Jeremia 23: 1-6 en Markus 6: 30-34

 

Er hangt in de kerk een expositie van textiele kunstwerken, vervaardigd door Dieuwke Frijda-Zijlstra o.d.t. “Onder de loep”

 

De van Alfa tot Omega leerroute

 

Ik ben benieuwd met wat voor verhalen de leerlingen bij Jezus terugkwamen. Zij waren immers een tijdje op weg geweest – twee aan twee – om zieken te zalven en demonen te verjagen en zo het goede nieuws van het naderende Koninkrijk Gods te verkondigen en uit te beelden. Zij hadden de daad bij het Woord gevoegd.

En nu komen ze terug en doen verslag van hun ervaringen. Misschien waren ze teleurgesteld over het feit, dat zij zo weinig respons kregen en dat ze zo vaak met hun sandalen hadden moeten wapperen. Of misschien waren ze wel trots op zichzelf, dat ze het toch maar gefikst hadden om het demonische in de samenleving en in de persoonlijke levenssfeer op het spoor te kunnen komen en ongedaan te maken, althans voor de langere of kortere duur het leven van de mensen weer glans en fleur te geven.

Ik denk, dat ze een uitgeputte en vermoeide indruk maakten. Ze waren opgebrand, hun energie was op – moe van het goed doen; een burn-out na zoveel ontmoetingen en confrontaties, want gemakkelijk was het nooit geweest. En nu komen ze weer bij Jezus en geven hem a.h.w. de opdracht weer terug. Vanaf nu staat hij zelf weer in het middelpunt.

De reactie van Jezus op hun werkverslag is ontroerend en sympathiek. Hij legt niet de vinger op hun falen en hun povere resultaten, hij analyseert niet de plussen en de minnen en hij komt niet met een lijst van aanbevelingen om het in het vervolg anders en beter te doen. Nee, wat hij zegt is: rusten jullie nu maar eens even een tijdje uit!

In het Grieks wordt er een woord gebruikt, waarin wij ons woord ‘pauze’ herkennen. Neem een adempauze, kom eens helemaal tot jezelf en neem de tijd om alles even los te laten.

Dat is voor ons allemaal wel belangrijk, denk ik. Dat we van tijd tot tijd een pauze inlassen en wat geweest en gedaan is laten rusten en wat komt en gedaan moet worden nog even uitstellen. Het is een pas op de plaats. Een goed moment om tot bezinning en tot rust te komen.

Dat dit fragment juist aan het begin van de vakantieperiode aan de orde komt is wel veelzeggend. Jezus gunt ons allemaal een pauze. We draven vaak maar door en daarmee beschadigen wij niet alleen onszelf, maar ook anderen. Je moet ook eens van ophouden weten. Stop! Neem even afstand en kom tot jezelf. Dat is goed voor jezelf en voor iedereen!

Maar Jezus zelf gaat altijd maar door en lijkt onvermoeibaar. Toch lezen we ook van Hem, dat hij van tijd tot tijd een stille tijd in acht neemt. ‘Hij bad op eenen berg alleen’ en ook zocht hij soms de eenzame plaatsen op om in gesprek te gaan met zijn Vader.

Ook vandaag is dat zo. Ook als wij hier bij elkaar zijn kunnen we dat zien als zo’n moment van bezinning en inkeer. Om van daaruit weer de week in te gaan, toegerust en uitgerust om de uitdagingen en problemen aan te kunnen. Niet dat je dan ineens alles als een soort tovenaar naar je hand kunt zetten, maar je leert gaandeweg je leven in een ander perspectief te plaatsen, in een groter verband. Dat je uiteindelijk leert en erkent, dat niets en niemand je kan scheiden van de liefde van Christus, wat er ook gebeurt. Dat klinkt als overmoedige grootspraak, maar het is (eerder) een stil weten, een onzichtbare bodem onder je voeten, die je draagt.

En dan beschrijft Markus levendig, hoe de mensen in drommen op Jezus afkomen. Zij gaan hem achterna en zij staan hem op te wachten. En zo is dat altijd gebleven. Wij proberen Hem te volgen en wij verwachten zijn komst en zo bevinden wij ons altijd tussen de tijden en is Hij present, wanneer wij gehoorzaam zijn aan zijn woord: ‘doe dit tot zijn gedachtenis, totdat Hij komt’.

En als Jezus ons dan ziet dan ziet Hij ons met ontferming bewogen – hij is begaan met hen. Hij voelt sympathie en hij toont empathie. Het doet hem wat, hij blijft er niet afstandelijk en onbewogen naar kijken, naar al die mensen, maar het raakt hem.

Want hij ziet, hoe zij er aan toe zijn en Markus citeert daartoe de Schrift: zij zijn als schapen zonder herder. Dat herinnert aan de overdracht van de leiding van Mozes aan Jozua – en misschien wordt dit woord ook juist hier geciteerd, omdat er een overgang is van de periode Johannes de Doper naar de periode van Jezus. In het voorafgaande wordt verteld, hoe Johannes op een brute wijze aan zijn einde is gekomen en nu lopen de mensen daar, maar wie zal hun de weg wijzen? Zij wonen overal, nergens thuis…

Hoezo schapen zonder herder? Zij hebben hun ouders toch, hun geestelijke leiders, hun politieke leiders, hun bazen en gidsen? Zij hebben hun grote voorbeelden en sporthelden toch? Zij hebben hun filosofen en guru’s in alle soort en maten toch, hun ideologieën en religies? Ja, dat hebben ze zeker en misschien wel zo dwingend en overheersend, dat Jezus zou willen, dat ze daarvan los kwamen. Want uiteindelijk komen ze er niet verder mee, raken ze hopeloos de weg kwijt en dwalen zij stuurloos en doelloos rond.

Zal Hij zich als goede Herder presenteren? Hij is zeker zo de geschiedenis in gegaan en vanaf de vroege kerk heeft men hem gezien en afgebeeld als een herder, die het verloren schaap zoekt en vindt, die de afgedwaalde kudde terecht brengt en die zijn leven inzet voor zijn schapen.

Maar wat vanmorgen vooral opvalt is, dat Hij als herder hen begint te onderwijzen. “En hij begon hen te leren, veel, heel veel” (liever dan ‘langdurig’). Laten we dat eens heel even onder de loep nemen. Zoals je ook de kunstwerken in de kerk vluchtig voorbij kunt lopen, maar dan zie je niks. Je moet er aandachtig en van dichtbij naar kijken, dan zie je het pas. Wij maken vaak onderscheid tussen ‘herderen’ en ‘leren’. Wij zeggen van een dominee, dat hij een herder of een leraar is en soms is hij in het ene beter dan in het andere. Maar Jezus laat zien, dat dat bij elkaar hoort. Als herder onderwijst hij hen. Hij wijst begaanbare wegen, hij vertrouwt hun toe, wat ze moeten doen en laten om het leven aan te kunnen en te ervaren wat het betekent, dat het Koninkrijk Gods nabij gekomen is. In zijn leerschool blijf je altijd leerling en krijg je nooit een diploma of zoiets, want dit gaat om een levenslang leerproces. Willen wij Jezus als onze herder volgen dan zullen wij altijd bij Hem in de leer (moeten) blijven. Je zou het de van Alpha tot Omega-leerroute kunnen noemen.

 

Gepubliceerd in Blog
zondag, 15 oktober 2017 13:53

Niet (alleen) zeggen, maar doen!

Overdenking gehouden  op zondag 15 oktober 2017 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Ezechiël 34: 1-13 en Mattheüs 22: 34-40. In deze dienst werden Jouke Zoethout en Johan Ebbers bevestigd in het ambt van resp. jeugdouderling en ouderling-kerkrentmeester.

Tevens was het (wereld-)diaconale zondag met bijzondere aandacht voor het project van de Stichting Futuro.

 

Niet (alleen) zeggen, maar doen!

 

Ik had onlangs een onverwacht en indringend gesprek met een dronken vrouw, zo bleek achteraf. Zij keek mij heel onderzoekend aan en zei: “Die mensen van de kerk zeggen wel, dat ze…” Zij kwam niet verder uit haar woorden en zij begon te huilen. Eerlijk gezegd voelde ik me wat onthand en opgelaten, maar ik deed mijn best om te achterhalen wat er precies aan de hand was. Ik ga daar niet over uitweiden, natuurlijk, maar wat duidelijk werd is, dat zij een pijnlijke kloof constateerde tussen wat christenen (mensen van de kerk, zoals zij zei) zeggen en belijden en wat zij doen in het leven van alledag.

De profeet Ezechiël ziet dat ook om zich heen, dat de leiders zich wel herders noemen, maar dat hun handelwijze daar in de verste verte niet op lijkt. Zij hebben wel mooie woorden, maar ze verdrukken de mensen, laten hen aan hun lot over, doen niets om hen te helpen; kortom, zij doen niet wat zij moeten doen en maken zo hun geloof en hun God te schande.

Of mensen verzanden in discussies over het geloof. Het wordt een heel bouwwerk van regels en ideeën, waarover men elkaar kan examineren en kan laten slagen of zakken. Zoiets komen wij tegen in het evangeliebericht van vanmorgen. Dat er iemand op Jezus toestapt en hem vraagt: wat is eigenlijk het grootste of belangrijkste gebod? Niet, dat hij daar inhoudelijk in geïnteresseerd was, maar hij wilde Jezus graag uitdagen, uit z’n tent lokken, op de proef stellen om te kijken of hij wel kon slagen voor de test. Kijk, deze man was een beroepstheoloog, een ‘doctor legis’, een wetgeleerde, die zijn strepen en papieren verdiend had. En nu loopt er zo’n amateur-wetgeleerde rond, die er zo zijn eigen ideeën op nahoudt en die moet nodig eens aan de tand gevoeld worden en zo mogelijk moet hij als een ‘nitwit’ aan de kaak gesteld worden.

Zo ongeveer moet hij gedacht hebben (denk ik), maar het antwoord van Jezus was subliem en ‘uit de kunst’.

Op een één-voudige vraag geeft Jezus een twee-voudig antwoord. Jezus kiest niet één van de geboden of voorschriften uit, maar hij stoot door naar de kern van alle geboden. Alles draait uiteindelijk om de liefde tot God en tot de naaste. En daar ben je als mens totaal bij betrokken, met huid en haar en met hart en ziel. Als je een gebod opvolgt, omdat het voorgeschreven staat of omdat het moet, dan heb je de kern gemist.

Alles draait uiteindelijk om de liefde, d.w.z. om de zorg en de aandacht voor de ander. Je kunt nog zoveel psalmen zingen of bijbelteksten uit je hoofd citeren of lekker kunnen ‘praisen’ of alles voor de kerk overhebben, maar als het niet voortkomt uit en gericht is op de liefde tot God en de ander, dan slaat het nergens op, ja, als een tang op een varken of als een bonk op een gong.

Het grootste is om met twee benen op de grond en met twee handen uit de mouwen dat ene en grote gebod proberen te volbrengen. En dat dan in alle vrijheid en ieder op zijn of haar plaats en wijze. Een politicus doet dan in Den Haag of in de gemeenteraad van zijn woonplaats. Een dokter doet dat in zijn dagelijkse artsenpraktijk, een onderwijzeres of leraar doet dat voor de klas, een moeder doet dat thuis of op haar werk, een econoom doet dat door erover na te denken, hoe onze consumptie een belasting is voor het milieu en hij en anderen rekenen ons voor, hoe het ook anders kan en anders moet. Filosofen en andere mensen, die richting proberen te geven, maken duidelijk, hoe transities naar andere vormen van energie en ander beheer van grondstoffen en overschotten noodzakelijk is en hoe dat ook kan en heilzaam is voor de hele planeet.

En zo probeert iedereen gehoor te geven aan dat grote gebod en zo vormt de liefde tot God en de naaste a.h.w. de motor voor ons bezig-zijn in de wereld en in de kerk. Jouke gaat aan de slag als jeugdouderling en Johan als ouderling-kerkrentmeester en ieder zal zo op eigen terrein en op eigen wijze de inhoud van dit gebod concreet proberen te maken.

En op diaconaal terrein is precies hetzelfde aan de orde. De Stichting Futuro, waar we straks e.e.a. over zullen horen en zien, is ook ontstaan vanuit deze zelfde bron en zij put daar ook steeds energie en hoop uit.

Ik ben blij, dat ik die dronken vrouw ben tegengekomen, die in alle eerlijkheid de kerk en de kerkmensen een spiegel voorhield. Woorden zijn prachtig en zeggen, dat we het zullen doen is gemakkelijk zat, maar vandaag nemen wij ons voor: we hebben het gehoord en we zullen het ook doen!

 

 

Gepubliceerd in Blog