Print deze pagina
dinsdag, 17 februari 2015 10:47

PKN enquete

Geschreven door 
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

PKN-enquête

 

“PKN vraagt twee miljoen leden, hoe het verder moet”, zo las ik onlangs op de voorpagina van Trouw. Unieke enquête moet inzicht geven in de wensen van gelovigen. Volgens de scriba van onze kerk Arjan Plaisier bevindt de kerk zich in een kritieke fase: “De kerk is voor veel mensen niet meer vanzelfsprekend. Het is voor ons tijd ons de vraag te stellen: waar staan we voor en wat willen we?”

Eerlijk gezegd begrijp ik die bezorgdheid over de toekomst van het instituur ‘kerk’ en dan m.n. van de PKN wel, maar het organiseren van een enquête onder de leden, heeft iets weg van een wanhoopsdaad. Ook vraag ik me in goeden gemoede af, of een kerk haar bestaansgrond en haar ‘survival’ zou moeten funderen op de wensen van haar leden. De kerk bestaat wel uit leden, maar de leden vormen niet de kerk: de kerk is er éérder dan ik. Het is een ingewikkeld vraagstuk, dat lijkt op de kip-ei discussie, maar als je de toekomst van de kerk in handen legt van haar leden dan ga je voorbij aan de gedachte, dat de kerk niet van ons is, maar van Christus. Een enquête kan verhelderen wat er aan de hand is in de PKN als kerkelijke organisatie en er kunnen voorstellen tot verbetering en verandering uit naar voren komen, maar het is overmoedig en naïef te denken, dat wij de kerk en haar toekomst naar onze hand kunnen zetten. Want de kerk is ‘meer’ dan het instituut en haar leden en haar inspraak.

Het doet me deugd te bemerken, dat ook anderen hun bedenkingen hebben bij deze ênquete, bijv. ook uit de hoek van statistici, die terecht opmerken, dat een enquête onder 2 miljoen ondervraagden heus geen betere resultaten oplevert dan een enquête onder een geselecteerde groep. Bovendien is de enquête te ‘open’: iedereen kan hem invullen (ook als men geen lid is van de PKN) en als je wilt kun je hem zelfs meerdere keren invullen.

Maar dat zijn ‘technische’ bezwaren. Wat ik hierboven opmerkte is van geheel andere orde en heeft te maken met het hart van het Evangelie en de kerk. Terecht merkt ook prof. dr. Erik Borgman (r-k hoogleraar in Tilburg) in Trouw (24 febr. ’15) op, dat de gemeente meer moet zien te leven vanuit de vreugde van het Evangelie. “Er is iets mis als kerken aan hun leden vragen wat zij willen, om dat te gaan doen en verkondigen. Negeren we straks, dat wie zijn leven wil redden het zal verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van Jezus het zal vinden, omdat dit ons niet meer zo aanspreekt?” De kerk is niet ontstaan op basis van gemeenschappelijke voorkeuren en behoeften (want die worden vaak door ras, klasse of sekse bepaald), maar omdat God, die alle dingen nieuw maakt, hen had samengeroepen. Als mensen niet meer gegrepen zijn door het licht van het Evangelie en zich alleen maar laten leiden door hun behoeften en wensen, dan leidt dat alleen maar tot kosmetische aanpassingen in en van de kerk. Misschien ziet de kerk er dan weer leuker en frisser uit, maar de vraag is of zij nog datgene weet te communiceren, waardoor zij zelf ooit als bezield verband ontstaan is.

De vragen, die voorgelegd worden, daarover kun je ook van mening verschillen. Wat moet je aan met een vraag als: “Is er voldoende ruimte in uw gemeente voor verandering?” Verandering van wat en waartoe, wil ik dan graag weten. “Verandering” op zichzelf is een leeg begrip. En wat vind je van deze vraag: “Hoe zou u de manier, waarop u bezig bent met uw geloof, omschrijven?” Ga er maar aan staan! Maar ook: wat wordt bedoeld met ‘bezig zijn met uw geloof’? Alsof je geloof een soort los onderdeeltje in je levensmachine is, dat je naar believen kunt inzetten of uitzetten. Ik vat dit op als een mechanistische kijk op het geloof – dat in allerlei vragen ook teveel wordt aangemerkt als een ‘bezit’ of ‘functie’ van jezelf – terwijl het geloof m.i. eerder een dimensie van je leven is, dat je doen en laten bepaalt en inkleurt: je leven is je geloven en je geloven is je leven!

“De kerk is voor veel mensen niet meer vanzelfsprekend”, zo vat Dr. Plaisier de malaise samen. Maar, zo vraag ik me af, is dat juist geen winst?! Zolang men de kerk als iets vanzelfsprekends ziet, als iets wat er natuurlijk bij hoort, dan zitten we m.i. vèr af van wat de kerk oorspronkelijk wilde zijn en moet zijn: een zoutend zout, een ‘steen des aanstoots’ of een struikelblok, een alles-is-en-wordt-anders-show, een bolwerk tegen de heersende mening en cultuur, een toevluchtsoord voor ontheemden en andere mensen met heimwee. Niets vanzelfsprekends aan dus!

Misschien is de teloorgang van de kerk zelfs grotendeels te wijten aan het feit, dat zij zelf te lang en te vaak meende een vanzelfsprekende plaats in de samenleving te hebben en dat dat zo hoorde. Hopelijk leidt deze ‘crisis’ tot het inzicht, dat hoe minder vanzelfsprekend de kerk is, hoe meer zij mensen kan aanspreken.

Lees 1944 keer Laatst aangepast op dinsdag, 24 februari 2015 13:26
Ds. Cees Huisman

Nieuwste van Ds. Cees Huisman