Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

maandag, 20 maart 2017 08:32

Een stem krijgen

Preek gehouden op de 3e zondag in de Veertigdagentijd (Oculi=Ogen) 19 maart 2017 in de Grote of Mariakerk te Meppel n.a.v. Lukas 11: 14-28.

 

EEN STEM KRIJGEN

 

Jezus trekt als een therapeut door het land. Hij helpt mensen door met hen te praten en te ontdekken, waar het probleem zit. Hij doet dat allemaal op weg naar Jeruzalem, in die tijd van veertig dagen. Het zijn die veertig dagen dwars door de woestijn, door de wildernis, vol beproevingen en aanvechtingen.

Als we al die lezingen en gedachten erover onder één noemer zouden willen brengen, dan zou ik willen zeggen, dat het gaat om ‘een gevecht’. Jezus is als therapeut aan het vechten; hij vecht voor het leven van zijn patiënt, zoals wij dat ook wel zeggen over artsen.

Zo zien wij hem vandaag in gevecht met een man, die stom is. Maar wacht even, zo staat het er eigenlijk niet. Jezus vecht niet met die man, maar met de demon, zo vertelt Lukas. Met ‘het demonische’. Het is opvallend, dat dat demonische als iets abstracts, iets onpersoonlijks wordt voorgesteld. De demon is geen persoon, maar eerder een macht. Hierdoor staat de tekst toch niet zo erg ver van ons af. Wij hebben grofweg wel het spreken over demonen en duivelen achter ons gelaten, maar we weten nog heel goed wat ‘het demonische’ is. De macht van het kwaad, hoe dat volken en mensen kan tyranniseren. Hoe mensen in de greep van het kwaad kunnen komen, zodat zij demonische trekken gaan vertonen.

Op zijn weg naar Jeruzalem is Jezus voortdurend bezig die macht of die machten te ontmaskeren en onschadelijk te maken. En om te zien, hoe hij dat doet moeten we de tekst precies en op de voet volgen. In het Grieks komen we daar een woord tegen, dat ‘eruit gooien’ betekent. Die demon moet aan de kaak gesteld worden en eruit geworpen worden. Zoals een therapeut tegen zijn patiënt zegt: ‘Gooi het er maar uit...alles wat je dwars zit, alles van vroeger en nu, alles wat je hindert om voluit mens te zijn. Gooi het eruit...al die shit!” Dat die shit ook wel ‘uitwerpselen’ genoemd worden past dan ook precies in deze beeldspraak.

Hoe zal het Koninkrijk Gods zich baan breken? Als de macht van het kwaad wordt weerstaan, weersproken en weerlegd. Sommige mensen zeggen of denken wel eens: “Die Jezus kon de dingen mooi zeggen, prachtig verwoorden, maar wat koop je ervoor? De wereld is nog steeds een tranendal en de misère van de mensheid drukt zwaar op mijn hart. Praatjes vullen geen gaatjes, het gaat om daden, die de wereld veranderen, niet om woorden!”.

Je kunt van alles en nog wat over Jezus zeggen, maar je kunt niet zeggen, dat hij alleen maar mooie praatjes verkondigde. Hij voegde namelijk zelf altijd de daad bij het woord. Als hij over het Koninkrijk Gods spreekt en over de nadering ervan en dat het nabij is, dan weet hij, dat dat de komst van dat Koninkrijk op weerstand stuit. Dat er nog eerst heel wat gevechten geleverd moeten worden, met het demonische, met het kwaad. Hij zag het zo voor zich, dat de wereld bezet gebied was, bezeten door angst, onmenselijkheid, waanzin, kortom door het demonische...en zal het Koninkrijk Gods zich baan breken dan zal dat ten koste gaan van de macht van het kwade. Die twee rijken kunnen niet samen bestaan: het goede en het kwade zijn aparte, gescheiden grootheden en...hoe zal het kwade overwonnen worden. Door het goede. Door het goede te doen en dat doet Jezus door deze man te bevrijden van zijn demonische stomheid.

‘Wat heb jij toch, beste man?’ Maar hij kon het niet zeggen. Hij had er geen woorden voor. Jezus vindt dat onverdraaglijk en hij wil deze man helpen. Gooi het eruit! Al die ballast en narigheid, waardoor je het spreken hebt verleerd. Je bent altijd monddood gemaakt, zij hebben jou altijd het zwijgen opgelegd. Jouw mening wordt nooit gehoord. Of iets anders geïnterpreteerd: jij bent sprakeloos geworden, omdat je teveel hebt gezien en meegemaakt. Zoals mensen, die in een concentratiekamp hebben gezeten er daarna nooit meer over spraken. Het was té erg! Of gaat het over iemand, die geen stem meer heeft, die tot de zwijgende meerderheid behoort en denkt: ik stem niet meer mee, het helpt toch niks. Laat mij maar ongezien en ongehoord mijn leventje leiden. Val mij niet lastig met politiek of met wat ook...

Het is iemand die opgesloten zit in zichzelf, die zijn gevoelens niet kan verwoorden. ‘Gooi het er eens uit, beste man, daar zul je van opknappen’. Zo staat Jezus als therapeut bij deze zwijgende man en hij probeert hem een stem te geven, hem te laten praten. O zo moeilijk. Een heel gevecht!

En dan krijgen wij ineens te horen: ‘...en de stomme sprak’. Dat is een duizelingwekkende zin: de stomme sprak. Maar u weet: de stomme kan niet spreken. En wie spreekt kan geen stomme genoemd worden. Het is een vreemde paradox, een onmogelijke mogelijkheid, die ons hier verschijnt.

En dat is precies wat bij de verkondiging van het Koninkrijk Gods hoort: er gebeuren onverwachte en onmogelijke dingen. Wie achteraan stond krijgt een plek vooraan; wie doof was hoort ongehoorde dingen; wie blind was ziet ineens het licht; wie stom was, geen stem had, krijgt een stem en spreekt zich uit.

Laten we nu niet zeggen: ja, maar dat gebeurt toch eigenlijk nooit?! Of: was het maar waar, dan zul je eens zien, hoeveel mensen gingen geloven.

Lieve mensen, hier raken wij nu precies aan het geheim van het Koninkrijk, dat zich niet groot en sterk wil maken in de wereld, maar een andere wereld voorstelt en uitbeeldt. Het is de omgekeerde wereld, de wereld omgekeerd. Doven horen, blinden zien en stommen spreken.

De Therapeut gaat nog steeds door de wereld en hij verheft zijn stem niet op de straten en als hij uitgescholden wordt scheldt hij niet terug en als hij voor de rechter staat en ze hem uit de weg willen ruimen dan doet hij zijn mond niet open. Als een lam staat hij daar sprakeloos en stemmeloos. Lief, stom lammetje....

Kun je daar de wereld mee veroveren? Is dat de ‘gamechanger’, die toekomst heeft en alles op z’n plek zal brengen?

Het ziet er niet naar uit. Het lijkt er niet op...maar toch heeft de vroege kerk deze Therapeut de messias genoemd. Zijn manier van doen, zijn woorden en zijn daden, zijn weg en zijn kracht, die hij in al zijn zwakte ten toon spreidde, werd het begin van een gang door de wereld, die bergen verzette, mensen het licht deed zien, de oren van doven ontstopte en mensen een stem gaf.

Zalig allen, die deze en andere woorden van God horen en die bewaren in hun hart en daaruit leven!

 

 

Gepubliceerd in Blog
zondag, 12 maart 2017 14:51

Een grens over...

Preek gehouden op de 2e zondag van de Veertigdagentijd (12 maart 2017) in de Oude Kerk n.a.v. Mattheüs 15: 21-28

 

Een grens over...

 

Je kunt het toeval noemen, maar ik vind het meer dan toevallig, dat ons vanmorgen dit gedeelte uit het Evangelie ‘toevalt’. Juist in een tijd, waarin in ons land het gesprek gaande is over onze nationale identiteit: wie zijn wij eigenlijk en wie willen wij zijn en wie horen erbij en wie niet? Het kan tot harde en ongenuanceerde discussies en standpunten leiden en wie een beetje de verkiezingsmachine op TV, op internet of in de kranten volgt, weet wel waar het over gaat. Mensen, die vanuit een ander land of een andere cultuur hier zijn komen wonen worden vaak nog als tweederangs burgers aangemerkt. Iemand die een andere huidskleur heeft, maar hier in Nederland is geboren, wordt soms nog gevraagd: waar kom jij vandaan? Nou, uit Utrecht zegt zij dan...

Of mensen met een andere godsdienst worden met argusogen aangekeken en argwanend gevolgd. Vroeger zaten de verschillende godsdienstige overtuigingen ieder opgeborgen in zijn of haar eigen zuil en leefde men een beetje langs elkaar heen. Ik had vroeger een rooms-katholiek buurjongetje, maar ik speelde nauwelijks met hem, want hij ging naar een andere school en hij had vriendjes van zijn eigen soort en ik ook. We leefden allemaal in een soort LAT-relatie: Living apart together. Ieder apart, maar samen vormde je wel de Nederlandse samenleving.

De verzuiling is opengebroken en functioneert niet meer en door de toestroom van allerlei culturen en etnische achtergronden is de samenleving een soort smeltkroes geworden. Soms leidt dat botsingen en uitsluitingen, maar soms ook tot onverwachte onmoetingen en vriendschappen. De nieuw ontstane situatie kun je tegemoet gaan als iets wat ons bedreigt en waar je bang van kunt worden of je kunt het tegemoet gaan als een uitdaging, een uitnodiging – met een ‘open mind’ en zonder angst hopen op iets positiefs.

Toen ik donderdagmorgen na mijn spreekuur de gerfkamer verliet haalde een man van duidelijk Noordafrikaanse afkomst zijn fiets van het slot en hij keek mij aan en ik groette hem en zijn gezicht klaarde helemaal op en luid en duidelijk zei hij: Goedemorgen, mijnheer. Ik was daar verrast over, omdat ik merkte, dat die man niet gewend was, dat hij gegroet werd. We lopen en leven vaak langs elkaar heen.

Nu lijkt het evangeliebericht van vanmorgen daar ook voet aan te geven, als wij horen, dat twee mensen, twee culturen elkaar treffen, maar eigenlijk ook langs elkaar heen willen leven.

Jezus heeft zich teruggetrokken in het gebied van Tyrus en Sidon, ten noorden van Galilea, waar hij rondgetrokken had, zieken had genezen, gesproken had over rein en onrein, over alle dingen, die de mensen bezighielden en over het Koninkrijk Gods als wenkend perspectief en dat het nabijgekomen was. En dan lijkt het wel alsof hij even afstand wil nemen. Zoals een politicus na al die debatten en verkiezingsbijeenkomsten wel eens lekker wil uitzakken op de bank en uithuilen bij zijn/haar vrouw of man. En dan zit je net lekker op de bank, gaat de telefoon of gaat de bel en staat er iemand aan de deur, die je hulp nodig heeft of je handtekening vraagt. Je staat op het punt de deur dicht te smijten...nee, nu niet! Ik zit net ff lekker uit te zakken. Kom me nu niet lastigvallen met allerlei vragen. Morgenochtend bent u de eerste. Gegroet!

Terwijl Jezus een weekje vakantie houdt in de omgeving van Tyrus en Sidon, zijn eerste buitenlandse uitstapje – die naar Egypte als baby niet meegerekend - komt een vrouw hem nalopen en naroepen, dat hij haar dochter moet genezen. Kom a.u.b. helpen, want zij is helemaal van het padje af, zij is depressief of hysterisch – wat haar mankeert weet ik niet precies, maar zij lijkt wel bezeten door een kwade macht: zij is geen baas over zichzelf, zij wórdt meer geleefd dan dat zij zelf leeft.

Jezus reageert tamelijk gereserveerd en bot op haar. Vrij vertaald zou je kunnen zeggen, dat hij haar zo antwoordt: Nee, sorry mevrouw, ik heb nu net even een weekje vakantie. Ik heb ook recht op mijn vrije tijd en bovendien hoort dit gebied niet tot mijn werkterrein, dus zoek maar ergens anders hulp. Het ga u goed!

Maar de vrouw laat zich niet afschepen en zij dringt aan. Al slaat hij de deur voor haar neus dicht, zij drukt opnieuw op de bel. “Hoorde ik u zeggen, dat het brood alleen bestemd is voor de kinderen aan tafel en niet voor de honden – dank u voor het sympathieke compliment – maar bij ons is het zo, dat de honden na de maaltijd altijd de kruimels en restjes mogen opeten”.

En Jezus gaat helemaal om. Hij is zo onder de indruk van het geloof en de vasthoudendheid van deze vrouw, dat hij op afstand haar dochter geneest.

Deze vrouw accepteert enerzijds dat er grenzen zijn, maar tegelijkertijd overschrijdt zij die ook door te onderstrepen, dat het brood bedoeld is voor iedereen: voor Joden en Palestijnen, voor Nederlanders en Marokkanen, voor Amerikanen en Mexicanen – het brood vaagt alle verschillen weg.

Nu maak ik een sprongetje naar een ander evangelie, waar in geuren en kleuren geproclameerd wordt, dat Jezus zelf het ware Brood uit de hemel is. En dat Hij gekomen is tot de zijnen, maar dat die hem niet hebben aangenomen en dat hij daardoor als een licht in de wereld is gaan schijnen.

Hij is het ware brood uit de hemel, voedsel voor alle mensen, die zoeken naar heil en bevrijding. Ook al wordt hijzelf vermalen en verpulverd, zoals wij ook juist in deze weken gedenken, Hij deelt zo zijn leven wereldwijd.

Misschien hebben ze er op de terugweg nog wel wat over doorgepraat. Het kan toch niet zo zijn, dat Gods liefde beperkt blijft tot één volk. Dan zou God een nationale God worden en op hetzelfde niveau komen met de goden van Egypte of Griekenland. Zo hebben wij God toch niet leren kennen? Hij is toch geen God van beperkingen en begrenzingen? Het lijkt wel of Jezus zelf hier ook nog over moest nadenken en pas gaandeweg ontdekte, dat God er is voor alle mensen, voor de hele wereld. God kan alleen maar God zijn, als Hij een universele God is.

Dat is een grote stap voorwaarts, voorbij alle nationale en culturele begrenzingen gaan inzien, dat niemand buitengesloten kan worden als je iets van de universele liefde van God hebt opgevangen in je hart en in je denken. God maakt geen onderscheid: iedereen is Hem even lief!

Terwijl zij zo redenerend terugliepen realiseerde Jezus zich, dat Hij een grens was overgegaan, dat hij de nationaal-Joodse grenzen had opengebroken en dat dat grote gevolgen zal hebben. Het was de eerste stap naar de wereldkerk, die weldra zal ontstaan.

In de brieven van Paulus en in de Handelingen der apostelen krijgen we daar ook een inkijkje in, hoe de eerste gemeenten worstelden met de vraag: wie horen er bij en moet men aan bepaalde voorwaarden voldoen? Moeten nieuwkomers ook besneden worden bijv. of is dat eigenlijk helemaal niet nodig? Paulus trekt de lijn, die Jezus heeft getrokken door en laat klip en klaar weten, dat er in Christus Jezus geen onderscheid meer is: iedereen hoort er bij en wie grenzen trekt miskent het messiaanse werk van Jezus, dat hij begonnen is zichtbaar te maken in dat gesprek met die vrouw uit Libanon.

Een prachtig voorbeeld van de doorwerking van dit gesprek vinden wij in de brief van Paulus aan de Efeziërs, hoofdstuk 2: 11-18 en dat gedeelte wil ik tenslotte graag even – in eigen vertaling/bewerking - voordragen:

“Bedenk wel, dat u qua afkomst allemaal heidenen en onbesnedenen bent, u was niet verbonden met Christus en u stond ver af van het burgerschap van Israël en u nam niet deel aan het verbond en de beloften die daar bij hoorden. Zo leefde u eigenlijk in een wereld zonder God en zonder hoop. Maar nu bent u, die voorheen op afstand stond, ineens dichtbij gekomen – en dat is zo gekomen dankzij Jezus Christus, door zijn dood en opstanding. Daardoor heeft Hij die twee werelden tot één gemaakt en zo heeft Hij vrede tussen die twee werelden tot stand gebracht. Vrede kwam hij verkondigen voor hen, die ver weg stonden en voor hen die dichtbij waren en door zijn Geest zijn wij allen één geworden en hebben wij allen een vrije toegang tot de Vader!”

Gepubliceerd in Blog
zondag, 19 februari 2017 13:35

Vier wijzen van (niet) horen

Preek gehouden op zondag Sexagesima 19 februari 2017 in de Grote of Mariakerk n.a.v. Lukas 8: 4-15. In deze dienst werd de Heilige Doop bediend aan Djezz Oenema en Coen Roelof Hendrik Heetebrij.

 

Vier wijzen van (niet) horen

 

Vandaag houd ik een korte, overzichtelijke ‘huis, tuin en keuken-preek’, die uitloopt op een gedicht, een lied dat wij samen zullen zingen (LB 764).

De gelijkenissen, die Jezus vertelt, daar moet je eigenlijk niet teveel over gaan uitleggen. Het zijn eigenlijk verhaaltjes, die voor zichzelf spreken. Het zijn vertellingen, die tot nadenken stemmen. Op de één of andere manier raken ze je, ook al begrijp je niet alles.

Nu is het wel zo, dat de gelijkenis van de zaaier wèl nader wordt uitgelegd en die uitleg maakt van de vertelling een allegorie. Alles in het verhaal stelt iets voor: de zaaier is Godzelf of Jezus, die zijn woord verkondigt. Het zaad is het Woord van God en de verschillende plekken aarde stellen de verschillende typen hoorders voor.

Alle bijbelgeleerden zijn het er wel over eens, dat deze toelichting op de gelijkenis van Jezus van later datum is. Het is eigenlijk een klein preekje over de gelijkenis, die er later aan toegevoegd is, misschien pas in de 2e eeuw ofzo.

Jezus legt zijn verhaaltjes helemaal niet uit. Hij vertelt ze gewoon en zegt dan: wie oren heeft, die hore. Wie de schoen past, trekke hem aan. Zo vertelt hij over de geheimenissen van het Koninkrijk Gods, waar je als hoorder meteen bij betrokken wordt. Bij ieder onderdeel van het verhaaltje kun je je afvragen: waar kom ik zelf voor in dit verhaal? Gaat het over mij? Begrijp ik het goed, dat hij het hier over mij heeft, dat Hij mij aanspreekt? Ben ik het, Heer?

 

Maar nu kom ik dan op mijn ‘huis, tuin en keuken-preek’, waarin ik aan de hand van een paar gebruiksvoorwerpen uit de keuken kan laten zien en horen, hoe wij kunnen luisteren. Er zijn vier manieren van luisteren naar de woorden van God. En ieder voorwerp verbeeldt zo’n manier van horen.

Ik heb de keuze van deze instrumenten trouwens ontleend aan een oude Joodse legende.

Allereerst heb ik hier een trechter. – ik had helaas geen grotere. Deze kreeg ik een keer bij een liter motorolie, die nog steeds ongebruikt in de garage staat - . Bij een trechter gaat het zo, dat je er iets in de bovenkant ingooit of ingiet en aan de onderkant komt het er precies zo weer uit. Er gebeurt eigenlijk verder niks: het ene oor in en het andere weer uit. Als je na afloop aan de trechter vraagt: wat ging er door je heen? Dan moet hij het antwoord schuldig blijven. Geen idee.

Dan heb ik hier vervolgens een spons. Een spons neemt alles in zich op: vies water, schoon water...alles door elkaar, het maakt niet uit. De spons is ontvankelijk en vindt eigenlijk alles wel mooi en goed. Hij is er op een bepaalde manier zelfs vol van. Maar op een gegeven moment laat hij ook alles weer lopen. Zodra er enige druk op de spons wordt uitgeoefend sijpelt alles weg en blijft hij zelf zo leeg en droog als een kurk achter.

Die druk kunnen we opvatten als verdrukking, het onder druk komen staan t.g.v. vervolging of de moeiten van het leven. Dan zakt de spons in en verliest al zijn inhoud. Er is weinig van blijven hangen... Ben ik het, Heer?

Dan heb ik hier vervolgens een vergiet. Sommige mensen zijn als een vergiet, zegt Jezus. Met een vergiet loop je de kans, dat je de droesem, het onbelangrijke overhoudt, maar dat de vruchtensap of de kostelijke wijn wegsijpelt. Wat je overhoudt is dat wat je onthoudt en als dat negatieve of onnozele, onbelangrijke dingen zijn dan heb je overgehouden, waar het eigenlijk helemaal niet over gaat. Zo hebben mensen soms een akkefietje met de kerk gehad en keren de rest van hun leven de kerk de rug toe. Of ze vinden bepaalde verhalen in de bijbel onbegrijpelijk of gewelddadig en zeggen vervolgens: ik lees er nooit meer in. Voor mij hoeft het niet meer. Dus men concentreert op de droesem in de vergiet, maar de wijn vergeet men op te vangen en op te drinken. Zonde is dat. Ben ik het, Heer?

Dan heb ik tenslotte nog een zeef meegenomen. De zeef maakt onderscheid tussen wat er toe doet en wat eventueel weg kan. Je moet er misschien enige moeite voor doen, je moet dat wat je ontvangt ronddraaien en uitpersen,maar als je zo alles gezift en gezeefd hebt, blijft er iets waardevols achter. Wat niet van belang is kun je weggooien, maar wat overblijft is de moeite waard!

Vier typen luisteraars, vier soorten hoorders. Welke hoorder je bent hangt vooral af van jezelf. Niemand kan zeggen: ik was niet goed gepredestineerd, ik was geen goede aarde. Dat zijn allemaal uitvluchten, die nergens toe leiden.

Je kunt wel zeggen: ik ben de ene keer meer een vergiet, de andere keer een trechter en soms een zeef. Dat kan wisselen met de perioden in je leven.

Maar wat overeind blijft is de standvastigheid en de volharding van de boer. Hij zaait maar door....hij verspilt zijn zaad mateloos. Niemand ontkomt aan zijn brede gebaren. Hij kijkt niet krap en is niet kinderachtig: kleine kinderen slaat hij niet over, maar gaan zelfs voorop en zij ontvangen gratis en voor niets het water op hun voorhoofdjes als een voorschot op het zaad van het Woord.

Een zaaier ging uit om te zaaien. Hij zaaide zo wijd als de wind. Hij zaaide zichzelf als een graankorrel in de aarde en Hij sterft aan de doornen beneden en de vogels daarboven. Zo brengt het veel vrucht voort en mogen wij deel uitmaken van de oogst.

O zaaier, ga uit om te zaaien – ga ook uit om te oogsten –en maak ons allen tot moedergrond, vruchtbaar en vol leven!

 

 

 

Gepubliceerd in Blog
zondag, 08 januari 2017 12:52

Een nieuwe 'omslag'

Preek gehouden op de 1e zondag na Epifanie (8 januari 2017) in de Grote of Mariakerk te Meppel in een dienst van Schrift en Tafel n.a.v. Jesaja 42: 1-7 en Mattheüs 3: 13-17

 

Een nieuwe ‘omslag’

 

U bent er bij en ik ben er bij, als ik oog in oog kom te staan met die vreemde apostel, Johannes is zijn naam. Op een zeepkist staat hij te oreren, dat de wereld naar de bliksem gaat.

Zijn woorden slaan in als een bom en de mensen staan als aan de grond genageld. Donderpreken maken altijd veel indruk: het maakt angstige en onzekere mensen nog banger en onzekerder en anderen vinden het mooi als vooral anderen op hun falie krijgen. Ik sta altijd weer versteld hoeveel mensen op donderpreken afkomen: als vliegen op stroop.

Donderpreken zijn van alle tijden en ook in onze tijd treden profeten op, binnen en buiten de kerk, die in krasse bewoordingen en met indringende beelden laten zien, hoe de wereld er aan toe is, hoe wij ons milieu verpesten, de aarde opgebruiken en de dieren ‘onmenselijk’ behandelen. En dat kunnen we horen als een oproep tot ‘bekering’, een ‘wake-up-call’, een aansporing om een ‘omslag’ te maken!

U zult het misschien niet geloven, maar ik koester sympathie voor Johannes: Wel, vooral omdat dit soort donderpreken schokkend heilzaam zijn!

Allereerst wil ik er nog even op wijzen, dat het preken waren voor eigen parochie. Voor inwendig gebruik, zeg maar. Want vaak gaat het zo, dat men in de kerk hel en verdoemenis naar buiten toe predikt en zalvend (troostend) naar binnen…maar zo doet Johannes het niet. Hij komt met zijn snerpende preken naar zijn eigen mensen toe en zo stonden die brave kerkmensen ineens heilzaam in hun hemd. Ik zie het allang, zegt Johannes, jullie denken: ons kan niks gebeuren, wij zijn binnen, want wij zijn mensen van de kerk, wij zijn gedoopt, wij geloven en wij leven netjes…niks aan de hand. Laat maar komen dat vuur, het zal mij niet treffen.

En dan zegt Johannes: weet je wat nu eens echt verfrissend zou zijn. Dat je een stap naar voren doet en nog één en nog één…en zo het water in, geen grond onder de voeten meer, geen been om op te staan…daar ga je… kopje onder… in de Jordaan hier! Net zoals die heidenen, die mensen van buiten, die tot het geloof willen komen… u weet wel, die mensen die nergens aan deden of die er zo goddeloos op los leefden. Dat jij nu – net zo als zij – je laat dopen en eens helemaal opnieuw begint!

En zo gebeurde! Zodra de prediking tot dat ontdekkend inzicht leidt en je jezelf weer eens even als een buitenstaander en als aangesprokene ziet, dan is zo’n donderpreek evangelie, want ineens zie je: Ik ben er bij! Op heterdaad betrapt.

En zo dacht iedereen dat Johannes de messias was.

Bij de Jordaan gebeurt het…dat Jezus – zonder dat iemand er op let – ineens ook gedoopt is. Samen met het volk, dat in dikke rijen toestroomde, is ook hij er tussen gaan staan – onopvallend en onopgemerkt – en hij ging mede kopje onder. Hij blijft niet aan de kant staan, hij is niet begaan met uitsluitend zijn eigen lot…nee, solidair in de crisis, het oordeel, treedt hij naar voren en zegt: Hier ben ik! Ik ben er ook bij!

Wie ben jij? zo kan wel gevraagd worden. Ja, een goeie vraag en wie zou daar het antwoord op kunnen geven? Mattheüs vertelt het zo, dat er maar Eén is, die dat kan zeggen en dat is God zelf. Hij zegt: “Deze is mijn geliefde Zoon, in jou vind Ik vreugde! Mens naar mijn hart”.

Mattheüs vertelt het zo kinderlijk en onopgesmukt en hij weet natuurlijk niet dat wij er later zulke domme dingen over zouden gaan vragen, bijv. was die stem zintuiglijk waarneembaar enzo? En kon iedereen dat horen of alleen Jezus maar? Nee, als een kindertekening laat hij gewoon de hemel openspringen en in een wolkje zet hij de tekst, die God zegt en voor alle duidelijkheid tekent hij er ook nog een duif bij.

De Geest van hierboven komt hem aanwaaien en zet hem in vuur en vlam.

Waar komt die duif vandaan?, zo vraagt u zich misschien af. Wel, die duif is al heel lang aan het vliegen, vanaf den beginne, toen God de hemel en de aarde schiep en de Geest broedde op de wateren…scheppend, ordenend, tot leven wekkend. En als de vloed geweest is en Noach nog wat ronddobbert komt die duif alweer aanvliegen: land in zicht, roept hij a.h.w. uit. Kijk maar, hier is een takje! En hij vliegt ook langs Maria’s oor en gaat stilletjes op haar schoot zitten.

Stad en land vliegt deze duif af en inspireert mensen tot geloof, tot hoop en tot liefde.

Vandaag klapwiekt hij boven het hoofd van Jezus, man naar Gods hart…bijzonder is dat! En wij vallen op de knieën en zeggen: wat bijzonder bent u en wat goed van U, dat U zo bent.

En dan zegt hij: Dank je wel voor zoveel eer en bewondering, maar wacht even: Ik ben Zoon van God samen met jou. Ik ben toch met jou afgedaald in het water? Ik sta hier niet in mijn eentje, maar samen met jou, ja samen met alle mensen, de hele mensheid.

Diezelfde duif klapwiekt vandaag ook boven ons hoofd en diezelfde stem zegt ook tegen ons: jij bent mijn geliefd kind!

Misschien denkt u: ja maar, hoe kan ik dat weten? En wat moet ik dan doen? Wel, uit het water gekomen worden wij genodigd aan de Tafel en met open hand en open mond ontvangen wij de gaven van brood en wijn. Daar leven we van. En het is telkens weer het begin van een nieuwe ‘omslag’.

Gepubliceerd in Blog