Logo dsCH 

smallbanner 2

Hier kunt u mijn weblog lezen
Hier publiceer ik mijn recente preken: reacties zijn altijd welkom! Zo kan deze weblog de functie van een voor- en nagesprek krijgen.
Ook plaats ik hier korte inleidingen of publicaties (in het kerkblad), een vertaalde preek van Paul Tillich en andere beschouwingen. U wordt uitgenodigd om ook daarop te reageren.

Als je wilt reageren op 'tekst en inhoud' van mijn weblog, klik dan op de titel van het betreffende artikel. Dan verschijnt een nieuwe pagina, waarop de optie "Reageer als eerste" staat vermeld.

line

zondag, 11 maart 2018 13:03

Méér dan genoeg!

Geschreven door 
Beoordeel dit item
(0 stemmen)

Preek gehouden op de 4e zondag van de Veertigdagentijd (Laetare=Verheugt u!/Klein Pasen) 11 maart 2018 in de Oude Kerk n.a.v. Jozua 4 en 5 (ged.) en Johannes 6 (1e gedeelte).

 

Méér dan genoeg!

 

Vorige week vierden wij samen het Heilig Avondmaal en vandaag horen wij het verhaal van de ‘wonderbare spijziging’, zoals er vroeger boven dit evangeliebericht werd geplaatst. We zouden het een soort ‘nabetrachting’ kunnen noemen, een nog eens overwegen wat e.e.a. nu betekent, voor onszelf, voor het leven van de gemeente, voor de wereld.

Zoals het ene brood uiteindelijk uitgedeeld wordt in allemaal stukjes, zo kunnen we dit verhaal in stukjes proberen tot ons te nemen, zonder hopelijk het grotere geheel uit het oog te verliezen.

Het lijkt erop, dat dit verhaal zo maar plotseling uit de lucht komt vallen, maar dat is toch gezichtsbedrog. Johannes is een knap theoloog en componist en hij kijkt altijd verder dan wat je op het eerste gezicht ziet. Zo begint hij heel argeloos te spreken over de overkant. En we hebben zojuist ook gelezen uit het boekje Jozua en daar was ook al sprake van de overkant. Daar gaat het over de intocht in het beloofde land en Johannes zinspeelt daar hier ook op door te spreken over de overkant. Het is de plek waar we nog niet zijn. Het is de wereld waar we naar verlangen, op hopen, maar die nog niet gerealiseerd is. Het gaat om een utopie of het Koninkrijk Gods, dat komt. Het is de plek van de grazige weiden – in allerlei beelden wordt daarover gesproken en gedroomd.

Jezus heeft het er ook over en Hij gaat ons voor en Hij laat zien, hoe het daar toegaat. Dat is het eerste stukje: ‘aan de overkant’.

Het tweede stukje gaat over het menselijk tekort. En de menselijke mogelijkheden en onmogelijkheden. Mensen hebben brood nodig. Er moet elke dag weer brood op de plank, want anders ga je er onderdoor. Maar voor miljoenen mensen is dat geen gesneden koek. Armoede en honger gaan hand in hand en kunnen wij er iets aan doen?

Is geld misschien de oplossing? We houden een collecte, openen een bankrekeningnummer en houden een ‘charity-show’ op TV. Maar is dat genoeg. Filippus heeft zo zijn twijfels daarbij: 200 denarie zou nog niet genoeg zijn, zo meent hij. Het is nooit genoeg. Je komt altijd tekort. Als je alleen maar rekenkundig tewerk gaat – sommen zijn gauw gemaakt, maar kloppen ze ook met de werkelijkheid? Het CBS doet niet anders dan berekeningen en prognoses maken op basis van getallen: de economische groei zal 5 % bedragen en dat is 3% meer dan vorig jaar (gefingeerde data). Maar wat merken wij ervan en hoe komen dit soort berekeningen tot stand en wat wordt er gemeten en geteld? Wordt de schade aan het milieu ook meegerekend, bijv.? Geven cijfers wel een juist beeld van de werkelijkheid of verdoezelen ze soms alleen maar de winst en het verlies.

Kwantiteit meten is een heel ander chapiter dan kwaliteit meten. Je kunt de welvaart van mensen in euro’s uitrekenen, maar hoe bereken je hun welzijn en welbevinden? Je kunt een prognose maken van het dalende aantal leden van de protestantse gemeente, maar zegt dat iets over de kwaliteit van haar zijn in de wereld, in ons land?

Wij zijn een keer op Sicilië op vakantie geweest en daar bezochten we een kerkdienst in Catania van de Waldenzen. Dat zijn vóór-reformatorische protestanten (zo zou je hen kunnen noemen). Een klein groepje van hooguit 50 mensen (in die stad), maar uit de informatie, die wij meekregen bleek, dat deze kleine gemeente enorm veel betekende voor de stad op het gebied van onderwijs, armenzorg en hulp aan vluchtelingen en zwervers.

200 denarie niet genoeg…wacht even – nu komt stukje 3 – daar loopt een jongen en die heeft 5 broden en 2 vissen. Dat is nog veel minder dan dat je met 200 denarie zou kunnen kopen! Maar Jezus kan met het weinige dat er is ‘wonderen’ verrichten. En wij ook! En het eerste wat we daarvoor moeten doen is anders kijken. Niet van onze tekorten uitgaan, niet alles willen berekenen en willen beredeneren, maar blij zijn met wat je hebt, wat je aangereikt wordt en daarmee aan de slag gaan.

Natuurlijk is de eerste reactie van de leerlingen van Jezus: wat hebben we daar nu aan? Wat kunnen we daar mee? Niks, toch?!

Jezus gaat er niet eens op in, maar nodigt de mensen uit om te gaan zitten. Op het gras, ja, dat is het gras uit Psalm 23, de grazige weiden, waar de Herder de kudde weidt, waar zijn staf ons de weg wijst, al is het door donkere dalen heen.

Die jongen staat daar zomaar ineens…een onverwachte en vreemde verschijning, zoals hij daar staat met zijn gerstebroden! Deze gerstebroden verwijzen weer naar de intocht in het beloofde land, waar het volk Israël voor de eerste keer de Paasmaaltijd vierde met broden, die gebakken waren van de eerste gerstenoogst, d.w.z. de matzes werden bereid van deze gerst.

Deze jongen komt ons herinneren aan Pasen, het eerste Pasen van de uittocht, van de bevrijding uit het slavenhuis, dat zich in vele vormen voordoet. Maar Hij verwijst ook door naar die Man, die daar staat als de Mens van Pasen, die in zijn hele doen en laten Gods bedoelingen laat zien: dat we zullen leven van zijn woorden, dat wij zullen leven als mensen, die zich laten voeden door Hem.

Johannes houdt van symboliek en zo is het vrijwel zeker, dat hij de getallen 5 en 2 laat slaan op de Wet of de Thora en de profeten: de vijf boeken van Mozes en de 2 vissen als samenvatting van de Profeten en de Geschriften, zodat zij tezamen de TeNaCh verbeelden.

Het 4e stukje gaat nog verder en dieper – en daartoe zouden we eigenlijk dat hele 6e hoofdstuk moeten uitlezen – want uiteindelijk krijgen wij te horen, dat Jezus zelf het ware Brood uit de hemel is. Hij is het, die als geschenk van God, ja als een geschenk uit de hemel aan de mensen gegeven is. Dankzij Hem kunnen wij leven. Hij is de grond onder onze voeten en de motor waarop wij lopen. Hij geeft ons energie en inspireert ons tot daden van hoop en Hij zet ons aan tot verandering. Hij wendt onze blik naar de ander en Hij laat ons zien, wat wij kunnen bereiken als wij in zijn Geest en voetspoor wandelen. Dan is er genoeg om te leven. Hij gooit onze rekenkunde volledig in de war: door weg te geven houd je over en door te delen vermenigvuldig je. Dat is de aritmetica van het Koninkrijk Gods.

En aan de Tafel van de Heer zien wij elkaar bij het delen van het brood en de wijn in de ogen en wij zien de ander als een geliefd kind van God. En samen vormen wij zijn gemeente, niet opgesloten in onszelf, maar open naar elkaar, naar de ander en naar de toekomst, waarin God zal zijn alles in allen!

Lees 235 keer
Plaats een reactie

Velden met een (*) zijn verplicht